Hoe help je een cacaoboer?

cocoa plan | reportage | Nestlé, producent van onder meer KitKat, wil de makers van zijn kostbare cacao uit de armoede helpen. Maar er zijn voorwaarden.

Er is zoveel belangstelling voor de veldles cacaoplanten snoeien op het erf van boer Séraphin N'Guessan Yao, dat een bankje gemaakt van bamboestokken met een luide krak bezwijkt onder het gewicht van de toehoorders. Buitenlandse gasten vallen op de grond. Achter hen komen mensen overeind en staan hun plastic stoelen af.

"Zorg voor je cacaoplant als was het je kind", begint de docent zijn les en hij wijst op de tekst op een flap-over die hij op het dek van dode bladeren op de grond heeft gezet. "Je plant mag drie stammen hebben, hooguit vijf. Zijn het er meer, dan verspreidt het voedsel zich te veel. Dat zou zijn alsof je tien kinderen hebt en je vrouw kookt in een te kleine pot. Niemand krijgt genoeg."

Normaal praat de docent niet voor een gehoor van zo'n vijftig man, maar voor hooguit vijftien boeren hier uit Ouikao, een dorp in het zuidwesten van Ivoorkust. Dat land is de grootste cacaoproducent ter wereld, maar de boeren hebben er een probleem: veel van hun cacaoplanten zijn oud, de productie daalt. Ze hebben kleine bedrijven en zijn niet geschoold in de laatste landbouwtechnieken.

Hun geluk is dat de vraag naar cacao op de wereldmarkt al een paar jaar groter is dan het aanbod. Dat drijft de prijs op. In 2012 kregen ze de van overheidswege vastgestelde minimumprijs van omgerekend 1,10 euro voor een kilo cacao, nu is dat 1,50 euro. Dat is zo'n 60 procent van wat een kilo cacao op de wereldmarkt doet. Nog een mazzeltje: voor chocola die wordt geproduceerd volgens de UTZ-, Fairtrade- of Rainforest Alliance-normen krijgen ze een opslag. Maar een vetpot is het niet, zo'n cacaobedrijf.

Ivoorkust heeft ook een probleem. In 2012 telde het naar schatting 22 miljoen inwoners. In 2020 zijn dat er vijf miljoen meer. De economie van het land floreert - het Internationaal Monetair Fonds verwacht dit jaar een groei van rond de 8,5 procent, net als in 2015 - mede dankzij die plezierig hoge cacaoprijs. Maar groei is niet genoeg. Werk is er nodig. Overtollige boerenzonen die hun dagen in armoede en ledigheid slijten, trekken van het platteland naar Abidjan, de economische hoofdstad van het land. En lukt het daar niet om de kost te verdienen, dan lonkt Europa. Wie het kan betalen, stapt op een lijnvlucht naar Frankrijk. Maar Ivorianen staan ook op de achtste plaats van nationaliteiten die dit jaar per gammele boot de kust van Italië bereikten, blijkt uit cijfers van de internationale organisatie voor migratie.

Kinderhandjes

Cacaoverwerkers ten slotte hebben ook zo hun zorgen. De Zwitsterse voedselgigant Nestlé is grootafnemer van Ivoriaanse cacao, die het stopt in zijn Smarties, KitKats en Aero-repen. Nestlé windt er geen doekjes om: het wil zijn inkoop veiligstellen. Dus moet de productie in Ivoorkust omhoog. Daarnaast spreken westerse consumenten de multinational aan op de kinderhandjes die in Ivoorkust meehelpen met het snoeien, besproeien en oogsten van de cacao. Dus wil Nestlé dat er een einde komt aan die praktijk. In 2010 zette het zijn Cocoa Plan op, met de bedoeling zichzelf én de Ivoriaanse boer vooruit te helpen.

Klinkt goed, maar hoe doe je dat? Met veldscholen bijvoorbeeld. Het klasje op de boerderij van Séraphin Yao is een publiek-privaat project, zoals de ontwikkelingssector dat graag ziet: de Ivoriaanse overheid levert de docent, Nestlé en cacaogroothandelaar Olam betalen de kosten. Vandaar die massale aanwezigheid van buitenlanders in Ouikao: Nestlé heeft journalisten - van onder meer Trouw - en medewerkers van maatschappelijke organisaties als Fairtrade en Solidaridad uitgenodigd om te zien waar het bedrijf mee bezig is.

Boer Yao (43), gastheer en leerling van de veldklas, heeft een relatief klein bedrijf. Zijn vader had een grote boerderij, maar toen die overleed werd het land onder zijn drie zonen verdeeld, vertelt Yao. Hij kreeg 3,5 hectare. Die staan trouwens nog steeds op naam van zijn overleden vader. Nee, dat is niet handig, erkent hij. Met twee van zijn familieleden verzorgt hij zijn planten, zegt Yao. "Oh nee, met drie." Verontschuldigend: "Ik was mijn vrouw vergeten." Werken er ook kinderen op zijn bedrijf, wil een van de gasten weten. Voor Yao kan antwoorden, neemt Pacôme Kouassi het woord. "Nee, hij is gesensibiliseerd. Dat doen we niet meer."

Dat sensibiliseren - de harten en hoofden van boeren winnen voor het idee dat kinderen in de schoolbanken horen en niet op het veld - dat doet Scoopadef, de coöperatie van ruim 600 cacaoboeren, waarbij Yao is aangesloten. Pacôme Kouassi is de directeur.

Nestlé schonk de leden van de coöperatie al zo'n 100.000 jonge cacaoplanten, die het Zwitserse bedrijf zelf opkweekt in zijn onderzoeks- en ontwikkelingscentrum in Abidjan. Betere planten, die meer opbrengen. Zo verleidt Nestlé boeren om een deel van hun oude, onrendabele bomen te kappen. Een hele beslissing voor een boer die net kan rondkomen, want de jonge aanplant heeft zo'n drie jaar nodig voor die vrucht draagt. Al komt er een nieuwe soort, die de koosnaam Mercedes draagt. "Omdat-ie zo hard groeit", zegt Kouassi. Mercedes geeft al na achttien maanden vrucht.

Aan de gift van die planten kleeft niet de verplichting om ook aan Nestlé te leveren. Maar coöperaties die meedoen aan Nestlé's Cocoa Plan - Scoopadef sloot zich in 2013 aan - moeten wel helpen de sociale doelen die Nestlé nastreeft te verwezenlijken.

Vrouwenemancipatie bijvoorbeeld. Al mag dat op zijn Ivoriaans. Scoopadef heeft onlangs een aparte vrouwenafdeling opgezet. Twaalf vrouwen zijn lid. Ze krijgen een hoekje van het land van hun mannen om er maniok, rijst of bananen te planten. "Het is belangrijk om onze mannen te helpen", vindt Estelle Yoboka, boekhouder van de coöperatie en lid van de vrouwenafdeling. "Een zelfstandige vrouw is een echte steun voor haar man", vindt ook directeur Kouassi. "Want de kinderen zijn niet alleen van hem. Als ze financieel onafhankelijk is, kan de vrouw haar man de periode door helpen dat er niet wordt geoogst."

De strijd tegen kinderarbeid, ook onderdeel van het Cocoa Plan, laat voor de plaatselijke zienswijze geen ruimte. De rechten van het kind van de Verenigde Naties bepalen dat iedere achttien-minner kind moet kunnen zijn en daar voegt Nestlé zich naar. Dat menig Ivoriaans meisje op haar achttiende al getrouwd is - de ngo Girls not Brides houdt het op ruim de helft voor dit deel van Ivoorkust - doet er niet toe.

Op het dorpsplein van Ouikao staat wederom een flap-over, dit keer met voorgedrukte voorlichtingsplaatjes. Van een kind. "Wat is een kind?", vraagt de man die de awareness session leidt. "Een kind is een persoon onder de achttien jaar", dreunt een boer op. "Juist! Stuur je kinderen naar school, zodat ze in de toekomst voor ons kunnen zorgen", gebiedt de man.

Rond het plein krioelt het van de kleintjes en de pubers. Er is nu geen school, het is vakantie. Een groepje meisjes van elf en twaalf jaar zit tegen een muurtje. Als het geen vakantie is, gaan ze dan wel naar school? Niet meer, zegt een van hen. Ze had er niet zo'n gevoel voor, legt ze uit. Maar werken, nee, dat doet ze niet. Ze helpt haar moeder, zegt ze, met maïs stampen en zo.

De voorlichter op het plein vraagt een boer naar voren te komen. Hij moet een zak optillen. Ook arbo zit in het Cocoa Plan. "Wat gebeurt er als je zo'n zware last verkeerd draagt?", wil de voorlichter weten. Dan krijg je nekpijn, zegt een boer. Hoofdpijn, roept een ander. Last van je schouders, pijn in je buik. "We zullen eens kijken of jullie gelijk hebben", zegt de man tot de ervaringsdeskundigen. En hij slaat het blad op zijn flap-over om. Er verschijnen plaatjes van mannen met pijn aan hun nek, hun hoofd, hun schouders, hun buik. "Ja hoor, dat klopt!", zegt hij.

Peter Brabeck-Letmathe, de Oostenrijker die aan het hoofd staat bij Nestlé, heeft een romantisch beeld van hoe bedrijven zich tot de maatschappij verhouden. Neem het zijne, ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw, ten tijde van de Industriële Revolutie. Een tijd van maatschappelijk verantwoord ondernemen avant la lettre, stelt hij. Boeren trokken van het platteland naar de stad, op zoek naar werk; eenmaal daar konden ze hun eigen voedsel niet meer verbouwen, schetst hij. Bedrijven zagen dat aan, en kwamen met een oplossing.

Zonder ook maar te noemen dat menig industrieel zijn arbeiders zo'n hongerloontje betaalde dat ze hun levens onder embarmelijke omstandigheden sleten, schakelt hij over op het verhaal van apotheker Henri Nestlé. Die het niet kon aanzien dat van elke duizend Zwitserse baby's er 174 stierven. Toen Nestlé zijn babyvoeding ontwikkelde, zegt Brabeck-Letmathe, 'dacht hij niet aan het stichten van een multinational, maar aan het leven van het kind van de buurvrouw'.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen zit Nestlé in de genen, is zijn boodschap op een groots forum dat het bedrijf eerder die week houdt in een chic hotel in Abidjan. Creating shared value noemt Nestlé het, gedeelde waarde creëeren. Het Cocoa Plan is daar een uitwerking van.

En Nestlé is geen vreemde eend in de bijt, betoogt Brabeck-Letmathe. Het publiek ziet een tegenstelling tussen bedrijven en de maatschappij, maar die is er niet. Die misconceptie, zegt hij, is de schuld van investeerders. "Als die gemeenschap ziet dat er iets sociaals gebeurt, roept ze: 'U verspilt geld'." En het is de schuld van Milton Friedman, de econoom die het oor had van politici als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, en een genadeloos neo-liberalisme predikte. En van bankiers. "Hun gedrag helpt niet erg."

En van maatschappelijke organisaties. Die tamboereerden in de jaren tachtig dat bedrijven niet alleen - op zijn Friedmans - winst mochten maken, maar een sociale verantwoordelijkheid hebben. "Ze namen bedrijven in de tang", aldus de topman. Dat resulteerde in een systeem dat hem deed denken aan middeleeuwse aflaten. "Vervuil je het milieu, dan betaal je een miljoen."

Dat het misverstand voortduurt en zijn eigen maatschappelijk verantwoord ondernemerschap zo onbekend is, kan hij wel plaatsen. "We praten er niet over. Misschien is dat ons Zwitsers calvinisme, dat je goed doet en het er niet over hebt." Al is je erop laten voorstaan ook een marketingtool van twijfelachtige waarde, vindt hij. "De verdenking is al snel dat je aan het greenwashen bent."

En het is ook niet zo dat niemand het weet, zegt Brabeck-Letmathe. "De 700.000 boeren met wie we dag in dag uit werken, zien de mooie kant ervan heel helder." Vermenigvuldig dat aantal met zes - de gemiddelde omvang van een boerengezin - en er zijn al 4,2 miljoen mensen die rechtstreeks profiteren. "En dan zijn wij maar een van de honderden bedrijven die dit doen."

Gnakpalilié is zo'n dorp dat profiteert. De cocaoboeren daar draaien mee in Nestlé's Cocoa Plan en kregen net als hun collega's in Ouikao voorlichting en nieuwe planten. Nestlé bouwde er bovendien een school, waar nu zo'n driehonderd kinderen naartoe gaan.

Heel blij zijn ze, vertellen ze de Nestlé-delegatie die het dorp bezoekt. De school redt levens. En dat bedoelen ze letterlijk. Hun kleintjes liepen voorheen naar de school in een dorp een paar kilometer verder. Langs de rand van de teerweg, waar auto's overheen scheuren en vrachtverkeer langsdendert. Ongelukken waren geen uitzondering.

Dank dus. Maar ze hebben ook een verzoek. De dorpelingen willen graag een kantine. Waar hun dochters onder toezicht kunnen verblijven. Die meisjes moeten de boeren nu alleen achterlaten als ze op het land zijn. En wie weet wat de meiden doen om aan eten te komen, als ze geen les hebben? Hun ouders vrezen dat ze aids oplopen, zegt de man.

Maar dan hebben de boeren de rol van Nestlé toch niet helemaal begrepen. Het bedrijf is geen suikeroom, legt Nestlé-man Nathan Bello onomfloerst uit. Ze moeten zelf aan de bak. "Als er geen bijen zijn, wordt er niet bestoven. Als u niet hard wilt werken, zitten wij hier dan op de verkeerde plek misschien? Wat kost zo'n kantine? Twee miljoen cfa (3050 euro, red.)? Misschien wel minder. Wij zorgen ervoor dat uw oogsten omhooggaan, dus legt u met zijn allen dat bedrag bij elkaar. Zet vier muren neer, leg er een dak op en je hebt een kantine. De uitdaging is aan u. Over twee à drie jaar komen wij terug. En dan staat hij er."

In het dorpje Ouikao in het zuidwesten van Ivoorkust wordt een veldles voor cacaoboeren gegeven. Van alles komt aan bod: 'Zorg voor je cacaoplant als was het een kind.' 'Wat is een kind?' 'Juist ja, een persoon onder de achttien jaar, die naar school gaat.' 'Wat gebeurt er als je een zak cacao verkeerd optilt?' 'Dan krijg je nekpijn en hoofdpijn.'

Nestlé praat niet over maatschappelijk verantwoord ondernemerschap. 'Misschien is dat Zwitsers calvinisme. Je doet goed en hebt het er niet over.'

Emancipatie op zijn Ivoriaans: vrouwen krijgen een hoekje van het land van hun mannen om er maniok, rijst of bananen te planten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden