Hoe gaat het met de asielzoekers die in 2014 en 2015 massaal naar Nederland kwamen?

Vluchtelingen in Heumensoord, het tentenkamp dat werd opgezet bij Nijmegen voor de opvang van asielzoekers. Beeld anp

Het is inmiddels drie jaar geleden dat een groot aantal asielzoekers richting Nederland kwam. Dat leidde tot opvangcrises, onrust in de samenleving en een hevig debat over hoeveel asielzoekers Nederland moet verwelkomen. Maar hoe gaat het nu met deze groep? 

Het CBS onderzocht in opdracht van verschillende ministeries het traject dat 92 duizend asielzoekers liepen die van januari 2014 tot juli 2016 naar Nederland kwamen. 

Over welke aantallen gaat het precies?

In 2014 zijn er 27.000 asielzoekers naar Nederland gekomen, in 2015 waren dat er 54.000. In de eerste helft van 2016 kwamen 11.000 asielzoekers naar Nederland. In 2014 en 2015 waren Syriërs de grootste groep; in beide jaren kwam ongeveer de helft van de asielzoekers uit Syrië. In 2016 nam de instroom van Syriërs flink af en nam de instroom uit door de overheid als veilig bestempelde landen juist toe.

Hoe ziet de groep eruit?

Het grootste deel van de asielzoekers komt uit Syrië, gevolgd door mensen van Eritrese afkomst. Ook is het grootste deel van de asielzoekers man en alleenstaand. Door gezinshereniging in de maanden na aankomst, steeg het aantal vrouwen en kinderen weer.

Gezinshereniging is pas mogelijk als de asielzoeker een verblijfsvergunning heeft, en vond vooral plaats onder Syrische asielzoekers, niet onder Eritreeërs. Dat komt omdat de laatste groep veelal niet over de juiste papieren beschikt, waardoor de familieband niet aangetoond kan worden. Dat laatste is een vereiste voor gezinshereniging. 

Mede door de gezinshereniging van Syrische vergunninghouders is het aantal Syriërs in Nederland in de twaalf maanden na het begin van de instroom bijna verdubbeld. In 2014 alleen kwamen 11.000 Syriërs naar Nederland, een jaar later was die groep gegroeid naar 20.000. Hoeveel daarvan wegens gezinshereniging naar Nederland kwamen en hoeveel als vluchteling kwamen, is niet berekend. 

Werken ze?

Ongeacht afkomst is het grootste gedeelte van de groep nog afhankelijk van een bijstandsuitkering. Slechts vijf procent van de groep instromers heeft een baan. Dat komt volgens het CBS omdat de focus voor nieuwkomers in Nederland op inburgering ligt. Van alle meerderjarigen die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, had een jaar later slechts een half procent hun inburgeringsexamen gehaald. De termijn voor het halen van de inburgeringscursus is drie jaar.

Waar wonen ze?

48 duizend van de 53 duizend asielzoekers die in 2014 en 2015 een verblijfsvergunning kregen, hebben inmiddels een woning. Eritreeërs hebben minder vaak woonruimte dan Syriërs. Dit komt doordat Eritreeërs vaak alleenstaand zijn, en het aantal beschikbare woningen voor alleenstaanden laag is. Ook is het lastig hen te plaatsen omdat niet duidelijk is hoeveel gezinsleden er nog komen. 

Waar gaan ze naar school?

Een kwart van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kreeg, had de leerplichtige leeftijd. De allerjongsten stromen via schakelklassen het reguliere onderwijs in, veel oudere vergunninghouders volgen tegelijkertijd het voortgezet onderwijs en een mbo-opleiding.

Opvallend is dat slechts 1 procent van de vergunninghouders die onderwijs volgt, dit op een hogeschool of universiteit doet. De Sociaal Economische Raad concludeerde in 2016 al dat dit komt door onduidelijkheid over de vooropleiding van veel statushouders. Ook de afwezigheid van diploma’s, de gebrekkige kennis van het Nederlands en beperkte financiële middelen spelen mee. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden