Hoe duurder,  hoe beter?

In korte tijd groeide China's handel in hedendaagse kunst uit tot een wereldspeler van formaat. Dit ging gepaard met verregaande commercialisering. Nu staat er een nieuwe generatie kunstkopers die zich afvraagt: wat is goede kunst?

Bruce Bo Ding leidt geanimeerd rond door M50, een voormalige textielfabriek in Shanghai die omgebouwd is tot een kunstdistrict. Waar vroeger de naaimachines stonden, wemelt het nu van de kunstenaarsstudio's en galerijen. Elke vierkante meter van de karakteristieke roodbakstenen gebouwtjes aan Moganshan-weg 50, meestal van zo'n drie verdiepingen hoog, wordt benut.

In de smalle straatjes tussen de gebouwen lopen vooral kleine groepjes toeristen, maar ook een aantal mannen van middelbare leeftijd die eruit zien alsof ze haast hebben. De 26-jarige Bruce, medewerker van een videokunstgalerie in M50, heeft een vermoeden wat de mannen komen doen. "Vaak zijn het agents die voor een rijke investeerder snel nog even twee schilderijen komen kiezen." Hij ziet ze liever gaan dan komen: "Door al dat grote geld gaat de huur hier snel omhoog. Beginnende kunstenaars kunnen zich geen studio meer veroorloven. Er is geen plek voor ze."

Het is een voorbeeld van de snelle commercialisering die je overal aantreft in de Chinese markt voor hedendaagse kunst. M50 begon net als Pekings bekende kunstdistrict 798 als goedkope werkplek voor lokale kunstenaars. Maar toen werden de oude fabrieksgebouwen hip, en de kunst die er gemaakt werd begon snel in waarde te stijgen. Voor veel kunstenaars werd het er te druk en te duur.

Dit is de identiteitscrisis binnen de Chinese kunstmarkt. Aan de ene kant is er het commerciële succesverhaal. In twintig jaar groeide de Chinese kunstmarkt vanuit het niets uit tot de nummer twee van de wereld, na de Verenigde Staten en voor Engeland, met in 2014 een marktaandeel van 22 procent. Voor de verkoop van werken van kunstenaars geboren na 1945 is China nu zelfs marktleider. Veilingrecords worden voortdurend gebroken, en China's bestverkopende kunstenaars, zoals Zeng Fanzhi en Zhang Xiaogang, worden steeds bekender buiten China.

Voorbij de hype

Te midden van de snelle groei en het nog snellere geld worstelt de opkomende markt echter met de vraag wat goede kunst is. Nu wordt de waarde van kunstwerken vooral bepaald door wat ze opbrengen op veilingen. Onafhankelijke beoordelaars zoals critici en curatoren spelen een relatief kleine rol. Maar veel mensen zijn kritisch: waarom wordt een kunstdistrict als M50 steeds meer een toeristische attractie in plaats van een broedplaats voor jong talent? Is kunst die het meest opbrengt automatisch de beste kunst? Hoe kom je voorbij de hype en creëer je een gezonde kunstmarkt zonder al te veel speculatie en 'bubbels'?

Op dit moment spelen kunstverzamelaars een relatief belangrijke rol in China's onzekere, snel veranderende kunstmarkt. Hun aankopen bevestigen de (economische) waarde van de werken in kwestie. Andersom is het voor kopers een kans om te investeren in iets dat vaak betekenisvoller voelt dan aandelen kopen.

Zo ziet Liu Gang (56) het tenminste. De advocaat verzamelt al kunst sinds de jaren negentig en hoort daarmee tot de Chinese kunstkopers van het eerste uur. "Begin jaren negentig mochten advocaten hun eigen advocatenkantoren beginnen. Daarvoor werkten we allemaal voor de overheid. Ik ging voor zo'n privaat kantoor werken en kreeg in 1993 voor het eerst een bonus uitbetaald. Die dag zag ik op de fiets naar huis opeens een kunstgalerij. Ik stapte af en kocht m'n eerste schilderij. Het voelde geweldig."

Nu is hij elke dag met kunst bezig. Eerst kocht hij vooral realistische taferelen, maar inmiddels voelt hij zich ook thuis bij abstracte kunst. In een online column voor kunstwebsite Hi Art beschrijft Liu de rush die hij voelt als hij voor het eerst een kunstwerk ziet dat hij wil hebben en de spanning als hij tijdens een veiling nog niet weet of hij het werk wel of niet in handen gaat krijgen. Dat laatste gaat trouwens steeds vaker mis. "Tot een paar jaar terug was het zo dat ik een werk kon kopen als ik het echt wilde. Inmiddels zijn de prijzen daar te hoog voor."

Een van de redenen dat kunst zo snel zo duur is geworden, is manipulatie van de markt. Niet iedereen verzamelt kunst vanuit een persoonlijke passie. Er zijn geen harde cijfers, maar voor slechts een minderheid van alle Chinese kunstkopers is het belangrijkste doel een serieuze collectie opbouwen, zoals bijvoorbeeld Liu dat doet. De rest van de verzamelaars koopt af en toe wat uit interesse, en een deel verkoopt gekochte kunst snel door met het doel om winst te maken.

In het Westen zijn het - meer dan kunstverzamelaars en veilingprijzen - vooral de musea, galeries en biënnales die als taak hebben de artistieke waarde van kunst vast te stellen. In China zijn die instellingen ook te vinden, maar ze functioneren heel anders. Commerciëler. Zo is expositieruimte in musea vaak gewoon te huur, in plaats van dat de kunstenaar zorgvuldig wordt geselecteerd door een curator. Critici worden vaak betaald voor positieve recensies. Ook de afstand tussen makers en kopers van kunst is minder groot. Waar in Europa de meeste kunstenaars worden vertegenwoordigd door een galerie, zijn Chinese kunstenaars vaak hun eigen verkoopagent.

"Veel mensen zijn zich erg bewust van de verschillen die nog bestaan tussen de Chinese en de internationale kunstmarkt", legt Svetlana Kharchenkova van de Universiteit van Amsterdam uit. "Ze zien de commerciële praktijken die in China gangbaar zijn toch als minder legitiem."

Kharchenkova onderzoekt China binnen een onderzoeksproject naar kunstmarkten in opkomende economieën. "De aandacht voor commercie betekent niet dat het nu eenmaal zo werkt in China", weet de onderzoeker. "Er zijn praktische redenen. Zo krijgen musea weinig steun van de overheid en zijn er weinig beurzen en subsidieprogramma's voor kunstenaars. Natuurlijk is er dan meer aandacht voor geld."

Vertrouwen in de markt

De laatste jaren staat er een nieuwe, serieuzere generatie kunstkopers op. Anders dan veel oudere verzamelaars hebben ze vaak een achtergrond in kunst of nemen ze de tijd om er meer over te leren. Zo studeert Hu Rui (24) kunstmanagement aan de prestigieuze Goldsmiths-kunstopleiding in Londen. "Mijn vader is een verzamelaar. Zo raakte ik geïnteresseerd", legt ze uit. "Zelf hoop ik later een bijdrage te leveren aan de professionalisering van de Chinese kunstmarkt. Die is nu nog onderontwikkeld. De snelle groei heeft tot bubbels geleid. De belangrijkste uitdaging is het creëren van vertrouwen in de markt."

Optimisten wijzen erop dat de creatieve sector een prioriteit is binnen China's transitie naar een hoogwaardige economie. En hoewel de overheid nog niet zo warmloopt voor onafhankelijke kunst, bieden ook lokale overheden hun musea steeds meer mogelijkheden. Yang You, onderdirecteur van het Ullens Center for Contemporary Art (UCCA), een van China's meest onafhankelijke musea: "Vorig jaar zei zelfs Peng Liyuan, de vrouw van president Xi Jinping, in een interview dat ze fan is van Chinese hedendaagse kunstenaars. Dat had tien jaar geleden nooit gekund."

Zeng Fanzhi: 'This land so rich in beauty No. 6', 2006 (250 cm bij 500 cm).

Oude kunst

De invloed van Chinese kunstkopers op de wereldmarkt groeit ook doordat steeds meer Chinese kopers internationaal actief zijn. Kochten ze eerst vooral Chinese kunst, nu staan daarnaast westerse topwerken vaker op hun verlanglijstje. Vaak anoniem. Zo kocht een mysterieuze Chineessprekende koper, gekleed in spijkerbroek en trui met capuchon, vorig jaar in New York een Van Gogh voor 66,3 miljoen dollar. Modigliani's 'Reclining Nude' ging afgelopen november voor 170,3 miljoen dollar naar een museum in Shanghai. Het was de op één na hoogste veilingprijs van een kunstwerk ooit. Veilinghuizen Christie's en Sotheby's verkopen ook steeds meer westerse kunst in China. Omdat alleen Chinese veilighuizen Chinese 'culturele relieken' van voor 1911 mogen veilen, richten de westerse veilinghuizen zich vooral op naoorlogse en hedendaagse kunst.

Buitenlandse kunst

Hoewel de markt voor hedendaagse kunst in China booming is, maakt ze maar zo'n 7 tot 8 procent uit van de totale kunstverkoop in het land (wereldwijd is hedendaagse kunst goed voor zo'n 48 procent van de kunstverkoop). Het kleine aandeel hedendaagse kunst komt door de enorme markt voor Chinese traditionele kunst, van kalligrafie tot porselein en landschapsschilderingen. Het is een erg lokale markt, gedomineerd door Chinese veilinghuizen Poly en Guardian (nummer 3 en 4 wereldwijd). Er is ook een levendige handel in vervalsingen van die oude kunstschatten. Soms ontmoeten beide werelden elkaar. Nadat de beroemde kunstkoper en voormalig taxichauffeur Liu Yiqian voor 36,3 miljoen dollar een klein porseleinen kopje uit de Ming-dynastie kocht - en er prompt een kopje thee uit dronk - waren goedkopere versies van het 'kippenkopje', met afbeeldingen van een kip en een haan erop, niet aan te dragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden