Hoe hou je de oorlogsgeschiedenis levend voor de jonge generatie?

Directeur Dirk Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork: “Je ziet hier de noordzijde van het nieuwe gebouw, de zijde waar al het bezoek langskomt. In de uitstekende glazen vitrine wordt een personenrijtuig geplaatst, als grote blikvanger. Geen vee- of goederenwagen, want nader onderzoek wijst uit dat zeker 60 procent van de gedeporteerden met personenrijtuigen vervoerd werden, al wordt het vaak anders gedacht. Op het kampterrein zijn die goederenwagons overigens wel te zien.”

De herinneringscentra van kampen Westerbork, Amersfoort en Vught gaan op de schop. Ze verbouwen om het verhaal over de Tweede Wereldoorlog aan een jonge generatie te kunnen blijven doorvertellen. Hoe hou je de geschiedenis voor hen levend?

Jeroen van den Eijnde tuurt door de grote glaswand achterin de ontvangsthal van het Nationaal Monument Kamp Vught. Een grote lege betonnen bak en een hoge zandberg ontnemen de directeur het zicht op grimmig prikkeldraad en een oude gereconstrueerde wachttoren. “De verbouwing is in volle gang, zoals u ziet,” lacht hij.

Een eindje verderop schuifelt een schoolklas met pubers langs de plek waar ooit gevangenen uren in weer en wind moesten staan, voor het appel, om geteld te worden door de SS-bewaking. Van den Eijnde: “Net als Amersfoort en Westerbork zijn wij gesitueerd op een plek met een verhaal. Zeker nu de mensen die het zelf hebben meegemaakt er bijna niet meer zijn, komen scholen hier graag heen voor verdieping van de geschiedenisles.”

Ondanks de bouwwerkzaamheden blijft het herinneringscentrum open. Vandaag komen vijftien schoolklassen langs, gisteren waren het er nog zeventien, zowel uit het basis- als het voortgezet onderwijs. Zo gaat het elke weekdag, vertelt Van den Eijnde.

‘Succesvol verder’ heet het dit jaar begonnen bouwproject in Vught. Er komt meer ruimte om jongeren in het kamp beter te ontvangen, zegt hij.

Directeur Willemien Meershoek van Nationaal Monument Kamp Amersfoort: “Op het hoger gelegen deel links zie je waar je binnenkomt in de barak waar de kampcommandant kantoor hield. Met een trap naar beneden kom je in het nieuwe museum, helemaal ondergronds. Er is straks onder meer een muur waarop alle gevangenen worden afgebeeld. Achterin komt de ruimte voor een educatief programma voor de bezoekers.”

Ook in het midden van het land, in Nationaal Monument Kamp Amersfoort, zijn bouwvakkers bezig, hier met een grote ondergrondse ruimte. “Wij hebben nog helemaal geen museum, dat komt er nu wel,” zegt directeur Willemien Meershoek. Wie hier nu komt, krijgt onder leiding van een gids een rondleiding over het buitenterrein. Over een jaar, legt zij uit, kunnen bezoekers in het museum ‘zien en horen’ wat voor kamp dit is geweest. “Het voorziet in een behoefte om dit verhaal aan volgende generaties goed te blijven vertellen.”

In het noordoosten van het land, bij het Drentse plaatsje Westerbork, wordt al net zo hard gewerkt aan behoud van het kampverhaal voor nieuwe generaties. Maar de situatie is wel iets anders, zegt Westerbork-directeur Dirk Mulder.

Hier ligt het museum 2,5 kilometer verwijderd van het kampterrein. Jaarlijks komen zo’n 170.000 bezoekers naar het museum, dat aantal is al een paar jaar stabiel. Zo’n 35.000 daarvan zijn jongeren die met bussen in schoolverband arriveren. Maar hoeveel mensen over het buiten gelegen kampterrein lopen, wordt niet bijgehouden. “Het is minimaal het dubbele van de museumbezoekers, schatten wij, dus tussen de 300.000 en 400.000 mensen jaarlijks.”

Dat zijn er heel veel, vindt hij. Kom bij hem dus niet aan met sombere verhalen over jongeren die niet meer geïnteresseerd zijn in de Tweede Wereldoorlog. “Dat valt in mijn ervaring zo ontzettend mee.” Ook zijn collega’s Van den Eijnde uit Vught en Meershoek uit Amersfoort merken dat jongeren veel belangstelling tonen voor de oorlog.

Stil

Van den Eijnde ziet het elke dag gebeuren. Schoolbussen rijden voor en leerlingen stromen naar buiten, nog uitgelaten en in schoolreisjestemming. Heel snel worden ze stil en raken onder de indruk van de rondleiding. In Vught is nog het originele crematorium te zien waar ruim 750 gevangenen werden gecremeerd, de oude omheining met prikkeldraad staat nog overeind. Daarnaast enkele wachttorens en een gereconstrueerde barak, met de drie hoge houten stapelbedden en de jutezakken met stro als matras. Van den Eijnde: “Dit is het landschap waar het zich allemaal heeft afgespeeld. Dat hangt boven zo’n plek. ”

Scholieren mengen zich nu nog met de individuele, vaak oudere bezoekers en dat geeft soms ergernissen, vervolgt hij. Volle schoolklassen krijgen uitleg, terwijl individuele bezoekers liever in stilte door het kamp lopen. “Daarom komt er aan de achterzijde een educatieve ontvangstruimte van 300 vierkante meter waar straks de schoolklassen apart worden ontvangen door de rondleiders. Dan mixen de twee groepen alleen nog op het buitenterrein.”

In Westerbork gebeurt hetzelfde, ook daar komt een nieuw groot educatief centrum en worden individuele bezoekers van scholieren apart ontvangen. Mulder: “De vloeroppervlakte van het museum verdubbelt van 2000 naar 4000 vierkante meter, om juist die schoolgroepen beter te kunnen opvangen en begeleiden.”

Alleen Amersfoort blijft alle bezoekers mengen, al komt er wel een aparte ruimte in het nieuwe museum voor educatie, vooral gericht op schoolklassen, zegt directeur Meershoek.

Het verhaal

Verandert om een nieuwe generatie te bedienen ook het verhaal dat hier verteld wordt? “Absoluut niet”, zegt Mulder met enige kracht. “Wij vertellen wat dit voor een kamp was, hoe het functioneerde en hoe de Jodenvervolging door de nazi’s in zijn werk ging. Ons verhaal is gebaseerd op historisch onderzoek. Het zou gevaarlijk zijn om de historie aan te passen aan wat jou in het heden het beste uitkomt.”

Wel passen de drie herinneringscentra de presentatie van de tentoonstelling aan voor het jonge publiek. Geen lange teksten meer, maar vormen van interactiviteit. Met schermen waarop straks feiten opgezocht kunnen worden. Met vooral eigen opdrachten die groepjes tot nadenken moet aanzetten.

Mulder geeft een voorbeeld hoe dit voor de hoogste klas van havo/vwo aan te pakken. “We kunnen met hen inzoomen op het systeem van valse hoop, zoals wij dat noemen. Uitleggen hoe de Duitsers de gevangenen het idee gaven dat er nog ontsnappingsmogelijkheden waren.”

De vraag zou dan kunnen zijn: waar zit hem dat dan in?, legt hij uit. “Dan kan je met die leerlingen teruggrijpen op het aloude principe van verdeel en heers. Want zo deden de Duitsers dat. Zij bepaalden het aantal mensen dat op transport moest en de bestemming. Maar ze lieten het aan de gevangenen zelf om te bepalen wie er meegingen. De organisatie deden de gevangenen zelf. Daar kan je dieper op ingaan, zonder een oordeel te geven, hoor. Maar in wat voor omstandigheden zaten die gevangenen: hoe vrij waren ze in hun keuze. Wat waren de gevolgen als je niet meewerkte? Het gaat niet om het antwoord, maar om het nadenken. Die dilemma’s presenteren aan de nieuwe generatie: dát is onze taak.”

Dilemma’s

In het nieuwe museum in Amersfoort worden aan scholieren ook dilemma’s voorgelegd. “Vergelijkingen uit de oorlog staan te ver weg van scholieren”, zegt directeur Meershoek. “Als je vraagt: wat zou jij doen als er een pistool tegen je hoofd staat, doorslaan of niet? Dan is het toch lastig om je daarin te verplaatsen.”

Directeur Jeroen van den Eijnde van Nationaal Monument Kamp Vught: “Achter deze vernieuwde toegang voor alle bezoekers komt straks een aparte educatieve ontvangstruimte van 300 vierkante meter, speciaal voor schoolgroepen. Vandaar kunnen ze door een deur achter op het buitenterrein komen om ook de fysieke gebouwen van het kamp en het prikkeldraad te zien.”

Daarom worden hier straks situaties uit de huidige tijd voorgelegd, zegt zij. “Bijvoorbeeld: je loopt met een groep vrienden over straat, je ziet twee homo’s lopen en iemand uit jouw groep maakt een discriminerende opmerking, wat doe je dan? Ga je meelachen? Je wilt laten zien hoe gemakkelijk dat gaat. En dat je een ander toch schade berokkent. Die bewustwording bij jongeren, daar gaat het ons uiteindelijk om.”

Alleen historische feiten oplepelen, werkt voor jonge generaties niet, denkt ook Van den Eijnde uit Vught. Op school leren leerlingen over de waarde van vrijheid en de democratische rechtsstaat, maar nergens wordt zo duidelijk waar dat over gaat als achter het fysieke prikkeldraad van dit kamp, zegt hij. “Wij willen jonge mensen duidelijk maken dat er ook in onze tijd keuzes te maken zijn. Ons motto is al jaren: herdenken is nadenken.”

In de plaats Vught zelf is bijvoorbeeld veel discussie gevoerd over ‘omstanderschap’ in de oorlog, vervolgt hij. Er zijn mensen die snel de gordijnen dichtschoven als de stoet gevangenen langsliep. Er waren ook mensen die eten voor hen neerlegden. “We praten met de jongeren over de moed van gewone mensen onder ongewone omstandigheden.”

Facebook

Het uiteindelijke doel is jongeren duidelijk te maken dat ook zij in de huidige tijd moreel bewuste keuzes kunnen maken. “Als iemand voor je neus in elkaar wordt geslagen, wat doe je dan? Dat is een vraag die we stellen. Loop je snel door, ga je er iemand bijhalen? Of ga je met je mobiel er bovenop zitten en zet je de beelden op Facebook voor de sensatie?”

Persoonlijke verhalen van gevangenen zullen straks in alle drie de nieuwe tentoonstellingen centraal staan. Zowel in de ruimtes voor de volwassenen als in die voor schoolgroepen. Mulder: “Via persoonlijke verhalen van gevangenen komen we dan tot de essentie: het is mogelijk gebleken om een hele bevolkingsgroep uit je samenleving te lichten en zonder al te veel problemen weg te voeren en te vermoorden. Je wilt duidelijk maken: wat hier gebeurde, kan weer gebeuren.”

1.Westerbork:

Oorlogstijd: Tussen 1942 en 1945 werden 107.000 Joden uit Nederland, grotendeels via doorgangskamp Westerbork, naar vernietigingskampen in Oost-Europa weggevoerd. Eenzelfde lot wachtte 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders. In totaal keerden slechts 5.000 mensen terug.

Heden: Herinneringscentrum Westerbork, geopend in 1983, trok na de opening zo’n 45.000 bezoekers per jaar. Inmiddels zijn dat er 170.000, van wie 35.000 jongeren die met hun school komen.

2.Vught

Oorlogstijd: Kamp Vught was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp buiten nazi-Duitsland. De SS had behoefte aan ruimte omdat de doorgangskampen in Amersfoort en Westerbork de toenemende stroom gevangenen niet meer konden verwerken. Het kamp opende in januari 1943 en werd in oktober 1944 ontruimd. Op deze plek zaten in die oorlogsperiode in totaal 32.000 mensen gevangen, onder wie 12.000 joden en verder veel politieke gevangenen, vaak verzetsmensen.

Heden: De helft van de ruim 72.000 bezoekers die jaarlijks naar Nationaal Monument Kamp Vught komt, is met zijn of haar schoolklas mee. Dit herinneringscentrum werd in 1990 geopend.

3.Amersfoort

Oorlogstijd: In het kamp verbleven in de jaren 1941-1945 ruim 35.000 geregistreerde gevangenen, vooral politieke gevangenen, verzetsmensen, geestelijken en mensen die de Arbeitseinsatz ontdoken. 23.000 zijn doorgevoerd naar andere kampen Ongeveer 700 mensen zijn in of rond het kamp doodgegaan; de helft vanwege honger en mishandeling, de andere helft door executie.. Er zijn ook mensen vrijgelaten of ontsnapt.

Heden: Circa een derde van de 30.000 jaarlijkse bezoekers aan Nationaal monument Kamp Amersfoort bestaat uit schoolklassen. Je kunt er nu nog alleen met een gids uitleg krijgen op het buitenterrein. Straks is er voor het eerst hier een museum.

Lees ook: 

Kamp Westerbork koopt originele treinwagons

Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft in Duitsland vijf originele goederenwagons aangekocht die de nazi’s hebben gebruikt tijdens de oorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden