Hoe het streekziekenhuis gered kan worden

Het Ruwaard van Putten ziekenhuis in Spijkenisse. Beeld anp

De IJsselmeerziekenhuizen gaan na hun faillissement mogelijk in uitgeklede vorm verder. Is er nog toekomst voor het ziekenhuis in de regio? 

De gesprekken in de ziekenhuisgang verstommen als het koffiekarretje rammelend langs komt. Elke wachtende krijgt een hand geschonken bakkie en een vriendelijke knik. Zo gaat dat hier al jaren in het ziekenhuis dat als ‘Ruwaard van Putten’ ten onder ging, en als ‘Medisch Centrum Spijkenisse’ weer opstond.

Hoewel Spijkenisse zo’n beetje zit vastgeplakt aan Rotterdam, voelt het centrum van die stad voor de mensen op het voormalige eiland Voorne-Putten ver weg. Het is een half uurtje met de auto, zeggen de patiënten van het ziekenhuis. Maar de mentale afstand is groter: in de metropool Rotterdam heeft iedereen zo’n haast, vinden ze.

Op de oogpoli hijst de 89-jarige Els van Zanten-de Kruiff zich met moeite uit haar rolstoel, en op de stoel bij optometrist Fatima Marhoon, die haar linkeroog afdekt. “Nee, ik zie niks”, zegt ze, als Marhoon op een scherm een enorme letter ‘K’ laat zien. Marhoon loopt naar haar toe, hurkt, en zwaait met haar hand. “Ziet u wat ik nu doe?” “Ja, dat zwaaien zie ik nog wel”, zegt Van Zanten. Met haar linkeroog kan ze gelukkig wel wat letters lezen. Totdat ze verzucht: “Dat is wel erg klein hè.”

Mevrouw Van Zanten komt vrijwel nooit in Rotterdam. “Te ver”, zegt ze. Voor een eerste onderzoek moest ze er in het oogziekenhuis zijn, maar nu kan ze gelukkig dichtbij in Medisch Centrum Spijkenisse terecht. Het zijn vooral de eenvoudigere behandelingen die hier zijn overgebleven: controles, kleine ingrepen. “Hier zijn we in tien minuten, maar voor veel dingen moet je voortaan naar Rotterdam”, zegt haar man Alfons. “Het is niet anders.”

Het Ruwaard van Puttenziekenhuis ging vijf jaar geleden onderuit. Het bericht dat er onverklaarbaar veel patiënten overleden op de cardiologieafdeling bleek de doodsteek. De afdeling werd gesloten op last van de inspectie. Patiënten bleven weg, de inkomsten liepen terug en het medisch centrum kon geen salarissen meer betalen.

Exterieur van MC Zuiderzee (Zuiderzeeziekenhuis). De in financiële nood verkerende IJsselmeerziekenhuizen met vestigingen in Flevoland en de Noordoostpolder zijn failliet verklaard door de rechtbank Midden-Nederland. Beeld ANP

Drie cardiologen ruimden het veld, maar het Ruwaard verdween niet. Het Maasstadziekenhuis in Rotterdam en Het Van Weel Bethesda-ziekenhuis in Dirksland namen de failliete boedel over. Het Spijkenisse Medisch Centrum staat dit jaar met rapportcijfer 9 bovenin de lijst van financieel meest gezonde ziekenhuizen van accountantskantoor BDO.

Niet onmisbaar

De wederopstanding die het Ruwaard kende, zal het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis waarschijnlijk niet beleven. Voor de IJsselmeerziekenhuizen in Flevoland, die eveneens failliet gingen vorige week, is er wel hoop: om hun hand dingen meerdere partijen. Die hebben ieder hun visie op hoe het ziekenhuis kan voortbestaan – in uitgeklede vorm.

Nederland telt 114 ziekenhuizen, de zes kinderziekenhuizen en vele buitenpoli’s niet meegeteld. Naast het Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen zijn nog twaalf ziekenhuizen in financieel gevaar, zo bleek uit de stresstest van BDO. Voor hen dreigt een ‘technisch faillissement’: ze bestaan dan alleen nog omdat verzekeraars of de overheid hen overeind houden.

Dat maakt ze kwetsbaar, zoals de twee failliete ziekenhuizen hebben ervaren: verzekeraars kunnen zomaar besluiten dat het genoeg is geweest. En de overheid kan dat laten gebeuren, zo bleek vorige week. Geen van deze twaalf wordt als onmisbaar beschouwd voor het waarborgen van de toegang tot acute zorg, blijkt uit informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Er zijn genoeg andere ziekenhuizen met een spoedeisende hulp in de buurt: soms wat verder weg, maar altijd binnen de ambulance-norm van 45 minuten.

Beeld Trouw/Sander Soewargana

Om in dit zorgklimaat toch te overleven, is het voor de kleine ziekenhuizen enorm belangrijk om scherpe keuzes te maken, zegt bestuurder Peter Langenbach van het ziekenhuis in Spijkenisse. Dat is wat ze daar gedaan hebben. Een bedrijf gaat ook niet honderd producten verkopen die stuk voor stuk een duur productieproces hebben - het specialiseert zich in één tak. Zeg, een fietsfabrikant in mountainbikes.

Zo levert Spijkenisse alleen nog het product ‘laagcomplexe zorg’. Voor ingewikkelder zorg als dotteren, het repareren van gesprongen aorta’s en kankerbehandelingen worden patiënten doorverwezen naar elders in de regio. Spijkenisse doet nog wel de liesbreukoperaties, nieuwe heupen en knieën, gebroken armen, polsen en sleutelbenen.

Buurtzorg

Langenbach: “Deze zorg is heel goed te plannen en je weet precies wat het kost. Je kunt je capaciteit erop afstemmen. Een patiënt blijft bijvoorbeeld na een heupoperatie maximaal drie dagen in het ziekenhuis, dus plannen we alle operaties aan het begin van de week. Zo kan het ziekenhuis in het weekend dicht, wat kosten bespaart.”

‘Dichtbij als het kan, verder weg als het moet’, dat is het motto. Omdat het ziekenhuis in Spijkenisse kromp, kwam er ruimte vrij in het gebouw. De helft van het ziekenhuis wordt verhuurd aan zorgpartners: huisartsen, fysiotherapeuten. Buurtzorg gaat er een buurtpension openen. “Dat zorgt voor extra inkomsten. Ook kunnen we de kosten van beveiliging, energie en receptie delen met anderen.”

Wat in Spijkenisse gebeurt, is ook in de rest van het hele land te zien. Complexe operaties en de afdelingen intensive care en spoedeisende hulp verdwijnen uit de kleinere ziekenhuizen. Voor poliklinische behandelingen kunnen patiënten nog wel in de buurt terecht.

Ook ziekenhuis De Sionsberg in Dokkum volgde dit recept, nadat het vier jaar geleden failliet ging. Het werd opgekocht door Cardiologiecentra Nederland (CCN) en DC Klinieken. “Dat ging via een soortgelijke open bieding als nu gaande is bij de IJsselmeerziekenhuizen”, zegt Igor Tulevski, cardioloog en lid van de raad van bestuur van CCN.

Honderden mensen demonstreerden in 2014 tegen de sluiting van ziekenhuis De Sionsberg in Dokkum. Het ziekenhuis moet dicht na het faillissement van Zorggroep Pasana, waaronder De Sionsberg valt. Beeld ANP

Alleen met slim samenwerken en slim gebruik van techniek is het volgens Tulevski mogelijk om de kleinere ziekenhuizen in de buurt te laten voortbestaan. De nieuwe eigenaren maakten van de Sionsberg een ‘netwerkziekenhuis’: een ziekenhuis dat nauw samenwerkt met andere zorgaanbieders, legt hij uit. De Sionsberg heeft poliklinieken, onder andere voor cardiologie, dermatologie, neurologie en orthopedie. Maar wie een operatie nodig heeft, moet naar Leeuwarden of Drachten, want bedden heeft De Sionsberg niet meer.

Maar dat ‘netwerk’ zit hem ook in technische snufjes, die hulp op afstand mogelijk maken. Zo is er ‘HartWacht’: een systeem waarbij patiënten bloeddruk en hartslag zelf thuis kunnen meten met een app. Verpleegkundigen en cardiologen kijken op afstand mee, en zijn 24 uur per dag bereikbaar als een patiënt zich zorgen maakt. Een deel van de zorg kan zo op afstand verleend worden. Inmiddels schrijft het ziekenhuis weer zwarte cijfers, en denkt zelfs over het openen van een beperkte spoedeisende hulp. Dokkum is een voorproefje voor wat er met de IJsselmeerziekenhuizen kan gebeuren: CCN is een van de partijen die een bod doen op dat ziekenhuis.

Vernieuwende ideeën genoeg, maar Xander Koolman, zorgeconoom aan de Vrije Universiteit maakt zich zorgen over kleine ziekenhuizen die moeite hebben om hun hoofd boven water te houden. Volgens hem komt dat probleem niet voort uit financieel wanbeleid of teruglopende patiëntenaantallen, maar uit de strenge kwaliteitsnormen die de beroepsverenigingen van medisch specialisten opstellen.

“In die verenigingen vervullen de specialisten van de academische ziekenhuizen en de grootste gespecialiseerde ziekenhuizen een dominante rol”, zegt Koolman. “Die formuleren bijvoorbeeld de eis dat er rond de klok een intensivist op een intensive care aanwezig moet zijn, of een gespecialiseerde arts op de spoedeisende hulp”, legt hij uit. “Voor kleinere ziekenhuizen zijn de kosten voor die specialisten nauwelijks op te brengen. Maar als eenmaal de spoedeisende hulp of de intensive care wegvalt, dan vervalt ook een groot deel van de instroom van patiënten, en komt een ziekenhuis snel in financiële problemen.”

Dit leidt tot de concentratie van de zorg in grote ziekenhuizen. “We moeten goed onderscheiden welke toekomst wenselijk is voor de patiënt, en welke toekomst waarschijnlijk is”, zegt Koolman. Verdere schaalvergroting is wat hem betreft wel waarschijnlijk, maar niet wenselijk. Volgens Koolman zijn grotere ziekenhuizen juist duurder per patiënt. “Uit productiviteitsonderzoek blijkt consequent dat de meeste Nederlandse ziekenhuizen te groot zijn om efficiënt zorg te kunnen leveren.”

Een profetie

Volgens Langenbach bestaat de toekomst van ziekenhuizen echter niet per se uit meer fusies of schaalvergroting, maar wél uit meer samenwerking: zeker in de regio moet duidelijk zijn welk ziekenhuis welke functie heeft. “Sinds er in Spijkenisse keuzes zijn gemaakt is het weer rendabel, waardoor we kunnen investeren en de kwaliteit verbeteren.”

Op de oogpoli in Spijkenisse zit inmiddels de 87-jarige Jan van der Horst in de stoel bij optometrist Fatima Marhoon. “Ik ga u even druppelen”, zegt ze. “Welja joh, gooi er maar wat in”, zegt Van der Horst vrolijk. Zijn dochter Jolanda Vos is vandaag met hem mee: ze maken er samen een dagje van.

Dat Spijkenisse geen volwaardig ziekenhuis meer heeft, vindt Vos onbestaanbaar. “Er zit hier zoveel industrie, wat als er een calamiteit is?” Maar dat haar vader in elk geval in de buurt op controle kan bij de oogarts, neuroloog, internist en orthopeed, daar is ze wel erg blij mee.

De slogan van Spijkernisse ‘Dichtbij als het kan, verder weg als het moet’ lijkt een profetie voor de toekomst van het kleine hospitaal: duidelijk is dat het regioziekenhuis zoals we dat ooit kenden, waar patiënten konden aankloppen voor álle zorg,  aan het verdwijnen is. De vraag is nu vooral welke zorg met behulp van technische innovatie en samenwerking dichtbij huis behouden kan worden. 

Het gezellige contact met het personeel, dat heb je in een groot ziekenhuis niet, vertelt Jolanda Vos. Legendarisch is volgens haar de lol die vader Jan had met ‘Patricia de wondverpleegkundige’. Bij het Maasstad heeft Vos juist slechte ervaringen. “Hier is de zorg persoonlijk en liefdevol. Daar ben je meer een nummer”, zegt ze.

Veertien streekziekenhuizen, vooral aan de randen van het land, gelden als onmisbaar. Ze staan onder andere in Terneuzen, Goes en Heerenveen. Verdwijnt hun afdeling spoedeisende hulp of verloskunde, dan kunnen inwoners van de regio in geval van nood niet meer binnen 45 minuten met een ambulance in een ziekenhuis zijn.

Deze ‘gevoelige’ ziekenhuizen, krijgen een extra subsidie van het ministerie van Volksgezondheid: de ‘beschikbaarheidsbijdrage’, die ze kunnen gebruiken om gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen aan te stellen. Mochten ze desondanks in de problemen komen, dan kunnen de verzekeraars deze ziekenhuizen niet snel laten vallen: dan komt de zorgplicht voor hun verzekerden in gevaar.

Lees ook:

Rond Slotervaart hangt altijd de geur van wanbeleid. Was daar ook sprake van?

Winst maken en uitkeren aan aandeelhouders, dat was ooit het plan van de ondernemers achter de failliete ziekenhuizen. Dat kwam er niet van.

‘Politieke en patiëntenchaos na faillissement ziekenhuis’

Een overhaaste verplaatsing van een zwaar zieke patiënt vanuit het failliete Slotervaart Ziekenhuis, zorgde vandaag voor politieke ophef. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden