Hoe je jongeren met een rotjeugd weer perspectief biedt

Beeld Kwennie Cheng

Hoe rottig ook hun jeugd, kinderen zijn er weer bovenop te helpen. Maar niet door ze van instelling naar instelling te verplaatsen en niet met rigide regimes.

Rosalie heeft een einddatum, voor de Kerst mag ze naar huis. De 17-jarige heeft 11 maanden bij jeugdinstelling Fier gewoond en therapie gekregen. "School gaat goed. Met thuis is er weer een goede band, en ik kan praten over wat er is gebeurd, zonder in tranen uit te barsten." 

Nienke zit nu tien maanden in Fier. Zij durft niet te zeggen dat allemaal goed komt. "Maar je kunt hier redelijk bijgeschaafd worden."

Hoewel de Nederlandse jeugd behoort tot de gelukkigste ter wereld, hoort een klein deel daar niet bij. Duizend tot tweeduizend kinderen, schat psycholoog Peer van der Helm. Hij nam het gisteren voor hen op in zijn lectorale rede aan de Hogeschool Leiden. Daarin uitte hij de kritiek dat het regime in de gesloten jeugdzorg nauwelijks afwijkt van jeugdgevangenissen als het gaat om straffen, sfeer, ondersteuning en scholing. "Je zou verwachten dat zorg en opvoeding centraal staan", zei Van der Helm. Juist een positief klimaat heeft effect op deze jongeren. Van der Helm komt ze tegen tijdens zijn onderzoek in residentiële instellingen. Ze hebben beperkingen of aandoeningen, zijn verwaarloosd, mishandeld, misbruikt. Een combinatie van ellende die vaak van generatie op generatie is doorgegeven.

Laatste redmiddel

De opvang is voor deze kinderen vaak een laatste redmiddel, eerdere opvoedhulp is mislukt, thuis zijn ze niet veilig, ze dreigen weg te lopen, zijn te agressief of hebben nergens meer zin in. Gesloten zorg is bedoeld om kinderen te beschermen en te helpen, maar recent onderzoek waar Van der Helm aan heeft meegewerkt, laat zien dat een deel van de jongeren wel heel lang blijft zitten. Langer nog dan jongeren in justitiële jeugdinrichtingen - die echt iets misdaan hebben. Er is ook te veel repressie en straf in plaats van ontwikkeling en warmte. Te vaak worden ze overgeplaatst, omdat ze niet te handhaven zouden zijn.

Er zijn ook hoopvolle voorbeelden, zegt onderzoeker Van der Helm er meteen bij. Hij looft de gezinsouders die hun eigen huis openstellen voor pleegkinderen. Fier in Leeuwarden, waar Rosalie en Nienke wonen, combineert een goed leefklimaat met gedragsverbetering, psychische hulp én scholing, een unieke combinatie. Vaak bieden jeugdinstellingen zowel gesloten als open zorg, kinderen wisselen vaak ook tussen beide vormen. Fier kiest bewust voor open groepen, al krijgen de bewoonsters wel de veiligheid die bij gesloten zorg hoort. Dat levert goede resultaten op, blijkt uit onderzoek van de Hogeschool Leiden. Onderzoekers vergeleken de bevindingen van 122 meisjes en vrouwen met die van 353 jongeren in acht gesloten jeugdzorginstellingen en 125 jongeren in vijf open instellingen. Fier scoort relatief hoog op ondersteuning, groei en sfeer en laag op repressie.

Foute contacten

Nienke (19) heeft al wel eerder op een groep gezeten. De bedoeling was dat ze twee weken zou blijven, maar het werden zeven maanden. Therapie was ze ook al gewend, ze heeft bijvoorbeeld EMDR gehad, een behandelmethode die schokkende ervaringen helpt verwerken. Ze wil niet zeggen wat die ervaringen zijn. Iets met foute contacten. Het valt wel mee, zegt ze. "Op de groep hoor ik ook andere verhalen, het kan altijd erger. Ik had best een normale jeugd." Groepsleider Marloes Flierman komt toch even tussenbeide. "Nou, wat jij normaal vindt, kan voor een ander niet normaal zijn hoor."

Fier biedt hulp aan meisjes en vrouwen die te maken hebben gehad met complexe trauma's, mishandeling, huiselijk geweld, conflictscheidingen, loverboys, eergerelateerd geweld. Geen kleine zaken.

Rosalie (17) heeft van jongs af aan geweld meegemaakt. Haar moeder was verslaafd. Zoals ze zelf eufemistisch zegt: 'geen veilige omgeving voor een kind'. Bij haar vader en stiefmoeder had ze het goed, maar omdat ze niet praatte over de dingen die bij haar moeder gebeurden, ging het in de puberteit bergafwaarts: atheneum werd havo 3 (twee keer) en uiteindelijk vmbo. "Ik werd gesloten, ging dingen stiekem doen." Rosalie heeft echt een rotjeugd gehad, vindt ze. Ze is niet boos meer, maar verdrietig blijft het wel. "Als je eigen moeder er niet voor je is, wie dan wel?"

Peer van der Helm vindt dat de samenleving een morele plicht heeft om een stabiele plek te creëren als de biologische ouders dat niet kunnen. Hij snapt heel goed de neiging tot straffen van jeugdzorgmedewerkers. "Bij hevige agressie is het lastig contact houden of rustig blijven. Dan zet je ze liever op hun kamer. Logisch ook dat medewerkers bang zijn de controle te verliezen. Er zijn ook nog andere kinderen op een groep, voor je het weet is het crisis."

Als medewerkers open zijn, neemt agressie bij de jongeren af. Empathie en motivatie nemen toe, zo blijkt uit zijn onderzoeken. Van der Helm: "Dit zijn kinderen die vanaf het begin van hun leven verbondenheid, groei en autonomie gemist hebben. Contact is een basisbehoefte."

Laag zelfbeeld

Hij doet regelmatig onderzoek bij Fier. Hij hoort van meiden hoe ze gedwongen werden tot seks, soms tien keer op een dag. Vaak onder bedreiging en op zeer jonge leeftijd. "Alsof je tegen een leegte praat. Jarenlang hebben deze meisjes hun gevoel weggedrukt om te overleven. Zij weten niet meer hoe ze iets moeten voelen."

Veel kinderen in de jeugdzorg hebben volgens hem een laag zelfbeeld, ze hebben zich sociaal en emotioneel nauwelijks kunnen ontwikkelen. Alleen in een positief en open klimaat kunnen ze erachter komen wie ze zijn, een persoonlijkheid ontwikkelen. "En dan pas maakt het hen iets uit hoe ze zich gedragen. In de kern zijn deze jongeren 'lastig' omdat ze pijn hebben."

Anke van Dijke, directeur van Fier, ziet een splitsing in de jeugdhulp. De geestelijke gezondheidsdienst kijkt vooral naar trauma's, de jeugdzorg vooral naar gedragsproblemen, niet waar die vandaan komen. "Soms worden ze behandeld voor een eetstoornis, en blijkt pas na maanden dat er misbruik achter zat."

"Wij proberen eerst de trauma's op tafel te krijgen en te behandelen. Wij willen ons niet op één ding richten." Dus biedt Fier maatschappelijk werk, jeugdzorg, psychische hulp én een veilige plek om te wonen. Voor Nienke voelt het desondanks nog vaak als gesloten instelling. Het gebouw heet Veilige Veste en ziet er ook zo uit: een stevig blok. Er valt veel licht door de ramen en de meiden hebben uitzicht op een groen dak. De slaapkamers en huiskamer zijn strak ingericht, lekkere bedden, een grote zitbank. "Maar het wordt nooit thuis", zegt Nienke.

Naar buiten

Rosalie heeft best veel vrijheden, nu ze bijna weg mag. Ze werkt in een restaurant en spreekt regelmatig 'buiten' af met vriendinnen. Pas is ze alleen met de trein naar Amsterdam geweest. Nienke mag geen telefoon, geen internet. En tien uur is het bedtijd. "Alleen op je kamer zitten mag wel, maar ze komen al snel vragen hoe het met je gaat. De buitendeur zit niet op slot, maar als je even weg wilt, loopt er altijd iemand mee."

Dat klopt, zegt directeur Anke van Dijke. Soms volgen medewerkers de jongeren de halve stad door. Maar dat is meer voor hun veiligheid. "Dit is een heel kwetsbare groep, meiden met foute vrienden die ernstig bedreigd worden en de kans lopen steeds opnieuw slachtoffer te worden. Het is superbelangrijk, dat we eerst alles stilzetten, ze losweken uit die netwerken."

Peer van der Helm stuit overal in het land op slachtoffers van loverboys. Als hij het heeft over een open klimaat in de opvang, dan bedoelt hij vooral dat de gewone dingen doorgaan. Contact met leeftijdgenoten, onderwijs, omgaan met zakgeld of het hebben van tv op de kamer.

Niet vastpakken, bedreigen, spullen afpakken, in de isoleercel 'pletteren'. En vooral niet een groep straffen, als één jongere zich niet aan de regels houdt. Belangrijk is ook dat leiding en jongeren samen beslissingen nemen, bijvoorbeeld over de behandeling.

Vasthoudend

Marloes Flierman vindt het de kracht van Fier dat ze een band met de meiden kan opbouwen. Een arm om hen heen kan slaan. Ze noemt ze ook nooit cliënt. "Wij weten van haar ook persoonlijke dingen", zegt Rosalie. "Dat ze een vriend heeft bijvoorbeeld. En een kat." Nienke vindt de groepsleiders open maar ook vasthoudend. "Ze blijven naar je toe komen, uiteindelijk moet je echt wat gaan doen." Ze wijst naar Flierman. "Marloes krijgt alles uit iedereen."

Veel vrije tijd krijgen de meisjes niet. Volgens Anke van Dijke worden ze daar niet vrolijker van. 's Morgens therapie, elke middag school. "Scholing is zo belangrijk", zegt ze. "Als je wat kunt, voel je je gezien en kun je trots zijn op jezelf." Veel instellingen bieden volgens haar standaard vmbo of mbo aan. "Wij kijken waar de talenten liggen, voor de een is dat onze eigen bakkerij, een ander doet vwo of hbo."

Rosalie volgt inmiddels weer havo, met behulp van docenten die naar de Veilige Veste komen, maar veel doet ze zelf. Ze wil misschien advocaat worden. "Ook al zegt iedereen dat dat een lange en saaie studie is. In ieder geval niets met zorg of mensen." Ze weet dat jeugdtrauma's nooit helemaal weg gaan, maar laat zich niet meer verrassen als ze opduiken. "Je leert ermee omgaan."

Nienke is zo ver nog niet. "Ik heb nog wel momenten dat ik denk: 'laat maar'. Maar ik hoop dat het goed gaat komen." Dat is al heel wat, zegt groepsleider Marloes Flierman. "Dat ze die hoop heeft."

Rosalie en Nienke zijn gefingeerde namen, hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Lees meer op Trouw over de jeugdzorg:

Sinds gemeentes jeugdzorg regelen, moeten kinderen die hulp nodig hebben te lang wachten, stelden zorgorganisaties dit voorjaar al in een manifest: Harde kritiek op jeugdzorg bij gemeente

Vorig jaar spraken we uitgebreid met de toen 18-jarige Latisha, die jaren in een gesloten inrichting verbleef. Van haar ervaringen hield ze een gedetailleerd dagboek bij dat nu aan groepsleiders wordt voorgehouden als voorbeeld van hoe het niet moet. Dagboek uit de jeugdzorg ik ben wel wat verbitterd ja

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden