Hoe het veilig werd op straat

In de Middeleeuwen was 'oog om oog, tand om tand' de regel. Pas na 1800, met de komst van de politie, werd Amsterdam vreedzamer

'Een must voor iedereen met belangstelling voor de wording van onze moderne, vreedzame samenleving '

In 1928 vonden in Amsterdam de Olympische Spelen plaats. De politie, wel gewend aan grote socialistische massademonstraties, wist niet goed wat ze ervan kon verwachten. Hoofdcommissaris Versteeg was vooral bang voor zakkenrollers die massaal naar Amsterdam zouden afreizen om onder het publiek hun slag te slaan. Dat bleek anders uit te pakken. Niet de criminelen, maar het publiek zelf zorgde voor problemen. Ze bestormden de kassa's, fans en toeschouwers raakten zo enthousiast dat ze niet meer in de hand te houden waren, en de politie te voet en te paard de tribunes op moest om hen in bedwang te houden. Dat was het begin van de grote - apolitieke - massaevenementen in en om de hoofdstad. En van een reeks nieuwe uitdagingen voor de politie.

Hoe moest de orde worden bewaakt in een stad die voortdurend veranderde en moderniseerde? Over die vraag gaat het boek dat historicus Piet de Rooy maakte, samen met Maarten Hell, Paul Knevel, Guus Meershoek en beeldredacteur Koosje Hofman.

'Waakzaam in Amsterdam' is een koffietafelboek: te groot en te zwaar voor het nachtkastje - ruim zeshonderd pagina's gebonden, met veel foto's, kaarten en illustraties - , maar het leest als een trein.

Dat korpschef Bernard Welten van Amsterdam-Amstelland dit project mogelijk heeft gemaakt, valt in hem te prijzen. Het heeft geleid tot een beeldend en uniek overzicht van de geschiedenis van een heel bijzondere organisatie in de Nederlandse geschiedenis.

Zelfs als je het boek alleen maar doorbladert wordt duidelijk dat de politie aan de wieg stond van Nederland als land en samenleving. Ze hielp de 'goede zeden' en de 'beschaving' vorm te geven door de stadsgrenzen te beschermen tegen rovers, gespuis en 'rondtrekkend misdadigerdom'. Onverlaten werden gegeseld (tot in de achttiende eeuw), en dat heeft er zeker toe bijgedragen dat de stad langzamerhand een leefbare en veilige omgeving vormde.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog dichtte Hooft al dat de geschiedenis van Nederland er een was van 'veldslaagen, waaterstryden, beleegeringen, twist en muiterij'. Buiten de steden, op de wateren, trad het leger of de vloot op, binnen de steden was er een stadsbestuur dat orde op zaken trachtte te stellen. De steden wemelden van oplichters, bedelaars, dronkelappen en messentrekkers.

De hoofdstad stelde de Republiek en later het Koninkrijk duidelijk voor de grootste 'uitdagingen'. Want: "Amsterdammers zijn geen gemakkelijke mensen. Dat komt vooral doordat ze in een grote en ingewikkelde stad wonen, die in de loop der tijden enorm gegroeid is 'in tal en last'." Nog tot ver in de negentiende eeuw was het inderdaad een levensgevaarlijke aangelegenheid om je als 'vreemdeling' in de holen en krochten rond de Jordaan of de Dam te begeven.

De politie als medegrondlegger van vooruitgang en beschaving.Dat klinkt misschien wat al te positief, want soms reageerden de dienders te repressief of juist te laks. Hoewel de politie in grote lijnen verantwoordelijk was voor de toenemende beschaving in de stad en ze ongetwijfeld een bijdrage leverde aan het feit dat het stadsleven nog nooit zo vredig en ordelijk is verlopen als vandaag het geval is, waren de burgers niet altijd zo tevreden met het optreden van hun bewakers. Sommigen waren moraalridders, die rond 1900 de 'dansgelegenheden' probeerden te verbieden. Andere waren corrupt en profiteerden zelf mee van de al in de vroegmoderne tijd welig tierende prostitutie. ¿

Hun collega's mochten zulke misstanden dan weer oplossen, met hun tot ver in de negentiende eeuw zeer karige salaris en verbrokkelde organisatie.

De bekende historicus Piet de Rooy, die al veel schreef over Amsterdam en de geschiedenis van Nederland en zich ook al eerder bezighield met de geschiedenis van veiligheid en politie, is de ideale auteur voor een boek als dit. Zijn brede horizon heeft ervoor gezorgd dat er in de veelheid van gegevens lijn is gekomen. Zo knipt hij het beschavingsoffensief van de politie op in vier opeenvolgende 'regimes van orde'.

Gedurende het eerste regime, tot 1400, was er nog helemaal geen eigen politiedienst. De stadsbesturen en burgers organiseerden zelf hun eigen vervolgings- en veroordelingspraktijken, gebaseerd op het oog om oog, tand om tandprincipe. Na 1400 kwamen er voor het eerst schouten en baljuwen, belast met het bestrijden van onaanvaardbaar gedrag. Maar ook de parochies, wijken, gilden en schutterijen hielpen volop mee. Het ging nog veel minder om criminaliteit en meer om het afweren van belegeringen en vijandige aanvallen. Of om het verbranden van een enkele heks of ketter.

Pas met het derde regime, dat begint met de Franse tijd, kwam er een officiële politie met de bijbehorende wetten en paragrafen. Er kwam een eerste wetboek van strafrecht, en het concept van de 'rechten van de mens en de burger' werd vastgelegd. De politie hield toezicht op de wet en de regels en ging zo - met behulp van die juridificatie en disciplinering - bepalen hoe de samenleving eruit moest zien. Niet alleen in haar optreden tegen boeven en dieven, maar ook preventief en als orgaan van beschaving. Gemeenteverordeningen maakten een einde aan het alomtegenwoordige zwerfvuil, overlast en verkeerschaos.

De laatste overgang plaatst De Rooy in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Dat we nog midden in de nasleep van die jaren zitten, verklaart misschien de enigszins onduidelijke beschrijving van het huidige 'regime'. Het zou gaan om een periode waarin de politie 'zoekt naar een nieuwe verhouding met de burger', maar waarin die burger ook steeds meer van de politie verwacht.

Niet alle auteurs zijn van hetzelfde niveau. Guus Meershoek, die onlangs ook een spannend boek schreef over informanten bij de Amsterdamse politie in de jaren zestig, is goed op dreef in de hoofdstukken over de negentiende en twintigste eeuw. Maar de bijdrage van Maarten Hell komt wat anachronistisch over. Hij lijkt zich soms alsnog te ergeren aan de scherpslijperij van sommige calvinistische leden van het stadsbestuur en de politie, en aan de activiteiten van sektarische groepen, zoals de wederdopers, die in de zestiende eeuw tot de meeste ordeverstoringen leidden.

Maar al met al is dit boek een must voor iedereen in of om Amsterdam, of met belangstelling voor de wording van onze moderne samenleving. Het plaatst de huidige voetbalrellen, vandalisme of misdrijven in een verhelderend, en ook wel geruststellend historisch licht.

Piet de Rooy (red.): Waakzaam in Amsterdam. Hoofdstad en politie vanaf 1275. Boom, Amsterdam; 627 blz. € 45

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden