Column

Hoe gaat het eigenlijk met me?

Beeld Jörgen Caris

Als iemand vraagt ‘hoe gaat het met je?’, moet ik daar altijd even over nadenken. Tja, hoe gáát het eigenlijk met me? 

En dan sta ik ook nog ’ns in de supermarkt als me die vraag wordt gesteld, waar ik twijfel (want leven is twijfelen) tussen een gewone pompoen en een flespompoen. De ene ligt in mijn linker-, de andere in mijn rechterhand en terwijl ik de keuzestress het hoofd probeer te bieden (‘gewone pompoen... flespompoen...’) denk ik na over de algehele staat van mijn gemoed.

Multitasken inderdaad, en dan tettert er ook nog koleremuziek uit de speakers (‘Nee, je hoeft niet naar huis vannacht!’) en piept de flessenautomaat, ik neem aan vanwege een storing, waarom zou hij anders piepen en gaat er nog iemand naartoe om die storing te verhelpen?! En zo zijn er nog wel meer zaken die mijn aandacht vragen en daarom spreek ik in plaats van multitasken liever van omnitasken. Zoals een octopus acht armen heeft zou ik acht hersenpannen willen hebben, zodat ik acht keer tegelijk iets met mijn volle aandacht kan doen.

“Best goed”, zeg ik, net op het moment dat de ander denkt dat er geen antwoord meer komt op zijn als levensvraag vermomde beleefdheidsvraag. Hij vraagt nog iets terug, maar zijn woorden verblurren omdat ik word afgeleid door wat ik in clair-obscur zie liggen in het schap schuin achter mijn gesprekspartner. Het is een zak chips met fetasmaak en die heb ik nog nooit gegeten, chips met fetasmaak.

Ik zie je!

Mijn vriendin wordt gek van mijn gewoonte om in de supermarkt producten te kopen die ik niet ken, puur en alleen omdat ik ze niet ken. Denk aan hummus met avocado, wc-papier met aloë vera of een glutenvrije graanreep met pindamelktopping. Gelukkig zit ik niet onder de plak, dus koop ik het toch en straks als ik thuis ben gaat de zak open en neem ik een hap en nog een hap en daarna trek ik een vies gezicht en verstop de chips op een plek waar ze rustig oud kunnen worden.

Na het afrekenen slaat degene die eerder vroeg hoe het met me gaat me op de schouder. “Ik zie je hè!” roept hij, wat op zich klopt, alleen bedoelt hij dat we elkaar binnenkort weer zullen treffen. Bij dat weerzien zal hij weer een vraag van niks stellen: “Alles lekker?” En ik geef weer een antwoord van niks terug. “Alles lekker ja.”

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd, lees hier meer van Erik Jan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden