Hoe gevaarlijk zijn de ‘kalifaatkinderen’?

Vrouwen en kinderen in Raqqa, Syria in juli 2017. Beeld REUTERS

In Nederland vreest de regering de terugkeer van IS-strijders, en hun kinderen. Maar zijn de ‘kalifaatkinderen’ gevaarlijk? In Irak hebben ze er ervaring mee. 

“Ik wil naar Amerika”, zegt Ayhem (7) in het Engels. Het Iraakse jonge­tje, een yezidi, wil niet bij zijn oom in het Koerdische Sharia blijven. Na zijn ontvoering door IS een aantal jaar geleden, spreekt hij alleen nog Engels en Arabisch. Nu hij terug is bij zijn familie, mist hij zijn voormalige ‘stiefmoeder’: een Amerikaanse IS-aanhangster. 

De vrouw, Oumm Yousef, die vóór haar vertrek naar Syrië met haar Marokkaanse echtgenoot door het leven ging als Sam, voedde Ayhem op alsof hij haar eigen kind was. Haar oudste zoontje werd Ayhems beste vriend.

De man van Oumm Yousef is gesneuveld. Nu zit ze met haar andere kinderen in een gevangenenkamp van Syrische Koerden, net als veel andere buitenlandse IS-vrouwen, onder wie ook een aantal Nederlanders. Dat Ayhem terug is bij zijn echte familie dankt hij aan Oumm Yousef. Zij zorgde ervoor dat hij de naam van zijn echte moeder niet vergat, en gaf Ayhem aan bij de Koerden zodat hij met zijn biologische familie herenigd zou worden. Ayhems zusje, broertjes en moeder zitten nog gevangen bij IS. 

Ayhems speelde tijdens zijn verdwijning een rol in de video’s die IS maakte van zijn ‘leeuwenwelpen’, de term die IS gaf aan zijn kindsoldaten. Hij is te zien in gevechtstenue, met wapens en bij karatetraining. Bij zijn ontvoerders hoorde hij weinig anders dan propaganda voor het kalifaat, al hoefde hij nog niet te bidden. 

Een vuist door de ramen

Vormen kinderen die terugkeren een gevaar voor de samenleving? Medewerkers van de Koerdische hulporganisatie Seed die kinderen helpt die in terreurkampen hebben gezeten, glimlachen. In Nederland leidt die vraag regelmatig tot discussie op politiek niveau. Deze week werd bovendien duidelijk dat twee keer zoveel kinderen met een Nederlandse connectie zich bevinden in IS-gebied dan tot op heden gedacht. “Tot nu toe is het gewelddadigste geval dat ik heb meegemaakt een kind dat met zijn vuist door de ramen sloeg”, zegt teammanager Zaid Abdulla. Hij kent geen voorbeelden van kinderen die anderen aanvallen of voor ongelovigen uitmaken.

De therapeuten zien weinig aanwijzingen dat kinderen de IS-ideologie meebrengen. “Degenen die wij kenden, waren de ideeën die IS hen opdrong al kwijt (vóór de behandeling, red.)”, zegt Abdulla. Kinderen zijn als sponzen, beaamt hij: “Ze pakken nieuwe ideeën op, en passen zich aan in nieuwe situaties.”

In het geval van Ayhem vertelde IS hem dat hij alle ongelovigen, en dus ook alle yezidi’s, moest doden. Of hij dat ook wilde? “Nee, natuurlijk niet”, zegt hij met een lach op zijn gezicht. Maar hij wil geen Koerdisch leren, heeft moeite om met andere kinderen te spelen en slaapt slecht omdat hij nachtmerries heeft van de bombardementen op Raqqa. 

Stigma wegnemen

Ayhems problemen komen vaak voor bij jonge yezidi’s die ontsnapten aan IS, weet Seed. Klinisch psycholoog Yusra al-Kailani zegt dat zij vaak flashbacks en woedeaanvallen hebben, opstandig gedrag vertonen en last hebben van bedplassen. “Ieder kind is anders.” Sommige kinderen zijn overgevoelig voor harde geluiden, de kleur zwart of voor baarden; anderen durven hun familie of vroegere vriendjes niet meer te vertrouwen. Sommige kinderen zijn agressief, anderen zijn juist heel passief, zegt ze. “Die hebben geen interactie op school of met de familie. Vaak wordt dit niet herkend, want niemand heeft last van ze.” Ze kunnen ook hyperactief zijn, en daarin afleiding vinden voor hun problemen.

De Seed Foundation heeft vanwege het grote tekort aan therapeuten de opleiding van specialisten zelf ter hand genomen. Bij de behandeling van de kinderen is het essentieel hun familie – vaak grootouders, of ooms en tantes – te betrekken, stelt Abdulla. “Die moeten gereed zijn om zo’n kind te ontvangen, en weten hoe te reageren. We helpen ze ook hen te begrijpen.”

Opvang is noodzakelijk, zeggen beide hulpverleners, net als het wegnemen van het stigma, dat ze bij IS waren en dus eng en gevaarlijk zijn. Anders is de kans groot dat ze geïsoleerd raken en terugkeren naar wat IS hen ooit leerde, meent Al-Kailani.

En voor Ayhem? Abdulla weet wel hoe hij hem zou helpen. “Zeker, hij wil naar Amerika, maar dat gebeurt niet zo snel. Dus zou ik hem helpen een relatie op te bouwen met zijn omgeving. En de taal te leren, zodat hij kan communiceren en vriendjes maken. Zodat hij weer kan groeien.”

Lees ook: Defence for Children is van mening dat de Nederlandse overheid kinderen van Nederlandse IS-strijders actief moet terughalen naar Nederland. 'Het is onverantwoord hoe kinderen met een Nederlandse vader of moeder in het strijdgebied in Syrië en Irak aan hun lot worden overgelaten'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden