Hoe groter de discrepantie, hoe ’lekkerder’ het nieuws

null Beeld

Misbruik en misstanden kleurden in vele jeugdinstellingen de dagen. Maar pas na de onthullingen over katholieke instellingen kwamen justitie en media massaal in beweging. Waarom brengen juist die instellingen zo veel teweeg?

De duivel heeft vele gezichten. Niet alle seksuele misbruik in internaten draagt een rooms-katholiek stempel. Een kort onderzoek laat al een modderstroom van wangedrag zien in instellingen zonder banden met kerken.

De treurige geschiedenissen komen uit alle hoeken van de wereld. De Amerikaanse tv-ster Oprah Winfrey beleefde in 2007 een ontgoocheling, toen bleek dat ook in een door haar gefinancierde kostschool voor arme meisjes in Zuid-Afrika seksueel misbruik was voorgekomen. Een journaliste in Armenië hangt vijf jaar cel boven het hoofd vanwege onthullingen over een eliteschool.

Plaatselijk halen ze wel het nieuws, maar toch veroorzaken schandalen in ’neutrale’ internaten, hoewel ze vaak van recenter datum zijn, doorgaans minder ophef dan wangedrag in katholieke instellingen. Een deel van de verhalen komt overigens nu pas los, in het kielzog van de berichten over misbruik in katholieke internaten.

Talrijk zijn de klachten over kostscholen in Engeland, Australië en de VS. In Australië arresteerde de politie vorig jaar augustus een ’huismoeder’ van een elite-internaat. Ze zou, gebruik makend van haar vertrouwenspositie, vijfmaal seks hebben gehad met een elfjarig joch en een onbekend aantal keren met nog zeven andere leerlingen. Er was daarvoor al een reeks rechtszaken geweest over oudere gevallen van seksueel misbruik in Australische elite-internaten.

In Engeland en Australië lijkt seksueel misbruik op internaten vooral een probleem van de elite te zijn, want alleen die heeft geld genoeg om kinderen vanaf zeer jonge leeftijd naar die peperdure instellingen te sturen. Sinds de jaren negentig woedt er in Engeland een discussie over kostscholen met hun internaten, die volgens tegenstanders zelfs afgezien van seksueel misbruik hoe dan ook een vorm van kindermishandeling zijn. Lijfstraffen zijn op de kostscholen sinds 1999 overigens verboden. Mishandelde en misbruikte leerlingen wilden geen watjes zijn en daarom bleef veel vuile was binnen, ook over wangedrag van oudere leerlingen tegen nieuwkomers.

De beruchte kostscholen in de VS en Canada voor kinderen van indianen en eskimo’s waren bepaald niet bestemd voor de elite. Ze dateren van halverwege de negentiende eeuw. De laatste sloot in 1996. De bedoeling was om indiaanse en eskimokinderen te laten integreren in de blanke samenleving. De kostscholen vatten integratie op als totale assimilatie, gecombineerd met even absolute rechteloosheid.

De kinderen kregen straf als ze hun eigen indiaanse of eskimotaal spraken. Seksueel misbruik was algemeen, maar vormde niet het grootste probleem. Zeker niet in de negentiende eeuw, want dat was fysieke overleving. Volgens een onderzoek, uitgevoerd aan het einde van de negentiende eeuw in Canada en pas openbaar geworden in 1922, stierf in de beste indianeninternaten 35 procent van de kinderen binnen vijf jaar, als gevolg van barre omstandigheden, dwangarbeid en soms ook regelrechte moord. In de slechtste internaten lag het percentage overlijdensgevallen op zestig.

Bij deze indiaanse en eskimo-internaten speelden kerken wel een rol maar niet als enigen. De eindverantwoordelijkheid had de Canadese federale overheid, die het beheer van internaten uitbesteedde aan kerken. De rooms-katholieke kerk leidde zestig procent van de internaten, de anglicanen, presbyterianen en de Verenigde Kerk van Canada beheerden de rest. Al die kerken boden in de eerste heft van de jaren negentig van de vorige eeuw excuses aan aan de eskimo’s en de indianen. In 2008 volgden de Canadese regering en de oppositiepartijen hun voorbeeld. Namens de mondiale rooms-katholieke kerk betuigde paus Benedictus in 2009 zijn spijt. Vergelijkbare wantoestanden als in Canada heersten er op indiaanse internaten in de VS.

Bij deze gruwelen lijkt andere narigheid in het niet te vallen, maar daarover zullen slachtoffers anders denken. In reactie op de stroom van onthullingen over katholieke internaten rekent Duitsland weer eens af met zijn verleden, in dit geval met de communistische heilsstaat van de DDR. Daar beheerde de staat internaten. Ex-leerlingen vertellen daarover nu afschuwelijke verhalen over seksueel misbruik en andere wantoestanden naar buiten komen. Ze beschrijven zichzelf als onbeschermd wild.

In de DDR bestonden volgens weekblad Der Spiegel 474 opvanginstellingen voor ongeveer dertigduizend kinderen. Daarvan waren zeventig bestemd voor lastige jeugdigen. De ergste verhalen doen de ronde over het zogeheten Jugendwerkhof Torgau, bij Leipzig. Bij aankomst moesten de kinderen, ook als ze niet waren veroordeeld, drie dagen in een isoleercel. Privébezittingen mochten ze niet meenemen en ze werden kaal geschoren. Een meisje belandde destijds na een zelfmoordpoging in een strafcel, zo klein dat ze er niet kon liggen.

Ze verliet Torgau zonder diploma en vond emplooi als naaister. „Mijn ziel was dood maar ik functioneerde”, herinnert ze zich ruim dertig jaar later. Ze zegt geregeld te zijn verkracht, door een pedagoog en een leidinggevende.

In de DDR kwamen geen elitekinderen in Torgau terecht. De top van de communistische partij bespaarde de eigen telgen zulke ellende. In het westen van Duitsland daarentegen is, naar Angelsaksisch voorbeeld, nu wel een elite-instelling in opspraak geraakt. De Odenwaldschule bij Frankfurt leek een toonbeeld van progressieve pedagogie. De Duitse topelite van politiek, kunst en bedrijfsleven stuurde haar kinderen erheen. Een indrukwekkende verzameling van klinkende namen. Scholieren en leerkrachten waren samengebracht in ’families’, in ’leer- en woongemeenschappen’.

Alles leek prachtig, totdat een lerares aan de slag ging met een gedenkboek ter ere van het honderdjarig bestaan, dat de school deze maand viert. Ineens wilden allerlei oud-leerlingen op het laatste ogenblik hun bijdragen veranderen, met onthullingen over seksueel misbruik, vooral in de jaren zeventig en tachtig. Er waren al minstens tien jaar geruchten en beschuldigingen, maar al die tijd kwamen noch leerkrachten noch officieren van justitie noch journalisten in beweging. Dat gebeurde pas na de onthullingen over katholieke instellingen.

Waarom brengen juist die laatste zo veel teweeg? Hijme Stoffels, hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam somt een aantal factoren op: „De rooms-katholieke kerk doet het in de regel al slecht in de pers, mede vanwege haar strikte standpunten over seksualiteit.” Stoffels wijst op bepalingen ten aanzien van het celibaat, aidsbestrijding, geboortebeperking, homoseksualiteit, echtscheiding, abortus en euthanasie.

Bovendien, zegt Stoffels, stelt de rooms-katholieke kerk zich op als ’een totale institutie’. „Over zulke instituties denkt de buitenwereld meestal negatief. Verder is de rooms-katholieke kerk een wereldwijde organisatie. Dus allerlei incidentele, los van elkaar staande gevallen worden gemakkelijk onder één noemer geschaard.”

Stoffels: „Vergelijk de publiciteit over misbruik in katholieke instellingen eens met de berichtgeving over een individuele zweminstructeur die zich aan kinderen vergrijpt. Of met misbruik op een seculier gymnasium in Berlijn, waarbij er geen religieuze factor in het spel is, of met misbruik in een nationale protestantse kerk, waarbij er geen internationale dimensie meespeelt. Dat zijn óók ernstige zaken, maar blijkbaar toch met minder impact op de berichtgeving. De discrepantie tussen de feitelijkheid en datgene wat van een belangrijke morele en religieuze institutie als de kerk verwacht wordt, is altijd interessant nieuws”, zegt Stoffels. „Dat geldt evenzeer voor wereldse leiders zoals Bill Clinton, als voor de Amerikaanse tv-dominees Jimmy Swaggart en Ted Haggard. Hoe groter de discrepantie, hoe ’lekkerder’ het nieuws.”

Pas de laatste decennia kwam misbruik van kinderen zo sterk in de publieke aandacht te staan. De publieke opinie veranderde. Stoffels geeft een voorbeeld: „In 1980 kwam IKON-pastor dominee Alje Klamer bij ons op de Theologische Faculteit op bezoek en vertelde dat hij zich inzette voor de twee laatste taboegroepen in de Nederlandse samenleving: pedofielen en kinderen van NSB’ers. Ik weet nog dat ik dacht: ’Daar ben ik nog niet aan toe’.”

Stoffels ziet in wat nu gebeurt een reactie op de seksuele vrijheidsdrang van de jaren ’60 en ’70. „Er is meer aandacht gekomen voor slachtoffers. En daarnaast zoekt de samenleving naar een nieuwe balans en naar nieuwe grenzen. Goed, seks voor het huwelijk en homoseksualiteit zijn breed geaccepteerd, maar van kinderen hoor je af te blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden