Hoe Hofstadgroep toch terroristisch bleek

Hofstadgroep-verdachte Jason W. arriveert bij de Bunker in Amsterdam-Osdorp. (FOTO ED OUDENAARDEN, ANP) Beeld
Hofstadgroep-verdachte Jason W. arriveert bij de Bunker in Amsterdam-Osdorp. (FOTO ED OUDENAARDEN, ANP)

amsterdam – - Er waren angstaanjagende geschriften van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, en anderen met extreem radicale opvattingen. Maar het gerechtshof in Den Haag zag drie jaar geleden in de bewegingen van de zeven leden van de Hofstadgroep geen juridisch houvast om deze organisatie als terroristisch netwerk neer te zetten.

Het gerechtshof in Amsterdam zette vrijdag helder uiteen dat de groep die korte tijd zoveel onrust in Nederland veroorzaakte wel degelijk een (terroristische) criminele organisatie is. Het hof zit hiermee op één lijn met de rechtbank die in maart 2006 bepaalde dat de Hofstadgroep het oogmerk had ’terroristische misdrijven te plegen’.

Zonder wezenlijk nieuwe feiten vernietigde het hof in Den Haag in januari 2008 het rechtbankvonnis. Het één noch het ander was opmerkelijk, maar wat het dossier bijzonder maakte, waren de uiteenlopende interpretaties. De rechtbank stelde dat ’alle verdachten tot een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband behoorden, dat tot oogmerk had het plegen van de misdrijven opruiing, het aanzetten tot haat, bedreiging en bedreiging met terroristische misdrijven’.

Het gerechtshof stelde niet te twijfelen aan het bestaan van de Hofstadgroep. Maar voor een ’gestructureerd samenwerkingsverband’ met ’gemeenschappelijke regels en doelstelling’ vond het hof geen bewijs. Dat stelde verder dat de omstreden geschriften van Sjeik al Islaan ibn Taymiyya (’De verplichting van het doden van degene die de Profeet uitscheldt’) en van Mohammed B. slechts in ’taalkundige zin als opruiend en of bedreigend’ konden worden gekwalificeerd. Strafrechtelijk, oordeelde het hof, was dit niet relevant, nu van opruiing in het openbaar geen sprake was.

De reacties verschilden. In NRC Handelsblad noemde hoogleraar islam Maurits Berger het arrest van het hof in Den Haag een ’overwinning voor de rechtsstaat maar een probleem voor politie en justitie’. Anderzijds was er de na dit arrest toch relevante vraag wie in Nederland dan nog wél als terrorist kon worden aangemerkt. Het kennelijke juridische onbehagen was voelbaar tot aan de Hoge Raad, die begin dit jaar aangaf dat het hof in Den Haag ’te strenge eisen’ had gesteld om deelname aan een criminele of terroristische organisatie te bewijzen.

Ook op een ander punt bleek het hoogste rechtscollege het oneens met het Haagse hof. Dat stelde dat het aanzetten tot haat slechts strafbaar zou zijn wanneer deze uitingen zijn gericht tegen kwetsbare minderheden. De Hoge Raad vond hiervoor geen steun in de wet en gelastte het proces tegen de zeven Hofstadverdachten deels over te doen. In zijn arrest van vrijdag keert het Amsterdamse hof nu weer terug naar het vonnis dat de rechtbank vier jaar geleden uitsprak.

Dat het Openbaar Ministerie tevreden is over het arrest, laat zich raden. Tegelijkertijd bestaat de kans dat de verdachten in cassatie gaan bij de Hoge Raad.

Voor de meeste veroordeelde leden van de Hofstadgroep zal dat fysiek geen gevolgen meer hebben. Zij hadden hun straf er al op zitten, alleen voor de langdurig veroordeelden Jason W. en Ismael A. geldt dat niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden