Hoe erg zijn buitenlandse overnames?

industrieel erfgoed | Nederland is aantrekkelijk shop-gebied. De buitenlandse pogingen om AkzoNobel, Post.NL en Unilever over te nemen, zorgen voor onrust. Is die reuring terecht?

Veghel is niet in opstand gekomen. Demissionair minister Dijsselbloem heeft er nog niets over gezegd. De provincie Noord-Brabant heeft geen protestbrieven geschreven, de vakbonden ook niet. Zelfs de SP houdt zich koest.


Toch is er eind vorige week een aansprekend Veghels bedrijf in buitenlandse handen gevallen: Vanderlande Industries. Het staat niet op de beurs genoteerd en is veel kleiner dan Post.NL, AkzoNobel of Unilever. Maar zeg niet dat het onbetekenend is.


Er werken 4500 mensen, van wie 1300 in Nederland. Het maakt transportbanden voor luchthavens en distributiecentra, en sorteersystemen voor post- en pakketdiensten. Buitenlandse luchthavens en internationale pakketvervoerders zitten in de klantenkring. Vanderlande is innovatief en groeit hard. De Nederlandse investeringsmaatschappij NPM heeft het voor 1,2 miljard euro verkocht aan Toyota Industries.


Waarom is er geen reuring over die verkoop, zoals die er wel was, en is, over de pogingen om Post.NL, Unilever en AkzoNobel over te nemen? Deels omdat Vanderlande kleiner is. Omdat het niet beursgenoteerd is. Omdat het niet tot het industriële erfgoed wordt gerekend.


Beloftes


Misschien omdat het hoofdkantoor in Veghel blijft en Vanderlande van zijn nieuwe eigenaar lekker mag doorgroeien. Zulke beloftes doen kopers vaker, maar Toyota is Japans en Japanse bedrijven hebben hun vizier doorgaans op de lange termijn gericht.


Als Toyota dat ook in dit geval doet, zal er voor Vanderlande waarschijnlijk niet bijster veel veranderen - wat reisjes naar Japan voor het management wellicht. Voor de BV Nederland ook niet. Behalve dan dat een deel van Vanderlande's winst niet meer terechtkomt bij de eigenaren van NPM maar bij de aandeelhouders van Toyota. De kans dat zij die opbrengst in Nederland besteden is niet groot.


Wat is er dan tegen zo'n overname? Wat is er überhaupt op tegen als een buitenlands bedrijf een Nederlandse firma overneemt?


Leef even mee.


We kabelen bij Ziggo. De baby krijgt Olvarit dat we kopen bij het Kruidvat. We lezen Margriet en Donald Duck en poetsen met Prodent. De hagelslag op tafel komt van De Ruyter, de koffie van Douwe Egberts. Het biertje is van Grolsch. Van Gansewinkel is onze afvalverwerker en we krijgen stroom van Essent - Nuon mag ook. We nemen de bus van Connexxion en kopen verf van Histor. We lezen Trouw.


Ooit waren al die producten en bedrijven in Nederlandse handen. Nu niet meer - op een na: Prodent. Dat is van Unilever. Maar Unilever is officieel half-Brits en half-Nederlands. Het heeft in Nederland nog maar drie fabrieken en de meeste aandeelhouders huizen in het buitenland. Dat geldt voor veel grote Nederlandse beursfondsen.


Unilever kocht Prodent in 2010 van Sara Lee, een Amerikaans concern. De tandpasta komt al lang niet meer uit Amersfoort, maar uit een fabriek in Frankrijk. Zo Hollands is Prodent dus ook weer niet. Poetsen we er minder om?


Ongekend


Waarom dat gedoe over overnames door buitenlandse partijen? Is het iets nieuws soms? 'Het jaar van de ongekende uitverkoop', kopte Het Financieele Dagblad op Oudejaarsdag 2007. Dat was 2007 ook. Een greep: Numico (Olvarit) ging naar Danone, ABN Amro ging naar Fortis en consorten. Van Gansewinkel kreeg buitenlandse eigenaren en Grolsch werd van SAB Miller. Organon, beroemd om zijn anticonceptiepillen, werd door AkzoNobel verkocht aan het Amerikaanse Schering-Plough. Sigmakalon (Histor) werd gekocht door PPG, nu de belager van AkzoNobel.


Groot was die verkoopgolf dat jaar, maar heel uitzonderlijk was die niet. Ook rond de eeuwwisseling werd er in Nederland druk gewinkeld door buitenlandse concerns. Ook toen ging het soms om 'erfgoed': om Kruidvat bijvoorbeeld, Hoogovens, vatenfabrikant Van Leer en de publieksbladen (Margriet) van VNU.


Zulke (ver)koopgolven zijn er vaker en ze plegen te komen als concerns een paar goede jaren achter de rug hebben. Dan klotst het geld tegen de bedrijfsplinten en komt er druk om iets met dat geld te doen. Dat de rentestand momenteel laag is, wakkert de kooplust nog eens extra aan.


Nederland is aantrekkelijk shop-gebied. Veel Nederlandse beursgenoteerde bedrijven hebben beschermingsconstructies waarmee ze een ongewenste overname (tijdelijk) kunnen tegenhouden. Maar die trekken ze niet gauw uit de kast. Bovendien pleegt de overheid zich bij overnamepogingen afzijdig te houden. Zelfs bij de omstreden verkoop van ABN Amro in 2007 keek 'Den Haag' vanaf de zijlijn toe. Dat zou in Frankrijk ondenkbaar zijn.


Nederlandse bedrijven storten zich overigens net zo hard in die koopgolven. Van Aalberts Industries tot WoltersKluwer, van Arcadis tot Wessanen, allemaal hebben ze (ooit) overnames gedaan in het buitenland.


Aalberts en Arcadis kochten tientallen bedrijven en werden zo multinationals. Nederlandse bedrijven kopen ook 'erfgoed'. Denk aan Unilever dat Bestfoods (Knorr) kocht. Denk aan Shell dat branchegenoot BG inlijfde. Aan het nu belaagde AkzoNobel dat in 2007 eigenaar werd van het Britse industriële icoon ICI. Aan Ahold dat de Belgische supermarktketen Delhaize aanschafte.


Is het erg als een Nederlands bedrijf in buitenlandse handen valt? Soms worden buitenlanders verwelkomd. Bij Trouw en de Volkskrant zijn ze best te spreken over hun Belgische bazen. Veel TMG'ers werken liever voor het Vlaamse Mediahuis dan voor de Hollander John de Mol.


De overname van KLM door Air France heeft onze luchtridder mogelijk behoed voor het lot van Sabena en Swissair: die zijn er niet meer. DSM was blij dat het zijn bulkchemie voor een flink bedrag kon verkopen aan het Saudische Sabic. Verkopen levert geld op en daar kun je weer wat mee doen.


Confrontatie


Maar het kan ook anders. Soms springt een buitenlanderse eigenaar ruw om met zijn Nederlandse bezit. Neem British Steel, dat in 1999 Hoogovens had gekocht. Zijn Britse staalfabrieken leden verlies, maar de leiding durfde een confrontatie met de werknemers niet aan. Om de Britse verliezen te compenseren, besloot de leiding de Nederlandse dochter Aldel te verkopen. Dat ging uiteindelijk niet door. Maar het plan bewees dat ook bij internationale opererende ondernemingen het 'eigen-volk-eerst-principe' kan tellen.


Ruw ging het er ook aan toe bij Organon. De researchpoot van het farmabedrijf werd, na de verkoop door AkzoNobel, eerst gekortwiekt door Schering-Plough en daarna door Merck, de volgende eigenaar. Beide Amerikaanse firma's hadden al flinke onderzoeksafdelingen in de VS. Dus ging het mes in far away Organon. Vervelend voor het personeel, vervelend voor de BV Nederland.


Verlies aan onderzoeksbanen is een risico bij overnames. Als ASML in 2006 was overgenomen door een Amerikaans, Engels of Chinees bedrijf zou de fundamentele research niet in Nederland zijn gebleven, zei Peter Wennink, topman van de chipmachinefabrikant, in het boek 'De uitverkoop van Nederland' van NRC-journalist Menno Tamminga.


ASML werd niet overgenomen - en besteedt nog altijd veel geld aan onderzoek in Nederland. Maar Wennink heeft een punt. Er zijn directies die het prettig vinden om hun research niet te ver van het hoofdkantoor te hebben. Dan zijn Nederlandse onderzoekers bij een buitenlandse overname slecht af - of kunnen zij uitbreiding van hun afdeling wel vergeten.


Culturele instellingen hebben ook wat te vrezen bij buitenlandse overnames. Nederlandse musea en vaderlandse tentoonstellingen worden vaak gesponsord door grote Nederlandse bedrijven. Zij leveren vaak bestuurders of toezichthouders van musea, ziekenhuizen en universiteiten. Buitenlandse bedrijven doen dat minder, zeker als hun gekochte Nederlandse dochter ook nog een buitenlander als chef krijgt.


En dan zijn er de cultuurverschillen. Is er een Amerikaanse koper, dan is er een kans dat er in een bedrijf een andere wind gaat waaien. Dat er scherper gestuurd wordt op winst. Dat er veel nadruk ligt op regels en regeltjes. Op juristerij. Dat er een topdowncultuur ontstaat en minder begrip is voor de Nederlandse consensuscultuur en de vakbondstraditie. Dat de invloed van werknemers afneemt, omdat een bedrijfsleiding in het verre Amerika minder gevoelig is voor ondernemingsraden of voor oproer aan de poort dan een Nederlandse leiding.


Neem PPG, dat zich in 2013 weinig of niets aantrok van protesten tegen een forse reorganisatie van een fabriek in Hoogezand. Of neem zaadveredelaar De Ruiter, waar nogal wat managers vertrokken nadat het was overgenomen door Monsanto.


Toch is het de vraag of de nationaliteit van de koper er zo heel veel toe doet. Amerikaanse bedrijven mogen bekendstaan om hun winstlust en hun saneringsdrift, Nederlandse bedrijven zijn ook geen liefdadigheidsinstellingen.


AkzoNobel hakte na de overname van ICI fors in het personeelsbestand en DSM deed hetzelfde toen het de vitaminepoot van Roche kocht. Akzo verkocht in 1999 zijn kwakkelende vezelpoot vooral omdat het voorzag dat personeel en vakbonden een zoveelste reorganisatie niet zouden pikken. Het sloopwerk werd vervolgens gedaan door CVC, een Nederlands investeringsfonds.


Belangrijker dan de nationaliteit van de koper is de vraag of de koper en de gekochte partij veel overlap hebben. Is dat niet zo, dan blijven de gevolgen voor de gekochte partij meestal beperkt. Zo zal het hoogstwaarschijnlijk bij Vanderlande gaan.


Is dat wel zo, zoals in het geval van PPG en AkzoNobel, dan is er meer te vrezen. PPG heeft meerdere vestigingen in Nederland en zo'n 1000 werknemers. AkzoNobel heeft er, inclusief de chemiedivisie, zo'n 4900 in Nederland.

BV Nederland

Een overname van AkzoNobel kan leiden tot het (gedwongen) vertrek van de Akzo-leiding en een serie managers. Mogelijk tot fabriekssluitingen, in Nederland of elders. Tot verkoop van bedrijfsonderdelen en tot reorganisaties bij de onderzoeksafdelingen. Leveranciers van AkzoNobel en PPG kunnen hun borst natmaken. Dikke kans dat PPG kortingen eist.


En het hoofdkantoor van AkzoNobel aan de Amsterdamse Zuidas? PPG-voorman Michael McGarry heeft al beloofd dat de hoofdkantoren van de chemiedivisies én de divisies voor de verven voor huishoudelijk gebruik in Amsterdam komen. Daar moeten AkzoNobel en de BV Nederland dan maar op hopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden