Hoe de witte man verdween uit Afrika

De opkomst van Afrika gaat gelijk op met het vertrek van de blanke man. Die maakte er de afgelopen eeuw de dienst uit. 'De aanwezigheid van de Chinezen wordt als meer gelijkwaardig ervaren.'

De twee katten van Marcia Luyten willen naar buiten, maar vandaag mogen ze niet. In de vaarten rond de feeërieke ark in Broek in Waterland die Luyten met haar man en drie kinderen bewoont, is de dooi twee dagen eerder ingetreden. Eenden kruipen bijeen op de laatste stukken rap smeltend ijs. Voor overmoedige katten zijn deze ijsbrokken levensgevaarlijk. "Er zijn al de nodige buurkatten verdronken", zegt Luyten, terwijl ze de verslaggever met een pontachtig bootje oppikt van de bewoonde wereld, die hier Broekermeerdijk heet.

Voor Luyten (41) is deze bijzondere woning, omringd door water en weilanden en voorzien van een ruime studeer- en werkkamer, een oase in een druk bestaan als publicist, debatleider en één van de drie vaste presentatoren van het zondagse tv-programma 'Buitenhof'.

Daarnaast is ze een 'bescheiden Afrikakenner', zoals ze dat zelf noemt in haar nieuwe bundel 'Dag Afrika', die afgelopen week verscheen. Die kennis baseert ze mede op de twee jaar die ze in Rwanda heeft gewoond (2001-2003), gevolgd door vier jaar Oeganda (2006-2010), samen met echtgenoot Jeroen de Lange. Hij is ex-diplomaat, ex-Wereldbankeconoom, en was tot de verkiezingen van vorig jaar korte tijd Kamerlid voor de PvdA.

De boektitel 'Dag Afrika' heeft een dubbele betekenis: het is enerzijds een welkomstgroet aan het 'nieuwe' Afrika, waar de bomen opeens tot in de hemel lijken te groeien. Anderzijds staat 'Dag Afrika' voor het afscheid dat 'de witte man' van Afrika moet nemen, na tientallen jaren van kolonialisme en ontwikkelingssamenwerking.

Luyten mengde zich de afgelopen jaren nadrukkelijk in de discussie over ontwikkelingssamenwerking. Het Nederlandse draagvlak daarvoor is de afgelopen jaren weggesmolten in een tempo dat op deze ochtend doet denken aan de ijsvloer rond Luytens ark.

Vanwaar eigenlijk die belangstelling voor Afrika? Waarom geen Azië of Latijns-Amerika?
"Banaal toeval. Ik was getrouwd met een diplomaat. En die werd uitgezonden. Dan krijg je een lijstje met allerlei posten en bestemmingen. Ik zei: ik ga mee, maar het moet wel journalistiek interessant zijn. Ik was toen journalist, ik ging weg bij de Volkskrant en ik wilde wel wat te doen hebben. Toen dacht ik: Rwanda is interessant.

Maar ik ben niet zo iemand die zijn hele leven over Afrika droomde, een Africalover. Ik ben er gewoon terechtgekomen."

Iedereen heeft het tegenwoordig in juichende termen over het 'nieuwe' Afrika, dat in een enorme groeispurt zit, terwijl het nog maar tien jaar geleden allemaal hel en verdoemenis was daar. Is dat allebei niet veel te extreem gezien, van onze kant?
"Veel te extreem. Dat is ook wat ik wil laten zien in mijn boek. Wat je ziet is dat we het ene paradigma vervangen door het andere. En dat doen we omdat we dan van onszelf verwachten dat we de complexe werkelijkheid beter gaan begrijpen. Maar het is een illusie om te denken dat we meer van Afrika gaan begrijpen als we het ene beeld vervangen door een ander, dat van een booming Africa."

In 'Dag Afrika' geeft u drie redenen voor de toch vrij roemloze aftocht van de witte man uit Afrika: de emancipatie van de Afrikaanse elite, olie en China. Maar heeft die witte man dat vertrek ook niet voor een groot deel aan zichzelf te wijten?
"Ja, dat is ook zo. In het boek laat ik ook zien hoe de witten tekort zijn geschoten, in het begrip van Afrika, en met ontwikkelingshulp die gewoon niet effectief genoeg is geweest en te vaak perverse effecten heeft gehad. Dus ja, natuurlijk is dat ook een factor. Ik bedoel hier vooral de factoren die, vanuit Afrika bezien, de witten verder naar de uitgang dreven.

Als je nu met een Afrikaanse minister praat, dan voel je gewoon dat er minachting zit, een afkeer van het Westen die Afrikanen heel lang hebben onderdrukt. Ik voer dat terug op het feit dat wij witten nooit gelijkwaardig met Afrika zijn omgegaan.

Die Chinezen, je kunt van alles over ze zeggen, maar volgens mij wordt hun aanwezigheid als meer gelijkwaardig ervaren dan die van de witte man. Als je als witte expat naar Afrika gaat, dan betaalt jouw werkgever een gigahuis, met een gigatuin, een huisje voor het personeel, en een grote muur met schrikdraad en glasscherven erop. Je verdient tussen de 5000 en 10.000 euro per maand.

Je hebt een grote landcruiser, je kinderen gaan naar een dure school - dat wekt allemaal enorm veel afgunst natuurlijk.

Die Chinezen gaan in datzelfde huis met z'n dertigen wonen. In elk kamertje slapen drie Chinezen, en die verdienen helemaal niks, twee jaar lang, ze potten alles op, of ze bouwen een prefab compound ergens. Ze leven meer op hetzelfde niveau. Niet dat er een uitwisseling is hoor, die Chinezen leven volstrekt geïsoleerd. En ze zijn racistisch, maar dat zijn de Afrikanen zelf ook."

Op reclameborden in Afrika staan modellen die meer wit dan zwart zijn, dus dat blijft kennelijk een ideaalbeeld.
"O ja, zeker. A light complexion, een bleke teint. Er was een keer een vrouw vermoord, een Oegandese vrouw. In de krant stond dat ze van goede komaf was, because she was of a light complexion.

Ook in Rwanda zie je dat. De Tutsi's zijn stukken lichter van kleur dan de Hutu's. Nou, die hebben een ongelooflijk superioriteitsgevoel hoor, die Tutsi's, die lopen echt met hun neus in de lucht. De Hutu's voelen hoe er op ze wordt neergekeken en haten daardoor die Tutsi's. Dus het racisme van die Chinezen, wou ik maar zeggen, dat is die Afrikanen zelf ook weer niet vreemd."

En ons westerlingen toch ook niet.
"Nee, maar bij ons is het veel verhulder, hè. Dat is een grappig onderscheid: Afrikanen en Chinezen schamen zich niet voor hun racisme, wij hebben racisme taboe verklaard, in de jaren zeventig. Dus de koloniaal verruilde z'n tropenhelm voor een afritsbroek, maar z'n superioriteit bleef."

Is het ook niet heel moeilijk om dat 'witte' denken te veranderen? In uw boek bespeur ik de- zelfde, begrijpelijke worsteling: in het begin pleit u voor meer westerse bescheidenheid tegenover Afrika, aan het eind stelt u: 'Afrika wacht een gouden toekomst op voorwaarde dat macht en onderdanen elkaar vinden in een groot nationaal project.' Klinkt daar ook niet het nodige paternalisme in door? Is dat niet het tegendeel van bescheidenheid?
"Ik vertel Afrika totaal niet wat het moet doen. Ik analyseer, sta aan de zijlijn."

Maar is dit niet een heel direct en concreet advies?
"Het is een observatie. Als de onderkant en de bovenkant elkaar niet vinden in een project waarin ze met z'n allen omhooggaan, dan krijg je extreem ongelijke samenlevingen die uiteindelijk gewelddadig worden.

Afrika wacht een gouden toekomst als die heel grote massa keuterboeren - in sommige landen 85 procent, in Zambia 75 procent - ook meegaat in economische ontwikkeling. Anders heb je een elite die superrijk is, maar dan wacht Afrika geen gouden toekomst.

Dus nee, dat is niet paternalistisch, ik schrijf Afrika niks voor."

U schrijft ook ergens: 'Transformatie is voor buitenstaanders niet te realiseren.'
"Niet echt hè, je kunt aangrijpingspunten zoeken in de processen waarvan je denkt dat die de samenleving opener kunnen maken. Dat is een ontwikkeling die altijd plaatsvindt tegen de wens in van de elite. Want de elite verliest. Waarom vind ik dat veel beter? Omdat de grote massa Afrikanen nu geen kansen heeft, niets van het leven kan maken, domweg omdat ze gevangen zitten in een patronagesysteem (waarin een rijke elite onderling de macht en rijkdom verdeelt en de armen arm houdt, red.).

Als die mensen door een opener systeem meer kansen krijgen, vind ik dat een beter systeem. Is dat paternalistisch? Ja. Daar heb ik wel opvattingen over, en die wil ik ook beargumenteren."

In Nederland is de discussie over ontwikkelingshulp gepolariseerd: je bent voor of je bent tegen. Veel nuance is er niet.
"Tegenstanders hebben ook pas sinds een jaar of vier vrij spel. Als je tegen hulp aan de armen was, was je altijd een slecht mens. Die bevrijding, dat wegvallen van dat taboe, is heel goed geweest.

Alleen: wij slaan altijd door. Wat er aan verbetering van levenskwaliteit heeft plaatsgevonden in Afrika de afgelopen twintig jaar is voor een groot deel op het conto van de hulp te schrijven. Dat neemt niet weg dat een groot deel van de hulp onvoldoende effectief is geweest. Die dingen lopen parallel. Mensen kunnen mij vanwege dat dubbele verhaal ook nooit plaatsen."

Tien jaar van Chinese bemoeienissen hebben Afrika meer opgeleverd dan zestig jaar westerse ontwikkelingshulp.
"De economie in Afrika is losgetrokken door een speler die daar helemaal niet op uit was. Onze hulp was daarop gericht, maar dat is daarmee niet gelukt. De hulp heeft er voor een groot deel wel toe geleid dat die economische groei nu kan plaatsvinden.

Wat er is aan opleiding, dat is voor het overgrote deel met hulp gerealiseerd. Wat er is aan een gezondere bevolking: met hulp gerealiseerd. Beter bestuur? Waarom kun je nu wel in Afrika zaken doen en tien jaar geleden niet? Ondernemers zeggen: het is macro-economisch veel stabieler, er zijn allerlei instituties die je eigendom garanderen. Dat is allemaal Wereldbankbeleid geweest van de afgelopen tien jaar. Dus je zou kunnen zeggen dat hulp wel degelijk de basis heeft gelegd waarop groei nu kan plaatsvinden.

Ontwikkelingshulp geven is een van de lastigste dingen die er zijn. Ik zeg steeds: ga onder een mangoboom zitten en kijk en luister naar wat er gebeurt. Je kunt niet zomaar met je westerse bril aankomen en denken: o, dit werkt niet en dat gaan we dus nu zo doen.

We hebben ook veel te grote verwachtingen gehad. Wij gingen de Afrikaanse staat wel even fiksen. We hebben daar een democratie geïmplanteerd en dachten: we hebben verkiezingen dus hebben we een democratie. Nou echt niet. Het enige wat die façade deed, was verhullen hoe het machtsspel erachter wordt gespeeld. Dat hele patronagesysteem, daar is niets aan veranderd.

Als wij iets in Afrika willen doen, moeten we weten hoe het werkt. Met het geven van hulp hebben we onvoldoende gesnapt hoe patronage werkte, en nu, als het gaat om zakendoen, zijn we ook niet tough enough.

Kijk naar die Chinezen. Die regelen het papierwerk perfect, ze zetten tien man op de vergunningen. Dan komen ze ook nog met een grote buidel geld bij de dienstdoende minister of functionaris, die ze onder tafel doorschuiven. Nou, dat loopt allemaal als een trein hoor. En omdat wij daar niet aan willen...

Voor Nederlandse bedrijven is het heel moeilijk zakendoen in die landen. Als je je aan alle regels moet houden, als je je moet houden aan internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, waar hier prachtige conferenties over worden georganiseerd - ik zit ze voor - dan kun je in Afrika geen zaken doen. Dus we missen daar finaal de boot."

Denkt u dan dat al die Nederlandse bedrijven die nu actief zijn in Afrika - Shell, Philips, Unilever - helemaal niet meedoen aan dat soort smeergeldpraktijken?
"Dat tough enough betekent meer dan moeite hebben met smeergeld. Het is ook: omgaan met de stroperigheid van bureaucratieën, met diefstal, met de onvoorspelbare beschikbaarheid van alles wat voor productie onmisbaar is: water, stroom, arbeiders. Voor corruptie door Nederlandse bedrijven heb ik geen bewijzen, niet in positieve en niet in negatieve zin. Tegelijkertijd vertellen ondernemers mij dat het onmogelijk is zaken te doen als je geen handling fees of andere extra aanslagen betaalt."

FOTO'S PATRICK POST

'Als je met een Afrikaanse minister praat, voel je de minachting'

Marcia Luyten (Wijnandsrade, Limburg, 1971) is econoom, cultuurhistoricus en oud-diplomaat. Ze werkt als schrijver, journalist, publicist en debatleider. Ze woonde in het eerste decennium van deze eeuw in totaal zes jaar in Afrika (Rwanda en Oeganda).

Als journalist werkte ze eerder op de buitenlandredactie van de Volkskrant. Ze schrijft ook voor onder meer NRC Handelsblad.

Als debatleider was Luyten werkzaam bij de Amsterdamse centra Felix Meritis (De Globaliseringslezing), De Balie en De Rode Hoed.

Sinds dit televisieseizoen presenteert ze het zondagse praatprogramma 'Buitenhof'. Ze volgde daar Peter van Ingen op als één van de drie vaste presentatoren.

'Dag Afrika' is haar derde bundel. Eerder publiceerde Luyten 'Witte geef geld' (2003) en 'Ziende blind in de sauna' (2008), waarin ze stelt dat de Nederlandse samenleving steeds meer Afrikaanse trekken krijgt.

Momenteel werkt ze aan het volgend jaar te verschijnen 'Het geluk van Limburg', een sociaal-culturele geschiedenis van de glorie en ondergang van de steenkolenmijnen, verteld aan de hand van het leven van volkszanger Jack Vinders.

Marcia Luyten: Dag Afrika. De Bezige Bij. Amsterdam; 192 blz. € 17,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden