HOE HET ONDERWIJS WORDT BESTUURD

Nergens in de samenleving is de relatie tussen burgers en hun bestuur zo grondig verpest als in het onderwijs, waar leraren staken als het kabinet loonsverhoging biedt. Er is ook geen sector waarin de tijd zo lang stil heeft gestaan. Terwijl overal ontkerkelijking en ontzuiling hun sporen trokken, leefden hokjesgeest en overlegdemocratie rond de scholen voort als bedreigde diersoorten in een reservaat. Het maatschappelijk middenveld - de vakbonden, de organisaties van schoolbesturen - is er nog groot en machtig. Of toch niet? Vakbonden kampen met een opstandige achterban. En zelfs de traditionele hoeder van het middenveld, het CDA, is op zoek naar de burger.

Ook de tweelingbroer van de verzuiling, de typisch Nederlandse overlegdemocratie, heeft in het onderwijs weinig terrein verloren. Het maatschappelijk middenveld - in het onderwijs de besturenorganisaties, oudervertegenwoordigers en vakbonden, verenigd in koepels - schuift regelmatig met het ministerie om de tafel om te overleggen over wetsvoorstellen. Dat gebeurt in de regel nog voor het parlement zijn zegje heeft kunnen doen.

Leraren, ouders en schoolbesturen worden geacht zich door dit conglomeraat vertegenwoordigd te voelen, alsof de jaren zestig en zeventig er nooit geweest zijn. Bewindslieden gaan er in elk geval van uit dat ze met leraren praten als ze met de bonden praten. Het middenveld kent vaak een ouderwets aandoende organisatie.

Maar waar maatschappelijke ontwikkelingen worden genegeerd, moeten er op den duur wel grote problemen ontstaan. Het meest recente en bizarre signaal dat het tussen minister en leraar maar niet goed wil komen is de grootste onderwijsstaking die Nederland ooit zag, vorige maand door de vakbonden georganiseerd, tegen het hoogste loonbod dat het kabinet in vijftien jaar voor het onderwijs op tafel had gelegd.

Met staatssecretaris Wallage van onderwijs voorop stelde de politiek dat deze staking vooral een probleem voor de vakbonden betekende. Zij kampen met een opstandige achterban. Zo stond de brievenrubriek van Het Schoolblad van de Algemene Bond Onderwijzend Personeel (ABOP) dit voorjaar wekenlang vol met scheldbrieven over de salarisachterstand. Kwade leden schoten hun pijlen daarin niet af op de verantwoordelijke onderwijspolitici, maar op hun eigen bestuur. Dat was, vonden zij, net zo schuldig.

Jacques Tichelaar, secretaris van de ABOP, doet geen poging de problemen van zijn vakbond te verbergen. Hij voelt een steeds grotere spanning tussen wat hij en zijn mede-bestuurders regelen met minister en staatssecretaris en hoe individuele leraren deze afspraken ervaren. "Er bestaat een ongelooflijke achterdocht over wat de politiek voorheeft met het onderwijs. Elke vernieuwing, elke bezuiniging vergroot de kloof, bevestigt mensen in het idee dat hun wantrouwen terecht is. Op ons bordje belandt veel agressie die de politiek oproept, omdat onze leden vinden dat we te veel tegen de bewindslieden aanschurken."

'Zeg veel vaker nee tegen Den Haag', roepen veel ABOP leden luidkeels. Maar Tichelaar vertikt dat. Hij weigert de taak van een onderwijsvakbond te verengen tot pure belangenbehartiging van de leden: "Dat zou een soort ANWB van ons maken. Wat is dan nog je meerwaarde als vakbond? Mensen zijn in zo'n geval net zo goed af met een rechtsbijstandsverzekering."

De ABOP draagt een bredere verantwoordelijkheid voor een goed Nederlands onderwijsbestel, vindt de secretaris. Wie dat ambieert, schiet met veelvuldig dwarsliggen niets op: "Goed, de leden vinden je pas een echte vakbond als je overal tegen bent. De vraag is of je dan nog wel kunt realiseren wat je zelf goed vindt voor het onderwijs. Dan kom je in een situatie waarin de politiek iets voorstelt, de vakbonden 'nee' zeggen, waarna de politiek het invoert. Het zou het maatschappelijk isolement van het onderwijs en van leraren maar versterken."

Als je doorpraat met leraren, hoor je ook dat er meer achter de roep om rust zit, vertelt Tichelaar. "Mensen beseffen wel degelijk dat het niets oplost als je ze tien jaar hun werk laat doen en verder niets, geen onderwijsvernieuwingen meer. Het echte probleem is eerder dat er nooit iets zichtbaar wordt afgemaakt. De ene maatregel buitelt over de andere, zonder dat de politiek het resultaat eens afwacht. Niets kan zo op de werkvloer echt tot bloei komen. Het hoge tempo van beleidswijzigingen geeft leraren het gevoel dat ze elke greep op hun werk verliezen. Dan trek je je uiteindelijk terug."

Tichelaar ziet de breuk tussen de top van de ABOP en de achterban als een afgeleide van de algemeen heersende crisis in de relatie burger-politiek. Maar, beklemtoont hij, het bestuur heeft zelf ook veel fouten gemaakt in de omgang met de leden. De ABOP heeft er bijvoorbeeld te lang de nadruk op gelegd aan de leden uit te leggen wat de politiek wilde.

Doorgeven en toelichten wat leiders van de zuilen hadden besloten, was tijdens de verzuiling een cruciale taak van het middenveld, die in het onderwijs nog altijd niet is verdwenen. Minister Ritzen en staatssecretaris Wallage sloten sinds hun aantreden in 1989 een eindeloze rij convenanten met onderwijsorganisaties. Om er zeker van te zijn dat hun plannen in het onderwijsveld gedragen werden en opdat leraren, schoolbesturen en ouders van verschillende kanten uitleg kregen over hun beleid. Het werkte niet. Steeds blijkt dat de achterban zich ergert aan afspraken die hun problemen niet oplossen. Bestuurders van de ABOP waren niet de enigen die het verwijt voor de voeten geworpen kregen dat ze gemene zaak met de bewindslieden maakten.

Tichelaar: "Te lang hebben wij als bond gedacht dat het wel goed zat bij de leden als we alles maar goed uitlegden. Maar dat is falende democratie, het vergroot de betrokkenheid niet. Mensen krijgen daar alleen maar het gevoel van dat er weer een over hun hoofd heen staat te praten."

"Dat lesje hebben we geleerd. Toen we twee jaar geleden voor het eerst afspraken maakten met Ritzen en Wallage over verbetering van de positie van de leraar, hebben we met het bestuur op een achternamiddag wat uitgangspunten voor de onderhandelingen in elkaar gezet. Toen het akkoord er lag, mochten de leden pas ja of nee zeggen. Dit keer gaan we eerst uitvoerig met de leden praten, vragen wat zij willen. Met dat lijstje onder de arm schuiven we dan bij de bewindslieden aan tafel."

Het bestuur van de ABOP is aan het nadenken hoe de communicatie met de leden verder verbeterd kan worden. Een bondsreferendum hoort bij de ideeen. Er komen steeds meer 'schoolcontactpersonen', die langzamerhand de taak van de traditionele kaderleden kunnen overnemen. Zodat het bestuur rechtstreeks op de hoogte wordt gehouden van wat er binnen de klaslokalen leeft. Tijdens een congres volgend jaar mei worden er knopen doorgehakt.

De secretaris tobt met het gebrek aan vertrouwen van zijn leden. Peinzend: "Het kost verschrikkelijk veel energie om voortdurend bezig te zijn met het verwerven van legitimiteit. Dat gaat vaak ten koste van de inhoudelijke discussie en dat vind ik jammer. Daarom geven we nu prioriteit aan het vergroten van ons draagvlak" .

Als er een politieke partij is die verantwoordelijk wordt gehouden voor de verstarring van het onderwijs, is het het CDA wel. Andere partijen verwijten het CDA dat de klok in het onderwijs al zo lang stil staat omdat christen-democraten het middenveld de hand boven het hoofd houden en slechts bemoeienis van de landelijke overheid met het onderwijs dulden. Dat waar geen enkele minister van onderwijs om het middenveld heen kan, CDA-ministers dat niet eens willen; want als zij niet zelf uit een van de - confessionele - koepels komen, wemelt het in elk geval van de partijgenoten in die clubs. En dat dit conservatieve bolwerk alles torpedeert wat het niet aanstaat.

CDA-Tweede Kamerlid en onderwijswoordvoerder Wim van de Camp erkent wat hij noemt 'de intensieve relatie tussen het CDA en het middenveld'. Maar hij walgt - zegt hij - van de aantijging dat zijn partij de koepels altijd in bescherming zou nemen. Veel te gemakkelijk vindt hij dat. "We sluiten er in de fractie onze ogen niet voor dat het vast dreigt te lopen in het onderwijs. De vele regels, gedeeltelijk door het CDA opgeroepen door de manier waarop we de vrijheid van onderwijs invulden, werken verstikkend. Goede initiatieven van ouders, leerlingen, leraren en schoolbesturen worden er in gesmoord" .

Daarom keert het CDA zich langzaam maar zeker af van de centralistische onderwijspolitiek. Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting vorig jaar introduceerde de fractie de maatschappelijke decentralisatie - het overdragen van taken van de rijksoverheid aan de schoolbesturen. Vorige week omarmde een commissie van de partij onder aanvoering van partijvoorzitter Van Velzen hetzelfde idee, in het rapport De school aan de ouders. Binnenkort komt de CDA-fractie ook met een notitie over de toekomst van het onderwijs.

Van de Camp: "De ouders dragen nu te weinig verantwoordelijkheid voor de school. Zij zouden meer te vinden moeten zijn in scholen: in de besturen, de medezeggenschapsraden, ouderraden en in een opvoedkundige rol, als leesvader of leesmoeder bijvoorbeeld. Dat het onderwijs zo star en verstatelijkt is, maakt het voor hen nu weinig aantrekkelijk om actief te zijn. Maar het heeft ook te maken met een zekere gemakzucht: de school is een soort winkel geworden waar je je kinderen naar toe stuurt en zo lang er niet gepiept wordt, bemoei je je er niet mee" .

Het pleidooi voor meer ruimte voor de ouders binnen de schoolmuren sluit dan ook feilloos aan bij het pleidooi van het CDA om het verantwoordelijkheidsgevoel van burgers een impuls te geven. "We vinden dat dat moet" , zegt Van de Camp, "Zoals de PvdA de inkomensverschillen niet te groot wil hebben. Als de laissez faire, laissez allersfeer in de samenleving niet wordt gekeerd, lopen we hartstikke vast met z'n allen" .

Zullen ouders de gang naar de scholen wel maken, als het inmiddels zo aan verantwoordelijkheidsgevoel ontbreekt? Van de Camp verwacht van wel. "We zijn laat met onze koerswijziging. Maar niet te laat. Als je mensen maar de ruimte geeft en op de trommel blijft slaan, dan doen ze uiteindelijk weer mee. Gelukkig zijn er nu ook veel ouders die hun leven niet verdelen tussen de tv, sport en verjaardagsfeestjes, maar ook actief zijn op school. Waar het ons om gaat, is dat ouders bewuster met de opvoeding en de schoolkeuze van hun kinderen omgaan."

De rol van het maatschappelijk middenveld zal veranderen als de visie van het CDA in de praktijk gestalte krijgt. Het Kamerlid vindt de essentie van de ommezwaai van zijn partij dat het CDA het middenveld niet langer ziet als weg bij uitstek om de burger te benaderen. Om het vertrouwen van de burger in zijn bestuur te herstellen, moet de politiek rechtstreeks met mensen zaken gaan doen. "Maatschappelijke decentralisatie is er niet voor het middenveld. Het gaat om de ouders en de schoolbestuurders. Als dat consequenties heeft voor de onderwijsorganisaties, het zij zo. We proberen ze niet op te blazen, maar we blazen ze ook geen nieuw leven in. Hun taak zal er zeker anders uitzien, meer dienstverlenend naar ouders en besturen" .

"We twijfelen zo langzamerhand aan de mate waarin de onderwijsorganisaties, dus ook de vakbonden, mensen nog vertegenwoordigen. Dat komt ongetwijfeld doordat bestuurders te veel aan de overheid liggen vastgeklonken, maar het ligt niet alleen aan hen. Als de leden meer gebruik maakten van hun rechten, konden ze de koers van de landelijke clubs veel meer naar hun hand zetten."

Een grotere invloed van de ouders zou wel eens kunnen betekenen dat de ontkerkelijking alsnog tot de scholen zal doordringen. Van de Camp houdt daar rekening mee. "Identiteit zal in de toekomst veel meer buiten de gebaande paden lopen, als ouders dat per regio, per stad, per wijk gaan invullen. Identiteit gaat niet alleen om geloof, maar draait ook om dingen als onderwijskundige ideeen. Maatschappelijke decentralisatie kan betekenen dat er minder katholieke en protestants-christelijke scholen zullen zijn. Maar het CDA is niet uitsluitend uit op de verdediging van het confessioneel onderwijs. Het gaat om het onderwijs als geheel" .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden