Hoe dwang je leven in sluipt

In haar puberteit ontwikkelde Claudia van der Werf een dwangstoornis, die tien jaar lang haar leven zou bepalen. Ze schreef er een boek over.

Edwin Kreulen

Altijd tellen hoeveel stappen je neemt tijdens het lopen. Herhaaldelijk checken of de auto wel op de handrem staat. Drie agenda’s tegelijk voeren en daarin minutieus vastleggen aan welke vrienden en familieleden je de komende tijd aandacht moet besteden.

Het is maar een fractie van de dwanggedachten die Claudia van der Werf (29) kwamen opzoeken in de periode vanaf het begin van haar puberteit tot ruim tien jaar daarna.

Het boek ’Het heilige moeten’, dat ze over die periode schreef, lijkt in eerste instantie een vrij gewoon verhaal over een vrij gewoon meisje. Natuurlijk, haar ouders scheiden als ze 13 is en ze voelt zich schuldig als de nieuwe vriend van haar moeder een ongeluk krijgt – niet dodelijk – want ze zal hem wel ongeluk hebben toegewenst. En ze blijkt de aandacht van jongens al vroeg wel erg hard nodig te hebben.

Dat kan allemaal nog steeds redelijk gewoon zijn. Het wordt anders als je twee klasgenoten moet bellen om te vragen wat nou ook al weer het huiswerk was, terwijl je dat zelf eigenlijk best weet. En zeker als Claudia gaat studeren in de grote stad, sluipt de dwang haar leven binnen.

Het is allemaal goed geschreven en wat vooral opvalt is het feit dat de meeste naasten van Claudia haar situatie niet echt goed kunnen inschatten, of dat in ieder geval niet laten blijken. Haar vriendinnen niet, haar rij vriendjes niet, de arbo-arts later al helemaal niet en ook niet haar moeder, met wie ze toch drie keer per dag moet bellen van zichzelf. ’Moet je nou weer notuleren?’ vraagt een vriendje bijna terloops als ze weer alles plant in haar agenda. En omdat er niets wordt uitgesproken, zegt Claudia dus niet dat ze eigenlijk in paniek raakt bij het voorstel van haar vriend om door Australië te trekken op de bonnefooi (’ook dat nog!’), maar maakt ze het uit.

Als ze tijdens een skivakantie een aanval van hysterische jaloezie krijgt – waarbij ook de spanning eruit komt die ze heeft moeten doorstaan om een voor haar zo ongewisse trip te maken – sleept een vriendin haar naar de psycholoog. Ze verkeert daarna drie dagen per week in de dagkliniek van de GGZ.

Gedragstherapie, contact met lotgenoten en het inzicht dat ze vroeger dan wel voor haar ouders moest zorgen, maar nu niet meer voor iedereen verantwoordelijk is, zetten Claudia weer voorzichtig op het goede spoor. Waar ze net zo voorzichtig uiteindelijk toch een man ontmoet met wie ze wel een kind wil krijgen. ’Het heilige moeten’ is bepaald geen klaagboek over een omgeving die het niet begrijpt. De werkgever van Claudia betoont opvallend veel geduld tijdens de periode waarin ze niet kan werken en wordt daar ook voor beloond.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden