Hoe hou ik de mensen wakker?

De try-outs van een nieuwe voorstelling zijn de engste momenten voor een cabaretier. Ook als je Erik van Muiswinkel heet en al dertig jaar op het podium staat. Rinske Wels volgde het ontstaan van zijn voorstelling 'De Olieworstelaar', die komende week in première gaat.

Maak kennis met Erik van Muiswinkel, gevierd cabaretier. Met zijn vorige show 'Schettino!' won hij de Poelifinario, de prijs voor het beste cabaretprogramma. Daar kan hij niet lang op teren. Elke cabaretier maakt, door de bank genomen, iedere twee jaar een compleet nieuwe show. En dus moet een grote cabaretier altijd weer klein beginnen.

MEI 2015

Een van de eerste try-outs van 'De Olieworstelaar' vindt plaats in theater Pepijn in Den Haag. Een zaaltje waar krap honderd mensen in passen. Die zitten er ook. Klaar om de eerste hersenspinsels van de cabaretier te bekijken. Erik deelt de avond met Hans Sibbel, alias Lebbis. Hij komt op met zijn leesbril op zijn hoofd en papieren in zijn hand. Daar staan de verhalen op die hij kortgeleden heeft bedacht. Hij vertelt over olieworstelen en hoe hij daar een metafoor in ziet voor het leven. Vergezeld van het commentaar 'dat ga ik nog uitwerken'. Hij vertelt hoe hij te gast was bij toneelgezelschap Nachtgasten en een hele voorstelling moest improviseren. En hij draagt op tien manieren de zin 'Ik ben geen acteur, ik ben een cabaretier' voor. Opdracht van zijn regisseur Koos Terpstra, zegt hij erbij.

Dit zijn de engste momenten voor een cabaretier in de aanloop naar een nieuwe voorstelling. Het materiaal is pril, hij weet nog niet wat de reacties zullen zijn, de grote lijn is misschien wel vaag duidelijk, maar hoe en wat precies? En dan zitten daar dus wel zo'n honderd mensen - betalende bezoekers - die toch het een en ander verwachten.

Wat Erik nagaat, of eigenlijk proeft tijdens die try-outs is: is dit onderwerp goed? Houdt het de mensen wakker? Die opsomming die hij maakt, van alle spullen die hij in huis heeft, werkt die? Het is een idee waar hij al langer mee rondliep, want dat is ook wat hij doet voor een nieuwe voorstelling: graven in zijn eigen oude ideeën. Erik noemt letterlijk alles op aan spullen die hij heeft. Geïnspireerd door het fascinerende fotoboek 'Material World', waarin Peter Menzel mensen over de hele wereld fotografeerde voor hun huis, met al hun bezittingen uitgestald. "Ik wil daarmee een heel complex aan thema's aanroeren: bezit, vluchten en doe je dat dan met je spullen, wat laat je achter? Hoe arm of rijk ben je? Hangt je identiteit af van wat je bezit? Maar ook: kan ik een Toon Hermans-achtig effect bereiken door met die opsomming zo lang door te gaan dat het vanzelf leuk wordt? Moet ik er een stemmetje bij doen? Moeten er losse grappen in of juist puur die opsomming? Bij een vroege try-out kan ik dat allemaal testen omdat ik de tijd heb. Het maakt niet uit of het drie uur duurt of drie kwartier, niks hoeft nog te kloppen. Dus ik gooi zoveel mogelijk op en probeer zoveel mogelijk verschillende manieren uit om zo'n nummer te doen."

FEBRUARI 2014

Een stap terug in de tijd. Omdat Erik eigenlijk altijd met anderen het podium heeft gedeeld - of dat nou Diederik van Vleuten was met wie hij zes theaterprogramma's

maakte of de band Omnibuzz, die hem in zijn afgelopen twee voorstellingen begeleidde - voelt hij de noodzaak om het nu eens helemaal alleen te doen. Hij wil de vrijheid om te kunnen doen en laten wat hij wil. Als hij de boel ter plekke om wil gooien, kijkt niemand raar op. Als hij een bepaalde scène kwaad wil spelen in plaats van lief, krijgt hij achteraf geen mot. Als hij even iets over wil slaan omdat hij daar vandaag zin in heeft, kan dat gewoon. "Het type voorstelling dat ik maak is natuurlijk geen hecht kunstwerk zoals een toneelstuk of een musical waarbij alles vastligt en dichtgetimmerd is. Ik vertel een verhaal en dat kan op een heleboel manieren en ik blijf door de maanden heen denken: misschien is er voor dit stukje nog wel een andere manier, om het nog beter te maken. Vaak is dat ook zo."

En dus zegt hij in februari 2014 de samenwerking met zijn band Omnibuzz op, waar hij op dat moment nog zijn voorstelling 'Schettino!' mee speelt. Zo'n drastisch besluit neemt hij intuïtief. Hij noemt het 'een openbaring'. "Er flitst iets door je hoofd. Ik weet, wat voor ellende het ook met zich meebrengt: dit moet ik doen."

APRIL/MEI 2015

De cabaretier trekt zich twee weken terug in een hutje in het bos om in alle rust te schrijven aan 'De Olieworstelaar'. Hij weet dat hij 15 mei voor het eerst moet voorlezen. Dan moet er vijftig minuten materiaal zijn. "Daar ben je snel aan als je een paar dingen hebt. En je hebt altijd nog de mogelijkheid om een oude sketch te doen." Erik heeft zich dan voorgenomen, in tegenspraak met zijn karakter, alle angsten die opdoemen bij de wetenschap aan die allereerste try-out én de wil om het onder controle te hebben: ik trek me niets aan van de zes try-outs die er staan, ik ga met Lebbis op stap en ik zie het wel.

ZOMER 2015

Erik herschrijft 'De Olieworstelaar', hij neemt alle ervaringen van de handvol try-outs mee. En praat ondertussen veelvuldig met zijn regisseur, Koos Terpstra, een proces dat door zal gaan tot aan de première begin december. Koos probeert bij Erik iets aan te boren wat hem interesseert als hij naar Erik zou kijken als publiek, hij daagt Erik uit om te morrelen aan diens imago als getapte entertainer.

Nu is regisseren in het cabaret iets aparts. Daar is geen handleiding voor. Het gaat in ieder geval niet om de visie van de regisseur, zoals bij een toneelstuk, maar om de maker zelf. Dat maakt het tegelijkertijd een heel persoonlijke kwestie, dus moet de regisseur iemand zijn die de cabaretier vertrouwt. De regisseur schaaft bij waar hij kan en waar de cabaretier het toelaat. Maar de cabaretier heeft het laatste woord. "Waar ik mee worstel is mijn toon", zegt Erik, "en daar kan Koos mij bij helpen. Al mijn verhalen hebben de neiging om dezelfde kleur aan te nemen. Ik heb een verteltrant waar ik ongelooflijk veel aan gehad heb: mensen luisteren er graag naar, ik kan er grappen in kwijt, ik weet hoe ik erin moet timen. Er stonden dan altijd anderen tegenover mij met een andere toon, of ik zong een liedje tussendoor. Zo ontstond vanzelf afwisseling. Nu ben ik de hele avond alleen op het podium en moet ik leren de verhalen verschillend te brengen, maar altijd oprecht en alsof mijn leven ervan afhangt. Dat is technisch heel moeilijk, omdat ik gewend was om op een lekkere verteltoon de mensen te behagen."

OKTOBER 2015

Een try-out in theater De Luifel in Heemstede. De avond heeft al veel meer lijn en er zitten meer grappen in dan bij de voorlees-try-out in Pepijn. Een decor is er nog niet echt. Er hangen wat doeken en er staat een fles olijfolie op een tafeltje. De opsomming van de spullen zit er nog in. Maar de tien manieren om een zin te zeggen zijn eruit en Eriks improvisatie-ervaring met Nachtgasten was eerst een los verhaal, maar vormt nu aan het eind van 'De Olieworstelaar' een metafoor voor het leven zelf, waarin we continu improviseren.

De voorstelling is persoonlijk, existentialistisch en eigenlijk heel kwetsbaar. Bewust. "Ik wil iets proberen wat ik nog niet eerder heb gedaan, dat is interessant en spannend. Het gekke is dat ik me, veel minder dan vroeger, druk maak om hoeveel er gelachen wordt. Ik raak minder in paniek als ik niet precies weet wat ik ga doen omdat ik er gewoon nog niet ben. Nu denk ik: ik zie het wel op het moment zelf. Dat kan, want ik heb alles in eigen hand."

Een cabaretier is soms net een dirigent. Hij houdt de spanningsboog van de hele avond in zijn hand en leidt zijn publiek van geconcentreerd luisteren via een lachsalvo naar ontroering en terug. "Ik voel de hele tijd de straling van de zaal. Ah, hier duurt het te lang, daar heb ik ze een bepaalde richting in gestuurd. Ze hebben veel gelachen, dan kan ik het niet maken om nu die afslag te nemen. Of je weet dat een bepaald nummer goed is, maar het doet niks. Dan moet het blijkbaar op een andere plek. Dat soort kleine gevechtjes binnen een voorstelling lever je tig keer."

NOVEMBER 2015

Het toewerken naar de première, begin december, is in volle gang. In Kampen staat, zonder dat Erik het echt goed door heeft gekregen, een proefopstelling van het decor, omdat lichtontwerper Marc Heinz en zijn assistent komen kijken. Om vier uur 's middags blijkt dus dat Erik moet spelen 'in een soort uitdragerijtje'. En als je nog niet zeker bent van je materiaal is zoiets een regelrechte dreun. Op dat moment verkneukelt regisseur Koos zich: hoe redt Erik zich hieruit? Erik: "Ik zat echt heel diep op de bodem op dat moment. En dan gaat het erom: put ik daar toch kracht uit?"

Dat blijkt wonderwel te lukken.

In deze laatste fase is de lijn van de voorstelling weliswaar duidelijk, maar nog steeds kunnen scènes en sketches wijzigen en van volgorde veranderen. Dat betekent: tot op het laatst nieuwe verhalen en grappen schrijven. Eigenlijk moet je het hele idee van een première uit je hoofd zetten, vindt Erik. De voorstelling moet op een gegeven moment wel klaar zijn voor de grote zaal en dan moet hij zeker van zijn zaak zijn. Maar hij weet ook: echt af is het niet. Want dat heeft nog minimaal een half jaar spelen nodig. Tijd waarin hij de finesses opzoekt en waarin verborgen grappen naar boven komen. Een goeie cabaretvoorstelling is nooit af. Waarom is dat? "Daar kun je een heleboel theorieën op loslaten, maar ik denk omdat cabaret heel persoonlijk is. Ik ben de maker van het materiaal. De sleutel van een cabaretvoorstelling is dat ik een verbond heb met het publiek in de zaal: dit is vanavond speciaal voor jullie. Hoe mijn humeur is, hoe mijn dag is geweest, blijft weg. Dat maakt het spannend en levendig."

DECEMBER 2015

Een nieuwe voorstelling maken is ruim een half jaar lang dag en nacht werken. Overdag schrijven, 's avonds uitproberen, 's nachts piekeren en zoeken naar een oplossing voor een stukje dat nog niet voldoet. Elk van de honderd minuten van 'De Olieworstelaar' heeft onder het vergrootglas gelegen en is getest.

Daar heeft Erik dertig try-outs voor nodig gehad. Dat vinden mensen veel, merkt hij, en dan zeggen ze: "Ken je het nou nog niet uit je hoofd?" Terwijl hij bij de tweede try-out na de zomer zijn blaadjes papier expres heeft weggegooid, omdat hij er niet aan wilde blijven hangen.

"Mijn allerlaatste zorg is of ik het wel uit mijn hoofd ken of niet." Hij blijft schaven aan zijn programma en speelt daar de komende anderhalf jaar mee in theaters door het hele land.

Erik van Muiswinkel - De olieworstelaar

Erik van Muiswinkel

Frederik Leendert (Erik) van Muiswinkel wordt op 4 augustus 1961 geboren in Eemnes. Hij wint met trio Zak & As in 1985 het Leids Cabaret Festival en is sinds die tijd cabaretier, (liedjes)schrijver, acteur en televisiemaker (o.a. Kopspijkers, Studio Spaan, Cojones en natuurlijk sinds 2003 Hoofdpiet). Hij maakte de laatste jaren zes voorstellingen met Diederik van Vleuten, twee oudejaarsconferences en twee solovoorstellingen met band. Nu zijn alle helpers weg en staat hij volledig solo op de bühne. De Olieworstelaar, zijn nieuwste, gaat op 10 december in première.

Info: www.bunkertheaterzaken.nl/ erik-van-muiswinkel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden