Hoe Duitse juristen de rechtsorde opknoopten

Juridisch Duitsland aanvaardde moeiteloos dat vanaf 1933gevangenen met ongekende wreedheid werden behandeld. Dehistoricus Wachsmann onderzocht de rechtsgang in nazi-Duitslanden de reacties op de nieuwigheden. Een leerzaam verhaal.

In een uitgebreide studie van de gevangenissen van het DerdeRijk benadrukt de Duitse historicus Wachsmann twee,ogenschijnlijk tegenstrijdige, zaken: de overeenkomsten tussende nationaalsocialistische ideeën en de rechtsopvattingen vande democratische Weimar Republiek, én de bijzondere wreedheidvan de rechtspraak en het gevangeniswezen onder de nazi's.

Bij nazi-vervolging gaan de gedachten in de eerste plaats uitnaar de concentratie- en vernietigingskampen die onderSS-toezicht stonden. Maar Wachmann maakt duidelijk dat het grosvan de slachtoffers , tot de laatste oorlogs- en genocide-jaren,in 'gewone' gevangenissen was ondergebracht die onder de Duitsejustitie ressorteerden. Het regime in die gerechtelijkeinstellingen was niet zo verschrikkelijk als in Dachau enAuschwitz, maar niettemin verloren tienduizenden er het levendoor mishandeling, uithongering, ziekte en regelrechte executies.

Misdadigers, 'asocialen', Polen, joden, Duitse politiekegevangenen en verzetslieden uit de bezette gebieden, Jehova'sgetuigen en homoseksuelen, het hele gamma van 'ontaarde' enongewenste elementen werd volgens de rechtsregels veroordeeld totlange gevangenisstraffen en dwangarbeid, en vervolgens aan eengevangenisapparaat overgeleverd dat zich graag kweet van de taakde gedetineerden te kwellen.

De procedures weken niet zeer af van de tot dan toegebruikelijke - het wetboek van strafrecht is bijvoorbeeld nooitvervangen. Alleen kwamen er voor bepaalde categorieën specialewetten bij. Deze rechtspleging was de kern van het repressievesysteem in Duitsland, waarover de meeste burgers, anders dan inhet geval van de dodenkampen, goed waren ingelicht. Diejuridische suprematie duurde tot in 1944, toen de geallieerdeomsingeling al te beklemmend werd, en de gevangenissen hunbewoners aan de kampen overdeden. In die Götterdümmerungwerden nog honderden zieken en 'onverbeterlijken' vermoord.

Al onder de Weimar Republiek, vóór 1933, was er doorpolitici en juristen aangedrongen op onderscheid tussendelinquenten die voor verbetering vatbaar waren, en elementen dievanwege hun afkomst en geaardheid als verloren moesten wordenbeschouwd. Eugenese, castratie en voorbeeldige bestraffing warenook in andere landen geen onbekende praktijken, en de roep omkrasse maatregelen tegen de vijanden van het volk is van alledagen, inclusief vandaag. Alleen voerden de nazi's deverwijdering van de 'onmaatschappelijken' tot in zijn uitersteconsequenties door.

De instigator van de justitiële maatregelen die gevangenenhet leven verzwaarden of onmogelijk maakten, was vaak Hitlerzelf. In het algemeen was hij door haat en waan geobsedeerd. Daarkwam bij dat hij vreesde dat op een dag zijn tegenstanders zichzouden verenigen en achter het oorlogsfront revolutie zoudenmaken, zoals ze dat in 1918 hadden gedaan.

De historicus maakt aannemelijk dat de gerechtelijkeinstanties van harte meewerkten aan wat hun Führer wilde.Rechters en gevangenisdirecteuren wilden niet onderdoen voor depolitie en de SS. Maar ze waren ook zelf overtuigd van dewenselijkheid Duitsland van volksvreemde en misdadige uitvreterste bevrijden. Zo werd justitie het Procrustesbed waarop de nazi'sde nieuwe samenleving modelleerden.

Wachsmann weet maar weinig voorbeelden aan te dragen vanverzet tegen de gerechtelijke misdadigheid. De juristen zelfhielden zich collectief stil en ook het grote publiek had weinigbezwaar tegen de wreedheid. Een gevestigde rechtsorde en eenkorps geschoolde beroepsjuristen zijn kennelijk niet voldoendeom te voorkomen dat een land afglijdt naar een toestand vanterreur, concludeert Wachsmann. Dat is een ontgoochelendegedachte.

Het zou zelfs zo kunnen zijn dat juist de voortschrijdendereglementering van de samenleving waartoe de rechtsorde neigt,onder bepaalde politieke omstandigheden de weg van het fascisme helpt effenent. Onder juristen, maar niet alleen onder hen,sluimert een utopie van een ordelijke en veilige maatschappij,gevrijwaard van al dat gespuis. Die wens is begrijpelijk, en inzekere zin legitiem. Het vereist grote zelfbeheersing van derechtspraak om die kinderlijke verlangens te weerstaan, enpolitici en publiek zich te laten schikken in een staat vanonvolkomenheid. Een combinatie van angst, woede engelegenheidswetgeving vermag om van een vrije samenleving eenmeute te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden