Hoe gewichtiger de post hoe schaarser de vrouw

Het aandeel vrouwen op bestuurlijke posten binnen de Protestantse Kerk in Nederland schommelt tussen 22 en 33 procent. Hoe hoger in de kerkelijke hiërarchie en hoe invloedrijker de functie, hoe minder vrouwen.

Zo vind je meer vrouwen in lokale kerkenraden dan op regionaal en landelijk niveau, en tref je onder hen aanzienlijk meer scriba’s (secretarissen) aan dan voorzitters. De feitelijke macht berust bij mannen.

De rk kerk vertoont een vergelijkbaar beeld: ook daar zijn vrouwen ondervertegenwoordigd op vooral de hogere niveaus binnen de kerkelijke organisatie. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het vorig jaar zomer gehouden Kaski-onderzoek naar het aandeel van vrouwen in bestuurlijke functies binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), aangevuld met een vergelijking met de situatie in de rk kerk.

Het onderzoek, een gezamenlijke opdracht van de Oecumenische Vrouwensynode (OVS) en de PKN, kwam er op initiatief van de OVS. Tijdens haar vierde vergadering (2003) had de vrouwensynode geconstateerd dat de inbreng van vrouwen binnen kerkelijke beleidskaders afneemt.

Waarom dat zo is en hoe vrouwen door het glazen plafond in de PKN kunnen heenbreken, zijn vragen die in het puur kwantitatieve onderzoek onbeantwoord blijven. Kaski-onderzoekster Moniek Steggerda doet wel enkele suggesties. Organisaties hebben vaak een lange traditie van mannelijke besturen. Wellicht, oppert zij, stellen mannen in besturen bewust of onbewust profielen op waaraan mannen eerder voldoen, of benoemen ze bewust of onbewust mannen in openvallende functies. Ook spelen factoren bij vrouwen zelf een rol, meent Steggerda: „Het is bekend dat vrouwen binnen een kerkelijke context liever kiezen voor het uitvoerende werk van het pastoraat dan voor een bestuurlijke rol.”

Binnen de rk kerk ligt dat niet anders, meldt het aartsbisdom.

Soms ook, constateert Steggerda, is het een kwestie van zelfvertrouwen, en zien vrouwen ertegen op in een door mannen gedomineerde vergadering zitting te nemen.

De geestelijke ligging van de gemeenten is eveneens van grote invloed op de aanwezigheid van vrouwen. Hoe vrijzinniger de richting, hoe groter het aandeel vrouwen in ambtelijke vergaderingen en in functies met meer invloed, zoals lid van het moderamen (dagelijks bestuur), voorzitter of kerkrentmeester. In kerkenraden van vrijzinnige gemeenten is de man-vrouwverhouding ongeveer gelijk en in de lutherse kerkenraden zijn vrouwen zelfs in de meerderheid (54 procent).

Binnen de orthodox-hervormde Gereformeerde Bondsgemeenten, gelegen aan de andere kant van het modaliteitenspectrum, heeft 98 procent van de (wijk)kerkenraden geen enkele vrouw.

In de rk kerk zijn vrouwen op het laagste niveau (parochiebestuur) beter vertegenwoordigd dan in de PKN op het vergelijkbare niveau van de (wijk)kerkenraden. Op het bestuurlijke middenveld – voor de PKN de regionale kerkvergadering (classis), voor de rk kerk het dekenaat en het bisdom – zijn vrouwen in beide kerken ongeveer even sterk (of zwak) vertegenwoordigd, alhoewel de presentie van vrouwen in bisdommen achterblijft. Op het hoogste bestuurlijke niveau van beide kerken wint de generale synode van de PKN het uiteraard royaal van de rk kerk, waar het hoogste beslissingsorgaan, de bisschoppenconferentie, nu eenmaal louter uit mannen bestaat.

Terug naar de man-vrouwverhoudingen op bestuurlijke functies binnen de PKN, gemeten in augustus 2006. In de 2481 (wijk)kerkenraden van de PKN zitten gemiddeld tweemaal zoveel mannen als vrouwen; een op de vijf (wijk)gemeenten heeft overigens geen enkele vrouw in de kerkenraad. In de moderamina (dagelijks besturen) van de kerkenraden is hun aandeel met 28 procent al kleiner. Alleen de lutherse kerkenraadsbesturen vallen positief uit de toon: die bestaan voor maar liefst 58 procent uit vrouwen.

Op regionaal niveau is het aandeel vrouwen kleiner dan in de kerkenraden. Bestaan de (wijk)kerkenraden voor een derde uit vrouwen, in de classes maken zij ongeveer een kwart van de leden uit (23 procent). In 12 procent van de classes zit geen enkele vrouw. Vrouwen zijn vooral te vinden onder de diakenen (28 procent) en ouderlingen (27 procent) in de classes. Een vijfde van de predikanten in de classes en slechts 9 procent van de kerkrentmeesters is vrouw. Het bestuur van een classis bestaat gemiddeld voor 17 procent uit vrouwen; 43 procent van de classes heeft een bestuur zonder een enkele vrouw.

Het landelijke niveau laat vergelijkbare cijfers zien: van de 154 leden van de generale synode zijn er 34 vrouw (22 procent). Net als in de classes zijn vrouwen in de synode vooral te vinden onder de diakenen en ouderlingen; 23 procent van de naar de synode afgevaardigde predikanten en 7 procent van de kerkrentmeesters is vrouw. In het moderamen van de synode zitten relatief meer vrouwen dan in de classisbesturen, 33 procent tegen 17, maar de scriba’s en de voorzitter zijn mannen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden