Hoe Isis Al-Kaida is voorbijgestreefd

Het buitensporige geweld van de rebellengroep Isis in Syrië heeft tot een breuk geleid in de Al-Kaida-gelederen. De oude generatie ziet de djihad ontsporen. Hoe kwam het zover?

Het monopolie op de djihad is niet meer in handen van Al-Kaida. De islamistische guerrillabeweging heeft er een geduchte concurrent bij: de Islamitische Staat in Irak en Syrië (Isis). Lange tijd werden beide organisaties in een adem genoemd, maar Al-Kaida-leider Ayman al-Zawahiri wil sinds begin deze week niet langer geassocieerd worden met de beweging. Isis is voortgekomen uit Al-Kaida, maar de organisatie is dermate onhandelbaar geworden, dat Al-Kaida besloten heeft het kind te verstoten. De organisaties gaan voortaan zelfstandig verder.

Al-Kaida moet met lede ogen toezien hoe het project waar het decennia aan heeft gewerkt langzaamaan wordt afgebroken. De dreiging komt niet van Amerikaanse drones, maar van binnenuit. Het doel van Al-Kaida, de oprichting van een islamitisch kalifaat, komt nergens van de grond, behalve in sommige delen van Syrië en Irak. Maar het is precies daar waar het project dreigt te mislukken. De oorzaak daarvan is de opkomst van Isis.

De Islamitische Staat in Irak en Syrië is een jonge organisatie, die in 2006 is ontstaan uit een vereniging van losse organisaties die banden hebben met Al-Kaida. De geboorteplaats van Isis is Irak - 'Syrië' is pas na de revolutie in 2011 toegevoegd. Zoals de naam suggereert was het doel om van Irak een islamitische staat te maken. Maar daarvoor moesten wel eerst de Amerikaanse soldaten in Irak wijken, net als de sjiitische regering in Bagdad. Met de zegen van Al-Kaida ging de Islamitische Staat in Irak (Isi) - de tak in Syrië was toen nog niet opgericht - de strijd aan met de Amerikaanse en Iraakse troepen. Aan het hoofd van de organisatie stond de beruchte Jordaanse ex-gevangene Abu Musab al-Zarqawi.

In datzelfde jaar begonnen de eerste problemen tussen Al-Kaida en Isi zich af te tekenen. De prioriteit van Al-Zarqawi verschoof van het bevechten van de Amerikaanse troepen naar het doden van Iraakse sjiieten en liberale moslims. De toenmalige nummer 2 van Al-Kaida, de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, stuurde Zarqawi in 2006 een brandbrief. Daarin beklaagde hij zich over de slachtpartijen onder medemoslims. Volgens Zawahiri zou dat tot vervreemding van de burgerbevolking leiden, terwijl diens steun onontbeerlijk is in de oprichting van een islamitisch kalifaat. De wapens moesten worden opgepakt tegen de Amerikanen, pas als zij weg waren, kon men een begin maken met het oprichten van een islamitische staat in het 'bevrijde' Irak, aldus Zawahiri.

Zarqawi trok zich niets aan van het advies, en hanteerde precies de omgekeerde volgorde: eerst Irak schoonvegen van 'ongelovigen', dan de Amerikanen bevechten. Deze strategie deed de voorspelling van Zawahiri uitkomen: de burgerbevolking, onder wie veel soennieten, vluchtte voor Isi en zocht steun bij de Amerikanen en de sjiitische regering in Bagdad. In datzelfde jaar was de oprichting van een soennitische regeringsmilitie een feit. Soennitische stammen, die aanvankelijk samen met Isi tegen de Amerikanen en de sjiitische regering ten strijde trokken, vochten nu aan de zijde van hun voormalige vijanden tegen Isi. Deze militie, de Sahwa, drong Isi in het nauw.

Met het uitbreken van de opstand in Syrië kreeg Isi een tweede kans. Vanuit West-Irak stroomden de strijders van Isi het naburige Syrië binnen. Door hun guerrilla-ervaring hadden zij een voorsprong op hun Syrische collega's. En anders dan in Irak, was de meerderheid van de Syriërs soennitisch, en had het regeringsleger de beschikking over slechts verouderd Russisch materieel - de Iraakse regering leunde op Amerikaanse technologie en adviseurs.

Koppensnellen
Maar ondanks de gunstige situatie in Syrië ten opzichte van Irak, gaat Isis opnieuw in de fout. Het koppensnellen van medemoslims - zowel alawieten als soennieten - gaat in razendsnel tempo door. De 27-jarige Isis-commandant, Abu Waheeb, is razend populair onder jonge djihadisten. Hij maakte naam als 'sjiieten-doder'.

Ook de aanvallen op mede-djihadisten zijn de top van Al-Kaida een doorn in het oog. Al-Kaida is bevreesd dat de slachtpartijen, net als in Irak, het regime zullen versterken. Die vrees lijkt terecht: in de afgelopen maand zijn al meer dan 1800 rebellen om het leven gekomen door onderlinge gevechten, zonder dat het Syrische leger daarvoor één schot hoefde te lossen. Het vacuum dat daardoor is ontstaan, werd al snel opgevuld door het Syrische regeringsleger. Assad-troepen hebben veel terrein ingenomen, waaronder hele wijken van Aleppo, de grootste stad van Syrië.

De oorzaak van het djihadistische schisma ligt niet alleen in de verschillende opvattingen over de te voeren strategie. Er lijkt ook sprake van een generatiekloof. De oprichters van Al-Kaida zijn inmiddels oud en grijs. Dertig jaar onafgebroken strijd - eerst tegen de Russen in Afghanistan, later de Amerikanen, heeft een zware wissel getrokken op hun fysieke gesteldheid - de 62-jarige Ayman al-Zawahiri ziet er minstens tien jaar ouder uit, en beweegt zich voort met wandelstok. De Afghanistan-veteranen zijn, na een lang isolement in de grotten en de bergen in Centraal-Azië, de taal van de extremistische jeugd niet meer machtig. Daarnaast is hun carrièreverloop allerminst nastrevenswaardig: de 62-jarige Al-Kaida-leider Ayman al-Zawahiri verblijft na meer dan dertig jaar strijd nog altijd op een onderduikadres in de Afghaanse of Pakistaanse bergen. De enige roem die voor hem valt te behalen, is de martelaarsdood.

De nieuwe lichting djihadisten lijkt minder geïnteresseerd te zijn in het hiernamaals. Ongeduld en geweld zijn kenmerkend voor hun gedrag. De strijd aanbinden tegen een westerse grootmacht ergens in de periferie van het Midden-Oosten voor een doel waarvoor nog honderden stappen genomen moeten worden, daar lopen de jonge djihadisten niet meer warm voor.

Het eenvoudige leven van Zawahiri in Afghanistan staat in schril contrast met dat van de djihadisten in Syrië. De Syriëgangers zijn niet veroordeeld tot het klassieke terrein van de guerrilla: ondoordringbare bergen of woestijn. Die guerrilla heeft door de afwezigheid van mensen weliswaar weinig te vrezen van verklikkers, maar is ook afgesneden van de bevolking, en dus van een aanwas van rekruten.

In Syrië liggen de macht, het geld en de roem voor het oprapen. Het enige wat hen daarvan weerhoudt, is een verzwakt seculier regime en concurrende rebellengroeperingen. De Isis-strijders in Syrië leven in steden, runnen er rechtbanken, scholen, ziekenhuizen en zelfs benzinepompen. Zij regeren de straten, zowel overdag als 's nachts, iets waar de collega's in Afghanistan, Jemen en Mali slechts van kunnen dromen.

Net als in Irak is Isis in Syrië al begonnen met het vestigen van een islamitische staat voordat de vijand is verslagen. Van de oproep van Al-Kaida om de oorlogsbuit te delen met andere djihadisten, wil Isis niets weten. De oproep van rebellengroepen om de onderlinge strijd uit te stellen tot na de val van Assad, evenmin. De door Isis verworven rijkdommen worden met verve verdedigd, ongeacht de status of signatuur van de tegenstander. In tegenstelling tot Al-Kaida - die pleit voor samenwerking met concurrerende rebellen - zijn voor Isis alle vijanden gelijk.

De agressiviteit van Isis heeft het djihadistische kamp verdeeld, de Syrische regering verenigt en de bevolking van zich doen vervreemden. In de stad Raqqa en in delen van Noord-Syrië zijn muziek en dans door Isis verboden, vinden willekeurige executies overdag plaats en is iedereen verplicht elke dag naar de moskee te gaan. De vraag is hoe lang de groepering met deze praktijken haar greep op die gebieden kan behouden.

Syriëgangers
Het is dan ook niet toevallig dat er amper Syriërs bij Isis zitten. Syriëgangers uit Tsjetsjenië, Bosnië of Amsterdam-West hebben even weinig raakvlakken met de Syrische bevolking als de Amerikaanse troepenmacht in Irak. De strenge regels van de islam die zij naleven, hebben geen wortels in Syrië.

Militair lijkt Isis in het nadeel. De bevolking is de levensader van elke guerrillabeweging. Nieuwe rekruten houden een beweging gaande, en de kennis van het terrein en de cultuur maken lokale strijders een onmisbare factor in de strijd tegen een superieur leger. Voor Isis gaan deze regels niet op; zolang de rekruten uit het buitenland blijven binnenstromen, kan de organisatie voortbestaan. De vraag is alleen hoe lang zij nog zullen blijven komen.

Al-Noesra - de officiële Al-Kaida-afdeling in Syrië - doet er juist alles aan om Syriërs aan te trekken. Buitenlandse strijders zijn weliswaar sterk gemotiveerd, maar beschikken doorgaans niet over een lange adem. Ook vallen zij snel op in een vijandige omgeving - djihadisten uit Indonesië of Soedan kunnen bijvoorbeeld niet ingezet worden voor geheime operaties in Syrië.

De pogingen van Al-Noesra om Syrische strijders aan te trekken, verloopt soepel. De groepering heeft meer dan zesduizend strijders, van wie de meesten Syriërs. In een poging de bevolking voor zich te winnen, nodigde Al-Noesra vorig jaar alle inwoners van het plaatsje Maarrat al-Nu'man in Noord-Syrië uit voor een open avond. De bevolking kreeg de kans om haar angsten voor de organisatie uit te spreken. De groepering probeerde de bevolking gerust te stellen over hun toekomst na de eventuele val van het Assad-regime: zij hoeven in elk geval niet te vrezen voor hun leven.

Het extremisme van Isis heeft ook zo haar voordelen. Vergeleken met Isis lijkt zelfs Al-Kaida gematigd, ook al streeft het hetzelfde doel na: de vestiging van een islamitische staat. Ahrar al-Sham, een salafistische rebellengroepering en bondgenoot van Al-Kaida, onderhoudt goede contacten met de Amerikanen en van de Turkse regering ontvangt het wapens en geld, veelal om Isis te bestrijden.

Hoewel Isis een vloek is voor de Syrische bevolking, ziet het Westen in al het geweld een klein voordeel. Het extremisme van Isis beperkt zich tot het Midden-Oosten, de acties van Al-Kaida zijn vooral gericht tegen het Westen. De Amerikaanse president Barack Obama maakte onlangs in een interview een onderscheid tussen groeperingen die 'actief aanslagen plannen tegen het thuisfront (Al-Kaida)' en zij die 'betrokken zijn in een lokale machtsstrijd of dispuut (Isis)'.

De Amerikaanse president vergeleek de strijders van Isis met 'een jeugdteam' dat het 'shirt van de LA Lakers' (een professioneel basketbalteam) heeft aangetrokken. Maar 'dat maakt hen nog geen Kobe Bryant (de sterspeler van het basketbalteam)', aldus de cynische president.

Of de realpolitiek van Obama in Syrië de VS veiliger zal maken, valt te bezien. De doelen van rebellen verschuiven, en het is mogelijk dat Isis op termijn het vizier zal richten op het Westen. Een voorbeeld daarvan zijn de Afghaanse moedjahedien die in de jaren tachtig vochten tegen de Russen. Aanvankelijk dacht Washington dat de strijders een lokaal doel voor ogen hadden, maar al gauw bleek dat de ambities van sommige rebellen verder reikten dan de oprichting van een islamitische staat in Afghanistan. De Kobe Bryant van deze groep heette Osama bin Laden.

Strijders Irak en Syrië
- De Islamitische Staat in Irak (Isi) werd opgericht in 2004 als Al-Kaida-afdeling in Irak.

-Isi ging in 2012 verder als de Islamitische Staat in Irak en Syrië (Isis), en beschikt inmiddels over zo'n 6000 strijders. De meeste Isis-strijders komen uit het buitenland, waaronder ook Nederland. De groep heeft trouw (baya) gezworen aan Al-Kaida-leider Ayman al-Zawahiri, maar opereert volledig zelfstandig.

-Al-Noesra is de officiële Al-Kaida tak in Syrië en heeft zo'n 6000 strijders. De meesten van hen komen uit Syrië. De groepering wordt aangevoerd door de Syriër Abu Mohammed al-Jawlani, maar het is de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, de huidige nummer 1 van Al-Kaida, die de lijn bepaalt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden