Hoe ik heet

Een vrouw stelt zich voor.

De persconferentie van Ayaan Hirsi Ali, gistermiddag in het Haagse Nieuwspoort, bood aangrijpende televisie, al hoefde de dienstdoende NOS-regisseur daarvoor alleen maar de camera op haar gericht te houden. Tijdens haar verklaring, die een minuut of tien duurde, was ze in een halftotaal ingekaderd. Af en toe werd licht ingezoomd. Je hoorde enkele sluiters, maar zag nog veel meer flitsen, die bij vlagen haar bruine gezicht blauw deden oplichten. Haar stem was rustig en vast.

Hirsi Ali’s verklaring was retorisch briljant opgebouwd. Beginnend met haar aankomst in Nederland, in 1992, en een korte schets van haar politieke activisme blikte ze terug op haar jaren bij de VVD, dankte fractiegenoten en tegenstanders in het debat (Femke) en werkte langzaam toe naar de climax: de kwesties rond haar gelogen vluchtverhaal en haar dreigende denaturalisatie. Zelf beschouw ik de wijze waarop ze het punt van haar identiteit aansneed als een dramatisch hoogtepunt, ik staarde als verlamd naar het scherm. Ik moet hier haar woorden weergeven, in alle mij beschikbare volledigheid, want zelden zal de IND bij het vaststellen van personalia zo volmaakt en superieur zijn bediend.

Dit is wat ze zei:

,,Nu vraagt u zich wellicht af: hoe heet ik. Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan, de zoon van Isse, de zoon van Guleid, de zoon van Ali, die de zoon is van Wai’ays, die de zoon is van Muhammed, van Ali, van Umar, van het geslacht Osman, de zoon van Mahammud. Ik ben van deze clan. Mijn oervader is Darod, die achthonderd jaar geleden uit Arabië naar Somalië kwam en de grote stam van de Darod stichtte. Ik ben een Darod, een Osman, een Magan. Vorige week was er nog enige verwarring over mijn naam. Hoe ik heet? U weet nu hoe ik heet.”

Het klonk als een opsomming uit Genesis.

En aan het eind, toen ze begrip had gevraagd voor mensen op de vlucht die uit angst een valse naam opgeven, had ze haar identiteit nog eens herhaald. Dat verried een trotse houding, ongebroken. Maar haar stem was minder vast nu. Een moeilijk besluit kondigde zich aan.

,,Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan. Vandaag leg ik mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer neer. Ik ga Nederland verlaten. Verdrietig en opgelucht zal ik opnieuw mijn koffers pakken. Ik ga door. Dank u wel.”

Er klonk een applaus. Ze had vrienden in de zaal.

In de vragen na afloop zei ze zich nimmer slachtoffer te hebben gevoeld. En ze was nog steeds ’gek op Rita’, want het persoonlijke en het politieke moet je scheiden. De geslagene, dat is niet Ayaan, de dochter van Hirsi, de zoon van Magan. De geslagenen, dat zijn wij.

,,Het is een zwarte dag voor ons allemaal,” zei Geert Wilders in het - ook al aangrijpende - Kamerdebat gisteren, ,,het is een zwarte dag voor onze parlementaire democratie.” Nog groter waren de woorden van een lezer op de website van de Frankfurter Allgemeine: ,,Europa,” schreef hij, ,,verliest niet alleen een strijdster voor de mensenrechten. Het verliest zijn zelfrespect, zijn moed, zijn solidariteit.”

,,Het is tijd om je paspoort in te leveren,” zei een verbitterde Gijs van de Westelaken, producent van ’Submission’ in ’Nova’.

Ik blader door het mijne. Lelijk ding. En zo stijf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden