Hoe er over Sjaron werd gesproken, was nauwelijks te verdragen

Toen Saddam Hoessein werd opgehangen, waren er mensen in de wereld die applaudisseerden. Toen Osama bin Laden was geëxecuteerd, waren er uitgelaten menigten te zien. Zelfs toen Margaret Thatcher, toch niet het prototype internationale terrorist, overleed, werden er in het Verenigd Koninkrijk feestjes gevierd. Smakeloos vond ik het allemaal, en dacht aan de mens achter de leider. Saddam Hoessein als vader voor zijn vijf kinderen. Osama bin Laden die van tuinieren en gedichten hield. De heerlijke zelfspot van Thatcher.

Deze week lukte dat niet. Ariel Sjaron was dood en het gejuich dat opsteeg vond ik vanzelfsprekend. De voorzichtigheid waarmee er over hem werd gesproken was nauwelijks te verdragen. Dat hij bloed aan zijn handen had kon niemand ontkennen, maar daar werd dan consequent bij geschreven dat hij toch 'moedig', misschien zelfs een 'vredesduif' genoemd kon worden vanwege het uitzetten van kolonisten uit de Gazastrook. Mooie duif die eerst zijn eigen mensen weghaalt en vervolgens de rest van de bevolking in een openluchtgevangenis opsluit en bombardeert.

Nee, juichen deed ik niet, maar dat was meer omdat ik niet zo'n uitgelaten type ben. Sjarons dood liet me volkomen koud. Bij hem lukte het me niet hem voor te stellen dat hij een vriendelijke huisvader was. Of preciezer: dat lukte wel, maar het deed me niets. Het beeld van de meedogenloze genocidepleger was veel te overweldigend.

Het enige commentaar op zijn dood dat iets bij me losmaakte, waren de verwijzingen naar het hiernamaals. Men betreurde het dat Sjaron nooit voor een aards tribunaal had hoeven verschijnen, maar troostte zich tegelijkertijd met het idee dat hij nu voor het hemels tribunaal moest staan. Daar, zo wisten velen te melden, zou hij veroordeeld worden tot levenslang in de hel.

Ook iets wat me meestal een beetje korzelig maakt, is de neiging van mensen om alvast voor God in te vullen wie er wel en niet in de hel verdoemd zal worden. Alleen in dit geval geloofde ik wel in een hel. Niet als in de griezelige beschrijvingen van eeuwig vuur en marteling; eerder als een staat van de overledene, die de consequenties van zijn handelen op aarde moet voelen. Elke daad waarmee hij anderen pijn heeft gedaan of schade heeft berokkend kan hij doorvoelen, zoals we op aarde fysieke pijn voelen. Wie karrevrachten aan doden, gewonden en ontheemden op zijn conto heeft staan, heeft dus ook een lange lijdensweg te gaan in het hiernamaals. Het is de vraag of de kleine trekjes van menselijkheid die iemand óók in zich moet hebben, daartegen opwegen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden