Hoe de vis verdween uit Katwijk

Het haringbedrijf van Cor Haasnoot, hier tussen de tonnen ingelegde vis, is een van de grotere werkgevers in Katwijk. ¿Je moet tegenwoordig een halve econoom zijn om op een vissersboot te werken¿. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)Beeld Joel van Houdt

Ooit had Katwijk een haringvloot met zeshonderd man. Maar de eeuwenoude vissertraditie is tanende. En met de recente overname van Koninklijke Ouwehand verdwijnen opnieuw arbeidsplaatsen bij de visindustrie uit het dorp.

Cor Haasnoot (78) pakt een kladblok en zet de tien grote rederijen die Katwijk tot de jaren zeventig telde onder elkaar op papier. Het is te ruiken dat onder het kantoor van het haringhandelsbedrijf, waarvan Haasnoot jarenlang directeur was, gezouten haring ligt opgeslagen. Naast de namen van de rederijen krabbelt Haasnoot het aantal kotters en loggers dat ze in de vaart hadden. Van de twee bedrijven die de saneringen van de jaren zeventig doorstonden, gingen er twee verder met grotere hektrawlers. Inmiddels is er nog maar één rederij in Katwijk over.

Haasnoot komt nog steeds over de vloer in het gelijknamige bedrijf, waar nu zijn zoon en kleinzoons werken. Er handelen al vijf generaties Haasnoot in haring. Cor Haasnoots grootvader begon een handelsbedrijf, omdat zijn moeder liever had dat hij aan wal bleef nadat zijn vader en broer ’op zee waren gebleven’. Haringhandel Haasnoot is met 25 medewerkers een van de grotere werkgevers in de Katwijkse visindustrie.

Het faillissement van een ander groot bedrijf in Katwijk, de bekende visverwerker Koninklijke Ouwehand, zorgt ondertussen voor een verlies van werkgelegenheid in het dorp. Het bedrijf is maandag overgenomen door de voormalige Katwijkse concurrent Parlevliet & Van der Plas, behalve visverwerker ook rederij, dat in elk geval de sterke merknaam van Ouwehand behouden wil.

Veel van het handwerk bij de 103 jaar oude, koninklijke visverwerker wordt verricht door tientallen uitzendkrachten van buiten het dorp. Al in de jaren zeventig kwamen er gastarbeiders naar Katwijk. De eerste grote groep bestond uit Joegoslavische vrouwen, van wie er veel met Katwijkers trouwden. Ouwehand biedt tegenwoordig onder andere werk aan allochtone vrouwen uit Leiden en arbeidskrachten uit Polen en de Balkan. Functies in de verkoop en het management worden voor een belangrijk deel nog vervuld door Katwijkers.

Katwijk heeft nooit een eigen zeehaven gehad. Het grootste gedeelte van de haring die Katwijkse bedrijven verhandelen, wordt gevangen in de zee bij Noorwegen. Het internationale gezelschap van vissers vriest de haringen meteen in aan boord. Het kaken gebeurt in fabrieken in Noorwegen.

De ingevroren haringen reizen per schip naar IJmuiden en per vrachtwagen naar Katwijk. Daar gaat het plaatselijke visverwerkingsbedrijf Koninklijke Ouwehand met de vis aan de slag. Het bedrijf rookt de haring, marineert hem of legt hem in het zuur.

Praktisch is het vanwege al deze omwegen eigenlijk niet dat de Zuid-Hollandse badplaats nog steeds het centrum van de Nederlandse haringhandel is; en Parlevliet & Van der Plas wil dan ook niet zeggen of het Katwijk op lange termijn wel de beste vestigingsplaats voor visverwerker Ouwehand acht. Het zou zijn haringen en makrelen bijvoorbeeld ook in potjes kunnen stoppen in de haven van IJmuiden of nabij de visgronden in Noorwegen. In elk geval voorlopig blijft Ouwehands fabriek in Katwijk echter nog bestaan.

„De visserij is van groot emotioneel belang voor Katwijk”, zegt wethouder Daan Binnendijk van visserij en economische zaken. „Tekenend voor Katwijk aan Zee is het monument voor de op zee omgekomen vissers op de boulevard. Maar het economische belang is door de jaren heen heel erg afgenomen.”

Katwijk is honderden jaren een vissersdorp geweest. Paarden trokken de bomschuiten eeuw na eeuw het strand op. In andere belangrijke vissersplaatsen, zoals IJmuiden en Vlaardingen, lokte de zware industrie veel sterke jongemannen weer aan wal. Maar in Katwijk was er domweg niet veel werkgelegenheid buiten de visindustrie.

De zeecultuur in Katwijk is sterk, zegt Hans Schonenberg, voorzitter van het Katwijs Museum en voormalig huisarts: „In de jaren vijftig en zestig kocht elke Katwijkse kruidenier die daar het geld toe had een eigen kotter.” De boten werkten met vleetnetten. De vissers gooiden ’s nachts het net uit en zagen de volgende ochtend hoeveel vissen erin waren gezwommen. In deze hoogtijdagen werkten op zee en aan de wal een kleine 2000 Katwijkers in de visindustrie.

Met het groter worden van de schepen werd de vaste ligplaats van Katwijkse vissers meestal IJmuiden. De volgende stap in de schaalvergroting was de opkomst van hektrawlers in de jaren zestig, die met grote sleepnetten over de zeebodem gingen. In dezelfde periode was haring enkele jaren minder populair, want de vis was op grote schaal besmet met de haringworm, die darmperforatie kon veroorzaken. Schonenberg maakte het mee als beginnend arts. „Tijdens die haringworm-ellende bleek dat er maar één manier was om de worm dood te krijgen: het invriezen van de haring. Sindsdien hebben de grote hektrawlers vriesruimte aan boord.”

De lage stand van de haring leidde tot een verbod op haringvangst in de Noordzee tussen 1977 en 1982. Cor Haasnoot: „Iedereen dacht dat het een ramp voor de Nederlandse haringhandel zou zijn. Maar toen we begonnen te vissen in het Skagerrak bij Denemarken, bleek dat daar perfecte, vette haringen zaten. Een lot uit de loterij.”

De prijs van haring aan de kar en in de supermarkt is de laatste jaren verder opgelopen. De vissers hebben te maken met vangstquota, hoge brandstofprijzen en een grote hoeveelheid regels voor bijvoorbeeld de mazen van de netten en de bijvangst. „Je moet een halve econoom zijn om op een vissersschip te werken”, zegt Cor Haasnoot. Hij beseft dat de vissers voorzichtig moeten omgaan met de visstand, maar heeft geen goed woord over voor de manier van actievoeren van sommige milieuorganisaties. „In de jaren negentig heb ik Greenpeace nog een tonnetje haring geschonken. Toen wist ik niet dat ze ooit blokken basalt in de Duitse Bocht zouden gooien om vissers te hinderen.”

Waar moeten werknemers van Ouwehand naartoe die straks bij de doorstart buiten de boot vallen? Hans Schonenberg van het Katwijks Museum maakt zich geen zorgen. „Veel vissers die bij de saneringen in de jaren zeventig hun banen kwijtraakten, zijn terechtgekomen in de Hoogovens, in de Rotterdamse haven of in de bouw. Katwijkers zijn harde werkers die niet zeuren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden