Reportage

Hoe Irma de 'laatste klasse' trof op Sint-Maarten

Christina Hodge in haar auto tijdens een rondrit door ‘haar’ wijk. Vandaag deelt ze bonnetjes aan kinderen uit, voor een kerstdiner in de buurtschool. Beeld niels markus

De bewoners van Dutch Quarter krijgen alles als laatste, zegt de 'officieuze burgemeester' Christina Hodge. Veel van haar buurtgenoten in de Sint-Maartense wijk zijn het wachten op hulp zat.

Iedereen in Dutch Quarter noemt Christina Hodge 'Ma'. Sommigen weten niet eens haar echte naam. Als Hodge door de wijk rijdt, die tegen een van de heuvels van Sint-Maarten ligt, toeteren andere automobilisten. Voetgangers groeten. Haar vaste antwoord: "How're you doing?!" Het was volstrekt vanzelfsprekend dat Hodge (69) na Irma de hulpverlening in Dutch Quarter naar zich toetrok.

Een paar soldaten vroegen voor de orkaan aan land kwam wie de leiding heeft in het buurtje. Haar antwoord: "Dat ben ik, min of meer." Je zou haar, bevestigt ze, de 'officieuze burgemeester' van Dutch Quarter kunnen noemen.

Al jaren is ze bestuurslid in het gemeenschapscentrum van de buurt, waar volgens haar 'de laatste klasse' woont. "Dutch Quarter krijgt alles als laatste." Veel buurtbewoners hebben sinds Irma nog altijd geen elektriciteit. Hodge zelf nog maar twee weken. Voor de mensen in de buurt is zij de enige schakel met de hulpverlening.

Hodge deelde voedselbonnen uit, de eerste maanden na de ramp. "Mensen klampen zich aan me vast, vragen me wanneer ze weer hulp krijgen. Ik weet het niet, zeg ik eerlijk, ik wil geen valse hoop wekken." Ze had meer verwacht van de overheid. "Wij zijn frontlinie, de mensen in de gemeenschapscommissies. Maar ik moest vaak uit de krant vernemen wat de volgende stap was." Ze maakt zich zorgen over hoe de buurt de komende maanden zal doorkomen.

Vandaag deelt ze bonnetjes uit, voor een kerstdiner voor kinderen in de buurtschool. 250 kinderen zijn welkom. Domino's regelt de pizza's, de Rotary Club zorgt voor cake en cadeautjes. Ze rijdt langs gezinnen van wie ze weet dat ze kinderen hebben, of stopt voor huizen om te vragen of er kinderen binnen zijn. Het gaat als een lopend vuurtje door de wijk. Ze wordt zelfs gebeld door een vrouw die ook een bonnetje wil voor haar kleinkind.

Hodge ziet er streng op toe dat de kaartjes alleen naar kinderen van 4 tot 12 jaar gaan. "Hoe oud ben jij?", vraagt ze als zich een groepje kinderen rond haar auto heeft gevormd. "9 zeg je? Zíj zegt 12. Wie liegt?!" Als iedereen een bonnetje heeft, geeft ze de kinderen nog mee dat ze netjes gekleed moeten komen en zich op hun best moeten gedragen. 'Thanks' is niet het antwoord dat Hodge wil horen. 'Thank you', dat is beter. "You're the best!", roept een van de kinderen Hodge na als ze verder rijdt.

"De kinderen hebben veel geleden", zegt Hodge. "De hele wijk gaat door een moeilijke tijd." Tijdens de rit is de staat van Dutch Quarter te zien. Al voor Irma was het een rommelige sloppenwijk, na de orkaan ligt er nog veel meer rotzooi. Hele huizen en een kerk zijn weggevaagd. Van sommige woningen zijn slechts houten geraamtes over. Autowrakken, matrassen, elektronica en stukken van daken liggen voor de krakkemikkige huizen opgestapeld.

Puin

Christina Hodge was vijf toen ze op Sint-Maarten kwam wonen. Haar moeder had besloten terug te keren naar haar geboorte-eiland, nadat ze een aantal jaar op Aruba gewerkt had. Al op haar vijftiende ging Hodge het huis uit. Van de twintig dollar die haar moeder per maand als schoonmaakster verdiende, moest zij dertien monden voeden, een vader was er niet. Hodge: "Ik stopte met school en ging op mezelf wonen en werken. Zo kon ik mijn moeder bijstaan." Ze begon als schoonmaakster, werkte in een casino en een restaurant, tot ze in de jaren tachtig haar eigen bar begon: Christina Snack, naast haar huis in Dutch Quarter.

Op de veranda van Hodge, langs de grote weg die vanaf de heuvel steil afdaalt door Dutch Quarter, verraadt alleen een achtergebleven afvoer dat hier ooit Christina Snack stond. Irma liet niets achter van het houten gebouwtje. Ja, de oven bleef staan, maar ook alleen omdat er puin op was gevallen. De magnetron had ze op aandringen van een buurvrouw toch maar voor de storm naar binnen gehaald.

Christina Snack was lange tijd de enige eetgelegenheid in dit deel van het eiland. Zeker voordat het massatoerisme opkwam op Sint-Maarten kwamen mensen vanuit alle omliggende wijken naar het restaurant. Hodge heeft er goede vrienden aan over gehouden. Een paar Amerikanen zijn 'deel van de familie', ze bezochten zelfs haar moeder elk jaar voordat die zeven jaar geleden overleed. Dit jaar komen ze voor het eerst niet. Ze zouden in december komen, Irma doorkruiste ook die plannen.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Orkaan Irma heeft duidelijke sporen achtergelaten in Dutch Quarter. Beeld niels markus

Je kunt je vanaf het voormalige terras inbeelden waarom Hodge zulke goede herinneringen heeft aan de zwoele avonden bij Christina Snack. Als buurtbewoners domino kwamen spelen, of als er feestjes waren met gegrild vlees en koud bier. Tegenover het vroegere restaurant zie je de pastelkleurige woningen van het betere stuk van Dutch Quarter, tegen de heuvel aan. Rechts kijk je uit over het Franse deel van Sint-Maarten, en zie je nog een stukje blauw van de Caribische Zee. Na Irma is dat voorgoed verleden tijd. Hodge is te oud om de bar weer op te bouwen.

Zoals zoveel Sint-Maartenaren, dacht Christina Hodge dat ze alles wel gezien had qua orkanen, na Luis in 1995. "Irma was vele malen erger." Het enige geluk was dat Irma 'slechts' zeven uur tekeerging, Luis hield dertien uur aan.

Boem, bam, boem

Hodge's buurvrouw Viola Hull (68) lag tijdens de orkaan in bed. Haar huis staat zo'n vijftien meter van dat van Hodge, je komt er door een smal paadje te beklimmen. Op de trap voor haar woning vertelt ze over de nacht van 6 september.

"Boem, bam, boem!" Overal hoorde Hull klappen en lawaai. Het huis, deels van beton en deels van hout, ging tekeer. Haar dochter en kleinkinderen - een tweeling van 13 - kwamen bij haar op de kamer liggen. Ze wonen bij Hull in, omdat zij slecht ter been is en moeilijk voor zichzelf kan zorgen. Door het dak begon water naar binnen te sijpelen. Druppels werden een stroompje, al gauw stortte het met bakken naar binnen.

Ineens was het stil in Dutch Quarter. Het oog van de storm. Hodge hoorde stemmen. "Ma, Ma!" Buiten zag ze dat het dak van de buren half verdwenen was. Ze riep Viola Hull en de kinderen naar zich toe. "Snel naar binnen, voordat de storm weer begint." Ook een andere ontheemde buurvrouw kwam aangerend. Bij Hodge waren ze relatief veilig, zij heeft een van de weinige betonnen woningen in de wijk.

Toen Irma weer begon te razen, zaten er zestien mensen bij Hodge binnen. Ze zouden twee maanden blijven. In de voormalige eetkamer van Christina Snack sliepen die periode acht buren.

Deel één van Irma was erg, zeggen de Sint-Maartenaren, het tweede deel was nog veel erger. Alles wat de eerste drie uur, vóór het oog van de storm, los was komen te zitten, werd in tweede instantie helemaal meegesleurd.

Die nacht was Hodge alleen maar met haar kinderen bezig. Zouden ze veilig zijn? Twee dochters wonen in Nederland, ze heeft nog een zoon en dochter op Sint-Maarten. Ze maakte zich vooral zorgen om haar zoon. Hij raakte bij een ongeluk verlamd en zit sindsdien in een rolstoel.

Toen Irma overgetrokken was, lagen alle telefoonlijnen op het eiland eruit. Hodge kon niet anders dan zelf op zoek gaan naar haar kinderen. Toen ze vertrok, direct na de orkaan, waren de eerste plunderaars al actief. Hele ovens sleepten die over de heuvels. Te voet, want er lagen te veel omgewaaide bomen en puin op de weg.

Hodge had al tijden niet meer ver gelopen. Sinds een knie-operatie loopt ze moeilijk. Om in de wijk Saint-Peters te komen, waar haar dochter woont, moest ze twee steile heuvels over. Ze voelde pijn noch vermoeidheid. Toen ze de volgende dag terugging, kwam ze tot de conclusie dat ze over een muurtje geklommen moet zijn. Aan een nicht die mee was gelopen, vroeg Hodge of ze daar echt overheen was geklauterd. Ja, bevestigde die: "Je sprong overal zo overheen."

Dolblij

Dolblij was Hodge toen ze volkomen doorweekt haar kinderen weer zag. Het dak van het huis van haar dochter was verdwenen, maar ze waren in orde.

Door het verhaal van haar zoon realiseert Hodge zich dat hulp lang niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Vanuit zijn rolstoel kon hij alleen toekijken hoe de buurt hulp kreeg, zelf kon hij geen mensen aanspreken. Hodge moest er achter aan, om ervoor te zorgen dat ook hij eten en ondersteuning krijgt.

Daarom houdt Hodge een extra oogje in het zeil bij zwakke en oude buurtbewoners. Tijdens haar ronde stopt ze voor een klein huisje naast een houten kerk. "Hallelujah!" roept ze. "Hallelujah, waar ben je?" Hodge weet de echte naam van de bewoonster niet, ze noemt haar al jaren 'hallelujah'. Het verkleurde gordijn wordt opzijgeschoven en er komt een oud vrouwtje in de deuropening staan. Ze lag te slapen, vertelt ze terwijl ze in haar ogen wrijft. Ze is vaak moe.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Iedereen in Dutch Quarter noemt Christina Hodge ‘Ma’ . Voor de mensen in de buurt is zij de enige schakel met de hulpverlening. Beeld niels markus

Hoe het met haar gaat, wil Hodge weten. De vrouw heeft nog geen licht in huis, maar hoopt binnen twee weken weer elektriciteit te hebben. "Bless your soul", zegt Hodge als ze hoort dat de vrouw al 81 is. Die lacht, en knikt: "Jezus moet wel heel veel van me houden."

Blauw zeil

In een buurtje verderop zit een vrouw op haar woning. Met een nietmachine bevestigt ze een blauw zeil dat als tijdelijk dak moet fungeren. Terwijl de natuur op Sint-Maarten zich wonderbaarlijk snel herstelde - na Irma zat er geen blad meer aan de bomen, inmiddels is alles weer groen - zijn de blauwe zeilen de belangrijkste bewijsstukken van de storm. Overal op het eiland zie je het tijdelijke dakmateriaal.

De vrouw woont in een buurtje met noodwoningen, die werden gebouwd na orkaan Luis. De tientallen tijdelijke huisjes staan er al meer dan twintig jaar. Ze hebben Irma wonderwel overleefd. De Nissan van Hodge gaat tekeer door de vele gaten en scheuren in het stoffige pad. "Ze hebben hier nooit iets aan de weg gedaan. Het wijkje zou toch worden vervangen."

Het cynisme in Dutch Quarter is groot. Als een deel van de wijk nog wacht op hulp voor de vorige orkaan, waarom zou de buurt dan nu wel de hulp krijgen die het nodig heeft? Waarom zou de overheid nu wel op tijd handelen?

Alexander Jones en Chevin Flanders (beiden 45) staan langs de kant van de weg. Ze klagen dat alles zo stroperig gaat. Ze zouden zich graag meer inzetten voor Dutch Quarter, maar er komt al jaren geen vers bloed meer in het gemeenschapsbestuur. Vorig jaar kreeg Jones voor elkaar dat er een grote schoonmaak werd gehouden in de buurt. "We zijn een jaar verder, en er is nog geen vervolg geweest. Veel mensen zijn afgehaakt. Niemand onderneemt actie."

Dansschool

Jones heeft een paar jaar in Hoofddorp gewoond, waar hij een dansschool had. Nu is hij terug op het eiland waar hij opgroeide. "Ik was uitgekeken op Nederland. Hier ben ik met mijn eigen mensen. Ik was zo iemand aan het worden waarop hier veel kritiek is: in het buitenland succesvol, maar vergeten waar hij vandaan komt."

Mensen moeten ook zelf initiatief nemen, vindt hij, en niet voor alles naar de overheid kijken. Maar toch, die overheid is in Dutch Quarter volstrekt afwezig. Op die manier zal de wijk altijd als laatste aan de beurt komen. Jones: "Mensen die echt wat kunnen veranderen komen hier niet." Brandweerauto's en ambulances verdwalen in de smalle paadjes. Laatst overleed een man die op een verkeerd gereden ambulance aan het wachten was. "Waarom komen ze niet eens om de weg te leren kennen?"

Toch lijken veel mensen op het eerste oog hun leven weer opgepakt te hebben, zo goed als het kan. Voor mensen die drie maanden geleden hun huis en inkomen verloren, zijn de Sint-Maartenaren ogenschijnlijk onaangedaan door de ramp. "How are you doing?" is het eerste wat mensen opgewekt vragen, bij een wedervraag wordt nooit getreurd of geklaagd.

Woede

Maar Christina Hodge merkt dat de bewoners van Dutch Quarter veranderd zijn. Gestrester, agressiever. Er is woede in de mensen geslopen, ze wachten nu al zo lang op hulp. "Het knaagt aan de mensen. Zeker als ze nog geen huis hebben. Ze kunnen nergens heen." Het verbaast Hodge niets dat psychologen schatten dat dertig procent van de eilandbewoners psychische hulp nodig heeft vanwege Irma. Vermoedelijk ligt dat in Dutch Quarter nog hoger.

Vorige week kregen twee mannen ruzie, vlakbij het tehuis voor ontheemde kinderen. Eén van de twee was zijn auto aan het volladen, op een plek waarvan de ander zei dat die hem toebehoort. Tijdens een woordenwisseling trok de man die zijn auto aan het volpakken was een mes. In de daaropvolgende worsteling pakte de ander het af en stak hij zijn tegenstander dood. Een drama, zegt Hodge. "De dader is net vader geworden." De baby is ondergebracht bij de grootouders, in een andere wijk, uit angst dat er wraak wordt genomen op het gezin.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld niels markus

Migranten

Sinds Irma zijn er overdag ineens veel jonge mensen op straat in Dutch Quarter. De storm was ook een catastrofe voor de werkgelegenheid in de wijk. Volgens schattingen vernietigde Irma 6.000 banen op het Nederlandse deel van Sint-Maarten, op een beroepsbevolking van 17.000. De grootste klap kreeg het toerisme te verduren: verreweg de belangrijkste sector van het eiland.

Dat laat zich zeker in Dutch Quarter voelen. Hier hebben de mensen geen vaste contracten, ze zijn afhankelijk van klusjes. De buurtgenoten van Christina Hodge zijn de schoonmakers en klusjesmannen van de hotels. En een groot deel van de werklozen in de wijk valt niet eens onder die 6.000 man uit de statistieken. Dutch Quarter heeft een grote illegale gemeenschap.

Over die groep maakt Hodge zich grote zorgen. De afgelopen jaren kwamen veel ongedocumenteerden naar Sint-Maarten, vooral van Spaanstalige eilanden zoals de Dominicaanse Republiek, Saint-Lucia en Dominica. Er was werk zat: de toeristenindustrie draaide op volle toeren. En de lonen op Sint-Maarten liggen hoger dan elders in de Cariben.

Hodge rijdt langs een café waar veel van de Spaanstalige migranten zitten. Het zit er vol, rond 4 uur 's middags. "Ze houden van feesten en drinken, de migranten." De drank kan met de verveling een nare mix worden, denkt Hodge.

Zij denkt dat het beter is als de illegalen teruggaan naar hun eigen land. "Ze hebben hier niets. Ze kunnen weer hierheen komen als er werk is, maar nu zijn ze alleen maar tot last." Bovendien, zegt ze, het geld dat de ongedocumenteerde migranten verdienen, gaat vaak rechtstreeks naar de landen van herkomst. "Kijk naar de lange rijen voor Western Union en Money Gram."

Hoopvol

De Nederlandse politie zou, als laatste taak voordat ze straks Sint-Maarten verlaat, een volkstelling moeten houden, vindt Hodge. Dan kan eindelijk in kaart gebracht worden hoe groot de illegale populatie van Sint-Maarten precies is, en dan kunnen de mensen die er niets te zoeken hebben naar huis. "Wat als straks de hulp weg is en mensen geen inkomen hebben? Dan gaan ze stelen, dat wordt gevaarlijk."

Toch is ze ook hoopvol. Hoewel de hulpverlening traag op gang kwam, heeft ze vertrouwen dat dankzij de nieuwe Integriteitskamer het geld op de goede plekken gaat komen, en ook Dutch Quarter gaat bereiken. "De mensen kunnen straks niet meer zeggen dat het geld in de zakken van de politici verdwijnt. Meestal gaan de dingen langs ons heen in Dutch Quarter, nu kan dat anders zijn."

Lees ook: 'Sint-Maarten is een jong land. We mogen fouten maken'

Lees ook: Gaat Sint-Maartens vuilnisbelt energie opwekken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden