Hoe het python-ei won van de wetenschap

Wat gebeurde er op die rampzalige zomerdag in 1986 bij een meer in Afrika? Frank Westerman wilde de 'mythevorming op de staart trappen'. De feiten kreeg hij niet boven water. Als die al bestaan.

De zon gaat onder, de zon komt op - en alles is anders. Rond het Nyos-meer in de bergen van Noord-West Kameroen is het op de ochtend van 22 augustus 1986 onwerkelijk stil. Zelfs de vogels kwetteren niet. Kadavers van koeien en zeboes zijn verstrooid over de hellingen. Mensen liggen roerloos op de straten van hun dorpjes, op de akkers, in de huizen.

Vier dagen later kijkt journalist en schrijver Frank Westerman, dan nog student, naar het journaal. Hij hoort over een 'mysterieuze ramp', waardoor alle mensen en dieren in het Nyos-dal zijn overleden. Er is maar één foto en elke aanzet tot een verklaring ontbreekt. "Nergens een spatje bloed, nergens een spoor van schade. Dit was geen nieuwsbericht, maar een raadsel", zegt hij vijfentwintig jaar later, in zijn werkkamer die uitkijkt op een gracht in de Amsterdamse Jordaan. Op de vensterbank staat een wereldbol, ervoor een archief met ouderwetse hangmapjes. Boven een al even ouderwets bureau - meegenomen uit een officierswoning in Moskou - hangt een zwart-witfoto van de eerste revolutionaire parade op het Rode Plein, in 1922.

Het voorval in Kameroen liet hem niet los. Hij reisde erheen, maakte een radioreportage over de naweeën van de ramp en schreef er een dertig pagina's tellend verhaal over - zijn eerste publicatie bij uitgeverij Atlas. En nu, een kwart eeuw na de ramp, heeft hij er een heel boek aan gewijd: 'Stikvallei'. Volgende week komt het uit.

Waarom heeft u dit boek geschreven, na zoveel jaar?
"Ik ben geïnteresseerd in hoe verhalen ontstaan, hoe mensen zin geven aan wat hun overkomt. Ik dacht: de ramp bij het Nyos-meer is een ideale casus. Laat ik, vijfentwintig jaar later, in kaart brengen welke betekenis eraan wordt toegedicht. Ik wilde de mythevorming op de staart trappen. Deze vallei was mijn laboratorium, de ochtend na de ramp mijn uur U. Bijna tweeduizend mensen dood. Alle dieren. De wereld houdt haar adem in. Dan begint het menselijke geroezemoes weer aan te zwellen."

Westerman begint zijn onderzoek naar dit 'geroezemoes' bij de wetenschappers. Die komen daags na de ramp vanuit alle hoeken van de wereld aangevlogen. In het vermakelijke eerste deel van het boek beschrijft Westerman hun onderlinge gekrakeel. De geologen en vulkanologen - het Nyos-meer bevindt zich in een vulkanisch gebied - slagen er niet in een consensus te bereiken.

Twee verklaringen botsen met elkaar. De ene gaat uit van een vulkanische eruptie van gas pal onder het meer. De andere ziet in het meer zelf de oorzaak. Diep in het water hoopt CO2 zich op, totdat de spanning te groot wordt en de bovenste laag van het water het niet meer tegen kan houden.

'Mythedoders', noemt u de wetenschappers in uw boek. Waarom?
"Zo zien ze zichzelf, deze blanke mannen van middelbare leeftijd, gestoken in kakibroeken en bergschoenen. Gewapend met de ratio gingen zij het meer - het mysterie - te lijf. Eén ding stond voor hen vast: er zitten geen boze geesten achter. Het spookt hier niet. Dat kwamen ze de lokale bevolking vertellen. Wees gerust, wij zullen de werkelijke oorzaak blootleggen."

Dat beeld van de objectieve, neutrale onderzoeker blijkt niet stand te houden.
"Inderdaad. Want ook al bleef de strijd onbeslist, hij werd wel beslecht. De Amerikaans-IJslandse theorie van de CO2-opeenhoping 'carried the day', zoals de Amerikanen triomfantelijk schreven. Maar dat kwam niet door overtuigend bewijs. Geopolitieke factoren en handelsbelangen speelden een doorslaggevende rol, net als karakterzwakten van de wetenschappers.

Neem Haroun Tazieff, de bedenker van de vulkaantheorie. Die zette zijn totale carrière hier op het spel. En die carrière was fenomenaal: jarenlang stond hij in de topvijf van 'grootste levende Fransman'. Maar hij voelde zich zo in zijn eer aangetast door alle kritiek dat hij het opgaf. 'De geschiedenis zal mij gelijk geven', verklaarde hij. 'Jullie zitten op een dwaalspoor. Ik trek mijn handen ervan af.' Door die opstelling schonk hij de overwinning feitelijk aan de tegenpartij.

Dat verwacht je toch niet binnen het wetenschappelijke discours? Dat het zó gaat? Natuurlijk, ik had geen naïef beeld van de wetenschap, ik wist dat die niet perfect is. Maar dat het zo kan ontsporen, door zoiets particuliers als de gekrenkte trots van die Tazieff, dat vond ik toch schokkend."

U besteedt veel aandacht aan deze wetenschappers. Doet u dat om aan te tonen dat wetenschap niet zo objectief is als ze lijkt en dat wetenschap dus ook 'mythen' produceert?
"Nee, dat is niet mijn punt. Het gaat erom dat hun vetes directe gevolgen hadden voor de mensen in het dal. Duizenden slachtoffers wonen nu in overbevolkte dorpen in de heuvels. Had men Tazieffs theorie gevolgd, dan hadden zij terug kunnen keren naar het land waar hun voorouders liggen begraven, waar hun akkers en hun mangobomen staan. Dit was geen vrijblijvend spel. Maar vooral: door de afwezigheid van een goede wetenschappelijke verklaring werd de verbeelding enorm geprikkeld. Wij, als soort, kunnen er niet tegen om iets niet te begrijpen. Er ontstond een rijke voedingsbodem voor verhalen en mythen."

Die mythen zouden er dus niet zijn geweest als er wél een wetenschappelijke verklaring was gevonden? Sluiten mythe en wetenschap elkaar uit?
"Ik heb sterk het vermoeden dat door het echec van de wetenschap andere verklaringen meer ruimte kregen. Al die tientallen 'Nyos-experts' zetten zichzelf volledig buiten spel. Niemand die ik in Kameroen sprak nam hen nog serieus. Dat verklaart wellicht de populariteit van complottheorieën. Velen beweren bijvoorbeeld dat de Israëliërs in het geheim een neutronenbom in het meer hebben getest."

Welke andere verhalen worden er rond de Nyos-vallei over de ramp verteld?
"Sommigen duiden de catastrofe theologisch. In de streek woonden ten tijde van de ramp veel missionarissen, onder wie twee uit Nederland: 'father James' uit Wormerveer en 'father Fred' uit Veendam. Deze paters zagen in de ramp een waarschuwing van God, of juist een streek van de duivel. Father James zei tijdens de eerste herdenking: 'Is this no satan's work?'

De Kom-stam, die in de vallei woonde, vertelt weer andere verhalen. In de oorsprongsmythe van dit volk speelde het Nyos-meer een hoofdrol. Het 'goede meer' heette het. Het had ooit een rivaliserende stam opgeslokt, een beetje zoals de Rode Zee de Egyptenaren verzwolg en het volk Israël redde.

Onder in het meer lag een python-ei, bewaakt door de meergod. Doordat het stamhoofd de offerdienst had laten versloffen, is die god boos geworden en uit het meer vertrokken. Zo ontstond de ramp.

Vervolgens kregen ook de wetenschappers een rol toebedeeld in de overlevering. Met de buizen die zij in het meer staken om er de CO2 uit te doen ontsnappen, hebben zij het python-ei kapotgestoken. De Kom-stam spreekt nu van het 'boze meer'.

Deze manier van denken staat natuurlijk ver van mij af, maar als metafoor voor wat dat hele bataljon aan neokoloniale Fransen, Japanners en Amerikanen in het sociale weefsel rond de vallei hebben aangericht met hun miljoenen verslindende experimenten vind ik dat beeld van het kapot geprikte python-ei heel krachtig."

U zei net dat de afwezigheid van een wetenschappelijke verklaring voeding gaf aan mythevorming. Maar zouden die theologische duiding van de paters en die verhalen over het python-ei van de Kom-stam er niet hoe dan ook zijn geweest, ongeacht wat de wetenschappers erover zeiden?
"Misschien wel ja. De wetenschap kan nooit het hele verhaal vertellen. Je kunt het periodiek systeem of de basisparen van het DNA-molecuul als elementaire bouwstenen zien van ons bestaan. Maar dan mis je toch iets essentieels: de verbeelding. In onze betekenishorizon, om het deftig te zeggen, speelt het Higgs-deeltje geen enkele rol. Als het gaat om levensvragen grijpen mensen liever naar verhalen, dan naar de feiten.

Een wetenschapper wil de regel achterhalen, de wetmatigheid. Maar verreweg de meesten van ons zoeken juist naar de uitzondering. Naar betekenisvolle patronen. Die neiging, die verleiding, is zó groot. We willen bedoeld zijn, we kunnen niet leven met het feit dat we er niet toe doen. Dat we niet uniek zijn. Dat het leven willekeurig is.

Neem de jonge Anthony, die in de nacht van 21 op 22 augustus 1986 in hetzelfde bed lag als zijn vriend Lawrence, in een dorpje naast het meer. 's Ochtends was Lawrence dood, Anthony niet.

Hij lag niet eens meer in hetzelfde bed, maar op het grind bij een of andere beek, hij kon zich onmogelijk herinneren hoe hij daar terecht was gekomen. Hij zwachtelde er een verhaal omheen: ik ben uitverkoren, God heeft een bedoeling met mij. En hij werd priester."

Aan het einde van 'Stikvallei' staat de lezer met lege handen: het raadsel blijft onopgelost.
"Toen ik begon aan dit boek wist ik niet waar het me zou brengen. Had ik dat wel geweten, dan had ik het niet willen schrijven. Dat het raadsel tot het einde toe intact blijft vind ik schitterend, een groot geschenk. Ik neem je mee in mijn zoektocht, waarbij ik van de ene verbazing in de andere rol. Die verwondering probeer ik over te brengen."

Wetenschap, mythen, religie - de thema's houden Westerman al langer bezig. In zijn boek 'Ararat' uit 2007 onderzocht hij zijn eigen ongeloof door de berg Ararat in Oost-Turkije te beklimmen, waar volgens de overlevering de Ark van Noach was gestrand.

Westerman: "Eigenlijk begint 'Stikvallei' waar 'Ararat' eindigt. In zekere zin keer ik terug naar wat ik als kind heb meegekregen, op school, in de kerk, thuis. De bijbelverhalen van mijn jeugd. Niet dat ik weer gelovig ben geworden, maar ik drijf steeds verder weg van de wetenschap."

Laatst werd hij benaderd door het Teylers Museum in Haarlem, vertelt Westerman. Ze wilden een tentoonstelling maken over de verhouding tussen wetenschap en religie.

"Een levensgrote kopie van de Beagle van Darwin zou een even grote replica van de Ark van Noach doormidden rammen. De evolutietheorie heeft nu toch echt wel haar hegemonie gevestigd over de scheppingsleer, dat idee. 'Frank, wat vind je ervan?', vroegen ze. Ik zei: 'Die ark heeft nog niet de lichtste averij opgelopen.'

Het verhaal van de zondvloed is ongelooflijk robuust. De evolutietheorie vervangt het scheppingsverhaal niet. Ja, wel in de biologie, mag ik hopen, maar niet in hoe mensen de wereld zien."

Hij denkt na. "De behoefte aan mythen is met de komst van de wetenschap niet verdwenen. Mythen gaan over het onbevattelijke. Over waarom je hier op aarde bent. Waarom jouw leven ertoe doet. Het gaat om iets waar je met je verstand niet bij kunt, maar wel met je verbeelding. Dit is een lange aanloop om te zeggen: leve de sterfelijkheid."

Leve de sterfelijkheid?
Aarzelend: "Houdt dit stand, wat ik zeg? Ja, hier komt het toch op neer: zonder de dood was de verbeelding niet zo broodnodig geweest. Wat blijft is de magie van een mooie zin. De schoonheid van een vertelling. Een opgeschort ongeloof. Een tijdelijke ontsnapping aan de dood, op de thermiek van de verbeelding."

Frank Westerman
Frank Westerman (Emmen, 1964), opgeleid als tropisch landbouwingenieur, werkte onder meer als Sovjet-correspondent. Hij oogstte veel lof met 'De Graanrepubliek' (1999), over de Europese landbouwpolitiek. Voor 'El Negro en ik' ontving hij de Gouden Uil 2005.

In 'Ararat' verkende Westerman de traditie van de gestrande Ark van Noach op de berg waarnaar het boek heet; hierin spelen geloof en wetenschap een belangrijke rol. "Het bedwingen van de Ararat was een proef die ik was aangegaan om erachter te komen of ik me van die erfenis (christelijke opvoeding) kon losmaken. En of ik dat wel wilde."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden