Hoe Europeanen softies werden

Waar zie je militairen nog pronken met hun uniform? Niet in Europa. Twee wereldoorlogen hebben ons grondig genezen van elk militarisme, denkt de Amerikaan Sheeman. Maar diens landgenoten zien ons als ’capitulatieapen’.

James J. Sheehan: Where have all the soldiers gone. Uitgeverij Hougton Mifflin, Boston; ISBN 9780618353965; 284 blz. euro 28,95.

Aan het begin van de vorige eeuw was de militair een veel en graag geziene verschijning in het Europese stadsbeeld. Officieren flaneerden in uitgaanstenue op de boulevards van Berlijn, Londen en Parijs. En ook het toekomstige kanonnenvoer trok tijdens zijn schaarse verlof zelden het uniform uit, al was het maar omdat het hem ondanks de zichtbare ondergeschiktheid meer status verleende dan het burgerkloffie.

Honderd jaar later valt het uniform in Londen voornamelijk nog te bewonderen bij de Guards van Buckinghampalace en in Parijs bij de parade ter viering van de veertiende juli, de dag dat de Franse Revolutie zou zijn uitgebroken. In Berlijn, destijds de hoofdstad met vermoedelijk de grootste uniformdichtheid, moet je voor het zien van een gevechtspak naar het museum.

Dit contrast geeft goed de omslag weer die de waardering van het militaire bedrijf in Europa in die 100 jaar heeft ondergaan. Het continent dat, zoals het theatraal maar niet ten onrechte heette, in bloed was gedrenkt, is een pacifistische oase geworden met een ongekend welvaart en de laagste defensie-uitgaven van de geïndustrialiseerde wereld.

Deze ’demilitarisering van Europa’, is het onderwerp van ’Where have all the soldiers gone’ (Waar zijn de soldaten gebleven) van de Amerikaanse historicus James J. Sheehan.

Het is een studie die in de eerste plaats het Amerikaanse publiek wil uitleggen waarom de Europeanen tegenwoordig niet graag naar de wapens grijpen. Het is te hopen dat het ook gelezen wordt in die kringen waar men graag klaagt over die watjes in Europa en waar men de zegeningen van de democratie bij voorkeur per bom aan de man brengt.

De ondertitel had ’door schade en schande wijs’ kunnen luiden, want dat is precies wat er in Europa is gebeurd.

De belangrijkste staten waren, misschien met uitzondering van Engeland, honderd jaar geleden door en door gemilitariseerd. „Zonder oorlog geen staat”, aldus de conservatieve Duitse historicus Treitschke die daarmee een universeel gedeeld inzicht verkondigde. Het dienstplichtigenleger was de ’school van de natie’ en de rekruten leerden van Frankrijk tot Rusland dat er geen groter eer was dan sneuvelen voor het vaderland.

Europa maakte toen een van de langdurigste periodes van vrede door die het had gekend, dat wil zeggen: de militaire avontuurzin bleef beperkt tot het uitbreiden, verdedigen en veroveren van oude en nieuwe kolonies. Dat leverde van tijd tot tijd wel crises op, de een ernstiger dan de ander, maar tot grote oorlogen leidde het niet. Er was zelfs een vredesbeweging, waarvan de belangrijkste denkers beweerden dat oorlog in strijd was met het economische eigenbelang en dat een oorlog door de revolutie in wapentechnologie geen winnaars zou kennen.

Op die logica viel weinig af te dingen zoals zou blijken tijdens de Eerste Wereldoorlog die in 1914 uitbrak. Over de oorzaken van deze ’oercatastrofe’ van de twintigste eeuw wordt door experts nog altijd getwist en Sheehan weet die discussie in een paar pagina’s vaardig samen te vatten.

Maar belangrijker voor zijn doeleinden zijn de gevolgen van de eerste massale slachtpartij. De miljoenen doden –- alleen Frankrijk verloor 1,3 miljoen man op het slagveld,waaronder voor het eerst talloze burgerslachtoffers – ontnam vele staatslieden voor eens en altijd de lust om hun bevolking nog eens aan zo’n beproeving te onderwerpen. De oorlog bracht echter ook bewegingen voort, het communisme in Rusland, het fascisme in Italië en last but not least het nationaal-socialisme in Duitsland, die geweld als het aangewezen middel beschouwden om hun doel te bereiken.

De Eerste Wereldoorlog werd dertig jaar later gevolgd door de tweede, die nog bloediger en nog verschrikkelijker was. Het was de oorlog die, afgezien van de Balkanoorlogen van de jaren negentig, een eind zou maken aan het mateloze bloedvergieten in Europa. Vooral omdat nu ook de Duitsers voorgoed waren genezen van de heldendood op het slagveld.

Sheehan beschrijft vervolgens hoe de landen van West-Europa muteren van krijgshaftige tot wat hij ’civiele staten’ noemt. Het is een proces waarin de voormalige aartsvijanden Duitsland en Frankrijk het pad van de verzoening inslaan en samen met andere landen, eerst de Benelux en Italië en later ook de staten van het voormalige Oostblok, op weg gaan naar wat misschien ooit een verenigd Europa wordt.

De energie die eerst werd verspild aan militaristische grootheidswaan kon nu gestoken worden in de economische wederopbouw en het uitbouwen van dat typisch West-Europese fenomeen, de verzorgingstaat.

Dit is een transformatie van historische betekenis, maar zonder de VS, – met haar Marshallhulp en vooral met haar kernwapens die de Sovjet Unie op afstand hielden – was ze niet mogelijk geweest, aldus Sheehan.

De keerzijde van deze op zich heugelijke ontwikkeling is dat het pacifisme naar de zin van veel Amerikanen, niet alleen de neoconservatieve leunstoelstrategen, te ver is doorgeschoten. Tegenover alle grote woorden over een eigen militaire verantwoordelijkheid staan te vaak kleine daden. Zoals keer op keer blijkt bij het blussen van branden, van de Balkan tot Afghanistan, rukken de Amerikanen uit met de brandweerwagen en komen de Europeanen met een emmertje. Dat de Amerikanen de brand in bijvoorbeeld Irak zelf hebben aangestoken is een argument dat in Washington weinig indruk maakt. De massale vredesdemonstraties die een maand voor de aanval op Irak in diverse Europese hoofdsteden plaatsvonden, bevestigden alleen maar dat de Europeanen softies waren geworden. ’Kaas etende capitulatieapen’, in het geval van de Fransen.

Voor Sheehan staat vast dat dit niet op afzienbare termijn zal veranderen. Sinds Europa zijn oorlogszuchtige verleden heeft afgezworen is het zijn inwoners zeer voor de wind gegaan. Europa is welvarender en vreedzamer dan ooit en dat willen ze graag zo houden. De mentaliteitsverandering die daarmee gepaard is gegaan, heeft de Europeanen sceptisch gemaakt tegenover gewelddadige oplossingen. En dat is iets waar de Amerikanen mee moeten leren leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden