Hoe eenzaam en troosteloos zijn onze westerse contreien

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Op Valentijnsdag werd de zanger van ’Je veux de l’amour’ zestig. Een zere knie en troebel zicht aan zijn rechteroog duiden op lichamelijke slijtage, maar de geest van Raymond van het Groenewoud blijft een jaar of 15. ’De carrosserie wordt wat kaduuk, maar het wezenlijke blijft hetzelfde’, zegt hij. Tot de dag van vandaag vindt hij zichzelf terug in de puber die dagdromend naar school fietste.

In eigen land werd hij geëerd en gefeliciteerd door vakgenoten, onder wie Johan Verminnen, bij wie Van het Groenewoud begon en door wie hij in het Nederlands ging schrijven, lang voordat dat in Nederland gewoon werd buiten het cabaret en het levenslied. Een cadeau kreeg hij ook: de driedelige cd-box ’Omdat ik van je hou’, met daarop ’de 60 mooiste’, naar de smaak van beroepssamensteller Vic van de Reijt. Het betreft een derde van zijn werk, afgaande op de 176 liedteksten die in 2008 in een bundel verschenen.

Zelf luistert hij eigen opnames nooit terug; aan de herinneringen heeft hij genoeg. Fans die alles al bezitten, treffen één nieuw nummer aan: ’Opblaaspop’ (’Ze ruikt niet zo lekker maar ze fleurt me op’). Dat maakt ’Omdat ik van je hou’ vooral geschikt voor wie eens een diepe duik wil nemen in het oeuvre van de artiest die toewijding als de grootste aanjager ziet. Dat niet alles even goed is, weet hij ook. Vooral in het begin van zijn carrière dacht hij soms te vroeg dat een tekst al af was. De chronologische ordening maakt dat je het groeiende vakmanschap sneller op het spoor komt. De verdeling per schijf trekt de meerkantigheid van Van het Groenewoud uiteen. ’Meisjes’ bevat het ruige werk, rock, reggae, gospel en funk. Op ’Twee meisjes’ staan de liefdesliedjes en het ingetogen werk, waaronder het titelnummer dat door Vlaamse radioluisteraars werd verkozen tot beste Belgische nummer ooit, daarmee ’Ne me quitte pas’ van Jacques Brel – die andere grote Schaarbekenaar – achter zich latend. Over twee meisjes op het strand, lezend in modebladen, wachtend op hun prins. De lichtheid is schijn, want de zon brandt en de dag brengt ouderdom.

’Ik hou van Hollanders’ bevat het kritische, cabareteske en carnavaleske repertoire, een verzameling die Van het Groenewoud ziet als een ’rariteitenkabinet’. Hij kan even romantisch als kwaadaardig denken over de medemens. ’Ik zou er geld voor geven om bevredigend weer te geven hoe eenzaam en lelijk en troosteloos het kan zijn in onze westerse beschaafde contreien, Nederland en Vlaanderen in ’t bijzonder’, schreef hij achterin zijn tekstbundel. Vaak komt hij een heel eind. Subtiel, zoals in ’Ik hou van Hollanders’ (’Alles moet kunnen, ja toch!’) of weinig verhullend, zoals in ’Total Loss (Gratis bier in Nederland)’.

Als tekstschrijver kent hij weinig gêne, en ook muzikaal kan hij onverschrokken tegendraads zijn. Zo was het opgewekte ’Cha Cha Cha’ in 1981 een reactie op de duistere coldwave van Joy Division en vooral op luisteraars zonder eigen smaak. ’Hun kop is leeg, de mode vult ze op’. (HN)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden