Hoe gewoon is ons bestaan als je wat beter kijkt?

Don Delillo speurt naar zin en verbintenis in een onmenselijke omgeving

Don Delillo (1936) is een van Amerika's meest vooraanstaande schrijvers. Hij lijkt, nu generatiegenoten (Saul Bellow, John Updike, Philip Roth) zijn gestorven of uitgeblust, eindelijk de aandacht te krijgen die hij verdient. Niet dat hij er eenzelfde soort schrijfpraktijk op na houdt, geenszins, de drie genoemde schrijvers hadden de Amerikaanse mens en maatschappij op hun programma staan, Delillo is veeleer iemand die bij de avant-garde hoort. Je kunt zijn positie vergelijken met die van wijlen Sybren Polet bij ons: onvermoeibaar wijzend op andere dimensies, alternatieve levens, toekomstbeelden.

Ergens in het midden van zijn nieuwe roman 'Nulpunt' loopt hoofdpersoon Jeffrey Lockhart door New York, op zoek naar zijn vader. Hij is bezig te solliciteren, stapt in een taxi, praat met z'n vriendin en haar stiefzoon. Alles gewoon en alledaags. Maar hoe gewoon en alledaags is ons bestaan als je wat beter kijkt? Als Jeffrey vastzit in het verkeer lees je: "Het getoeter nam af maar er zat geen beweging in het verkeer en algauw zwol het kabaal weer aan toen een paar gestoorde automobilisten anderen aanstaken en daarna nog meer anderen en het massale tumult een autonoom machtsmiddel werd, lawaai omwille van het lawaai, waardoor de details van tijd en plaats volledig werden overstemd." Bij Delillo is het bestaan nooit anekdotisch, hij is op zoek naar het geheim van onze existentie, het wezen van onze ervaringen, ver boven het dagelijks getoeter uit. Bij hem is een verkeerschaos geen incident, maar een autonoom moment, een kosmische gebeurtenis.

Het grootste deel van 'Nulpunt' gaat niet over New York maar over een kliniek ergens op de Oost-Aziatische steppe, waar zieke of levensmoede mensen zich kunnen laten invriezen om tezijnertijd weer herboren te kunnen worden in een betere wereld. Jeffreys vader Ross sponsort deze beweging, 'Convergentie' geheten: twee afzonderlijke krachten die een snijpunt naderen. We treffen hem en zijn zoon als Ross zijn doodzieke vrouw Artis laat invriezen. Hij wil zelf mee maar ziet er op het laatst van af. Jeffrey beschouwt het nogal sektarische gebeuren met de nodige scepsis maar door zijn ogen krijgen we niettemin een helder, hallucinerend kijkje in de toekomst. In de kliniek worden almaar oorlogs- en terreurbeelden vertoond, als om te laten zien van welke wereld je precies afscheid neemt.

De praktijk van het invriezen is natuurlijk bekend, maar Don Delillo gebruikt dit sf-achtige gebeuren om vragen op te roepen: wie zijn wij eigenlijk, waar komt ons bewustzijn vandaan en waarom denken we over wie we zijn? Op zeker moment zegt de stervensbereide Artis: "Ik ben iemand die geacht wordt mij te zijn." Dat is een fundamentele kwestie: in hoeverre zijn wij ons ego en hoe verhoudt zich dat tot de rest van alle verschijnselen? Zoon Jeffrey, bevreemd wandelend in dit universum van bijna onmenselijk geworden wezens, probeert een band te houden met de werkelijkheid door alles in taal te vatten, als een soort Adam namen te geven aan alles en iedereen, maar je voelt dat de ultieme dimensies hem ontglippen, hij is nog te veel mens van zijn tijd.

Don Delillo's boeken zijn niet altijd aangenaam om te lezen, hij schrijft kaal, essentieel, zonder versiering, met de hoofdpersonen bevind je je als lezer in klinische omgevingen, de woestijn, een vliegtuigcockpit, een witte en lege hospice. Daarmee vertegenwoordigt hij de tegenstem van het jachtige, genotzuchtige westerse denken, niet door naar de oosterse wijsheden over te lopen maar door onze maatschappij door te lichten en naar betekenis te zoeken, of zoals Jeffrey het verwoordt: "Dingen die mensen doen, gewoonlijk, onbeduidende dingen die vlak onder de oppervlakte zweven van wat we erkennen gemeen te hebben. Ik wil dat die gebaren, die momenten iets betekenen, controleer portemonnee, controleer sleutels, iets wat ons verbindt, impliciet, doe de voordeur op slot en doe het nogmaals, inspecteer de pitten van het fornuis op slinkende blauwe vlammetjes of lekkend gas." Delillo lijkt me zo'n ongebreidelde betekeniszoeker. Fascinerend.

Don Delillo: Nulpunt

Vert. Jan Fastenau. Ambo/Anthos; 302 blz. euro21,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden