Hoe kan het dat Srebrenica helemaal geen trauma is?

Nederland weet zich geen raad met Srebrenica. Bij de herdenking van de 8000 doden bleven excuses uit. Dat komt doordat ons land nog steeds geen rekenschap heeft afgelegd van zijn rol in het drama.

T oen Srebrenica in juli 1995 viel voelde ik boosheid en schaamte. Die boosheid en die schaamte zijn niet meer weggegaan. Integendeel: ze zijn in de loop van de tijd alleen maar groter geworden.

Mijn schaamte en mijn boosheid zijn groter geworden door wat ze had moeten doen verkleinen: ze zijn gegroeid door de pogingen die sinds de val van de enclave zijn ondernomen met het gebeurde in het reine te komen. Door het kamerdebat dat in september 1995, na een lange mooie zomer, eindelijk plaatsvond, door het debriefingsrapport van eind 1995, door het onderzoek van Van Kemenade in 1998, door het Niod-rapport, door het aftreden van het kabinet Kok en, ten slotte, door de parlementaire enquête.

Het effect van al die dure en - laat ik aannemen - goedbedoelde inspanningen was niet alleen bij mij tegengesteld aan wat je ervan mocht verwachten. Ook op al diegenen die de waarheid probeerden boven tafel te krijgen, had de cascade aan pogingen het effect van 'laat maar zitten.'

Hoe kan het dat Srebrenica helemaal geen trauma is? Of beter: hoe kan het dat het op een-en hetzelfde moment zowel veel te veel als veel te weinig traumatisch is. Veel te veel omdat 'Srebrenica' maar doorzeurt en terug blijft komen als een repeterende breuk. Veel te weinig omdat we na tien jaar nog steeds geen idee hebben wat nu toch precies zo'n pijn doet.

Ik geloof dat het voortduren van mijn boosheid, en de gedurigheid van mijn schaamte, veroorzaakt worden door het feit dat we ons nog steeds geen rekenschap gegeven hebben van wat in juli 1995 gebeurd is. Rekenschap - dat is volgens mij waar het om draait. Johan Huizinga definieerde 'geschiedenis' als 'de geestelijke vorm waarin een cultuur zich rekenschap geeft van zijn verleden'. Rekenschap afleggen is: trachten op te helderen wat de dingen die gebeurd zijn ons te zeggen hebben - ja, wat ze over ons zeggen.

Rekenschap afleggen is niet te snel over 'schuld' spreken. Rekenschap afleggen is niet blijven steken in wrok of zelfbeklag. Rekenschap afleggen is afzien van het onderscheid tussen 'wij' - stuurlui aan wal - en 'zij daar', met die vuile handen. Rekenschap afleggen is proberen een antwoord te vinden op de vraag 'Wie zijn wij, als land, cultuur, gemeenschap, dat dit kon gebeuren?'

Ik bleef boos, en ik bleef me schamen, omdat ik erop vertrouwde dat wij Nederlanders dat tenminste goed konden: ons rekenschap geven van de dingen die we doen. In het beschermen van moslims mochten we dan misschien niet zo goed zijn, in het beantwoorden van de vraag wat dat over ons zei, zouden we voor geen enkel land hoeven onder te doen.

Dacht ik. Meende ik. Geloofde ik. Maar juist dat is niet gebeurd. We hebben onszelf klem gezet tussen de feiten en de wil ons zelfbeeld intact te laten. We huilen over hoe erg het is wat daar in juli 1995 gebeurde en we beklagen ons erover hoe machteloos wij wel niet waren (' De enclave was nu eenmaal niet te verdedigen'). Het is een manoeuvre die ons in staat stelt het standpunt te huldigen dat onze rol er op de keper beschouwd niet toe deed. Typerend zijn de slotwoorden van Niod-directeur Hans Blom bij de presentatie van het Niod-rapport. ,,Het moge duidelijk zijn”, aldus Blom, ',,at niet zozeer de affaire in Nederland als wel de tragedie op de Balkan daarbij de kern van de zaak is.”

Het feit dat we nu al tien jaar niet bij onszelf te rade zijn gegaan, heeft er ook toe geleid dat we nog steeds precies zo doen als in die verschrikkelijke julidagen van 1995. Qua mentaliteit zijn we gebleven wie we waren. Een van de dingen die ook schrikbarend ongewijzigd zijn is ons vermogen alleen te geloven in de realiteit die we onszelf aanpraten. Dit vermogen heeft ons in Srebrenica parten gespeeld. We geloofden niet dat de Serviërs zouden aanvallen - we konden ons eenvoudigweg niet voorstellen waarom ze dat zouden willen doen. Vervolgens geloofden we niet dat ons optreden ter plekke iets zei over ons -- al was het maar omdat 'paars' zo leuk regeerde, de geschiedenis - na de val van de Muur - tot een bevredigend eind gekomen leek te zijn, en Ajax net de Champions League gewonnen had.

In Srebrenica was ons vermogen alleen te geloven in de realiteit die we onszelf aanpraten een cruciale factor in de dood van 7800 mensen die aan onze zorg waren toevertrouwd. Het feit dat we ons sindsdien geen rekenschap gegeven hebben van wat ons optreden daar, in die vermaledijde enclave, over ons zegt, heeft ervoor gezorgd dat we nog steeds hulpeloos ronddobberen in een realiteit die ons telkens opnieuw op dezelfde manier voor verrassingen stelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden