Hoe Joegoslavië implodeerde

Toen in 1989 in Berlijn de Muur viel, vonden ook elders in Oost-Europa grote veranderingen plaats. Deel 1 van een drieluik: waar veel landen van het Oostblok aansluiting vonden bij West-Europa, stonden juist in het liberale Joegoslavië groepen elkaar naar het leven. Waarom ging het daar zo mis?

Het was absurd! Terwijl de landen in het oosten zich bevrijdden van hun stalinistische ketenen, gingen wij, die voor die landen een soort Amerika waren, terug naar de jaren veertig." In een interview vlak voor hij ontvoerd en vermoord werd in 2000, was de voormalige Servische president Ivan Stambolic nog volop bezig met de vraag hoe het had kunnen gebeuren. Hij was midden jaren tachtig zelf één van de hoofdrolspelers in de langzame uiteenrafeling van Joegoslavië, tot hij in 1987 door zijn eigen protegé Milosevic opzij werd gezet.

Ironisch genoeg was het Milosevic zelf die de vinger op de zere plek legde in zijn toespraak op het Merelveld: "Een gelijke en harmonieuze relatie tussen de volken van Joegoslavië is een voorwaarde om onze weg uit de crisis te vinden", hield hij zijn gehoor voor.

Want een crisis was het. Joegoslavië leed aan een stagnatie die vergelijkbaar was met de landen van het Warschaupact. De productiviteit in de staatsgeleide economie was laag, en de overheid kon niet blijven lenen om die zwakte te verhullen. De munt raakte in een vrije val, hyperinflatie deed haar intrede. De werkloosheid liep schrikbarend op.

Iedereen was zich bewust van de crisis, niet in de laatste plaats doordat het land zo open was. Meer dan een miljoen Joegoslaven werkten in het Westen, vooral in Duitsland. Zij pendelden op en neer en wisselden ervaring uit met de thuisblijvers. Joegoslaven reisden ook geregeld als toerist naar het buitenland, en toeristen kwamen op bezoek. Burgers kregen een vrij realistisch beeld van de buitenwereld.

"Ik raakte in de late jaren tachtig met twee Amerikaanse toeristen aan de praat die wilden weten hoe we hier zo welvarend konden zijn", herinnert Zorica Remetic zich. "Ze snapten er niets van. Een gegarandeerde baan, vroeg pensioen én gratis gezondheidszorg..." Opgegroeid in een communistisch gezin in een afgelegen stadje in Oost-Bosnië wist ze niet beter. "Maar ik begon te beseffen dat we op krediet leefden, dat dit niet eeuwig zo door kon gaan."

Eigen weg

Joegoslavië had een onafhankelijke positie, tussen het Westen en het Oostblok, en daar profiteerde het land volop van. Het had een mate van welvaart en vrijheid waardoor het inderdaad als een soort Amerika gold voor mensen van achter het IJzeren Gordijn.

Beide machtsblokken hadden er strategisch belang bij dat Joegoslavië buiten de invloedssfeer van de ander bleef. Het land kreeg geen orders uit Moskou en hoefde zich ook geen zorgen te maken over ingrijpen van het Rode Leger. Joegoslavië sprak in de jaren tachtig zelfs enige tijd met de EG, de voorloper van de Europese Unie, over toetreding.

Moskou kon niet achterblijven en strooide met zijn eigen gunstige handelsvoorwaarden. Joegoslavië had ook een verdrag met de Comecon, de socialistische tegenhanger van de EG. In dat klimaat van rivaliteit kon Joegoslavië goed gedijen. Het leende van Oost en West en liet de staatsschuld en het handelstekort onbezorgd oplopen.

Maar dat maakte het land ook afhankelijk van de Koude Oorlog. Met het neerhalen van het IJzeren Gordijn verloor Joegoslavië zijn strategisch belang en werden buitenlandse weldoeners kritischer. De aftakeling raakte in een stroomversnelling.

De consensus dat er íets moest gebeuren, was breed, ook onder de politieke elite. "We zijn te optimistisch geweest. In sommige opzichten zullen we opnieuw moeten beginnen", hield Stambolic al midden jaren tachtig zijn collega's voor. Maar juist dat bleek te veel gevraagd van het starre verdeel-en-heerssysteem tusssen de republieken waarop de federatie was gebouwd.

Eén van de grootste problemen was het enorme verschil in economische ontwikkeling tussen de staten. Waar Slovenië zich op het welvaartsniveau van Spanje bevond, liet Kosovo zich eerder vergelijken met Pakistan. De eerste had een werkloosheid van 3 procent in 1989, in Kosovo was dat 36 procent. Dat betekende ook dat een éénduidig recept voor hervormingen niet te vinden was.

Het leidde tot 'economisch nationalisme', stelt politiek econoom Zdravko Petak. De uiteenlopende economische belangen verwerden tot nationale tegenstellingen. De republieken stelden hun eigen prioriteiten, en gingen steeds meer hun eigen weg, inclusief het op eigen houtje afsluiten van buitenlandse leningen. Bij vlagen braken er zelfs handelsoorlogen uit binnen Joegoslavië.

Het Servië van Milosevic liep daarin voorop, ondanks zijn eigen waarschuwing op het Merelveld. Hij stelde zich op als de hoeder van Joegoslavië, maar wat hij in werkelijkheid voor ogen had, was een 'Serboslavië', vonden zijn critici. De harmonie waarover hij sprak op het Merelveld werd vanuit Servië opgelegd. Hij verweet zijn voorgangers dat ze binnen het socialistische Joegoslavië "concessies hebben gedaan, ten koste van hun eigen volk".

"Milosevic begon in feite de structuur van Joegoslavië om te gooien", herinnert Jelko Kacin zich. Hij was destijds één van de leiders van de socialistische jeugdbeweging in Joegoslavisch Slovenië, en maakte na de onafhankelijkheid naam als minister en als europarlementariër. "De balans was goed, tot hij het land naar een Serboslavië probeerde te duwen. Onder Stambolic was dat onmogelijk geweest. Die man was in wezen een democraat. Milosevic niet."

Maar Stambolic was uitgerangeerd, en de polarisatie tussen de deelrepublieken nam toe. De leiders van republieken als Slovenië en Kroatië wilden hervormen richting een vrije markt. Servië geloofde juist in een staatsgeleide economie. De deling werd nog eens versterkt door het gevoel dat de federatie geen economische meerwaarde had. Het was in de jaren tot 1989 gebruikelijk te spreken over de economische desintegratie van het land, en te wijzen op een vermeende afname van de handel tussen de staten onderling. In feite was de onderlinge handel enorm, becijferde Petak. Ook een rijke en op het Westen geöriënteerde republiek als Kroatië haalde nog altijd een derde van zijn welvaart uit handel met de rest van Joegoslavië. Elke nationale economie verloor bij de ontrafeling van het land.

Te laat

De taak om nog enige richting te geven aan de wanorde viel toe aan Ante Markovic, premier van de federatie. Direct bij zijn aantreden in maart 1989 begon hij drastische hervormingen, in de eerste plaats om de vrije val van de munt te stoppen. Hij zag zichzelf vooral als technocraat, die rationele oplossingen zocht om een land bijeen te houden dat het waard was om je voor in te zetten.

De weerstand die hij ondervond, weet hij aan 'irrationele passies'. Voor hem was het nut van de federatie evident. "Vandaag leeft deze regio, met zijn geschiedenis van onderlinge oorlogen en verwoestingen, samen in een land dat rijk is en beschaafd", stelde hij vast bij zijn inauguratie, "met een gezamenlijke toekomst van economische banden en culturele vermenging."

Markovic had aanvankelijk succes. Vooral de koppeling van de Joegoslavische dinar aan de Duitse mark bleek een populaire maatregel om de inflatie te stoppen. Daarnaast probeerde hij de economie verder te openen naar het Westen, nu het duidelijk was dat daar de toekomst lag. Hij schatte dat hij zo'n vier tot vijf jaar nodig had om het land te hervormen tot een 'nieuw socialisme'.

Maar die tijd kreeg hij niet. Het wantrouwen tussen de leiders van de deelrepublieken was onoverbrugbaar geworden. De voorstanders van liberalisering zagen steeds minder kansen om te hervormen binnen Joegoslavië. Ivica Racan, partijleider van het relatief welvarende Kroatië, zag zijn droom van hervormingen en EU-toetreding keer op keer geblokkeerd. "Toen hij ophield te geloven dat Joegoslavië lid van de Europese Unie kon worden, begon hij te denken over manieren voor Kroatië om toe te treden", herinnert zijn zoon Ivan zich.

Diezelfde conclusie trok Milan Kucan, de leider van Slovenië: "Ik wist dat Joegoslavië in deze vorm geen toekomst had", blikte hij terug in 2011. "We wilden de federatie opnieuw inrichten. Pas toen die ideeën geen weerklank vonden, werd het nodig om onafhankelijkheid te overwegen."

Het kwam tot een uitbarsting in januari 1990, op een speciaal congres van de Communistische Partij. Partijleiders uit de lidstaten rolden voor het oog van de camera's ruziënd door het Belgradose congrescentrum. Kucan had een reeks voorstellen, maar zag zich consequent overstemd door een blok rond Milosevic. "Ze vonden het geweldig de Slovenen weg te stemmen", vertelde Racan later. De Sloveense delegatie besloot onder gejoel van de zaal het congres te verlaten. Racan en de Kroaten volgden kort daarop.

De deur naar consensus was gesloten. In plaats van mee te gaan in de revolutie van 1989, keerde Joegoslavië zich tegen zichzelf.

Joegoslavië 1989

16 maart

Ante Markovic wordt premier van Joegoslavië. Hyperinflatie verlamt de economie. Het biljet van 2 miljoen dinar doet zijn intrede.

8 mei

Slobodan Milosevic wordt president van Servië.

28 juni

Milosevic houdt een toespraak ter herdenking van de Slag op het Merelveld in 1989, waarin Servië ten strijde trok tegen de Ottomanen. Hij roept op tot harmonie in Joegoslavië, maar tegelijk tot grotere assertiviteit van Servië.

September

Slovenië verleent zichzelf grotere autonomie en wordt een meerpartijenstaat.

31 december

Markovic stopt tijdelijk de inflatie. Hij introduceert de nieuwe dinar met een waarde van 10.000 oude dinars en koppelt de munt aan de Duitse mark.

22 januari 1990

De Sloveense en Kroatische degelaties verlaten het partijcongres in Belgrado.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden