Hoe het in voorkomende gevallen hoort

Als het om 'etiquette' gaat, ligt de naam Groskamp-Ten Have bij de Nederlanders nog altijd voor op de tong. In de eerste druk van haar klassieke boek 'Hoe hoort het eigenlijk?' definieerde de schrijfster het begrip etiquette als 'simpele wellevendheid, correcte vormen en goede manieren'. Door zijn alfabetische ordening is 'Groskamp-Ten Have' inderdaad een woordenboek der wellevendheid.

In weerwil van het feit dat dit boek tot in onze dagen steeds wordt herdrukt, kreeg het een opvolger in de vorm van het door Grosfeld, Bergman en Te Pas samengestelde 'Zo hoort het nu. Etiquette voor de jaren tachtig'. In dit negen jaar geleden verschenen boek is het accent verschoven van het burgerlijke leven met het gezinsleven als uitgangsbasis naar uitgaan, sport, reizen, vakantie, eten en drinken. De genotscultuur van onze tijd is daar mooi in samengevat.

De etiquette is de spiegel van de samenleving, of liever, van de idealen van de samenleving. En het ontbreken van etiquette is dat evenzeer. Hoe bekend het klassieke boek ook onder Nederlanders vanaf een jaar of dertig is, tot een algemene genrenaam is 'Groskamp-Ten Have' nooit geworden, zoals met een Bloomer, een Boycot of een Mae West wel het geval is. Of de naam nu te lang was of dat het verschijnsel van de wellevendheid te weinig bij het karakter van de Nederlanders paste, er bestaat geen nationaal etiquette-boek waarin iedere Nederlander zijn persoonlijkheidsideaal herkent.

Ellende

In Duitsland ligt dat heel anders. Daar is de naam 'Knigge' een nationaal begrip, een soortnaam, een genre-aanduiding voor alles wat met gedragsvoorschriften te maken heeft. Een boek heeft de naam van de schrijver Adolph Freyherr von Knigge (1752-1796) voor de vergetelheid behoed: Uber den Umgang mit Menschen, geschreven in 1787, voor het eerst verschenen aan de vooravond van de Franse Revolutie en in 1790 uitgekomen in zijn definitieve vorm.

De titel van Knigge's uit persoonlijke ellende ontstane boek verleidde al tijdens de negentiende eeuw tot het scheppen van een hele reeks boeken over de omgang met mensen, zoals 'Uber den Umgang mit Weibern', Uber den Umgang mit Frauen', 'Uber den Umgang mit Kindern', 'Uber den Umgang mit Freunden' en 'Uber den Umgang mit Leidenden'. Van Hofrat Pockel verscheen een driedelig werk: 'Uber Gesellschaft, Geselligkeit und den Umgang', terwijl Karl Nicolai het tweedelige boek 'Uber Selbstkunde, Menschenkenntnis und den Umgang mit Menschen' publiceerde.

De oude Knigge bleef ook zelf in de eeuw van de 'Komplimentierbucher' populair met het resultaat dat de naam Knigge een korte en bondige wegwijzer naar goede manieren impliceert. En dat niet alleen ten gunste van de menselijke persoonlijkheid maar ook gezien vanuit een economisch belang. De vraag "Hoe verdien ik binnen de kortste keren het meeste geld?" is echter ver verwijderd van het gedachtengoed van de verlichte baron uit de achttiende eeuw.

Erfenis

Kort na het verschijnen van de Duitse editie van 'Uber den Umgang mit Menschen' moet er ook een Nederlandse vertaling zijn uitgekomen. Waneer dit spoor in Nederland is verzand, onttrekt zich aan mijn waarneming. In 1978 verscheen in Duitsland van Erik Graf Wickenburg het boek 'Der gute Ton nach alter Schule. Ein Knigge fur Leute von heute'. Inmiddels kijkt geen Duitse boekhandelaar vreemd op, wanneer een klant een 'Knigge voor automobilisten' of een 'Knigge voor vakantiegangers' wenst.

Intriges

Met het krimpen van Knigge's literaire en filosofische erfenis tot een, nota bene verkeerd begrepen boek is de qua uiterlijk onaantrekkelijke Freyherr uit de buurt van Hannover groot onrecht aangedaan. Wie nu de lijst van zijn romans, toneelstukken, filosofische geschriften, satires, politieke werken, zijn opstellen, vertalingen en briefwisselingen bekijkt, kan uit deze geschiedenis geen andere conclusie trekken dan dat met de nalatenschap van Knigge vreemd is omgesprongen en dat enig commentaar bij de mens en zijn werk geen kwaad kan.

Knigge was een telg uit een verarmd adellijk geslacht. Tweemaal probeerde hij vaste grond onder de voeten te krijgen aan een van Duitslands toen uiterst talrijke vorstenhoven. In beide gevallen eindigde zijn loopbaan voortijdig als gevolg van intriges en jaloezie. Wel hield hij een zeer ongelukkig huwelijk aan deze tijd over. Wat als een spelletje van schijnverliefdheid begon, eindigde als realiteit: de gravin van Hessen in Kassel dwong Knigge haar gezelschapsdame Henriette von Baumbach te trouwen.

Knigge had niet alleeen aan domme spelletjes meegedaan. Hij had zich in Kassel in de landbouw verdiept en met het verbouwen van cichorei beziggehouden. Ook richtte hij een fabriek voor meerschuimpijpen op. Na het mislukken van zijn loopbaan aan het hof sloot de voor het gedachtengoed van de Verlichting zeer ontvankelijke Knigge zich bij de zogenaamde 'Orde en Illuminati' aan. Deze orde was op 1 mei 1776 gesticht. Informatie over de orde vond ik in de onvolprezen 'Christelijke encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk' van uitgeverij Kok. Deze orde was pantheistisch-mystisch van aard, en werd gesticht door de professor in de rechten in Ingolstadt Adam Weishaupt. Deze werd in de orde 'Spartacus' genoemd, terwijl Knigge de schuilnaam 'Philo' droeg. Letterlijk zegt de Encyclopaedie: "De orde had vormen aan de vrijmetselarij ontleend. Er bestond in haar midden een tucht als bij de Jezuieten en het doel was een gezelschap te vormen van volkomen zedelijke menschen. Vandaar de naam Perfectibilisten. Weishaupt was een vijand van de leer der Jezuieten. Hij wilde een heerschappij van de rede en staatkundige en godsdienstige verlichting. (. . .) Men trachtte de hogere ambten alle in handen van leden der orde te spelen. De lagere graden waren blinde werktuigen van de hoogere graden."

De Illuminaten vormden dus een geheim genootschap ter verbetering van de mensheid. De bedoeling was, aldus Weishaupt aan Knigge, om "de mens de vervolmaking van zijn verstand en van zijn morele karakter aantrekkelijk te maken." Gezamenlijk zouden de Illuminaten een 'heilig legioen van onoverwinlijke strijders voor wijsheid en deugd' vormen. De orde was hierarchisch opgebouwd. De lagere regionen zouden al naar gelang hun geestelijke ontwikkeling langzamerhand in de kennis van de 'Oberbehorden' worden ingewijd. Dat dacht Knigge ook. Maar hier lag precies het probleem. Want de hoogste sport op de ladder was door Weishaupt alleen maar verzonnen, die was nog onbemand.

Inzicht

Door het bedrog van Weishaupt, maar ook door het inzicht, dat de doelstellingen van de Verlichting niet gebaat waren bij zulke geheimzinnige praktijken, distantieerde Knigge zich van de Illuminaten. En het volgende hoofdstuk in zijn leven heet: 'Uber den Umgang mit Menschen'.

Knigge zag zijn boek als een bijdrage tot de Verlichting. Als die Verlichting doorgang zou vinden in Duitsland, dan zou men "in Duitsland een revolutie noch te vrezen, noch te wensen hebben" . Maar dan zouden de vorsten wel tot hervormingen bereid moeten zijn. Knigge geloofde in de onafwendbare komst der hervormingen. Dat geloof was gebaseerd op een ander geloof, namelijk dat de mens te vormen was, dat de mens zich zou laten opvoeden tot zijn hoge bestemming. Aan het begin van 'Uber den Umgang mit Menschen' constateert Knigge, dat "de verstandigste mensen in het gewone leven stappen zetten, waarover wij ons hoofd moeten schudden." En: "We zien de fijnste theoretische mensenkenners slachtoffer van het grofste bedrog worden."

Nuttig

Het ontbreekt de mens aan iets, aan 'esprit de conduit'. Maar Knigge wil geen oppervlakkig 'Komplimentierbuch' schrijven, dat alleen maar aanwijzingen voor uiterlijke beleefdheid geeft: "Ik wil conclusies trekken uit de ervaringen die ik tijdens niet weinig jaren heb verzameld. In die jaren heb ik gedoold onder mensen van allerlei soort en stand en ik heb hen stilletjes geobserveerd. Ik lever geen volledig systeem, maar wel brokstukken, materiaal dat misschien niet geheel verwerpelijk is, stof tot verder nadenken."

Ondanks deze bescheidenheidsformule had Knigge wel degelijk de bedoeling om "voorschriften voor een gelukkig, rustig en nuttig leven in de wereld en onder de mensen te geven." En met de brokstukken valt het ook reuze mee. Terwijl het eerste gedeelte van het boek meer de algemene uitgangspunten bevat, over de omgang met 'sich selbst' en over de omgang met mensen van verschillende gemoedsaard gaat, laat het tweede gedeelte geen enkele sociale categorie buiten beschouwing: "Von dem Ungange unter Personen von verschiedenem Alter', 'Von dem Umgange unter Eltern, Kindern und Blutsverwandten', 'Von dem Umgange unter Eheleuten', 'Uber den Umgang mit und unter Verliebten', 'Uber den Umgang mit Frauenzimmern', 'Betragen gegen Hauswirte, Nachbarn und solche, die mit uns in demselben Hause wohnen' enzovoort.

Een verrassend subhoofdstukje bij de eerste genoemde categorie luidt: "Het is niet meer mode, oudere mensen achting te bewijzen. De huidige generatie is veel verstandiger dan de vaders het waren. De schrijver behoort echter nog tot de oude wereld." Dat schreef Knigge toen hij vijfendertig was!

Oppassen

Het derde deel treedt buiten de huiselijke en familiaire relaties en is aan de omgang met de Groten der Aarde, met geringeren, met geestelijken, met geleerden, kunstenaars, met dieren en dan pas: met schrijvers en lezers gewijd. Onder de categorie 'geleerden en kunstenaars' behandelt Knigge ook de omgang met journalisten en verzamelaars van anekdoten. Met journalisten is het oppassen geblazen: "Een enkel woord, dat niet in hun systeem past en dat ze ergens opvangen, geeft hun stof tot verketteringen, tot onwaardig geplaag, tot verdrukking van de beste, meest zorgeloze en argloze mensen." Aan Henk van der Meyden en zijn mafia zou Knigge werkelijk besteed zijn.

Het hoofdstuk 'Uber Juden und die Art mit ihnen zu verfahren' is vanuit die tijd gezien, een poging om de vooroordelen tegenover joden weg te nemen en sluit volledig aan bij de gedachtenwereld van een man als Lessing met wie de Verlichting in Duitsland vaak wordt vereenzelvigd.

Of dit hoofdstukje de aanleiding was om Knigge in 1936 te ridiculiseren, weet ik niet. Maar merkwaardig is in ieder geval het voorwoord dat de Hamburgse Goverts-Verlag aan de boeiende biografie meegaf, die Reinhold Th. Grabe bij deze uitgeverij publiceerde: "Das Geheimnis des Adolph Freiherrn von Knigge'. In dit voorwoord, 'Warum Knigge?' wordt gezegd: "De Verlichting, die lichtgelovig de Rede, het Verstand, tot enige maatstaf van het menselijk bestaan verhief, bezit in Knigge zijn tragikomische belichaming" . Voor de uitgever was Knigge de Tijl Uilenspiegel van de achttiende eeuw, waarover nu (in 1936) alleen nog maar gelachen kan worden.

Bewijsstukken

Na het overlijden van Knigge - tyfus was vermoedelijk de doodsoorzaak - vond men in zijn kamer zijn literaire nalatenschap keurig geordend. Zijn geschriften had Knigge volgens onderwerp gerubriceerd en tot dikke delen laten samenbinden. Dat zou het werk van toekomstige redacteuren van zijn werk vergemakkelijken. Ook trof men op zijn bureau een pakket aan met de begeleidende tekst: "Materiaal voor mijn toekomstige biografen. Bewijsstukken voor het feit dat mijn leven nut voor anderen heeft gehad."

Geen snippertje papier van Knigge moest verloren raken. Aan biografen heeft het hem niet ontbroken. Maar die biografen konden niet verhinderen, dat zijn naam eerst legende en vervolgens handelswaar werd.

Zo zijn de tafelmanieren

Als klein jongetje was mijn vader met zijn moeder op bezoek bij boeren in de buurt. Ze prikten hun aardappels aan de vork en doopten ze zo in een pan met jus. 'Doop', heette dat. 'Jullie lijken wel varkens', zei mijn vader. De boeren moesten lachen en vonden het helemaal niet erg. Thuis legde mijn oma uit dat je bepaalde dingen niet mocht zeggen.

Van mijzelf gaat het verhaal van de dikke man in het restaurant. Vol bewondering en ontzag klom ik telkens weer op mijn stoel om dat te zien eten. Ook iets wat niet mag. Manieren leren begint in velerlei beschavingen aan tafel. De complete aardse historie wordt weerspiegeld in een maaltijd, schrijft Anthony Burgess in zijn boek Earthly Powers: 'een westers banket herhaalt de geschiedenis van de wereld van oersoep via de zeebeesten naar landbewoners en vliegende schepsels en eindigt met het bewijs van de menselijke cultuur in kaas en kunstige puddingen.'

Bij zo'n gewichtig gebeuren als het recapituleren van ons ontstaan past een zeker decorum. De kleding moet aan zekere eisen voldoen, het tafelgerei dient niet lichtzinnig te worden gehanteerd, en niet alles mag worden gezegd.

Kruimels

Amy Groskamp-Ten Have, schrijfster van het beroemde 'Hoe hoort het eigenlijk?' is er niet helemaal van overtuigd dat haar lezers zo ver zijn gevorderd op de weg van de evolutie. Wie gesteld is op de goede vormen en manieren 'en dat geldt ook voor dagelijksch gebruik in den huiselijken kring! moeten niet: leunen, noch over tafel hangen, niet eten met de ellebogen op tafel geplant, niet met open mond eten, niet smakken, niet slurpen, niet morsen, nimmer met de vingers de spijzen aanraken, niet praten met eten in de mond, niet drinken met eten in de mond, geen eten - ook geen kruimels - uit den mond laten vallen . . .' en zo gaat het nog een alinea door.

Mevrouw Groskamp verkondigt haar regels als wetten van Meden en Perzen. Niet iedereen zal het in alles met haar eens zijn. Ik heb altijd begrepen dat het juist de kunst is om met een klein hapje eten in de mond toch te kunnen converseren. Misschien een verouderd idee, of buitenlands, want je moet dat kunnen zelfs als je kleine vogeltjes met botjes en al eet, en vogeltjes worden hier ten lande in kooitjes gestopt en niet vanuit een culinair standpunt bekeken.

Haar regel dat je niet met je handen aan het eten mag zitten, iets wat geassocieerd wordt met de wilde middeleeuwen, is nog niet zo heel oud en geldt niet voor alles. Wild mag je ondanks haar verbod met je handen eten, en je boterham ook. De dochter van Jerome Bonaparte, de jongste broer van Napoleon, vertelde dat Jerome sla met zijn handen at. Als iemand hem zei dat dat niet netjes was, zei hij dat hij in zijn tijd een standje had gekregen als hij zijn handen niet had gebruikt. Hij zou te horen hebben gekregen dat ze dan zeker vuil waren!

Pastei

Pastei mag je niet meer met je handen eten. In de middeleeuwen werd veel pastei gegeten. De korst diende eerder als omhulsel dan als voedsel, werd vaak herbruikt, en was dan ook niet zoals nu van bladerdeeg maar fors van rogge. De pastei werd op tafel opengesneden, keurig de deksel eraf, en dan zocht je met hand wat van je gading. Met een lepel kon ook, maar het was handiger om met je vingers in de pastei botten of graten van het vlees te scheiden.

Onbekende gerechten zijn een bron van verdriet en vertier. In China had iemand een arrogante warlord te eten, die bij het toetje voor het eerst geconfronteerd werd met de banaan. Zoals je van iemand met zo'n karakter en beroep kan verwachten vroeg hij niet hoe dat moest, zo'n banaan, maar at hem op met schil en al. De gastheer vond het toch wat veel gevergd om dat uit beleefdheid ook te doen pelde zijn banaan onopvallend. De warlord zei: 'Ik eet die dingen altijd met de schil,' en nam er nog een.

Nu kan een banaan eenvoudig en netjes onder handen genomen worden nadat een korte technische uiteenzetting duidelijk heeft gemaakt wat de bestemmingen van respectievelijk schil en inhoud zijn. Een sinaasappel is moeilijker. Mevrouw Groskamp mag dan weinig vertrouwen in het beschavingspeil van haar afnemers hebben, ze gaat er optimistisch van uit dat ze netjes een sinaasappel kunnen eten. Haar collega Emily Post niet: 'never embark on an orange!'.

Zesendertig

Emily Post schreef 'Etiquette in Society, in Business, in Politics and at Home'. Het verscheen voor het eerst in 1922. De anecdotes die ze vertelt maken haar boek minder saai dan 'Hoe hoort het eigenlijk?': 'Tijdens een diner bleek mrs Toplofty te zitten naast een man die ze hartgrondig verachtte. Ze zei tegen hem: 'Ik zal niet met u praten, maar ten behoeve van onze gastvrouw zal ik de tafels opzeggen. Een keer een is een, twee keer een is twee, drie keer een is . . .,' en zo ging ze door. Om de schijn van een geanimeerd gesprek gaf haar buurman af en toe een rekenkundig antwoord. 'Inderdaad, zes keer zes is zesendertig.' Zo spoedig als ze beleefdheidshalve kon draaide ze zich naar haar andere tafelgenoot.

'De gastvrouw of gastheer kan het moeilijk hebben aan tafel. Je kunt gasten krijgen als de advocaat uit Agen waar Edmond de Goncourt in zijn dagboek over vertelt: de advocaat die altijd precies tien centimeter met zijn buik van de tafelrand ging zitten, en dan door at tot hij met zijn buik de tafel voelde. Ook het aantal gasten kan voor moeilijkheden zorgen. In Parijs kon de gastheer in de negentiende eeuw een quatorzieme huren. Quatorziemes, veertienden, waren heren die van vijf tot negen thuis in rok zaten te wachten om in te vallen aan tafels waar men met dertien aan tafel bleek te zijn.

Ben je overgegaan tot het gebruik van bestek dan zullen kritische gasten aan de hand daarvan oordelen hoe hoog je op de snobistische evolutieladder staat. Servetringen zijn geen goed teken. Ze doen vermoeden dat je de servetten niet na elke maaltijd wast. Vismessen zijn taboe. Vis eet je met twee vorken. Het vismes is namelijk een Victoriaanse uitvinding, en voor de snob rond 1900 betekende de aanwezigheid van vismessen dat de gastheer een parvenu was die zijn bestek had gekocht, en niet in het bezit was van eeuwenoud familiezilver. Zo doorredenerend is het eten met de handen het allersjiekst, maar snobs denken niet zo ver.

Vingerkom

Tot verdriet van de snob zijn vingerkommetjes uit de mode. Het wilde namelijk nog wel eens voorkomen dat iemand daar uit onwetendheid uit dronk. Er is het beroemde verhaal dat aan ongeveer iedereen, waaronder koningin Wilhelmina, is toegeschreven. De hovelingen lachten om de boer die uit z'n vingerkom dronk, maar de koning zag het en dronk ook uit zijn vingerkom.

Andere mensen zijn minder aardig aan tafel. Ik weet van een Engelsman die je wel heel hardhandig manieren leerde. Een gast aan zijn tafel vroeg hem of hij nog wat aardappels mocht hebben. Natuurlijk, en hij reikte de schaal. De gast begon aardappels uit te lepelen, en de gastheer liet de schaal oorverdovend op tafel storten tot een puinhoop van porselein en patatten. Les: als iemand je een schaal aangeeft laat je de behulpzame gever niet als uithangbord zitten. Pak eerst de schaal over, schep dan pas op.

Zo bestaat de gewoonte om als je geen wijn meer blieft je hand over je glas te houden. Een butler vond dit een vulgaire gewoonte. Als je geen wijn meer wil, dan drink je niet meer, en het volle glas wordt vanzelf niet meer bijgeschonken. Dus als iemand zijn of haar hand boven het glas hield schonk hij toch. Het kan hebben meegespeeld dat overgebleven glazen wijn voor de bulter zijn.

Lunch

Maar dit zijn uitzonderingen. Aan tafel hoort rust te heersen. Toen de Royal Yacht Club een graaf het lidmaatschap had geweigerd, en de graaf daarop met zijn jacht voor het clubgebouw voor anker ging en het vuur dreigde te openen, vond het clubbestuur dit op zichzelf nog wel begrijpelijk. Maar het feit dat hij al die commotie maakte net terwijl ze aan de lunch zaten deed het clubbestuur denken dat ze hem terecht hadden gedeballoteerd.

Eb en vloed

Zovast een reactie op de eb en vloedstudie in ons O. O. derde jaargang nr 41. Afnemer Jan van den Berg te Santpoort meldt dat door het feit dat de zee niet stilstaat ten opzichte van de aarde, de draaiing van de aarde om haar as wordt gedwarsboomd, met als gevolg dat de dag elke eeuw 0,0016 seconde korter wordt. U bent gewaarschuwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden