Tabaksindustrie

Hoe het Nederlandse anti-rookbeleid de tabaksindustrie in de kaart speelde

Beeld Colourbox

Angst bij KWF Kankerbestrijding en andere gezondheidsfondsen om de strijd met de roker aan te gaan, heeft in Nederland een radicaal en effectief beleid tegen tabaksgebruik verhinderd. De organisaties liepen met een boog om het onderwerp heen, schrijft Trouw-journalist Joop Bouma in een boek dat komende week verschijnt.

Nederland doet het slecht op het gebied van roken. Vorige maand publiceerde het statistiekbureau van de EU cijfers over de sterfte aan longkanker. Nederland stond in 2016 in de lijst van 28 EU-landen met ­Polen en Griekenland op een treurige tweede plek. Van de totale sterfte aan kanker is in ­Nederland 24 procent het gevolg van longkanker. Alleen Hongarije eindigde hoger: 27 procent. Portugal scoorde het laagst: 15 procent.

KWF Kankerbestrijding, Longfonds en Hartstichting hebben veel zieke rokers in hun achterban. Bij 30 procent van alle kankers en hartinfarcten en 90 procent van de longziekte COPD is roken de oorzaak. Maar de strijd tegen tabak is door de drie organisaties decennialang op een laag pitje gevoerd. Het was geen speerpunt.

De fondsen besteedden het onderwerp al in 1974 uit aan een externe organisatie, de Stichting Volksgezondheid en Roken, kortweg Stivoro. Voor de drie moeders KWF, Hartstichting en Longfonds was Stivoro destijds niet veel meer dan een constructie om het rookprobleem te parkeren.

Roken was dan ook lang een lastig onderwerp voor de drie goede doelen. In de jaren ­zeventig en tachtig kregen collectanten aan de deur vaak te horen: ‘Als jullie maar van mijn ­sigaretje afblijven’. Collectes waren in die ­jaren een belangrijke inkomstenbron voor goede doelen en die geldstroom wilden de gezondheidsfondsen beschermen, aldus oud-directeuren van Stivoro.

Mondjesmaat financiele steun

De stichting voerde in eerste 25 jaar wel campagnes tegen het roken, maar het moest rustig, ingetogen, niet te fanatiek. De rol van de moederorganisaties mocht in het publieke ­debat geen nadruk krijgen. Stivoro kreeg vanaf de oprichting mondjesmaat financiële steun van de organisaties. Net genoeg om te kunnen voortbestaan, niet genoeg om een krachtige organisatie op te zetten. Investeringen in een krachtige lobby tegen de invloed van de tabaksindustrie op het Nederlandse beleid ­bleven uit.

Tabaksfabrikanten kregen in die jaren volop de kans het overheidsbeleid te beïnvloeden. De overheid stond zeer open voor de industrielobby. Tegenkrachten uit de samenleving ­waren er wel, maar hun slagkracht was te klein. Daar komt bij dat de Nederlandse poldercultuur, waarin beleidsvoornemens met ­alle partijen worden uitonderhandeld totdat er een breed gedeeld compromis ligt, een doeltreffend rookbeleid in de weg stond – en nog steeds staat.

Bij het matige succes van het Nederlandse tabaksbeleid spelen mogelijk ook andere factoren mee. Nederlanders houden niet van regeltjes. “De Nederlandse volksaard wordt gekenmerkt door extreem individualisme. Burgers willen in hun waarde worden gelaten, ze ­maken hun eigen keuzes”, aldus hoogleraar ­tabaksontmoediging Marc Willemsen. Hij ­publiceerde vorig jaar een studie naar het tabaksbeleid in Nederland sinds de jaren vijftig.

Permanent bang

KWF, Hartstichting en Longfonds bewaakten binnen Stivoro vooral de belangen van de eigen organisaties, zeggen opeenvolgende ­directeuren van de anti-tabakstichting. Trudy Prins, directeur van 1999 tot 2005, stelt dat het veiligstellen van eigen inkomsten en het behoud van een goede verstandhouding met het ministerie van VWS voor de drie moeders veruit de belangrijkste doelstelling was. “De moederorganisaties waren permanent bang dat ze de donateurs van zich zouden vervreemden. Ze hebben bij mij nooit de indruk gewekt dat terugdringing van roken een ­belangrijk onderwerp was.”

Beeld Colourbox

Prins zegt zich er destijds ook over te hebben verbaasd dat de drie moederorganisaties de steun voor Stivoro financierden uit hun budgetten voor public relations en communicatie. “Het kwam niet uit een potje voor tabakspreventie of onderzoek. Het was pr-geld. Als je zo naar roken kijkt, dan verwacht je geen resultaat. Over de hele linie waren het laffe jongens, zonder visie, met een grote behoefte om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. Alle partijen die bij Stivoro waren betrokken, hadden belangen die niets te maken hadden met beperking van tabaksgebruik. Dat is treurig en ontluisterend.” 

De terughoudend bij de gezondheidsfondsen verdween pas rond 2000, toen de toon van het maatschappelijke debat in Nederland veranderde. Roken was na de eeuwwisseling niet langer de algemene norm. Dat kwam door het optreden van Stivoro én doordat de twee longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker de medische wereld in beweging kregen. Ook artsen hadden jarenlang het rookdebat gemeden. KWF Kankerbestrijding, Hartstichting en Longfonds beseften na 2000 dat ze zich konden profileren met een openlijke anti-tabakslobby. Er was voor de fondsen aan reputatie te winnen door het dossier naar zich toe te trekken.

Geen behoefte aan terugblik

De noodzaak om Stivoro overeind te houden, ebde voor de fondsen langzaam weg. In 2012 trokken de gezondheidsfondsen en het ministerie van VWS de subsidies voor Stivoro in, een jaar later viel het doek. De drie gezondheidsfondsen richtten daarna de Alliantie ­Nederland Rookvrij op, een partnerplatform dat poldert naar een rookvrije generatie in 2040, een doel dat staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) van VWS inmiddels heeft omarmd.

Het aantal rokers in Nederland had anno 2019 lager kunnen zijn als de drie fondsen eerder en daadkrachtiger hadden ingezet op het tabaksdossier. Vorig jaar rookte in Nederland 22,4 procent van de volwassenen. Dat zijn drie miljoen rokers. In 2010 had dat percentage op 20 moeten liggen als het doel van een van de laatste grote publiekscampagnes (2005) tegen het roken was gehaald. Op dit moment, bijna vijftien jaar na het begin van die campagne, ligt het aantal rokers nog altijd hoger.

De reacties van de drie gezondheidsfondsen zijn wisselend. Zo heeft Floris Italianer, directeur van de Hartstichting, geen behoefte aan een terugblik. “Wat er in het verleden is ­gebeurd, is volstrekt niet interessant. Ik ben van het vooruit kijken. Voor reflectie over het verleden heb ik geen tijd.”

Italianer is sinds begin 2013 directeur en ­bestuurder van dit gezondheidsfonds. Hij is ook voorzitter van de Alliantie Nederland Rookvrij, opgericht in 2013 na de opheffing van Stivoro. Italianer volgt in het rookdossier bij voorkeur de diplomatieke weg, de polderroute. Hij gelooft niet in confronterende ­acties, zoals die van de longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker en van website ­TabakNee, die de industrie frontaal aanvallen. Italianer vindt de twee te activistisch en het stoort hem dat de twee artsen openlijk kritiek leveren op de strategie van de Alliantie. Begin maart zegde hij de partnerovereenkomst met hen per direct eenzijdig op, een actie die hem en de Alliantie veel kritiek opleverde.

Machteloos tegen de tabakslobby

Michael Rutgers, directeur van het Longfonds, erkent wel dat de anti-rokenlobby effectiever had kunnen zijn. “Maar er was wel veel tegenkracht. Het was altijd een oneerlijk ­gevecht. Ik voelde me wel eens machteloos ­tegen de tabakslobby.” Hij denkt dat door het veranderde speelveld de kansen om het roken nu wel effectief terug te dringen groter zijn geworden. “Ik hoop dat ergens in 2030, 2035 het roken voorbij is. Als je maar lang op het aambeeld blijft hameren, dan kom je er uiteindelijk wel.”

Michel Rudolphie, van 2011 tot eind 2017 directeur/bestuurder van KWF Kankerbestrijding, vindt dat KWF tekort wordt gedaan als er wordt gesteld dat de organisatie het anti-­rokendossier jarenlang heeft laten liggen. In de periode-Stivoro heeft KWF niet stilgezeten en ook Longfonds, Hartstichting en de niet-rokersorganisatie Clean Air Now (CAN) bereiken volgens hem veel.

Bij zijn aantreden in 2011 maakt Rudolphie van tabaksontmoediging een speerpunt voor de organisatie. Maar toen hij een jaar na zijn aantreden in eigen huis het plan opperde om het volledige jaarbudget een keer in te zetten op tabaksontmoediging, kreeg de KWF-directeur zijn achterban niet mee. In 2012 stelde hij de wetenschappelijke raad van KWF voor de 100 miljoen euro die het fonds in dat jaar ­beschikbaar had volledig te investeren in ­tabaksontmoediging. In de wetenschappelijke raad bepaalden in die jaren hoogleraren en ­medische wetenschappers jaarlijks hoe het KWF-geld werd verdeeld. “Ik zei toen: als wij geloven in onze missie om kanker te bestrijden moeten we een keer alles op tabak zetten. Het was onbespreekbaar.”

Beeld Colourbox

Scheve verdeling

Er is binnen en buiten KWF al vrij lang discussie over de inzet van de vele miljoenen die dit fonds jaarlijks inzamelt. Lukas Stalpers, hoogleraar radiotherapie in het AMC in Amsterdam en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Oncologie, stoort zich aan de relatief grote bedragen die gezondheidsfondsen, KWF voorop, steken in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Studies naar de oorzaken van kanker en naar het behandelen er van, krijgen de laatste jaren weliswaar meer geld, maar volgens Stalpers is de verdeling nog steeds scheef.

“Slechts een fractie wordt besteed aan ­bestrijding van de grote oorzaken van kanker. Niet de roker moet worden geholpen, dat is te makkelijk. Ze stoppen het geld massaal in een genetisch gemanipuleerde muis met een nog onbekend defect, op een onbekende plek in het DNA, in een volstrekt kunstmatige tumor. KWF is vooral erg succesvol in het werven van geld, al iets minder goed in het verdelen ervan. Maar ze falen als een tovenaarsleerling zodra ze zelf inhoud willen geven aan kankerbestrijding. Het zijn hele goede accountants.”

Stalpers’ diagnose over het tabaksbeleid in Nederland is hard: de overheid en veel beleidsmakers in de volksgezondheid lijden aan ‘terminale ondeskundigheid’. “Als je tegenstanders van vaccinaties de mond snoert omdat hun acties mogelijk drie tot zes doden kosten door mazelen en meningokokken, maar tegelijk amper iets doet aan het vermijden van 20.000 jaarlijkse tabaksdoden, dan ben je verkeerd bezig. Vanzelfsprekend is het heel erg als een kind onnodig overlijdt aan kinkhoest, maar het staat in geen verhouding tot de vele doden door de rookepidemie.”

Gelikt campagneconcept

De opvolger van Stivoro, Alliantie Nederland Rookvrij, streeft naar een rookvrije generatie over 20 jaar, in 2040. Het lijkt erop dat het beproefde systeem van pappen en polderen nog altijd overeind staat, zeggen – onafhankelijk van elkaar – twee volgers van het rookbeleid.

Beeld Colourbox

Johan Mackenbach, hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg in Rotterdam: “Ik vind dit een aanpak die legitimeert dat je nog een hele tijd niks doet. Het is wéér de weg van de geleidelijkheid. Voor de mensen die niet tot de gelukkige generatie behoren die rookvrij moet worden, de rest van Nederland dus, wordt er weinig gedaan.”

Willem van den Oetelaar, voormalig marketingman bij het Longfonds en oud-voorzitter van de anti-rokenactiegroep Clean Air Now valt hem bij. “De rookvrije generatie is een ­gelikt campagneconcept van marketingmanagers. Een paraplu waar je van alles kunt onderbrengen. Maar het gaat nergens over.”

Serieuze maatregelen blijven uit, aldus Van den Oetelaar. “Wat je wilt is dat de verkrijgbaarheid van tabak wordt beperkt en de accijnzen moeten drastisch worden verhoogd. Tabak is veel te goedkoop. Daarnaast moet de overheid gevolgen verbinden aan het feit dat roken een erkende verslavingsziekte is. Maar ik zie nu alleen de hele veilige thema’s, waar iedereen enthousiast mee aan de slag is. Grote veranderingen zullen ze niet veroorzaken.”

Dit artikel is gebaseerd op interviews voor het boek ‘De sjoemelsigaret’ van Trouw-redacteur Joop Bouma, dat komende week verschijnt. Bouma schreef in 2001 ‘Het Rookgordijn’, over de invloed van de tabaksindustrie op het Nederlandse overheidsbeleid.

Joop Bouma
De sjoemelsigaret
uitgeverij Atlas Contact
240 pagina’s, 21,99 euro

Lees ook:

Zo probeert de tabaksindustrie jongeren aan het roken te krijgen

‘Hoe jonger de nieuwe roker, hoe beter dat is voor ons.’ Zo redeneert de tabaksindustrie. Over de moraliteit van de eigen marketing houdt de sector de lippen op elkaar. Een analyse.

Antirookclub zet longartsen buiten de deur

De nationale koepel van tabaksbestrijders heeft twee longartsen de deur gewezen, omdat ze te activistisch zijn. De maatregel volgt op het stopzetten eerder dit jaar van de subsidie van KWF Kankerbestrijding aan de longartsen. 

De tabaksindustrie had me precies waar ze me wilde hebben: aan de haak

Stevo Akkerman: Elf jaar oud waren we en we zaten al in de zesde klas van de lagere school, het echte ­leven kon nu elk moment beginnen. Hoogste tijd om wat verboden vruchten te plukken. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden