Hoe het woord 'Mocro' zijn onschuld verloor

Beeld studio Vonq

Nog niet zo lang geleden stond 'Mocro' voor stedelijk en hip, nu gaat het in de media bijna dagelijks over de 'Mocro-maffia'. 'We moeten het woord terugclaimen.'

Al op de basisschool van Omar Dahmane in Amsterdam-Noord zong het woord 'Mocro' rond. Het was voor de 28-jarige rapper onder zijn hiphopnaam bekend als Ome Omar een kortere aanduiding voor Nederlandse 'Marokkaan'.

Voor hem was het simpel: "Wij gebruikten het omdat het korter was. Daarnaast was het een aanduiding voor het land, Marokko. We gingen bijvoorbeeld naar Mocro op vakantie. Verder? Tja, ik ben zelf Marokkaan, dus ik heb niet echt negatieve associaties met dat woord. Het was en is heel neutraal voor mij. En in de hiphop is dat ook zo."

Met het nummer 'Leipe mocro flavour' introduceerde rapper Ali B in 2004 het woord bij het grote publiek. Op den duur refereerde Ali B graag aan zichzelf als 'leipe Mocro', straattaal voor 'gekke Marokkaan'. Zo werd het woord gemeengoed onder Nederlandstalige hiphopartiesten.

Inmiddels klinkt het woord Mocro bijna dagelijks op het journaal, in de kranten en op sociale media. Dan gaat het over de zogenoemde 'Mocro-maffia'. Een verzamelnaam voor een tak van de georganiseerde misdaad, bekend om het grof geweld, geleid door criminelen van voornamelijk Marokkaanse, maar ook van Antiliaanse en Nederlandse komaf. Wilde schietpartijen, een vergismoord, een brutale onthoofding teisterden de afgelopen jaren Nederland. De term Mocro-maffia bedachten journalisten Wouter Laumans en Marijn Schrijver als titel voor hun boek over de Amsterdamse onderwereld, dat in 2014 uitkwam.

Lading

Zo krijgt het woord langzamerhand een andere lading - en gaan er stemmen op niet langer achteloos Mocro te gebruiken. Advocaat Gerard Spong maakte in het SBS-programma 'De Raadkamer' bezwaar tegen het woord. Het is 'vooroordeelbevestigend', zei hij. "Ik praat toch ook niet over blanco-maffia?"

Ook Raja Felgata, journalist en hoofdredacteur van 'De Kleurrijke Top 100', ziet de benaming meer en meer als een probleem. Vroeger noemde ze zich ook weleens 'een trotse Mocro', zegt ze. "Op een luchtige manier, zoals bij Ali B. Die Leipe Mocro Flavour zongen we toen nog allemaal mee, maar dat is allang niet meer het geval. De onschuldige klank is verdwenen."

Het woord legt zo'n stigma op de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap, dat het zich ontwikkelt tot scheldwoord, zegt Felgata. "Sinds we continu gebombardeerd worden met het woord Mocro in relatie tot de georganiseerde criminaliteit is dat onontkoombaar. Het vat samen hoe veel Nederlandse mensen de Marokkaanse gemeenschap zien: als een stelletje criminelen. Ik kan het woord daar zelf niet meer van loskoppelen. Het wordt eerst van ons afgenomen, en vervolgens ook nog negatief gemaakt."

Verandert die gevoelswaarde van het woord dan? Volgens taalkundige Leonie Cornips van het Meertens Instituut verschuift de betekenis inderdaad. Al is er ook nu niet één betekenis, zegt Cornips. "Bij elke groep roept het woord een ander gevoel op. Mocro is niet per definitie negatief, positief, of neutraal. De context en de persoon die het uitspreekt bepalen welke lading het krijgt."

Begin deze eeuw deed Cornips onderzoek naar jongeren in de Rotterdamse wijk Feijenoord. Daar kwam ze het woord Mocro ook tegen. "Surinaams-Creoolse jongeren gebruikten het op een positieve manier. Uit joligheid naar hun Marokkaanse vrienden toe. Ze vonden hen gewoon leuk."

Jongerentaal

De oorsprong van het woord ligt niet in Marokko, maar in Nederland. In de jaren negentig kwamen in jongerentaal opvallend veel woorden die zijn afgekort en eindigen met een 'o'. Uit die tijd stamt 'Limbo' voor Limburger, 'Brabo' voor Brabander, 'lesbo' voor lesbienne, en 'travo' voor travestiet. Maar ook woorden als 'aso' voor asociaal, en 'weirdo' voor een zonderling persoon. Vijftien van dit soort woorden belandden uiteindelijk in de Dikke van Dale.

Via de hiphop- en straattaal sijpelt het door onder jongeren die geen Marokkaanse achtergrond hebben, zegt Cornips. "Een woord als Mocro wordt gezien als stedelijk, hip en cool. Die connotaties krijgt het allemaal toebedeeld."

Marokkaanse jongeren zelf zien Mocro nog niet als scheldwoord, weet criminoloog Abdessamad Bouabid van de Erasmus Universiteit Rotterdam uit zijn lopende onderzoek naar negatieve labels voor Nederlandse Marokkanen in mediadiscours. Dat leverde een lange lijst met scheldwoorden op. "Kutmarokkaan, Syriëganger, loverboy, plofkraker, noem maar op. Maar Mocro kwam ik niet tegen."

Toch zet Bouabid vraagtekens bij de manier waarop de media het woord gebruiken. Al langere tijd bestaat er een angst voor Marokkanen die aanleunt tegen racisme, zegt hij, gebaseerd op de gedachte dat zij inherent crimineel of gewelddadig zouden zijn. Kort samengevat als 'het Marokkanenprobleem'. "In het het woord Mocro-maffia klinkt een etnisering van sociale problemen door. En dat is stigmatiserend. Dat is typisch Nederlands en heet culturisme", zegt hij. "Is er criminaliteit in de Antilliaanse gemeenschap, dan wordt er gewezen naar de machocultuur van de Cariben. Worden vrouwen lastiggevallen in Noord-Afrikaanse landen, dan stellen vrouwen daar niks voor. Zo is het ook met de Nederlands-Marokkaanse maffia. Over elk probleem gaat een Marokkaans sausje, en dan klinkt het: binnen die gemeenschap is een cultuur van wantrouwen. Maar wie zegt dat je de verklaring daar moet zoeken? Ze zijn tenslotte in Nederland opgegroeid. En uit zoveel culturen zitten er mensen in de criminaliteit."

Ook lector aanpak jeugdcriminaliteit Jan Dirk de Jong van de Hogeschool Leiden houdt zich bezig met groepsgedrag onder Nederlands-Marokkaanse jongens. In 2009 pleitte hij ervoor om het woord Mocro te gebruiken voor Nederlandse overlastgevende straatjongens van Marokkaanse afkomst, en die zo te onderscheiden van de 'nette' jongeren van Marokkaanse afkomst die geen overlast veroorzaken of crimineel zijn. "Dan kun je preciezer zijn over wie je bedoelt binnen een etnische gemeenschap, en los komen van de discussie over dé Marokkaanse cultuur."

Te beladen

Al lijkt zijn idee navolging gevonden te hebben, inmiddels neemt hij er zelf afstand van. "De term is te beladen geworden, en daarmee uitermate ongeschikt", zegt hij. "Ik wilde juist níet de link leggen tussen Mocro en criminaliteit. Maar nu de term plots wordt geassocieerd met die zeer heftige liquidaties, heeft het alsnog een stigmatiserend effect. De term is helemaal doorgeslagen."

Journaliste Raja Felgata ziet parallellen met het 'n-woord' (voor 'neger'). "Ik vind dat het woord Mocro zo gecriminaliseerd is dat het haast net zo'n negatieve lading voor ons begint te krijgen als het n-woord voor de zwarte gemeenschap. Let wel, het heeft echt niet dezelfde lading. Maar toch gebruik ik het woord al niet meer, ook niet meer als grap. De zwarte gemeenschap accepteert het n-woord ook niet meer. Dus wil ik de Marokkaanse gemeenschap oproepen om dat woord ook niet meer te gebruiken. Natuurlijk moeten we de criminaliteit aanpakken en benoemen. Maar we hoeven het niet te benoemen met Mocro."

In de Amerikaanse hiphop- en rapscene komt het n-woord veelvuldig voor. Dat is de enige context waarin het nog geaccepteerd wordt - al is er ook kritiek. "Die lijn moeten we doortrekken naar het woord Mocro", zegt Felgata. "Artiesten die zich trots Mocro noemen, moeten net als de media hun verantwoordelijkheid nemen. Dat kan lang duren, in Amerika is het ook een proces.

"De helft van de zwarte gemeenschap gebruikt het n-woord bewust niet meer, de andere helft zingt het nog doodleuk mee. De geschiedenis laat zien dat de context van het n-woord anders is. Maar ik wil voorkomen dat wij straks de geschiedenisboeken ingaan als Mocro's en dat de enige associatie die het oproept verderf is en dat wij als gemeenschap dit stempel moeten dragen van deze opportunistische media-terminologie."

Overdreven

Ome Omar behoort tot de rappers die het n-woord niet zo erg vinden. De vergelijking met Mocro gaat mank, zegt hij, omdat de oorsprong van de woorden anders is. Het probleem met het n-woord is dat het teruggaat op hoe witte eigenaren hun slaven noemden. 'Marokkanen' zijn gewoon Marokkanen. En ja, het woord Mocro wordt de laatste jaren steeds meer door witte mensen gebezigd. Maar het heeft geen koloniale lading, het is gewoon een heel algemeen woord."

Hij vindt het overdreven om het woord zo te problematiseren. "Laat de taal gewoon haar eigen leven leiden. Ik denk dat er genoeg andere dingen zijn die de Marokkaanse gemeenschap stigmatiseren of naar beneden halen. Het woord Mocro is echt het minste probleem. Sterker, ik vind het juist wel cool dat het woord wordt gebruikt: het introduceert mensen in onze straattaal. Zo vaak gebeurt het niet dat die doordringt tot de formele wereld van berichtgeving en media."

Het woord Mocro niet meer gebruiken vindt criminoloog Abdessamad Bouabid een 'gek idee'. "Wat schiet je ermee op? Zou het woord Mocro of Mocro-maffia niet gebruikt worden, dan gaat het wel over 'die Marokkanen' en 'de Marokkaanse maffia'. Het is een soort van stuivertje wisselen. Het stigma blijft bestaan."

Bouabid zou iets anders willen voorstellen. "We moeten het woord juist terugclaimen. Opnieuw naar ons toetrekken en weer iets positiefs van maken."

Lees ook: Is Marokkaanse maffia een minder beladen term dan mocromaffia?

Advocaat Gerard Spong maakte in het SBS-programma 'De Raadkamer' bezwaar tegen de term mocromaffia. Spong vindt mocromaffia 'vooroordeelbevestigend': 'Ik praat toch ook niet over blancomaffia'. Ton den Boon, hoofdredacteur van de Dikke Van Dale en een van de schrijvers van onze rubriek Taal, schreef er dit over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden