InterviewJan van der Stoep

Hoe hoop mensen kan verbinden, ook tijdens een crisis

Beeld AP

Hoop is een deugd die onderdeel moet worden van ons karakter, zeggen de samenstellers van een bundel over hoop. En die kunnen we op alle fronten van ons leven gebruiken.

Flexibiliteit, vitaliteit, stressbestendigheid – dat zijn, zou je zeggen, karaktertrekken waarop het bedrijfsleven zit te wachten. Juist in tijden van crisis. Hoop, verwachting, vertrouwen, zijn dat geen softe deugden voor de privésfeer? Jan van der Stoep denkt van niet. Hij is lector bezieling en professionaliteit aan de Christelijke Hogeschool Ede en bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan Wageningen University & Research en hij is een van de samenstellers van de bundel ‘Met verwachting handelen; hoop en professionele vorming’. Uitgangspunt: als professionals bronnen van hoop weten aan te boren, kunnen zij mensen helpen om op een nieuwe manier naar hun situatie te kijken en daaruit kracht te putten. Maar dan praat je niet over hoop op een luilekkerland, of hoop dat je zonder moeite bijvoorbeeld je examen kunt halen.

Om uit te leggen wat goede vormen van hoop zijn, citeert Van der Stoep de apostel Paulus: ‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde’. De uitspraak van Paulus wordt vaak gezien als een opsomming van losse eenheden, zegt Van der Stoep. “Maar geloof en hoop zijn onlosmakelijk met de liefde verbonden”.

Wat is dan het verschil tussen de hoop op een luilekkerland en de hoop van Paulus? 

Van der Stoep: “Wij noemen hoop een perspectief dat aanzet tot handelen. Hoop zorgt dat mensen in beweging komen. Hoewel wij nog midden in de coronacrisis zitten, nauwelijks weten hoe we er over een paar maanden voorstaan, zorgt hoop ervoor dat we niet fatalistisch­­ op de bank gaan zitten.”

Van der Stoep ziet dat zorgvuldig balanceren tussen hoop en wanhoop ook in de taal die de ministers en het RIVM gebruiken. “Zij kiezen hun woorden zorgvuldig. De hoop dat de curve afvlakt, zorgt ervoor dat mensen beter luisteren naar de adviezen van de deskundigen.”

Met hun boek willen de auteurs het begrip ‘hoop’ van de privésfeer naar de private sfeer halen en daarmee het onderwijs op de Christelijke Hogeschool Ede, waar ze werkzaam zijn, dienen. “Want ook in ons werkende bestaan hebben we veel aan hoop.”

Uitgangspunt was de vraag: zou het kunnen zijn dat een arts, een verpleegkundige, een leraar of een journalist die goed met hoop, wanhoop, valse hoop weet om te gaan een betere professional wordt? 

Laten we ze langslopen, wat hebben een arts en de verpleegkundige in deze tijd aan hoop?

“Voor mij is het belangrijk te benadrukken dat hoop niet hetzelfde is als optimisme. Het gaat mij niet om de arts die zegt: ‘Ach we komen hier wel doorheen, we hebben voor hetere vuren gestaan’. Zo’n arts is een optimist of iemand die valse hoop wekt.”

Wat is dan het verschil tussen hoop en valse hoop? 

“Een arts die blijft doorbehandelen, terwijl hij weet dat het perspectief van een patiënt uitzichtloos is, biedt valse hoop. Zou hoop er op een gegeven moment ook niet uit kunnen bestaan, dat een mogelijkheid wordt gecreëerd om op een goede manier afscheid te nemen?”

De leraar, wat heeft hij aan hoop? 

“Wij hebben onderzoek gedaan naar een school in een achterstandswijk, waar docenten de leerlingen elke dag het gevoel wisten te geven: vandaag is een nieuw begin. Leerkrachten vertelden ons dat zolang zij hoop hielden, zij inventief bleven. Ze hielden de moed erin en ontdekten nieuwe kansen. Bij de leraren op deze school zag je heel sterk dat hoop verbonden is met geloof en liefde. De leraren worden vaak genoeg teleurgesteld door wat leerlingen denken of doen, maar toch blijven ze geloven in deze leerlingen. Dat kan alleen­­ als je liefde voor hen voelt.”

Dan de journalistiek, die heeft toch meer aan de werkelijkheid dan aan hoop? 

“In de journalistiek heb je de beweging van constructive journalism, die ervan uitgaat dat het geen zin heeft alleen pessimistisch getoonzet nieuws te verspreiden. Nieuws, zo stellen zij, moet een handelingsperspectief bieden, anders verliezen we ons vertrouwen of geloof in de mens en worden we cynisch. Ook hier zie je weer dat hoop en geloof nauw verbonden zijn.”

Hoop zorgt ervoor dat je je doelen kunt halen, als arts, verpleegkundige, leraar, journalist?

“Nee, hoop heeft meer met vertrouwen te maken dan met planmatig handelen, hoe belangrijk dat laatste ook is. Hoop is een deugd, waaraan je moet werken om die deel uit te laten maken van je karakter. Aristoteles zag een deugd als het juiste midden tussen twee mindere eigenschappen. Zo zou ik hoop het midden noemen tussen wanhoop en een teveel­­ aan hoop. Als je hoopt op iets dat niet realistisch is, kun je zomaar opbranden. Je kunt valse hoop hebben. Dan richt je je op de verkeerde dingen, of je stelt je verwachtingen niet op tijd bij.”

Omdat hoop een deugd is, een karaktertrek, vindt Van der Stoep dat we hier in het onderwijs attent op moeten zijn. “Het gaat niet alleen om de vaardigheden die we studenten bijbrengen, maar ook om met studenten te oefenen hoe ze met weerstand moeten omgaan.”

Zelf begeleidt Van der Stoep diverse promotietrajecten. Bij bijna elke promotie komt er een moment dat een promovendus het even niet meer ziet zitten. “Dan moet je er als promotor of copromotor echt zijn, als mens. Een promotietraject moet leiden tot een proefschrift, maar minstens zo belangrijk is dat het een oefening is in karakter. Hoop heeft met geleefde ervaring te maken.” “Hoop is een deugd waar je elkaar voor nodig hebt. Dat geldt ook voor de crisis waar we nu in zitten. Ik hoop dat we deze crisis zullen gebruiken om na te denken over hoe we de samenleving georganiseerd hebben. Draaien we samen niet te veel door, op ons werk en op vakantie, en ontdekken we nu dat het leven ook een tandje lager geleefd kan worden? Is het niet nu de tijd, dat we moeten nadenken over onze mondiale verwevenheid? Zijn we niet naïef geweest het zo ver te laten komen dat mondkapjes praktisch alleen nog in China geproduceerd worden? Vanuit deze donkere crisis hoop ik op een goede wending.”

‘Met verwachting handelen; hoop en professionele vorming’, onder redactie van Jan van der Stoep, René Erwich en Danielle van de Koot-Dees is verschenen bij KokBoekencentrum.

Lees ook:

Joris Luyendijk: Hoop kan gruwelijk zijn, dus hoop met mate

Joris Luyendijk is een man die misstanden blootlegt, maar wil het daar niet bij laten. Een positief vergezicht is nodig, stelt hij naar aanleiding van het boek ‘Hoop’, waaraan hij meewerkte. ‘Mensen motiveren via het negatieve leidt niet tot verbetering.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden