Hoe fatsoenlijk zijn media eigenlijk zelf?

Ruim vier maanden na de sensationele verkiezingen voor de Tweede Kamer doen de media nog steeds neerbuigend en badinerend over de keuze die 1,6 miljoen Nederlanders toen hebben gemaakt. Na de dood van Pim Fortuyn hielden ze zich even gedeisd, maar inmiddels hangt er weer een rode waas om de pers. De LPF wordt vrijwel dagelijks beschadigd.

Met bovenstaande woorden uitten afgelopen week nogal wat deelnemers aan het eerste Trouw-debat -over de stelling De media voeren een hetze tegen de LPF- hun onvrede. Op de website werd een heftige discussie gevoerd, waaraan tientallen mensen meededen. Daarnaast stuurde een groot aantal lezers hun mening over de stelling per brief naar de redactie.

De onvrede over de pers leeft niet alleen bij 'Fortuynisten', maar ook bij mensen die niet op de LPF hebben gestemd. De media nemen de wil van 'zoveel volwassen en stemgerechtigde Nederlanders' niet serieus, stelt Cor Stoker. Jan Huyser vindt het onbegrijpelijk 'hoe anders er in de straat gedacht wordt dan wat je hoort en leest in de media'.

De LPF kan niks goed doen in de ogen van journalisten (Ruud Bogaert). Wat wil je ook, schrijven velen: tachtig procent van het journaille is links -'Trouw schrijft het zelf'. Ze doelen op een uitspraak van columnist Ephimenco deze week in een interview in Trouw. Volgens René Oord, administrator van een website over Fortuyn, staan de media onder een soort staatstoezicht: sinds het kabinet-Den Uyl in 1973 aantrad, heerst er in dit land een sociaal-democratische dictatuur en daar maakt de pers volgens hem ook deel van uit. De media zijn eersterangs slippendragers van een publieke opinie die door partijpolitiek wordt gecontroleerd, meent Marcel Hofman. Nu ze hun zekerheden en hun invloed verliezen, moeten ze een hele omslag maken (Martin Rafter).

In veel reacties wordt de manier waarop de pers incidenten in LPF-kring 'uitvergroot', gezien als een wraakactie. Journalisten hebben een 'buitenissige' aandacht voor de LPF (A. Rijkse) en straffen elk moment van zwakte of inconsequentie genadeloos af (Hofman). Dat moeten ze ook doen bij 'die kamerleden die na 15 mei al weer zijn opgestapt en hun kiezers voor gek hebben gezet'. Of bij paarse ministers, wier rol in de bouwfraude volgens veel reacties veel minder scherp zijn belicht. En in plaats van Heinsbroeks opmerkingen over normen en waarden te minachten zouden journalisten eens onderling moeten discussiëren hoe fatsoenlijk ze zelf zijn (Esther Heystek).

'Objectiviteit' keerde vaak terug in de discussie. Journalisten moeten ophouden om te willen meeregeren (Rafter). Ze mogen wel kritisch zijn, maar 'objectief en opbouwend'; afkraken voegt niets toe (Oord). Objectieve journalistiek bestaat niet, reageert Jantien Brak. 'Gelukkig maar. Zolang er maar genoeg pluriformiteit en ruimte voor zelfkritiek is.'

Maar de LPF is een jonge partij, wordt tegengeworpen. Haar leider is vlak voor de verkiezingen doodgeschoten, er is bijna geen ervaring; geen wonder dat die club nog in verwarring is. Geef ze de eerste honderd dagen de kans om te wennen, in plaats van ze zo hard aan te pakken (Arie Menken). Ho even, schrijft Brak: 'In de politiek is geen tijd om warm te draaien, de wedstrijd begint meteen na het eerste fluitsignaal. Als je niet tegen kritiek kunt, moet je er niet aan beginnen.' Leren doe je maar in de oppositie, vindt Popko Kuiper. We leveren ons land toch niet uit aan een stel stagiairs, roept Roelof Anne de Paus uit.

Tegenstanders van de stelling vinden dat er voor de media alle reden is om de LPF kritisch te volgen, net als andere partijen. Om met Tijl Uylenspiegel te spreken, schrijft Arie Koorneef: 'De mensen spreken kwaad van me, maar ik heb het ernaar gemaakt.' Als je zo hoog van de toren blaast dat jij alles beter gaat doen, moet je ook kritiek kunnen verdragen (Inge Teklenburg, Nicole van Vugt). Wat let de Fortuynisten trouwens om zelf een krant en een omroep op te richten (Stijn Indenhoek)? Of is de LPF voor een alleenheersende staatscourant en staatsomroep (De Paus)?

Niet iedereen is gediend van berichten over tuinfeestjes in het Gooi of een bijzin in een historisch verhaal in Trouw over Steve Biko dat LPF'er Ferry Hoogendijk in het verleden bevriend was met een propagandist van het apartheidsregime in Nederland. Petrus Cuperus vindt zelfs dat de redactie zich van zo'n 'suggestieve opmerking' moet distantiëren. Maar ook daar wordt weer tegen geopponeerd. Is een Goois tuinfeestje waar kandidaat-bewindslieden worden geworven zoveel anders dan de door LPF zo gewraakte vriendjespolitiek van de traditionele partijen (Jan-Paul van Barneveld)? En waarom mag de vroegere houding van een kamerlid tegenover het Zuid-Afrikaanse regime niet worden vermeld (Brak)?

De LPF lijdt aan een minderwaardigheidscomplex en gaat er al bij voorbaat van uit dat ze niet serieus wordt genomen, denkt Jan-Willem Swane. Ieder die kritiek heeft, wordt maar links genoemd (Jerry den Os). In de praktijk wordt de LPF eigenlijk nog ontzien, vindt Brak: kijk maar naar de coulante behandeling van fractieleider Mat Herben na het debat over de regeringsverklaring en van de maidenspeech van diens opvolger Harry Wijnschenk. De media geven de LPF zelfs te veel vrij spel, vindt Ugur Pekdemir. Ze reageren spastisch, mijden discussies met LPF'ers en bedrijven 'schildpadpolitiek'.

Delfgauw heeft niks met 'objectiviteit'. Alles wat je schrijft is subjectief, meent hij: 'Een journalist is geen robot. Leve de subjectiviteit van mensen. Laat de discussies maar knallen. Wie zwijgt verrot. Wrijving geeft glans.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden