Hoe Europees wil je zijn?

Toont de schuldencrisis rond Griekenland aan dat de toekomst van de Europese Unie in een federaal Europa ligt? Ja, zegt de liberaal Guy Verhofstadt.

In tijden van dreiging en rampspoed is het de natuurlijke neiging van de mens om zijn wereld klein te maken, meent Guy Verhofstadt, oud-premier van België en voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement. In Vlaanderen kruipen burgers in zijn bewoordingen 'onder de kerktoren', in Nederland 'achter de dijken'.

Lang voor de Europese schuldencrisis waren er al duidelijke signalen dat de bevolking in Europa haar vraagtekens zette bij het streven naar Europese eenwording. De twijfels bleken bijvoorbeeld bij het referendum over een 'Europese Grondwet' in 2005. De uitbreiding van de EU met tien lidstaten had onmiskenbaar een proces van vervreemding en ontevredenheid onder de bevolking op gang gebracht, meent Nederlands huidige premier Mark Rutte. Met andere woorden: Europa was te groot geworden.

De schuldencrisis rond banken en landen in Europa in de afgelopen jaren heeft dat proces in een stroomversnelling gebracht. 'Europa' was niet te vertrouwen als het ging om het ordelijk besteden van de belastingcenten van de burger. De Zuid-Europese landen hadden er een potje van gemaakt, de EU-commissie in Brussel was een geldverslindende Europese moloch geworden, waar hoogopgeleide maar onzichtbare ambtenaren de dienst uitmaakten. Inmiddels worden de Europese economieën, en daarmee de uitgaven van de overheid, rechtstreeks bedreigd door de schuldencrisis.

Wat zijn in de ogen van Guy Verhofstadt en Mark Rutte de politieke gevolgen van deze schuldencrisis voor de toekomst van Europa? Beiden behoren op dit moment tot de meest gezaghebbende liberale leiders in het Nederlandse taalgebied, met achterbannen die deels tamelijk sceptisch naar de Europese ontwikkelingen kijken. Die vergelijking kunnen we goed maken, omdat Verhofstadt recent werd geïnterviewd in deze krant over de Europese schuldencrisis en Mark Rutte dinsdagavond in Antwerpen de vijfde Karl Popper-lezing hield, waarin hij uitgebreid stilstond bij de toekomst van Europa. Toeval of niet, Verhofstadt hield ooit de eerste Popper-lezing. Beiden kennen elkaar goed en hebben geregeld contact.

Om met de deur in huis te vallen: Guy Verhofstadt ziet de schuldencrisis als een kans om definitief de weg in te slaan richting een federaal Europa. Mark Rutte pleit voor een 'bescheiden Europa, dicht bij het individu', kortom een Europa dat niet te groot is.

In het perspectief van Guy Verhofstadt toont de crisis aan dat de Europese natiestaten te klein zijn om te overleven in een wereld die in toenemende mate beheerst wordt door snel groeiende landen als China, India en Brazilië. Landen die qua oppervlakte, economische groei en toename van de bevolking Europa overvleugelen. Samenwerkingsverbanden als de G20, de G8, de Verenigde Naties, IMF en Wereldbank drukken in toenemende mate hun stempel op het economisch beleid in de wereld. Europa kan op wereldschaal nog wel een partijtje meeblazen, waar een individueel Europees land geen rol meer speelt.

"In wezen is Europa een logische, bijna automatische volgende stap in onze geschiedenis. Europa was tot ver in de twintigste eeuw een Europa van de regio's. Je leefde in je stad of dorp. De regio was je kosmos. De natiestaat kwam in de plaats van dat regionalisme. We bleken in staat lokale samenwerkingsverbanden te verheffen tot het nationale niveau. Dat leverde meer welvaart op en een meer welzijn. Maar het leidde in de twintigste eeuw met twee wereldoorlogen ook tot de grootste tragedies. Nu loopt de natiestaat op zijn laatste benen'', concludeert Guy Verhofstadt.

De Europeaan kan zijn welvaart alleen behouden in een krachtig georganiseerd Europees bestuur en een volwaardig Europees Parlement als controlerend orgaan. Die ontwikkeling is volgens hem onontkoombaar, omdat de markten al op Europese dan wel mondiale schaal hun vleugels hebben uitgeslagen.

Mark Rutte erkent de grote verdiensten van de grondleggers van de Europese Unie. Met het inkapselen van Duitsland in het Europese verband werden nieuwe oorlogen voorkomen. Het streven naar een interne markt heeft veel economische voorspoed gebracht. De huidige situatie vereist echter een 'ander type boodschap en taakopvatting'. "Een meer bescheiden en realistische opvatting, wat mij betreft, die welvaart en groei centraal stelt in plaats van de ideologische grondtoon over Europa als verheven project." Vervolgens zet Rutte zich sterk af tegen de analyse van Verhofstadt: "Europese eenheid is geen historische noodzakelijkheid, maar moet een praktische keuze zijn waar het individu wel bij vaart."

Indachtig de weerzin van menig VVD'er tegen tegeltjeswijsheden, vallen er bij Rutte over Europa geen verheven idealen te beluisteren. "We moeten voortdurend zichtbaar maken wat Europese samenwerking concreet oplevert in termen van welvaart en bestaanszekerheid. Dat doen we niet door Europese samenwerking als een verheven ideaal voor te stellen en we bereiken het evenmin met eurocynisme en een anti-houding. Realisme, pragmatisme en de gulden middenweg zijn ook hier het beste", meent de Nederlandse premier.

In dit verband is wel relevant te schetsen waar het wantrouwen van Rutte jegens Europa vandaan komt, en waar het optimisme van Verhofstadt op is gebaseerd. Voor Rutte, zijn voorganger Gerrit Zalm en vele andere liberalen, vormde het doorbreken van het groei- en stabiliteitspact door Duitsland en Frankrijk in 2003 de waterscheiding. Toen werd het ideaal van Europese eenwording begraven. 'Europa is in onze ogen dood', zo beschreef een prominente VVD'er achter gesloten deuren de bittere teleurstelling over het doorbreken van dat pact door vooral de goede buur Duitsland. Het werd de opmaat naar het dreigende failliet van Griekenland.

Het optimisme van Verhofstadt is terug te vinden in de huidige crisis. Waar decennialang het F-woord - federalisme - een taboe was, vragen machtige marktpartijen als banken, pensioenfondsen, verzekeraars en kredietbeoordelaars inmiddels om meer Europese samenwerking op politiek niveau. Alleen intensieve samenwerking kan de euro nog redden.

Het lastige voor Rutte is dat hij heeft te maken met een merendeels eurosceptische achterban en een gedoogpartner, de PVV, die een uitgesproken hekel heeft aan alles wat samenhangt met Europa. Dat maakt zijn politieke manoeuvreerruimte beperkt.

Toch is het niet uitgesloten dat Verhofstadt en Rutte elkaar weer zullen vinden, tegen wil en dank wellicht. Beide politici willen Europa dicht bij de burger houden. Verhofstadt denkt dat te kunnen bereiken door een Europese belastingheffing. Wanneer de burger belasting moet betalen aan 'Brussel', dan wil die burger ook automatisch weten wat er met zijn geld gebeurt. Het Europees Parlement kan in de ogen van Verhofstadt meer dan het nu doet de rol van belastingwaakhond vervullen, daar waar de debatten over Europese bestedingen nu worden gehouden in nationale parlementen.

Die belastingheffing zal menig VVD'er een gruwel zijn. Bovendien wordt een parlement gedomineerd door Zuid-Europeanen, ten diepste gewantrouwd door liberalen als Rutte. Interessanter wordt het, en daar wijst Verhofstadt ook op, om niet naar de woorden van Rutte te luisteren maar naar zijn daden te kijken. In de nuchtere optiek van de Hagenaar is Europa een verdienmodel voor meer welvaart en welzijn voor Nederland, een geldmachine. Van de Nederlandse export gaat 60 procent naar Europa. Nederland zou zonder Europa nooit op de 16e plaats van de belangrijkste economieën ter wereld zijn gekomen.

Het behoud van die plaats is het liberale belang van Mark Rutte. In dit perspectief past ook zijn recente brief waarin hij voorstelde om een eurocommissaris voor begrotingszaken aan te stellen die, gelijk de commissaris van mededinging, forse boetes kan uitdelen aan landen die zich niet houden aan de gemaakte afspraken.

Deze brief wordt door Verhofstadt als een 'mentale doorbraak' gezien, omdat er onderliggend dan ook soevereine bevoegdheden worden overgedragen van de hoofdsteden naar Brussel. Een eurocommissaris staat onder controle van het Europees Parlement. "In feite zegt Rutte dat er een euroregering moet komen", concludeert de Vlaming.

Zo zou het kunnen dat de op zich uiteenlopende opvattingen van Guy Verhofstadt en Mark Rutte uiteindelijk toch samenvallen in een streven naar meer Europese samenwerking. Voor de één uit een ideaal, voor de andere vanwege het platte eigenbelang van Nederland.

Nee, zegt de liberaal

Mark Rutte. Twee

verschillende liberale visies op de toekomst

van Europa. Maar

mogelijk met eenzelfde uitkomst.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden