Hoe gaat het eigenlijk met Ethiopië

”Ik vraag een paar van de rondhangende jongens wat ze van Haile Selassie denken. ' Hij was rijk,' zegt er een.

Vanuit Harar, in het zuidoosten van Ethiopië, begeven we ons op weg naar Agersa Guwaro, het geboortedorp van Haile Selassie. Het is een tocht van twee uur over onverharde wegen en bergpaden met gaten als gletsjerkloven. Na de val van Haile Selassie in 1974 heeft de regering alles gedaan om de plaats in vergetelheid te laten verzinken. Dat is gelukt.

Als we in het godverlaten bergdorp eindelijk iemand vinden die bereid is ons naar het geboortehuis te brengen, is de verrassing groot. We verwachtten een gedenkteken, een monument, een museum of minstens een slagboom, met een man in uniform die geld vraagt. In plaats daarvan voert de jongen ons naar een kniehoog, sprietig boompje binnen een stenen omheining en zegt: ' Hier werd Zijne Majesteit geboren.'

-' Hier op het grasveld?'

-' Nee, in een huis. Maar het staat er niet meer.'

Ons wordt verteld dat de familie het dorp meteen na de geboorte van de latere keizer heeft verlaten. ' Waarom?'

-' Omdat ze geloofden dat er een vloek rustte op het dorp.'

Ras Tafari Makonnen, zoals hij voor zijn kroning heette, had tien broers en zusters, die echter allemaal, op zijn oudere broer en hijzelf na, jong stierven. Volgens een andere versie was zijn moeder onvruchtbaar. Zijn vader verwekte hem daarom bij de dienstbode. Om de zaak te verheimelijken trok hij na de geboorte met het gezin weg.

In de hoofdstad Addis Abeba daarentegen is Haile Selassie voor de jongeren, die niets meer van zijn absolutistische Realpolitik weten, een soort popster. Vooral sinds hier in februari ter ere van Bob Marley's 60ste geboortedag een enorm reggae-festival plaatsvond waarop de groten van de Black Music, van Rita Marley en Angélique Kidjo tot Baaba Maal, elkaar troffen. Met ragga, dancehall en reggae werd ook de voormalige keizer weer een populaire held, van San Francisco en Zürich tot Tokio. Want voor de aanhangers van de Jamaicaanse religie, die zich naar Selassie's geboortenamen rastafari's noemen, is hij een heilige, sinds de stichter Marcus Garvey in de jaren twintig het visioen had dat een zwarte god tot koning gekroond werd, en drie jaar later Selassie de Ethiopische troon besteeg. Talrijke straatpredikers in Jamaica verspreidden daarop de hoop dat de ' zwarte messias' een einde zou maken aan de Britse heerschappij in Jamaica, de onderdrukten naar Afrika zou terugvoeren en misschien zelfs de wereldhegemonie zou verwerven.

Maar niet alleen voor de dreadlocks is Selassie de ' koning der koningen'. Hij is precies het soort keizer zoals kinderen die zich voorstellen. Naast zijn residentie in Addis Abeba, waar soms zo'n 7000 gasten in de ontvangsthal zaten te eten, bezat hij in elke provincie minstens één paleis, onder andere in de woestijn Ogaden, dat tientallen jaren voor zijn bezoek gereed stond, met dienaren en volle provisiekamers. Hij bracht precies één nacht door in deze vertrekken.

De keizer voerde zijn afstamming in directe lijn terug op de eerste Ethiopische keizer Menelik I, de zoon van koning Salomo en de koningin van Saba. Hij regeerde lang, van 1930 tot 1974, toen het land geteisterd werd door een verwoestende hongersnood die kennelijk compleet aan zijn aandacht ontsnapt is. Maar omdat de volgende jaren onder het communistische regime van Mengistu Haile Mariam nog erger waren (de rode terreur eiste alleen al in 1977/78 een half miljoen doden), verschijnt Haile Selassie de huidige Ethiopiërs weer in een zeer mild licht, en met de internationale reggae-revival werd hij voor jongeren over de hele wereld een geliefd symbool.

Tegenover het postkantoor bevindt zich een van de vele rasta-shops in Addis Abeba. ' Eh man, jah!' roept de verkoper en klopt op zijn borst. ' Respect, man. Haile Selassie, yeah, rastafari!' Bij zijn stand kun je Haile-Selassie-T-shirts kopen, wollen mutsen in de nationale kleuren groen-geel-rood, oude bankbiljetten met het portret van de keizer, portemonnaies (' Capitalism is dead, man', roept de verkoper, ' Babylon will fall and the black man will arise!'), wandelstokken (waarschijnlijk voor als men te veel geblowd heeft) en sleutelhangers met voorop Selassie's konterfeitsel en achterop dat van Bob Marley, Mick Jagger of Michael Jackson.

' Wat betekent Haile Selassie voor jullie?' vraag ik de handelaar. Na de gebruikelijke messianistisch-manische inleiding van ' Yeah' en ' Jah' zegt hij: ' Haile Selassie is de profeet. Hij is niet dood, man, hij leeft voort in onze harten.' Hij vertelt dat de keizer in 1966 naar Jamaica ging waar al zeven jaar droogte heerste. Zijne Majesteit daalde de vliegtuigtrap af - en het begon te regenen. Toen wisten ze dat hij een heilige was. Anderen zeggen dat het wonder erin bestond dat de zwaarbewolkte hemel zich plotseling opende. Bob Marley voedde zich sindsdien uitsluitend nog met groente en marihuana.

Gesmoord in de wieg van de mensheid Haile Selassie, die over de plotselinge aanbidding van zijn persoon aan het andere eind van de wereld nogal verbaasd was, stelde de rasta's die de terugkeer naar Afrika predikten, in de jaren vijftig in Ethiopië enkele hectaren land ter beschikking, en een paar Jamaicanen, later ook Amerikanen, Japanners en Zweden gingen erheen. Het is niet bepaald het beloofde land; de paar honderd aanhangers leven onderling verdeeld en afgewezen door de ' normale' Ethiopiërs, aan de rand van de stoffige stad Shashemene en wachten op de wederkomst van de onder zulke onwaardige omstandigheden overleden messias. Officieel is Haile Selassie namelijk in augustus 1975 in zijn paleis op de leeftijd van 83 jaar aan een zwak hart gestorven; maar het gerucht gaat dat in werkelijkheid zijn tegenstander Mengistu Haile Mariam hem eigenhandig met een kussen heeft gesmoord en onder de grond gestopt. Mengistu -wiens moeder aan het hof werkte en die door de keizer persoonlijk naar het buitenland was gestuurd om te studeren!

Ook gaat het verhaal dat Mengistu jarenlang naar het nummer van Selassie's Zwitserse bankrekening heeft gezocht. Hij wist niet dat het op de binnenkant van de gouden ring was gegraveerd die hij Selassie had afgenomen en al die tijd aan zijn vinger had gedragen.

Ethiopië geldt als wieg van de mensheid. Onze stammoeder ' Lucy' komt er vandaan. En de Ethiopisch-orthodoxe kerk maakt er aanspraak op de sinds 3000 jaar verdwenen ark des verbonds te bezitten. Ethiopië is het enige Afrikaanse land dat nooit gekoloniseerd werd, bijna het enige met een eigen schrift (amharisch) en een van de weinige met eeuwenoude steden als Gondar, Harar of Aksum. Maar desondanks is Ethiopië een van de armste landen ter wereld -met een verwoeste natuur, door oorlog en honger ontwricht en al tientallen jaren afhankelijk van westerse hulp.

Geen ander belichaamde deze tegenstellingen zozeer als de kameleontische Haile Selassie. Hij was enerzijds een hervormer die Ethiopië in 1923 lid van de Volkenbond maakte, in 1931 een moderne grondwet afkondigde, universiteiten stichtte en de Ethiopian Airlines oprichtte; in 1963 kreeg de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid gestalte in Addis Abeba, dat voortaan als ' hoofdstad van Afrika' gold. Anderzijds was Haile Selassie een feodaal overblijfsel aan het hoofd van een staat die praktisch privé-bezit van zijn familie was en door bevoordeling van vrienden en gunstelingen geregeerd werd.

De regent die zacht en breekbaar leek, had reeds als jongeling bewezen over een uitzonderlijk machtsinstinct te beschikken. Zijn vader was gouverneur van Harar en een vertrouweling van keizer Menelik II, maar stierf al in 1906. Op 19-jarige leeftijd nam zijn zoon, toen nog Ras Tafari, de gouverneurspost over. Toen keizer Menelik II in 1913 stierf werd zijn kleinzoon Lidsj Ijasu tot keizer gekroond. Ras Tafari leidde de oppositie, die er in 1916 in slaagde de keizer vanwege zijn vermeende overgang naar de islam af te zetten en Meneliks dochter Zauditu te kronen. Hij stond haar als regent terzijde, nam toen Zauditu in 1930 stierf de kroon over en noemde zich voortaan Haile Selassie -' macht van de drievuldigheid'. Hij beroofde de provinciale vorsten van hun macht, centraliseerde het bestuur en voerde een uitgekiend politie- en patronagesysteem in. Toen het leger hem in 1974 van de troon verjoeg, bezat hij honderden miljoenen dollars op buitenlandse rekeningen.

De feodale voorrechten werden afgeschaft en het land kreeg een streng communistische koers opgelegd. Maar ook het ' rode Ethiopië' is inmiddels geschiedenis; sinds de vlucht van Mengistu in 1991 naar Zimbabwe heerst er een zekere mate van vrijheid, maar aan de armoede is weinig veranderd en de afhankelijkheid van het buitenland is nog groter geworden.

Wie betaalt mijn huis Een van de problemen van Afrika is zijn patrimoniale organisatie: alles loopt via persoonlijke betrekkingen, in het bijzonder tussen een sterke patroon en zijn cliëntèle waarvoor hij zorgt en die hem op haar beurt ondersteunt. Dit in wezen dorpse systeem kenmerkt heden ten dage ook grote firma's en hele staten. Dit betekent bijvoorbeeld dat het voor veel ondernemingen minder belangrijk is dat ze over de nodige kennis beschikken dan dat ze goede connecties hebben.

In Ethiopië met zijn eerst keizerlijke en vervolgens communistische centralisme komen deze verhoudingen het scherpst tot uiting. Het soebatten om het oor van de baas bepaalde alles, aldus een hofbeambte in Ryszard Kapuscinski's Selassie-boek Koning der koningen:

' De strijd om het keizerlijk gehoororgaan hield nooit op.' Ook nu nog gaat het er in de eerste plaats om een invloedrijke beschermer, een patroon, te vinden in wiens luwte men varen kan. Zakelijke kwesties worden op deze manier altijd persoonlijk. Niet meer: hoe bouw ik een huis? Maar: wie bouwt en financiert het voor me? In het huidige Ethiopië is in de plaats van het feodale - en het staatsnepotisme een ngo-patrimonialisme gekomen: het gaat er nu vooral om zich met een blanke uit de sector van de ontwikkelingshulp of van een internationale organisatie te verbinden om zo aan de Noord-Zuid-geldstroom deel te kunnen hebben.

Dat blijkt ook uit het banale dagelijks leven van de journalist. In plaats van urenlang aan de telefoon te zitten en afspraken te maken, kun je evengoed het hotel uitgaan, een van de chauffeurs aanschieten die altijd en overal te vinden zijn, en hem uitleggen wat je wilt. De man mobiliseert dan een tiental collega's die over de nodige contacten beschikken, en nog diezelfde dag kun je, natuurlijk tegen een kleine beloning, op korte termijn mensen ontmoeten van wie de secretaresse zojuist nog zei dat ze helaas voor drie weken in Nieuw-Zeeland waren; dan kun je kerken bezichtigen die normaal voor buitenlanders gesloten zijn en toestemming om te filmen krijgen waar je anders eeuwen op moet wachten. De keerzijde van deze ' personalisering' is een zekere afgunst en paranoia (omdat alles van de exclusieve betrekkingen met de ' chef' afhangt).

De geldengel Vijf minuten na het verlaten van het hotel leer ik Moses kennen. Pokdalig, slecht gebit en zonnebril, type ' het grove werk'. Ongetwijfeld kan hij binnen een paar minuten duizend dollar op de zwarte markt voor je wisselen, vijf kilo khat, marihuana en paddo's regelen, alsmede een heel leger Somalische prostituées, potentiële adoptiekinderen en Soedanese terroristen. Zijn verhalen zijn rijp voor de film, maar ik laat zijn uitnodiging voor een dansvoorstelling met kunststudentes en honingbier voor wat die is en sluit me in plaats daarvan aan bij de jonge Joseph die ik in een boekhandel heb leren kennen -op zoek naar Haile Selassie's autobiografie, die echter, zoals Joseph me vertelde, op last van de regering uit de markt is genomen.

Na een uitgebreide wandeling brengt hij me ' s avonds naar zijn kamer. Deze bevindt zich op een binnenplaats met een tiental afzonderlijke ruimtes die alle verhuurd worden. Verantwoordelijk voor het huis is Daniël, die er al gauw bij komt zitten, evenals Josephs kamergenoot Tarik, een aankomende toneelschrijver. Bij het bier wordt mij een ernstig probleem voorgelegd: Joseph en Tarik zijn een maand achter met het betalen van de huur. Omdat Daniël hen graag mag, heeft hij de huur uit eigen zak betaald. Maar nu is niet alleen deze schuldsanering ontdekt, maar ook het feit dat ze met z'n tweeën op één kamer wonen, wat eigenlijk verboden is. Daniël heeft ze altijd gedekt, maar nu riskeert hij zelf zijn job te verliezen. Kortom, ze hebben geld nodig, en nu zijn ze mij -geprezen zij de Almachtige -precies op het juiste moment tegen het lijf gelopen. Als dat geen teken van de hemel is!

Nu goed, de zaak wordt opgelost en we maken een paar afspraken voor de volgende dag (' we zullen hemel en aarde bewegen om al je wensen te vervullen, want jij bent onze door God gezonden engel'), en de reporter legt zich in het hotel te ruste.

Maar wat vindt hij de volgende morgen in zijn vakje bij de receptie? Een bericht van Moses. ' Ik wil je waarschuwen', schrijft hij. ' Ze hebben je met een

VERVOLG OP PAGINA 4

VERVOLG VAN PAGINA 3

zekers Joseph gezien. Hij werkt als informant voor Daniël, die door de CID is aangesteld. Ik bel je vandaag om twaalf uur op.’ Een korte navraag levert op dat CID, hoe kan het anders, staat voor Central Intelligence Department.

Paranoia of reëel gevaar in aantocht?

Ethiopië staat kort voor de verkiezingen, herinnert Moses me ' s middags bij een samenzweerderige ontmoeting in de Decent-bar: ' De machthebbers zijn bang voor de royalisten en zien niet graag dat iemand zich al te zeer voor Haile Selassie interesseert. Daniël zal je verlinken, je zou niet de eerste journalist zijn die hier verdwijnt.' En hoe denk je, vraagt hij mij, dat Joseph, de bedelstudent, zo'n kamer financiert? Is toch zonneklaar, hij krijgt hem gratis, voor zijn verklikkersdiensten! En Daniël, fluistert hij achter zijn hand, is in werkelijkheid Eritreeër, hij heeft geen verblijfsvergunning, daarom hebben ze hem in de hand. ' Was hij al ' n keer op je kamer? Laat hem dan niet aan je bagage zitten. Hij smokkelt er drugs in. Heb je niet gemerkt hoe iedereen hem op straat begroet? Dat zijn geen groeten, dat zijn codes. Er zijn 20.000 spionnen in de stad, en ze staan allemaal met elkaar in verbinding.'

De volgende dag laat ik Daniël weten wat er over hem verteld wordt. ' Pure jaloezie', zegt hij. En vertelt me een anekdote over Haile Selassie. Een blanke staatsman vroeg hem eens of er wel een principieel verschil bestond tussen Afrikanen en Europeanen. Beslist, antwoordde hij. ' Als een Europeaan een Mercedes heeft, willen zijn buren er ook een. Heeft een Afrikaan een Mercedes, dan maken ze hem kapot.'

Haile Selassie kon het weten. Hij had zelf een wagenpark met 27 edelkarossen. Hij hield in het bijzonder van de sobere elegantie van de Rolls-Royces. Zo onomstreden als zijn verdiensten zijn voor de modernisering van het land (hij bracht de eerste auto's naar Ethiopië) zo geshockeerd zijn tot op de dag van vandaag zijn landgenoten over zijn blindheid voor de ellende van de ' kinderen', zoals hij zijn onderdanen graag noemde.

Toen in de jaren zeventig honderdduizenden Ethiopiërs honger leden, vierde Haile Selassie in zijn paleis de verjaardag van zijn hondje Lulu. Daarvoor liet hij uit Londen voor 30.000 dollar een taart van meerdere verdiepingen overvliegen. Daniël vertelt dit verhaal, en Joseph vertelt het ook. In de versie van Joseph kostte de taart 25.000 dollar, maar komt hij beschadigd aan en wordt ter restauratie naar Londen teruggestuurd, tegen een kleine meerprijs. Een ander geliefd verhaal is dat Selassie een bediende had die er speciaal mee was belast de schoenen van de waardigheidsbekleders af te vegen als Lulu er weer eens tegen gepiest had.

In 1973 was de BBC-reporter Jonathan Dimbleby het keizerlijk paleis binnengeslopen, had daar een paar opnamen van de feestgelagen gemaakt en ze gemonteerd met beelden van de hongersnood in het land. Dat was koren op de molen van Haile Selassie's tegenstanders. De film werd in het hele land uitgezonden, de heerser zelf uit het paleis weggehaald en afgevoerd (in een Volkswagen).

' Wat is er toch met Haile Selassie gebeurd?' vraag ik Daniël. ' Heeft de macht hem gecorrumpeerd?' Ten antwoord stelt hij me een uitstapje naar Debre Zeyt voor. Aan de rand van Debre Zeyt, op een hoogte boven een kratermeer, ligt een van de voormalige paleizen van Haile Selassie dat hij vooral in zijn laatste jaren vaak bezocht.

De bedelaar met de bonbons

Daniël heeft hier een deel van zijn jeugd bij een tante doorgebracht. ' Elke vrijdag als Haile Selassie in zijn Mercedes aan kwam rijden, verstopte mijn tante mij', herinnert hij zich. ' Het gerucht ging dat hij door zijn talrijke, goedbetaalde helpers kinderen liet vangen die hij dan aan Satan offerde.' Dat was in de laatste jaren van zijn bewind, toen zijn legitimiteit al afbrokkelde en allerlei groepen aan de pijlers van zijn troon zaagden.

Daniël herinnert zich vooral een bedelaar met de naam Alram. ' Hij was stom en gaf kinderen die zonder toezicht rondliepen bonbons. In opdracht van Zijne Majesteit zocht hij vooral kinderen met oorringen en doorlopende wenkbrauwen. Soms keek ik tegen het verbod in tussen de vensterluiken en zag hoe hij mijn vriendjes gebaarde met hem mee te gaan. Mijn hart bonsde.' Haile Selassie bleef soms met zijn Mercedes staan, draaide het raampje omlaag en deelde munten uit. Men zei dat een tunnel direct van zijn paleis naar het hotel aan het kratermeer leidde, zijn offerplaats. ' Was dat hotel ook van hem?' -

' Alles was van hem.'

Dat en nog veel meer vreselijks vertelt Daniël als we door de plaats lopen. En toch zegt hij aan het eind, als we bij het hotel komen dat nu een ruïne is: ' Maar hij was een goede man. Hij heeft veel gedaan, vooral voor de jeugd.' Misschien is hij zo mild vanwege het feit dat de beulsknechten van Mengistu, Haile Selassie's opvolger, Daniëls vader hebben doodgeschoten. Ze gaven het lijk pas vrij nadat ze zijn moeder hadden gedwongen de verschoten munitie te betalen.

Italiaanse bezetting

De volgende dag is een feestdag, ter herdenking van de glorieuze slag bij Adua. Daar waren op 1 maart 1896 de Ethiopische en Italiaanse troepen op elkaar gestoten, en de Italianen, veel moderner uitgerust, leden desondanks een verpletterende nederlaag tegen de troepen van Menelik II. Voor het eerst hadden Afrikanen een Europese koloniale macht verslagen. De vernederde Italianen wreekten zich in 1935. Mussolini zette zenuwgas in en bezette het land. Haile Selassie ging als balling naar Europa en sprak op 30 juni 1936 voor de Volkenbond in Genève om tegen de Italiaanse wreedheden te protesteren. Maar niemand steunde hem. Zwitserland was een van de eerste landen dat de soevereiniteit van Italië over Ethiopië erkende.

Haile Selassie had in Genève betoogd dat de fascistische agressie in Ethiopië in Europa zelf spoedig zijn vervolg zou krijgen. Maar pas in 1940, toen Mussolini Frankrijk en Engeland de oorlog verklaarde en zijn troepen in Ethiopië, de Soedan en Brits-Somaliland aanvielen, kregen de gebeurtenissen in Afrika meer dan alleen exotische en humanitaire betekenis.

In mei 1941 kon de keizer, gesteund door Britse troepen, naar het bevrijde Addis Abeba terugkeren.

In het hele land zijn er op de Aduafeestdag redevoeringen, radio-uitzendingen en artikelen over de betekenis van de slag voor de antikoloniale strijd niet alleen van Ethiopië, maar van de hele Derde Wereld. ' Dat is allemaal goed en wel', zegt een diplomaat tegen me, ' maar ook al een hele tijd geleden. Wat kan dat de huidige Italianen schelen? Die gaat het prima, wat je van de Ethiopiërs niet kunt zeggen. Die zouden zich wat drukker moeten maken om hun actuele problemen.'

Voedselhulp

Inderdaad: al jarenlang leeft minstens een tiende van de Ethiopische bevolking van voedselhulp. Paradoxaal genoeg heft deze hulp de nood niet op, maar bevordert haar juist. Want het probleem is niet het klimaat, zoals graag beweerd wordt, maar de politiek. Afgelopen jaar produceerde Ethiopië een graanoverschot van meer dan een miljoen ton. Daarmee had men de hongerenden moeiteloos kunnen voeden. Toch deed de regering opnieuw een beroep op de hulpvaardigheid van het Westen. Bovendien verstoren de Amerikaanse leveranties de inheemse markt. In de levensmiddelenwinkels in Ogaden zie je op de schappen dozen en pakketten met hulpgoederen uit de VS met het opschrift:

' Niet voor de verkoop bestemd.' Ook verdient de Ethiopische regering niet slecht aan het transport van de goederen van de haven in Djiboeti naar het binnenland. De vrachtwagenfirma's zijn allemaal in handen van de regerende partij.

En de grond is staatsbezit, net als in de feodale tijd van Haile Selassie. Het wordt aan de boeren enkel verpacht. Waarom zouden ze risico's lopen met langlopende investeringen, als de grond hun elk moment weer ontnomen kan worden? Bovendien zou bij de kleine percelen alleen intensieve landbouw hen vooruit kunnen helpen. Maar de boeren bewerken de grond nog steeds met oeroude methoden: 98 procent gebruikt geen verbeterd zaaigoed, 86 procent geen mest. Daarbij groeide de bevolking sinds het Live Aid-jaar 1984 van 45 naar 70 miljoen. ' De fundamentele problemen zijn nog dezelfde als toen', zei Bob Geldof bij een hernieuwd bezoek aan Ethiopië. Maar zijn conclusie leidde niet tot kritiek op de regering, maar tot een roep om nog meer westers geld.

Spreek je over geboorteregeling, dan hoor je in Ethiopië al gauw, dat is ' vreemd aan de cultuur'. De Ethiopischorthodoxe kerk heeft een enorme invloed op het dagelijks leven, en gezinsplanning, veilige seks en afschaffing van de vrouwenbesnijdenis behoren niet tot hun prioriteiten. Belangrijker vinden ze de feestdagen, die ertoe leiden dat de Ethiopiër niet meer dan precies 110 dagen per jaar mag werken en ongeveer de helft van het jaar moet afzien van het consumeren van dierlijke producten. Interessant genoeg blijkt de cultuur weer tamelijk flexibel, zodra het om hulp uit het buitenland gaat: in bepaalde streken van het land worden mannen sinds kort niet pas als huwbaar beschouwd wanneer ze over een zeker aantal dieren beschikken, maar wanneer ze als regelmatige ontvangers van levensmiddelen van de hulporganisaties zijn geregistreerd.

Eigenlijk zou de regering moeten inzetten op vakbekwaamheid, industrie, dienstverlening en toerisme. Maar dat betekent maatschappelijke en culturele omwentelingen, modernisering, deregulering. En daar is premier Meles Zenawi bang voor. Zo oordeelde hij onlangs over het probleem van de persvrijheid, dat kritiek belangrijk was maar constructief moest zijn. En wat constructief is, bepaalt hij natuurlijk. In de periode voor de verkiezingen worden geen concrete hervormingsvoorstellen gedaan, maar wordt liever weer eens geappelleerd aan de ' schande van Eritrea' en aan patriottische gevoelens. Ter herinnering: het kleine land in het noorden werd in 1993 onafhankelijk, waardoor Ethiopië van de zee afgesloten raakte. Van 1998 tot 2000 bestreden de buren elkaar opnieuw. Deze confrontatie kostte Ethiopië bijna drie miljard dollar. Tegelijk roept Zenawi het Westen regelmatig en dringend op zijn land te helpen. ' De geënsceneerde honger' kopte Die Zeit onlangs boven een artikel over het heilloze verbond tussen Ethiopische slachtoffermentaliteit en westers paternalisme.

Dat staat allemaal niet zo ver af van de mentaliteit van Haile Selassie's minister van financiën Yelma Deressa die in de jaren zeventig, op het hoogtepunt van de hongersnood, hoge invoerrechten op hulpgoederen uit het buitenland ging heffen. ' Jullie willen helpen?' vroeg hij de verontwaardigde buitenlandse vertegenwoordigers. ' Dat is loffelijk, maar daarvoor moeten jullie betalen.' Toen de westerse helpers protesteerden, werd er een perscampagne ontketend waarin het Westen chantage werd verweten. Met het staken van de hulpverlening zouden ze een onschuldig volk aan de ellende en een wrede hongerdood overleveren, in opstand komen tegen de keizer en zich mengen in de binnenlandse aangelegenheden van het land.

Een politiek van aalmoezen

In Addis Abeba wonen mensen die zo arm zijn dat ze niet eens een kapot Tshirt bezitten. Ze omwikkelen hun lichaam met aan elkaar geknoopte plastic zakjes die ze in het afval vinden. Bij het vrijdaggebed voor de grote moskee hebben veel moslims niet eens een gebedskleedje. In de sloppenwijken van Dire Dawa proberen bewoners met stutten hun gescheurde tenten overeind te houden, gemaakt van afgedankte dozen van voedselpakketten uit de VS. Maar hier, onderaan de sociale ladder, worden slechts beschroomde eisen gesteld aan de beter gesitueerde; hoe hoger de sociale laag, des te schaamtelozer worden superioriteitsgevoel en parasitisme. Toen ik een typiste, die in de schaduw van een acacia brieven voor haar klanten tikte, vroeg of ik een blik mocht werpen op het amharische toetsenbord van haar schrijfmachine, zei ze alleen maar: ' Pay!' En de machtselite wekt met haar aanklachten soms de indruk alsof het Westen verantwoordelijk is voor de voeding van haar burgers.

Aalmoezen in plaats van politiek. Dat is een traditie in Ethiopië. In Bahir Dar bezoeken we weer een paleis van Haile Selassie. Het is niet toegankelijk. De bewaker, wiens vader hier ook al wacht hield, vertelt dat het er binnen als in een kerk had uitgezien, ' alles van zilver en goud'. Hij herinnert zich ook dat de keizer wel eens met hele kisten vol geld naar Bahir Dar kwam, dat hij dan onder de kijklustigen verdeelde. ' Er vielen doden, zo groot was het gedrang' en: ' Vaak was het zijn eigen geld dat hij weggaf.'

Ik ben net terug van een uitstapje of daar gaat in het hotel de telefoon. Joseph. Er was iets verschrikkelijks gebeurd. Hij moest me beslist onder vier ogen spreken. Zijn grootmoeder in Gondar blijkt ziek geworden. In tranen vertelt hij me dat hij haar voor haar dood absoluut nog een keer moet zien. Nauwelijks is een ' voorschot' overhan-

VERVOLG OP PAGINA 7

VERVOLG VAN PAGINA 5

digd of Daniël belt op. Hij had gehoord dat ik Joseph had ontmoet. Nu was bekend dat blanken genereuze mensen zijn. ' Maar het is zonde het geld uit het raam te gooien.' Blijkbaar is het oorlog tussen die twee. Ditmaal gaat het om een ' langlopende investering', en wel om het schoolgeld voor een computercursus die hij zou willen volgen. ' Het is beter niet alleen aan vandaag, maar ook aan morgen te denken.' Een uur later is Joseph er weer en stelt voor me mee te nemen naar een restaurant. Natuurlijk op mijn kosten. En: ' Geef me nog een sigaret. Heb je wat kleingeld? Ik ga straks een zaklamp kopen. Betaal vast de rekening. Ik hou het wisselgeld, okay? Dan kun jij de taxi betalen.'

Op weg naar huis doet een tasjesdief alsof hij achter me struikelt en zich nog net staande kan houden, terwijl hij zich aan mijn broekzak met mijn portemonnaie vasthoudt. Hij doet vergeefse moeite, de knoop blijft dicht. Een paar passen verderop zit een politieman met zijn geweer onder een boom. We melden hem het gebeurde. ' Pak hem en breng hem hierheen', luidt zijn voorstel.

Als je de lonen bekijkt, is het duidelijk dat je je beter bij een patroon kunt aansluiten, het liefst een blanke, dan normaal werk te doen. Bijna de helft van de 70 miljoen Ethiopiërs moet met minder dan een dollar per dag uitkomen. Een dienstmeisje in Addis Abeba verdient zo'n 20 euro per maand, iemand op kantoor hoogstens 70 euro. Maar een gids vangt zonder moeite 27 euro per dag, een prostituée in een middenklassehotel vraagt 40 euro per nacht, en een rastavrouw eiste zelfs 20 euro voor één foto van haar. In het Sheraton-hotel in Addis Abeba, waar voor de pompeuze ingang vooral de witte landcruisers van internationale organisaties opvallen en waar je in de met kroonluchters behangen lobby heel wat rasta's ziet (vaak in gezelschap van oudere blanke dames), kost de voordeligste eenpersoonskamer 265 dollar. Het duurst is een ' villa': 6930 dollar, maar daarvoor heb je dan ook een sauna en dag en nacht een bediende.

Anti-autoritaire heerser

'Ik vertel u graag over mijn grootvader, maar op voorwaarde dat we niet over de huidige politiek praten.'

Beede Mariam Makonnen is een 48-jarige zakenman en van een stille hartelijkheid die bijna aan tederheid grenst. Hij was pas 45 dagen oud toen zijn vader, de zoon van de keizer, omkwam bij een auto-ongeval (natuurlijk zijn er ook die zeggen dat het eigenlijk geen ongeluk was). Hij groeide op in het paleis van zijn grootvader. ' Hij behandelde me als een zoon; mijn slaapkamer grensde direct aan de zijne', vertelt hij. ' Hij was heel liefdevol en vol aandacht voor details. Hij nam altijd, ook in moeilijke perioden, tijd voor ons. Hij tekende persoonlijk de presentielijst van mijn school en maakte mijn meester duidelijk dat ik geen voorkeursbehandeling moest krijgen.' Een van de laatste absolute heersers was kennelijk in familiekring volstrekt niet autoritair. ' Als hij ontevreden over ons was, moesten we ons verdedigen. Hij was alleen te overtuigen met tegenargumenten. Dat was zijn manier om ons strijdbaar te maken.'

Beede Mariam vertelt dat Haile Selassie probeerde ook de meest gecompliceerde vragen kindgericht te beantwoorden. ' Hij discussieerde urenlang met ons, en speelde graag voor advocaat van de duivel om ons uit te dagen. Pas later besefte ik hoe atypisch hij eigenlijk was voor een Ethiopiër, zo helemaal geen patriarch. Ook tegenover zijn ministers zette hij nooit zomaar bevelen door. Hij spoorde zijn medewerkers altijd aan tegengestelde posities in te nemen, en hij kon zonder bezwaar op een beslissing t e r u g k o m e n .'

Toen Haile Selassie in 1974 ten val werd gebracht, sloot men zijn kleinzoon op in de wijnkelder. Die herinnert zich dat Mengistu de keizer opriep het volk toe te spreken, maar deze antwoordde:

' Als het goed is voor het volk, zet me dan af. Ik heb daar niets meer aan toe te voegen. Alleen jou wil ik dit zeggen: Je bent er te veel mee bezig mijn geschiedenis te herschrijven. Ik heb mijn geschiedenis gehad; hou jij je met de jouwe bezig, en probeer het beter te doen.'

Beede Mariam, toen zeventien, werd voor vijftien jaar in het gevang gestopt voordat hij voor tien jaar naar Canada ging om te studeren. ' Wat me geholpen heeft die tijd door te komen', zegt hij nu, ' was het vermogen dingen uit verschillend perspectief te bekijken. Dat had ik aan mijn grootvader te danken.'

Maar er zijn ook mensen die jarenlang hun best moesten doen een enkel woord tot de heerser te richten.

In Gondar, in het noorden van het land, ontmoeten we een man, Tadesse genaamd, die twintig jaar in de VS woonde en nu naar zijn geboortestad is teruggekeerd. ' Wat is er veranderd?' vraag ik hem. ' Niets', antwoordt hij. ' Ik zit in hetzelfde café als toen ik jong was. De mensen zijn alleen ouder geworden.'

Hij vertelt van zijn vader die hier indertijd tegen de Italianen vocht. Op een dag kwam Haile Selassie op bezoek in Gondar. Omdat Tadesse's vader nooit de geringste erkenning voor zijn dienst aan het vaderland had gekregen, liet hij een brief opstellen met het verzoek om een pensioen, die hij de keizer wilde overhandigen. Hij ging al een dag tevoren op weg en bracht de nacht door in de bosjes tussen stad en vliegveld om de heerser maar niet te missen. Zijn zoon had hij meegenomen; hij wilde de keizer laten zien dat hij voor een gezin moest zorgen. ' Ik was vreselijk bang', weet Tadesse nog. ' De nacht was bitter koud, en ' s morgens wachtten we in de felle zon langs de kant van de weg.' De keizerlijke wagen kwam eraan - en reed hen voorbij. De kleine Tadesse rende er met de brief achteraan, tot in Gondar. Tevergeefs.

' Later ging mijn vader naar Addis Abeba en gaf de brief daar bij het gerechtshof af', vertelt Tadesse. ' Vier jaar later kreeg hij over de pos

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden