Hoe Jansen Steur zijn kroongetuige verloor

Rechters oordelen vandaag over Twentse oud-neuroloog

De collega-neuroloog die Ernst Jansen Steur uitkoos als getuige-deskundige, ontpopte zich tot zijn felste criticaster.

Zes jaar onvoorwaardelijke celstraf eist het Openbaar Ministerie tegen de oud-specialist uit Enschede, voor de schade die hij met zijn verkeerde diagnoses en foute behandelingen toegebracht zou hebben aan negen patiënten.

De neurologie is een relatief jong vakgebied vol met onzekerheden - hoe fout zat Jansen Steur vijftien jaar terug? De rechters in Almelo, die vandaag uitspraak doen, hoorden daarover de mening van andere neurologen. Zoals de hoogleraren Erik Wolters en Philip Scheltens, aangeleverd door het OM. Zij zeiden het van meet af aan: de 'vroege fase' van alzheimer die Jansen constateerde bestaat helemaal niet (Wolters) en het medicijn dat hij voorschreef was enkel schadelijk (Scheltens).

Aanmerkelijk voorzichtiger begon Jos Snoek, hoogleraar in Groningen en getuige voor de rechtbank met instemming van Jansen Steur. Sprekend over de eerste patiënt kon hij zich de keuzes van zijn oud-collega in het begin nog wel voorstellen. Wie ervaring heeft, zoals Jansen Steur, kan tot een 'parkinson-achtige' diagnose komen, zei Snoek. Ook al had de patiënt veel sneller achteruit moeten gaan dan in werkelijkheid gebeurde. En ja, destijds hielden weinig specialisten de medische dossiers nauwgezet bij, Jansen Steur was zeker niet de enige die maar weinig vastlegde.

De relativering dat meerdere neurologen destijds zo werkten, was bij aanvang van de zaak uitgesproken door de Amsterdamse emeritus-hoogleraar Rien Vermeulen. Dat pleidooi haalde de media, niet de rechtszaal. Jansen Steur moest het daarna alleen van Snoek hebben. Naarmate de zaak vorderde en meer patiënten aan bod kwamen, veranderde deze juist van toon. Zijn oordeel werd minder voorzichtig, en ongunstiger voor de beklaagde. Misschien speelde daarin mee dat Jansen Steur toch steeds probeerde zijn eigen gelijk te halen. Vooral zijn steeds herhaalde pleidooi dat er toch echt een vroege fase van alzheimer te onderscheiden was, leek Snoek te ergeren.

Twaalf dagen na het begin van de strafzaak barstte de bom bij Snoek. Hij verscheen in de rechtszaal met een schriftelijke verklaring van ongeveer een A4'tje, dat hij voorlas. Hij liet daarin geen spaan heel van de werkwijze van Jansen Steur. Die heeft niet alleen ver onder de normen van de neurologie gepresteerd, zo zei Snoek afgemeten, maar ook onder zijn eigen normen. En vooral die laatste toevoeging is een scherpe, omdat die voer verstrekte voor het pleidooi van de aanklager dat Jansen Steur had moeten weten wat hij zijn patiënten aandeed (zie kader).

Dat Jansen Steur fouten maakte en verslaafd was, dat betwist hij zelf ook niet. Wel houdt hij vol dat hij nimmer zijn patiënten wilde beschadigen. Geen opzet dus. De aanklager stelt dat hij willens en wetens het risico op deze schade heeft genomen. De grote vraag vandaag is of de rechter bewijs ziet voor deze 'voorwaardelijke opzet' zoals dat in juristentermen heet. Daarnaast wordt bekend wat de rechters vinden van het argument van zijn advocaat dat een deel van de klachten verjaard is, en of hij verminderd toerekeningsvatbaar is. Psychologen getuigden van wel, en dat is een van de redenen dat in het geval van veroordeling een lagere en (deels) voorwaardelijke straf wordt verwacht in plaats van de geëiste zes jaar onvoorwaardelijk.

Wel of geen opzet?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden