Hoe God zijn kerk bewaarde bij de rechte leer

APELDOORN - 'Gewoon gereformeerd', niks meer of niks minder. Dat zijn we, dat zijn we altijd geweest, daar ging het om in 1944, en gewoon gereformeerd willen we blijven.

In de Grote Kerk in Apeldoorn, waar koningin Wilhelmina ooit kerkte en waar haar kleindochter Margriet tegenwoordig nog geregeld gesignaleerd wordt, waren afgelopen zaterdag zo'n 1700 gereformeerde mannen en vrouwen bijeen om de Vrijmaking te herdenken. De gebeurtenis in 1944 waaraan deze gereformeerden te danken hebben dat ze in de volksmond juist niet meer gewoon gereformeerd heten, maar 'vrijgemaakt'. Een toevoeging die ze zelf eigenlijk niet nodig vinden, want gewoon gereformeerd is mooi genoeg en houdt toch ook in zoals één van de feestredenaars, prof. J. Kamphuis, zei: semper reformanda, wat zoveel wil zeggen als: jezelf en de kerk voortdurend bij de gereformeerde les houden.

Ware kerk

Zaterdag in Apeldoorn leek het erop dat het vooral de niet-vrijgemaakten zijn die reformanda, gereformeerd moeten worden. Er werd zeker niet uitgesloten dat er ook reformatorische belijders buiten de vrijgemaakte kerken zijn, maar die moeten toch allen tot de Ene Kerk worden gebracht. Prof. Kamphuis poetste het dikwijls gehoonde begrip 'ware kerk' nog eens op. Die ware kerk zoekt niet zijn gelijk, zo zei hij, maar die richt zich naar het zuivere Woord van God, met erkenning van Jezus Christus als het hoofd.

Er wordt vijftig jaar na de kerkscheuring, waarvan de wonden nog altijd schrijnen, nogal gediscussieerd of de breuk midden in de oorlogsjaren niet voorkomen had kunnen worden. De sprekers die zaterdag in Apeldoorn het woord voerden kenden op dit punt geen twijfel: de gehoorzaamheid aan Gods Woord eiste dat men een verkeerde, door de gereformeerde synode opgelegde, leer over de doop afwees en daarvan de consequenties aanvaardde. De Vrijmaking was niet zomaar een ongelukkige samenloop van omstandigheden, een broedertwist, maar een voorbeeld van hoe God zijn kerk bewaart bij de rechte leer. Verschillende malen werden de zestiende-eeuwse reformatoren Luther en Calvijn, de negentiendeeeuwse gereformeerde leidslieden Hendrik de Cock en Abraham Kuyper in één adem genoemd met de professoren Schilder en Greijdanus, die in 1944 voorop liepen in het verzet tegen de synode. Zelfs in één adem met Jesaja, Paulus en Augustinus. “Wij beweren niet dat de Vrijmaking gelijk staat met de grote Reformatie”, zei dr. W. G. de Vries die de manifestatie leidde, maar we zien wel dat de kerken die wij verlieten een halve eeuw later gevangen zitten in het net van de Schriftkritiek.”

Het gelijk van de Vrijmaking, zo werd verschillende keren benadrukt, blijkt vooral uit de afval, de Schriftkritiek en de leegloop in de 'synodaal' gereformeerde kerken. Over het besluit over de doop dat in '44 aanleiding was voor de breuk, zei prof Kamphuis: “Het is verdampt, zoals er in de synodaal gereformeerde kerken veel meer verdampt is”. Kamphuis riep zelfs schrijver Maarten 't Hart tot getuige, die ooit verklaarde: “Zij hadden de kerk niet gescheurd, maar ze werden er brutaalweg uitgesmeten.”

Voor ds. P. Boomsma, de voorzitter van de geref. synode anno 1994 die als privépersoon naar de herdenking was gekomen, was het allemaal wel even slikken. Toch wilde hij niet ontbreken. De gereformeerde synode heeft in 1988 schuld beleden ten opzichte van de vrijgemaakten, want de gang van zaken in '44 was niet fraai, daar is ieder het wel over eens. Daarop volgde weliswaar een heel koel antwoord “maar je moet toch laten zien dat het je ernst was met die verontschuldiging”, aldus Boomsma. De organisatie van de herdenking had geen enkel ander kerkgenootschap uitgenodigd. Slechts de Theologische universiteit van de christelijke gereformeerden, waarmee de vrijgemaakte opleiding in Kampen nauwe banden onderhoudt, behoorde met B en W van Apeldoorn tot de officiële genodigden. Het gemeentebestuur, kreeg men de indruk uit de woorden van W. G. de Vries, liet zich vertegenwoordigen door enkele bloembakken buiten. De hervormde ir. J. van der Graaf was aanwezig in zijn functie van redacteur van De Waarheidsvriend, het weekblad van de gereformeerde bond. Hij was aangesproken door de warme woorden die Kamphuis wijdde aan de Belijdenis, verklaarde hij in de pauze, maar voelde zich als hervormde verder buiten de herdenking staan.

Ds. M. J. C. Blok, de enige spreker van de na-oorlogse generatie, ging nog even in op die gereformeerde spijtbetuiging uit 1988: 'Hoe goed bedoeld ook', die verontschuldiging hield nog geen wederkeer naar de goede belijdenis in. “Het gaat er daarbij niet om dat de vrijgemaakten tevreden gesteld moeten worden, maar om de Here God recht in de ogen te kunnen zien”, aldus Blok.

De herdenking was vooral een reünie van de generaties die het allemaal hadden meegemaakt. Waarschijnlijk voor velen die er in 1944 bij waren de laatste keer, aldus één van de organisatoren. Ze genoten er met volle teugen van. De vrijmakingspsalm, psalm 124 waarin bezongen wordt hoe de Heer redt uit het net van de vogelvanger, werd net als alle overige psalmen vol overgave meegezongen. Het programma liep ruim een uur uit, maar dat deerde niet, want 'gezelligheid kent geen tijd', riep De Vries uit. Zelf legde hij de bijeenkomst tijdens het zingen van psalm 68 vanaf de kansel vast op video, om toen het orgel zweeg naar de microfoon te grijpen en zijn schoonvader prof. K. Schilder te citeren: 'wat krijg je van dat zingen toch altijd een fijn ouderwets gevoel'.

Dat was niet de enige verwijzing naar gevoel tijdens de middag. Het verwijt van de jonge generatie dat het er in de vrijgemaakte kerken allemaal zo rationeel aan toe gaat, raakt de oude garde kennelijk wel. Dr. De Vries: “Men zegt wel dat wij geen emoties kennen, maar dan moet je ze eens zien als ze psalm 124 zingen. Dan hebben velen een brok in de keel.”

Een brok in de keel zal menigeen ook gekregen hebben toen de enige niet aangekondigde spreker herinneringen ophaalde aan het jaar 1944. Een ouderling uit Spakenburg wist in enkele bewogen woorden te schetsen hoe de sfeer toen was. Op dat moment was éts te proeven van wat degenen die in 1944 en volgende jaren de gereformeerde kerken verlieten, moet hebben bewogen en hoeveel pijn het conflict moet hebben hebben veroorzaakt.

Zo uitvoerig als er teruggeblikt werd op het ontstaan van de vrijgemaakte kerken in 1944, zo weinig woorden werden er gespendeerd aan onenigheden die er sindsdien in eigen kring rezen. In 1967 kwam er immers opnieuw een kerkscheuring waaruit de Nederlands gereformeerde kerken ontstonden. De vrijgemaakte hoogleraar J. Douma die zaterdag in Apeldoorn aanwezig was maar niet het woord voerde, nam onlangs in een artikel in het progressief-vrijgemaakte maandblad Bij de Tijd afstand van de gebeurtenissen van 1967, zich afvragend of toen altijd wel de juiste beslissingen waren genomen. Ds. Blok daagde Douma vanaf de preekstoel als het ware uit zich nader te verklaren: “Als iemand de onjuistheid van de synodebesluiten uit '67 en '69 kan aantonen, laat hij zich dan melden.”

In zijn opsomming van mooie en verdrietige dingen die in de afgelopen vijftig jaar gebeurd zijn schaarde Blok de gebeurtenissen uit '67 in de categorie 'mooi'. De kerk werd toen immers behoed voor een teveel aan tolerantie. Ook had Blok een waarschuwing aan het adres van de velen die nu graag een frisse wind door het vrijgemaakte huis zouden laten waaien: “Als wij de deur op een kiertje zetten zullen onze kinderen en kleinkinderen ze wijd openen”. Niet dat de predikant alles goedpraatte: “Er was ook zwakheid bij ons en onheilig vuur, maar toch wilde de Here met ons verder.” De aanwezigen stemden er luidkeels mee in en zongen psalm 126: “Toen hieven zelfs de heid'nen aan: De HEER heeft hun iets groots gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden