Hoe goed zal de kampioen nog zijn?

ANALYSE - Feyenoord leidt, Ajax volgt. Ofwel: de bejubelde Europese kwartfinalist heeft nog steeds een verliespunt meer dan de club van geen woorden, maar daden.

Luid was de jubel geweest over Ajax, dat de Duitse middenmoter Schalke 04 de adem benam (2-0), maar ook na de 31ste speelronde is Feyenoord de koploper van Nederland, en niet de ploeg die deze week de halve finale van de Europa League zou kunnen bereiken. Feyenoord heeft onverminderd de beste papieren en nog steeds, als per saldo toch de meest stabiele ploeg, het meeste recht op de landstitel.


Dat garandeert niet alles, het recht zou nog kunnen worden verspeeld, maar het is voor een juist perspectief goed om de verhoudingen toch maar even zo te schetsen. De Europese zege had kunnen bijdragen aan het gevoel en de beeldvorming van Ajax, met zijn onloochenbare potentie, als de beste ploeg van Nederland. Bovendien wordt het, als Ajax uit zijn slof schiet, gauw als een breder signaal voor Nederland gezien: dat het zo moet. In die sferen kunnen de nationale cijfers een dienstige relativering vormen.


Ajax had donderdag laten zien waartoe het in staat kan zijn, zoals het dat in de vorige Europese ronde in Amsterdam tegen Kopenhagen ook had gedaan. Goed, het waren niet de sterkste internationale tegenstanders, zeker het stramme Schalke niet, maar ze werden bij de keel gegrepen in een door trainer Bosz gepropageerde stijl. Daar staat tegenover dat Ajax na de opvoering tegen Kopenhagen twee punten bij nota bene Excelsior liet liggen (1-1) en het zondag tegen Heerenveen toch weer bestond om zwak, argeloos vooral, te beginnen, met een vroege achterstand tot gevolg.


Dat wijst bovenal op een gebrek aan bewustzijn, dat deels aan jeugdigheid toe te schrijven zal zijn. De uiteindelijk riante 5-1 zege op Heerenveen kwam tot stand zoals de meeste voor Ajax in Nederland: domweg door betere kwaliteiten, niet zozeer door pressievoetbal zoals dat de trainer voor ogen staat. Dat was ook tegen het ver weggevallen Heerenveen niet of nauwelijks nodig.


Met het op het onmiddellijk opjagen van de tegenstander gebaseerde speltype zou Nederland in breder perspectief de weg kunnen worden gewezen, dat wel. Het vereist een grotere fysieke inhoud, en juist op dat vlak is het Nederlandse voetbal in de achterliggende jaren op achterstand gezet. Voor structurele progressie zou Ajax het zichzelf moeten opleggen om er in Nederland elke wedstrijd, een seizoen lang, vol voor te gaan of in elk geval bij de les te zijn, maar dat is nu net het probleem: dat hoeft in Nederland niet, en dwing jezelf er dan maar eens toe, als je voelt dat je toch wel beter bent.


Feyenoord speelt niet met de verheven spelprincipes, bovenal het binnen vijf seconden heroveren van de bal, waardoor Ajax-trainer Bosz zich wil laten leiden. De Rotterdamse basisploeg is vooral degelijk, met (bepaald niet onbelangrijk) een evenwichtige leeftijdsopbouw en hier en daar wat aanvallende wapens. Met de smallere selectie konden enkele gaten in de afgelopen weken moeizaam worden opgevangen, maar zondag werd een verdere terugval afgewend met een verdienstelijke 2-0 zege op subtopper FC Utrecht - en zo is Feyenoord nog steeds koploper vanaf dag één.


Het gevoel wil, zeker in Amsterdam, dat Ajax al vroeg een mogelijk beslissende achterstand heeft opgelopen, in een fase waarin Bosz nog naar zijn ideale opstelling zocht, en dat het beter ging toen die was gevonden. Dat is niet helemaal waar, los nog van de vaststelling dat de uiteindelijke formatie in een bekerduel met Willem II na de zesde competitieronde ook met enig toeval tot stand kwam. Ajax verspeelde inderdaad vijf punten in de eerste drie competitieduels, maar daarna toch ook nog dertien. Ook nadat Bosz' puzzel in elkaar was gevallen, verdween de fnuikende wisselvalligheid niet.


Zo heeft de voorlopig bejubelde Europese kwartfinalist in eigen land drie speelronden voor het einde een verliespunt meer dan de club van geen woorden, maar daden. Met Vitesse (uit), Excelsior (uit) en Heracles (thuis) als resterende tegenstanders heeft Feyenoord het ogenschijnlijk ook makkelijker dan Ajax, dat zondag in Eindhoven het afgehaakte PSV treft en daarna Go Ahead Eagles (thuis) en Willem II (uit). Spannend is het nog wel en voor de neutrale beschouwer rolt er altijd een mooi dan wel dramatisch verhaal uit: mooi als Feyenoord zijn hunkerende stad de eerste landstitel sinds 1999 kan brengen, dramatisch als het nu in alle bibbers aan de Maas toch nog misgaat.


Rest de vraag die gesteld moet worden, hoe leuk de spanning ook mag worden gevonden: hoe goed zal de kampioen (nog) zijn? Voor de breedte van het Nederlandse (top)voetbal is de val van PSV spijtig. Zijn spelers konden trainer Cocu niet volgen, een voetbaldenker op een hoger niveau die nu maar moet afwachten of en hoe zijn ploeg kan worden gerenoveerd. Als Feyenoord kampioen wordt, zal de kampioen door de scheurtjes van de laatste weken niet zo goed of stevig zijn als die, voor Nederlandse begrippen dan, lange tijd leek. Als Ajax het nog wordt, zal de kampioen niet zo goed zijn als vooral tegen Schalke werd gesuggereerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden