Hoe dook je onder?

’Mijn moeder dook onder in de zomer van 1942", zegt filmmaker Marcel Prins. „Mijn opa, Frits Degen, had een slecht voorgevoel over de bedoelingen van de bezetter. Hij vermoedde dat onderduiken de enige manier was om de oorlog door te komen. De kans op overleven leek hem het grootst als hij zijn dochter ergens apart zou onderbrengen.

Dankzij de inspanningen van verzetsmensen, onderduikgevers, veel gelukkig toeval en zelfs profiteurs heeft het hele gezin van opa, dus ook mijn moeder, de oorlog overleefd. Dat gold niet voor de rest van de familie, die bijna helemaal werd uitgeroeid.”

Voordat Prins iets vertelt over zijn eigen project ’Andere Achterhuizen’ verwijst hij naar Anne Frank. „Iedereen kent haar verhaal. Elk jaar staan er voor het Achterhuis bijna één miljoen mensen in de rij om te zien waar en hoe zij zat ondergedoken. Haar boek is een van de meest gelezen boeken ter wereld. Het is een uniek verhaal. Maar wat weten we eigenlijk van de bijna 28.000 andere Joden die onderdoken in de Tweede Wereldoorlog?”

Eerder maakte Prins de documentaire ’Het misdrijf van Abraham Prins’, die genomineerd werd voor de beste documentaire van het jaar. „Aangemoedigd door de nieuwsgierigheid van mijn zoon wilde ik meer te weten zien te komen over mijn opa, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gearresteerd toen hij door een park fietste waar Joden niet mochten komen en in Auschwitz is vermoord. Nu, bij mijn project ’Andere Achterhuizen’, was het onderduikverhaal van mijn moeder de aanleiding. Maar ik wilde niet alleen haar verhaal vertellen, ik wilde een beeld schetsen van de onderduik van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.”

Prins ontdekte dat het onmogelijk was een algemeen beeld te schetsen van ’de’ ondergedoken Jood, of van de onderduikplaatsen. „Daarvoor zijn de verschillen te groot.”

Een aantal zaken is inmiddels bekend. Ondergedoken baby’s en kleine kinderen hadden een grotere overlevingskans dan volwassenen, en men dook zelden met het hele gezin onder. Ook kwam het weinig voor dat men met meerderen op één adres verbleef. En de meeste onderduikers moesten vaak verkassen. Prins: „In die zin is het verhaal van Anne Frank juist uitzonderlijk: zij verbleef met haar gezin en met andere Joden de hele onderduik op Prinsengracht 263-265 in Amsterdam.”

Er zijn vanuit Nederland ongeveer 107.000 Joden gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen. Van hen kwamen er nog geen 5000 terug. Voor de oorlog leefden ongeveer 80.000 van alle Nederlandse Joden in Amsterdam; een groot deel van de Joden die elders in Nederland woonden, werd in de loop van 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Toen de deportaties in juli 1942 begonnen, moesten zij zich melden. De meesten deden dat niet en werden tijdens nachtelijke razzia’s van hun bed gelicht, samengedreven in de Hollandsche Schouwburg en naar Westerbork vervoerd. Vanuit Westerbork werden zij gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen.

Er werd na de oorlog helemaal niet gepraat over wat je had meegemaakt. Het normale leven moest weer opgebouwd worden, en dat was al moeilijk genoeg. „Mijn moeder”, zegt Prins, „weet bijvoorbeeld heel weinig over de onderduik van haar ouders. Toen ik naar haar eigen onderduikverhaal vroeg, werd ik geraakt door een emotie die mij bijzonder verraste: zij was helemaal niet blij toen haar ouders haar aan het einde van de oorlog kwamen ophalen, ze had het heel fijn gehad op haar laatste onderduikadres en wilde daar blijven.”

Prins begon zich steeds sterker af te vragen hoe je dat eigenlijk deed, onderduiken. Waar moest je naartoe? Wie kon je vertrouwen? De leidende instanties moedigden Joden niet aan om onder te duiken. „Integendeel”, zegt Prins. „Het werd Joden goed duidelijk gemaakt dat ze mee moesten werken met de bezetter, zelfs strafbaar waren als ze weigerden. De meeste Joden doken dan ook niet onder, hielden hun kinderen bij zich en wachtten hun lot af.”

„Ik wilde graag een project ontwikkelen met de verhalen van Joodse onderduikers als uitgangspunt. Een project dat gemakkelijk toegankelijk zou zijn en waardoor zichtbaar zou worden hoe enorm divers de verhalen van die onderduikers en hun onderduikgevers zijn. De tijd begint te dringen. Er zijn niet heel veel Joden meer in leven die er uit de eerste hand over kunnen vertellen.”

In de winter van 2008 deed Prins mee aan een workshop. Daarin werden film- en programmamakers samengebracht met vormgevers.

„Ik werd ’gekoppeld’ aan vormgever Marcel van der Drift, met wie ik het idee ontwikkelde om herinneringen van Joodse onderduikers te publiceren op internet”, zegt Prins. „Dat resulteerde in de website www.andereachterhuizen.nl, die vanaf vandaag te bezoeken is.”

Op deze site staan fragmenten van de interviews die Prins afgelopen jaar maakte. „Het is 65 jaar na de bevrijding”, zegt Prins. „Maar tijdens de gesprekken viel het mij op dat de gebeurtenissen van toen de vertellers vaak nog helder voor de geest staan – alsof de tijd als een harmonica in elkaar wordt gedrukt en de verhalen zich gisteren afspeelden.”

Bij deze fragmenten maakte Marcel van der Drift tekeningen, die met de gemonteerde geluidsfragmenten één geheel vormen. Omdat op de site maar delen van de interviews gebruikt kunnen worden, besloot Prins er ook een boek van te maken. Dat boek, ’Andere Achterhuizen’, is geschreven samen met Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis.

Komende weken publiceert Trouw enkele van deze verhalen in sterk ingekorte vorm. Op de volgende pagina’s het eerste deel, over Marcel Prins’ moeder, Rita Degen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden