Column

Hoe evenwichtig oordeelt de rechter?

Beeld anp

De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is een hoeksteen van een liberale rechtsstaat. Volgens nogal wat van de bijna 700 onlangs door Vrij Nederland geïnterviewde magistraten staat deze onafhankelijkheid in ons land onder druk. Als we Maria van Schepop (voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak) mogen geloven is er momenteel sprake van 'disbalans in de trias'. Volgens Montesquieus leer van de trias politica behoren wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht van elkaar gescheiden te zijn.

Verregaande oprekking
Rechters klagen al langer dat politici die commentaar geven op rechterlijke uitspraken geen respect zouden hebben voor hun onafhankelijkheid. Maar betekent die onafhankelijkheid dat rechters en hun werkzaamheden boven elke kritiek verheven zijn? Zo'n opvatting is een verregaande oprekking van het beginsel van onafhankelijke rechtspraak. Dit beginsel is in het leven geroepen om te waarborgen dat machthebbers - oorspronkelijk de vorst - zelf niet in specifieke zaken zouden bepalen wat recht is, of bijvoorbeeld een verdachte in een strafzaak schuldig is en zo ja, welke straf hem wordt opgelegd. Deze waarborg is onverminderd stevig in ons rechtsstelsel verankerd.

Rechters zijn echter, ondanks hun (soms verstrekkende) rechtsvormende rol via jurisprudentie, geen wetgevers. Het is conform de trias politica aan de wetgever - in Nederland overigens geen keurig afgezonderde macht maar een taak die is opgedragen aan parlement èn regering - om te bepalen welke de algemene rechtsnormen zijn die rechters in specifieke zaken hebben toe te passen. Om die taak naar behoren te kunnen vervullen zal de wetgever mede naar aanleiding van specifieke rechterlijke uitspraken moeten overwegen of in algemene zin nog wel recht wordt gedaan. Niet om in te grijpen in een specifiek geval en een rechterlijke uitspraak te corrigeren, wel om te bepalen of sancties nog wel stroken met het rechtsgevoel in de samenleving. Als dat niet het geval blijkt te zijn, kan dat voor de wetgever aanleiding zijn algemene rechtsnormen bij te stellen, naar boven of naar beneden.

Linkse rechters
Rechters doen niet alleen uitspraken in specifieke zaken. Als burgers van onze samenleving hebben zij ook hun opvattingen over 'juiste' rechtsnormen. Qua politieke opvattingen vormen rechters echter allerminst een afspiegeling van de samenleving. In de enquête van Vrij Nederland is hen gevraagd wat zij bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen hebben gestemd. Van de ondervraagden wilde 11% dat niet prijs geven, hoewel het onderzoek op basis van anonimiteit geschiedde. Van de overigen uit de 'zittende magistratuur' (dat zijn de rechters) heeft ruim drie kwart op een linkse partij gestemd.

Volgens Frits Bakker (voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak) doet dit niet ter zake. 'Alsof politieke voorkeur een verschil zou maken in de oordeelsvorming. Rechtspraak is per definitie apolitiek.' Zou het? Als het om strafrechtzaken gaat zijn rechtse kiezers en partijen toch meestal voor strenger straffen dan linkse kiezers en partijen. Zijn rechters dan van dergelijke maatschappelijke meningsverschillen totaal losgezongen?

Softe lijn
De meeste rechters vinden zichzelf hoogst genuanceerd en verklaren daaruit hun voorkeur voor het 'politieke midden'. Maar de 40% die op PvdA, GroenLinks of SP heeft gestemd kan toch onmogelijk tot het 'midden' worden gerekend. Voorts stemt een derde van alle rechters D66 en zij beschouwen zichzelf waarschijnlijk wel als gesitueerd in politieke midden. Maar waar het op strafrecht aankomt is D66 van de uitgesproken softe lijn. Wat je daarvan verder ook vindt, in het debat over een gepaste strafmaat is dat geen middenpositie.

Een voorkeur voor streng straffen wordt in deze kringen toegeschreven aan 'onderbuikgevoelens'. Maar wat te denken van de rechter die in Vrij Nederland over mensen die 'heel verschrikkelijke dingen doen' zegt: 'In de kern blijven het allemaal heel goedwillende mensen.' Let wel, hij (Peter Lemaire) spreekt hier niet slechts over de mogelijkheid dat iemand met een goede inborst in bepaalde omstandigheden tot een verschrikkelijke daad komt, hij doet hier een generieke uitspraak die volgens hem blijkbaar ook opgeld doet voor onverbeterlijke misdadigers. Als gewone burgers niet begrijpen dat iemand van het type Marc Dutroux eigenlijk een 'goedwillende' man zou zijn, komt dat dan werkelijk door hun gebrek aan deskundigheid? Of hebben die burgers juist heel goed door dat we hier het geluid uit een wel heel weke onderbuik van een rechter horen?

Van een disbalans in de trias politica is in Nederland inderdaad sprake; die is in ieder geval in een van de drie trias-machten geslopen. Want als de politieke kleur van rechters zo onevenwichtig is, zijn hun opvattingen over rechtsnormen dat vermoedelijk ook. Zou het geen tijd worden de rechterlijke macht zelf politiek in balans te brengen?

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden