Review

Hoe kinderen overleven in een gebied dat vergeven is van de mijnen.

Met zijn mond maakt het jongetje een mijn onschadelijk. Het jongetje is gewend aan het gevaar van de mijnen. In talloze gebieden in de wereld leven kinderen met mijnen. De Iraanse Bahman Ghobadi filmde in een vluchtelingenkamp in Iraans Koerdistan. Deel 4: ’Turtles Can Fly’.

’Een Koerd is bij zijn geboorte als het ware twintig of dertig jaar’, vertelt Bahman Ghobadi, die zelf in 1968 werd geboren in Iraans Koerdistan. Wat de Iraanse regisseur die zichzelf liever Koerdisch filmer noemt, precies bedoelt, is te zien in zijn derde speelfilm ’Turtles Can Fly’ (2004), vorig jaar bekroond met de publieksprijs in Rotterdam en de vredesprijs in Berlijn.

De kinderen in deze film zijn alleen lichamelijk kinderen. Mentaal zijn ze al lang volwassen. Zoals het dertienjarige jongetje Satellite, dat het vijftienjarige meisje Agrin het hof maakt alsof hij een man van middelbare leeftijd is die jaren heeft gewacht op deze grote liefde. Satellite toont zijn versierde fiets, sjouwt met emmers water, duikt naar goudvissen. Alles om zijn toekomstige bruid – zo hoopt hij – te imponeren.

Maar het meisje geeft geen sjoege. Ze is verkracht. Op haar rug draagt ze een driejarig jongetje, haar kind. Zien kan dat kind niet, het is blind geboren. Naast haar loopt een iets ouder jongetje, haar broer. Armen heeft die broer niet, hij is op een mijn gelopen, uit zijn T-shirt steken twee stompjes.

Evenals vele andere verweesde kinderen is Agrin samen met haar broer en haar zoon in een vluchtelingenkamp gearriveerd in Iraans Koerdistan, ergens bij de Turkse grens. Het is een paar weken voor de Amerikaanse invasie van Irak. In dit tentenkamp waart ook Satellite rond, een heerlijk energiek manneke dat de bijnaam Satellite heeft gekregen omdat hij zo goed is met satellietantennes. De paar oude mannen die in het kamp verblijven, willen weten waar ze aan toe zijn, ze willen nieuws over de aanstaande oorlog. Als Satellite in de buurt is, is er grote kans dat ze iets van Fox News kunnen vernemen, beelden van president Bush, en flarden over weapons of mass destruction.

Satellite springt in het rond, als een volleerd ondernemer landmijnen tegen wat munten ruilend. Behalve een ondernemer is Satellite ook een vader, een broer, een rechter, een kapitein en misschien ook wel een Messias voor al die ouderloze kinderen die in het kamp bijeen zijn gekomen en die onder zijn leiding rondslingerende mijnen verzamelen en hun leven wagen.

Over die mijnen is veel te leren van Jean-Marc Boivin, in een interview dat op de dvd als welkome extra informatie is te beluisteren. De Fransman is directeur de la mobilisation et du faction politique van ’Handicap International’, een organisatie die zich inzet om het gebruik van zogeheten ’antipersoneelsmijnen‘ te verbieden.

Zo is het Verdrag van Ottawa uit 1999 (doel: vernietiging van alle antipersoneelsmijnen) door 153 landen ondertekend, 145 landen hebben het geratificeerd en zullen het dus toepassen, en 41 landen willen (vooralsnog) niet ondertekenen, waaronder de grote drie: Rusland, China en de Verenigde Staten, die alle drie permanent lid zijn van de VN Veiligheidsraad.

De Fransman heeft treurige statistieken paraat. Er zijn zeventig miljoen mijnen over de hele wereld waardoor elk halfuur iemand gedood of zwaar verminkt wordt. Denk aan Afrika en landen als Mozambique, Angola en Eritrea. Denk aan het Midden-Oosten, met Irak. Denk aan Cambodja. Denk aan de Kaukasus en de Balkan. Zeker 85 procent van de slachtoffers is burger. Een kwart daarvan is kind. Zij nemen grote risico’s om een beetje metaal te verkopen.

En daarmee zijn we terug bij ’Turtles Can Fly’, waarin Ghobadi niet schroomt om het kinderleed in al zijn plasticiteit te tonen. Hier een jongetje met weggeblazen armen, daar een jongetje met een misvormde voet, hinkend op krukken. In een schokkende close-up zien we hoe het jongetje zonder armen met zijn mond een mijn onschadelijk maakt. Hij overleeft, hij boft.

Iraanse meesters als Mohsen Makhmalbaf en Abbas Kiarostami werkten in hun films ook vaak met kinderen, om zo de Iraanse filmcensuur een beetje te omzeilen. Met ’Turtles Can Fly’ zet Ghobadi als Kiarostami’s leerling een mooie Iraanse traditie voort waarin kleine amateur-acteurs uitgroeien tot schitterende hoofdrolspelers.

In Ghobadi’s bekroonde debuut ’Een Tijd Voor Dronken Paarden’ (2000) werden vijf verweesde broertjes en zusjes al teruggeworpen op hun improvisatietalenten om in het levensgevaarlijke, met mijnen bezaaide grensgebied tussen Iran en Irak te overleven.

In de iets frivolere opvolger ’Liederen Uit Het Land Van Mijn Moeder’ (2002) werden we op sleeptouw genomen door een trio Koerdische muzikanten, per motorfiets met zijspan op weg in hetzelfde mooie bergland.

Want dat het daar mooi is, op dat grensgebied tussen Iran, Irak en Turkije, dat wil Ghobadi ook graag laten zien. De luchten zijn van het meest hemelse blauw, het gras is van het sappigste groen. Het maakt zijn oorlogsfilm met kinderen in de hoofdrol misschien net een tikje wranger, maar wie zijn eigen, door oorlogen en verschrikkingen geteisterde geboortegrond zo liefdevol kan filmen, wil ook wel blijven hopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden