Hoe groen is die jurk?

De beroemde halterjurk van Marilyn Monroe, geverfd met meekrapwortel. In de collectie van kledingmerk Bannou krijgen modeklassiekers een nieuw en duurzaam jasje. Stijlvol, vrouwelijk en zoveel mogelijk eco.

In een spijkerbroek met gympen zul je Faranak Mirjalili niet zien, wel in een nauwsluitende jaren vijftig jurk met een print van cowgirls. Of in een uitwaaierende prinsessenrok met een kort jasje. Zoals wel meer kleding in haar vintagewinkel is de cowgirljurk nieuw gemaakt. Kwalitatief goede tweedehands kleding wordt schaars en is er niet altijd in de juiste kleur of maat, legt de 27-jarige ondernemer uit. "Klanten in de winkel willen graag een hele outfit bij elkaar zoeken en niet alleen naar huis gaan met een paar schoenen of een tas."

Op de confectiejurkjes met nostalgische prints na, puilt de winkel uit van de 'echte' tweedehands spullen. Alle decennia en stijlen uit de vorige eeuw zijn vertegenwoordigd. Lange rechte 'flapper'-jurken uit de jaren twintig hangen naast ietwat tuttige tutu's uit de jaren vijftig of strakke blokkendessins uit de jaren tachtig. Manden met bijbehorende sjaals, hoeden, tassen en pumps vullen de ruimte tussen de rekken.

I Love Vintage is wat je noemt een uit de hand gelopen hobby. In haar studietijd stuitte de van oorsprong Iraanse Mirjalili in een groothandel op een paar zachtroze pumps. De enige manier om ze te bemachtigen, was om in één keer de hele partij van honderd paar tweedehands schoenen te kopen. Haar moeder wilde het benodigde geld wel lenen. "Ik was zo weg van die schoenen dat de verkoopster me kon overhalen om de hele partij te kopen. Ik leerde toen meteen mijn eerste les als ondernemer: laat nooit openlijk je enthousiasme blijken."

Eigen collectie
Samen met haar broer begon de rechtenstudente een webwinkel om van al het schoeisel af te komen. Die groeide uit tot een offline vestiging op de Prinsengracht in Amsterdam.

Na zes jaar in- en verkopen van tweedehandsjes en nieuwe look-a-likes begon het te kriebelen. Mirjalili wilde een eigen collectie ontwerpen, maar dan wel zonder dat de productie ten koste zou gaan van mens en milieu. Het resultaat is een serie chique jurken die is geïnspireerd op stijliconen uit de vorige eeuw. Bannou heet het label, Farsi voor dame.

Hoewel arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken vaak het speerpunt van discussie zijn in de mode, was de sociale kant van de productie vrij makkelijk om goed te regelen, zegt Mirjalili. "Arbeid is het kleinste onderdeel van de productiekosten van kleding. Als je niet heel erg aan de onderkant gaat zitten, hoef je niet naar Azië. In Oost-Europa zijn de lonen relatief laag en de arbeidsomstandigheden goed."

Het vinden van de juiste stof was veel lastiger. "Het lijkt wel eens alsof er meer gepraat wordt over duurzaamheid dan dat er duurzaam wordt geproduceerd. Als ik in Parijs op de Première Vision ben, de grootste stoffenbeurs ter wereld, moet ik bij elke stal apart vragen of ze duurzame stoffen hebben. Dat is niet te doen en je wordt er nog raar om aangekeken ook. Er zijn wel beurzen met aparte hoeken voor eco-stoffen, maar dat zijn soms maar één of twee hangers per stal en vaak ook nog eens mixstoffen. Behalve dat ze moeilijk te recyclen zijn, is het aanbieden van mixstoffen vooral een vorm van window-dressing. Duurzame vezels zijn relatief duur, dus als je ze bijmengt met gewone vezels, kun je ze verkopen als duurzaam terwijl ze dat niet echt zijn."

Ze snapt niet hoe ketens als H&M aan grote hoeveelheden duurzame stoffen komen. "Ik krijg op de beurzen vaker niet dan wel duidelijk antwoord op de vraag waar een stof vandaan komt en hoe hij precies is gemaakt. Een vaag antwoord is meestal een indicatie dat een handelaar zijn zaakjes niet op orde heeft. Ik heb verhalen gehoord van fabrikanten die de vraag naar stof van gerecycled PET niet aankunnen en massaal nieuwe PET-flessen inkopen om te kunnen 'recyclen' als stof. Er zou haast weer een nieuw keurmerk voor gerecyclede PET moeten komen. Van de grote retailers heeft H&M de reputatie heel actief te zijn op het gebied van duurzaamheid, maar ze vertellen ons niet hoe hun stoffen worden geverfd of waar hun duurzaam geproduceerde of recyclede materialen precies vandaan komen."

Reden voor de ontwerpster om het anders aan te pakken. Ze bedacht een gelaagde duurzaamheidpiramide, zodat klanten direct kunnen zien wat er nog aan hun kledingstuk verbeterd kan worden. In de top van de piramide zitten rokken en jurken van gerecycled materiaal als oude gordijnen of restpartijen vintagestoffen. Daarnaast zitten er stoffen in die met natuurlijke materialen zijn geverfd, zoals de oranjerode Louise- en Monroe-jurken. "Het natuurlijke verfproces is heel bewerkelijk en de uiteindelijke kleurschakering kan per jurk verschillen. Dat was te exclusief voor de hele collectie. Bovendien heb je met natuurlijke verf slechts keuze uit vijftien tot twintig kleuren en kun je geen zwart gebruiken."

Voor de stoffen die chemisch zijn geverfd wilde Mirjalili het strengste milieucertificaat. "Gots is op dit moment de meest kritische instantie die er is. Behalve transport certificeren zij alle stappen in het productieproces: de teelt van de plant, het spinnen van vezel tot garen, het weven van garen tot stof, het verven, het naaien en de afwerking van een kledingstuk. Als het verfproces door Gots is gecertificeerd, weet je dat de fabriek waarin dat gebeurt een gesloten systeem heeft. Dat wil zeggen dat de chemicaliën zoveel mogelijk worden hergebruikt en anders netjes verwerkt. Ze worden in geen geval met het afvalwater geloosd in het milieu, zoals nog vaak gebeurt."

Alleen nieuw gefabriceerde kledingstukken die op alle onderdelen Gots-gecertificeerd zijn, krijgen een plekje in de top van de piramide, de rest schuift door naar beneden. Vooral het verven en afwerken van de stof wegen zwaar bij de beoordeling. "Bij de afwerking gaat het om gebruiksgemak, chemicaliën die een kledingstuk minder snel doen kreuken of voorkomen dat de verf er na drie keer wassen afgaat. Die chemicaliën kunnen een irriterend effect hebben op je huid en komen ook via het afvalwater in het milieu terecht. Het liefst gebruik ik stoffen die op alternatieve manieren zijn afgewerkt, maar dat is niet altijd mogelijk."

Eucalyptusboom
Een moeilijk punt in de samenstelling van de piramide was de beoordeling van Tencel, een gepatenteerde viscosesoort afkomstig van de eucalyptusboom. "Tencel wordt gepresenteerd als het milieuvriendelijke alternatief voor - goedkope - polyester en als de opvolger van 'gewone' viscose, dat nogal milieubelastend is in de productie. Het probleem is alleen dat het Oostenrijkse moederbedrijf Lenzing, dat ook Modal en Cupro produceert, geen inzage geeft in de bedrijfsvoering. Gots kan de stoffen van Lenzing daarom niet certificeren. Dat is voor mij een reden om argwanend te zijn en Tencel niet in de top van de piramide te zetten."

Onderin de piramide zit kleding van natuurlijke materialen zonder certificaat, samen met het grootste compromis van de collectie: kant. "Kant wordt vaak van nylon gemaakt en nylon is zo'n beetje de meest milieuvervuilende stof die er is. Ik heb heel lang moeten zoeken om kant te vinden dat van 100 procent katoen is gemaakt, maar dat is niet biologisch geteeld. Vintage zonder kant was geen optie, dus ik zie het maar als die ene keer McDonald's diep in de nacht na het uitgaan. Je weet dat het niet goed is, maar soms kun je er niet omheen."

Anonieme klanten
Mirjalili laat haar kleding maken in een fabriek in Roemenië. "Ik ken de eigenaar persoonlijk en heb een goede band met hem. De fabriek is nieuw, de werktijden zijn normaal en de vrouwen niet jonger dan twintig." Een certificaat voor arbeidsomstandigheden ontbreekt, omdat het voor de eigenaar nu nog te duur is, en andere afnemers er niet naar vragen. "Dat is voor mij nu ook niet belangrijk. Ik weet dat het oké is en dat kunnen we klanten nu nog persoonlijk uitleggen in de winkel. Als Bannou groter wordt, is een certificaat een manier om met anonieme klanten te communiceren."

De meeste van haar klanten bij I Love Vintage hebben niet zo'n boodschap aan duurzaamheid. Stijlvol en betaalbaar zijn voor hen belangrijker criteria bij het kopen van een nieuwe jurk of rok, evenals de mening van anderen. "Ik heb serieus vrouwen van middelbare leeftijd huilend in de winkel gehad die een kledingstuk kwamen terugbrengen omdat hun vriendinnen het niet mooi vonden. Dat vind ik heel erg. Het belangrijkste bij kleding is toch dat je je goed voelt over jezelf?"

Daarbij merkt ze dat er veel vooroordelen tegen duurzaamheid bestaan. "Ik had een keer een proefexemplaar van een jurk van Bannou aan en kreeg er een compliment over van een klant. Toen ik zei dat de jurk ook nog eens duurzaam was gemaakt, vertrok haar gezicht en snauwde ze dat duurzaamheid toch één grote leugen is. 'Ja,' zei ik, 'dat klopt', en legde vervolgens uit wat er wel en niet duurzaam was aan mijn jurk. Dan zie je de weerstand smelten. Het gaat uiteindelijk om transparantie, eerlijk zijn over wat wel goed is en wat niet. Dan gaan mensen vanzelf om."

Modevakbeurs
Om op het niveau van kledinginkopers en -retailers groen bewustzijn te kweken, is het groene modeplatform Mint opgericht. Mint staat op de tweedaagse modevakbeurs Modefabriek, onderdeel van de Amsterdam Fashion Week (14-15 juli). Oprichtsters Marieke Eyskoot en Willa Stoutenbeek zetten twee dagen een vergrootglas op de kledingmerken die aan hun vereisten voor 'forward fashion' voldoen: hip, trendy en duurzaam geproduceerd. Mint is vandaag nog te bezoeken in de RAI.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden