Hoe de typisch Nederlandse zelfoverschatting Blind fataal werd

voetbal | Het ontslag van bondscoach Danny Blind is veel meer dan het ontslag van een trainer die het niet goed heeft gedaan. Henk Hoijtink, chef sport van Trouw, geeft zijn visie.

Eind december 2015 zat ik tegenover Danny Blind in een Amsterdams eetcafé. Oranje was twee maanden eerder uitgeschakeld voor het Europees Kampioenschap. Blind had in de laatste vier kwalificatieduels de leiding gehad en er drie van verloren.


Wat mij zo enorm had verbaasd, vanaf zijn eerste dag, was dat hij het voorbeeld van Louis van Gaal niet had gevolgd. Hij had het al langer beperkt getalenteerde Oranje niet verstevigd, zoals Van Gaal had gedaan op het WK 2014, waar Blind nota bene als assistent bij was geweest. Nee, hij had dat niet nodig geacht en zijn Oranje was drie keer aan flarden gereten.


Ik was een beetje aan het zeuren. Dat kon bij Blind. "Ik maak de keuzes. Jullie mogen die beoordelen, en dat doen jullie ook", zei hij vorige week nog. Ik praat helemaal niet graag over de opstelling van Oranje, over wat de coach had moeten doen of wie hij wel of niet had moeten kiezen. We zijn niet meer zo goed, veel spelers zijn inwisselbaar, het zal met de een echt niet veel anders of beter gaan dan met de ander. Maar hier kon ik gewoon niet over uit. Hoe had Blind, een vlotte voetbalprater met een goed stel hersens, niet kunnen zien dat je dit Oranje niet zo roekeloos, zo open, kunt opstellen?


In de eerste oefenwedstrijd na de EK-sof had hij enkele weken eerder wél gespeeld met het systeem van Van Gaal, met een extra verdediger. "Als mensen zeggen: 'Had dat eerder gedaan', dan kan ik daar niets op zeggen", zei Blind in dat café in Amsterdam.


Hij zou ermee verder gaan. Hij haalde de woorden aan van Arjen Robben, Nederlands enige topvoetballer nog, die al langer zei dat we niet zo goed zijn als we misschien denken. "We moeten camoufleren waar we niet goed in zijn", zei Blind. Waarom nu pas - waarom? En waarom daarna toch weer niet meer?


Want Blind ging er niet mee verder. In de vijf WK-kwalificatiewedstrijden tot zijn ontslag stelde hij Oranje zo op als hij het in die laatste EK-kwalificatiewedstrijden had gedaan. Hij dacht toch steeds weer dat de ploeg daar goed genoeg voor was. Hij zei zijn spelers hoe goed ze waren, niet wat er moest worden gecamoufleerd - althans, niets wees erop dat hij ze indringende boodschappen van die strekking had meegegeven.


Het ontslag van Danny Blind is meer, veel meer, dan het ontslag van een voetbaltrainer die het niet goed heeft gedaan. Blind is de belichaming van hardnekkige, om niet te zeggen verstokte, Nederlandse gedachten over voetbal. Hij maakte de gouden jaren mee, won als aanvoerder van Ajax in 1995 de Champions League. We voetbalden mooi toen. We hebben eigenlijk altijd gevonden dat wij er zijn om mooi te voetballen, om aan te vallen. Wij koesterden dat schoonheidsideaal, en het voetbal ontwikkelde zich verder: het werd zoveel sneller, krachtiger, het won zoveel aan inhoud.


Dat Blind nu thuis zit, geeft niet alleen weer hoe het met je afloopt als je die ontwikkelingen niet wilt volgen, of als je je er niet op z'n minst tegen wilt wapenen. In breder perspectief verbeeldt hij, thuis op de bank, het Nederlandse voetbal - het voorlopig uitgetelde Nederlandse voetbal. Zoals Oranje in de afgelopen jaren voorbij werd gelopen door fitte voetballers van IJsland en Tsjechië, als modaal te boek staande voetballanden, zo konden Nederlandse clubs niet op tegen die uit Oostenrijk, Roemenië of, jawel, Bulgarije, het land dat Blind zaterdagavond met een 2-0 zege de nekslag gaf.


Nederland is wakker geworden, hier en daar. De KNVB heeft een plan opgesteld om ons voetbal weerbaarder te maken, sneller en krachtiger, om het aan inhoud te laten winnen. Maar het roept weerstand op, en dat was te voorspellen. Wie het voetbal niet volgt, zal hier weinig van begrijpen. Als het buitenland van je is weggelopen op snelheid, kracht en inhoud, is het toch logisch dat je het op die vlakken tracht te achterhalen, of dat je zo in elk geval iets poogt in te lopen?


Maar dan kent u de Nederlandse voetbalwereld niet. Dat mooie voetbal, we komen er maar niet los van - of nee, meer nog van onze definitie daarvan. We kunnen maar moeilijk erkennen hoe mooi dat tegenwoordige voetbal van snelheid, kracht en inhoud kan zijn, hoe knap het is dat op en top getrainde voetballers daarin dan nog hun techniek kunnen laten renderen. Wij praten liever in sjablonen. We associëren dat tegenwoordige voetbal dan met zweetdruppels, met alles wat je daarvoor moet doen, met alles waar we ooit de neus voor dachten te kunnen ophalen en waar wij ons met onze techniek verre van wilden houden. Dat zijn wij, techniek tegenover werkvoetbal, en we moeten dicht bij onszelf blijven, heet het dan.


Nee, als u het voetbal niet volgt, begrijpt u hier niets van. Helemaal niet als de achtergrond van Danny Blind wordt geschetst. Blind leek ooit weinig meer dan een modale profspeler, bij Sparta. Toen Johan Cruijff, trainer toen, hem in de jaren tachtig naar Ajax haalde, werd daarvan opgekeken. Hij was geen 'Ajax-voetballer', had er het fijne niet van. Blind bouwde er een glanzende carrière op, gaandeweg op een sleutelpositie in het veld. Dat was onmogelijk zonder voetbalintelligentie. Hij moest als bepaald niet de beste speler nadenken over het spel, en hij deed dat tot in de details, de vlotte voetbalprater met een goed stel hersens. En dan komt de vraag weer: hoe heeft hij het bij Oranje niet kunnen zien?


Geïndoctrineerd


Zo diep zit de Nederlandse voetbalgedachte - om niet te zeggen dat Blind is geïndoctrineerd, en hij niet alleen. Kijk naar Frank de Boer, zijn ploeggenoot indertijd bij Ajax. Blindelings volgden ze de paden die Louis van Gaal destijds baande, en waarom niet: het liep gesmeerd. Luister naar Blind, naar De Boer, en je hoort onder de woorden de overtuiging dat het nog steeds goed moet kunnen lopen, als de lijnen maar zo worden getrokken als ze toen werden getrokken. Hoe simpel konden zij een driehoekje, een term voor een voetbalcombinatie, op het veld neerleggen. Dat moeten ze toch nu ook kunnen?


Frank de Boer werd trainer van Internazionale en hij werd er na drie maanden ontslagen. Ja, ze denken in Italië even anders over voetbal, en over die driehoekjes. Daar houdt de Nederlandse voetbalgedachte geen rekening mee. Die wil er niet van uitgaan dat er ook een tegenstander is die iets zou kunnen doen waar dan weer op gereageerd moet worden - de essentie van een wedstrijd toch. In de Nederlandse voetbalgedachte wordt uitgestippeld wat wij gaan doen, worden de lijnen getrokken waarlangs het dan niet anders dan goed kan gaan. Zelfoverschatting, argeloosheid, starheid, dat zijn de trefwoorden.


De verdediging van Oranje was zaterdag gehavend door blessures. Er moest gewonnen worden van Bulgarije om bij te blijven in de kwalificatiepoule, basaler kon de opdracht niet zijn. Het was helemaal niet raar geweest om de verzwakte defensie iets te stutten met een extra verdediger en met een aanvaller minder de zege te zoeken: ook een minieme had geteld. Als u het voetbal niet volgt en toch op een verjaardag eens wilt meepraten, moet u dat een keer zeggen - kijken hoe ze dan in de gordijnen vliegen. "Tegen Búlgarije?", riep een collega in Sofia. Zo diep zitten ze, in alle geledingen, de zelfoverschatting, de argeloosheid, de starheid.


Er worden alweer namen van kandidaten te over genoemd voor ons bondscoachschap, zelfs die van Louis van Gaal. Over zelfoverschatting gesproken. Wie hem noemt, heeft nooit willen zien of horen dat Van Gaal zijn Oranje diep van binnen al een te matige ploeg vond - en dat van nu is nog minder. Het brons op het WK was uiteindelijk zalvend, maar Van Gaal vond bondscoach zijn helemaal niet leuk: hij is er het type niet voor om zijn spelers steeds maar enkele dagen bij zich te hebben. En nog iets: zou hij het reële risico willen lopen om het WK te missen, wat hem in 2001 al overkwam?


We zien het onverminderd als een eer ons voetballand te mogen leiden. De functie is een eervolle, natuurlijk. Maar laten we ook beseffen dat we niets meer te bieden hebben dan dat risico en een groep grotendeels inwisselbare spelers die zaterdag naar peilloze diepten zakten, maar waarmee per saldo ook weer niet heel veel beter gepresteerd kan worden dan Blind deed. Helemaal niet als in de nieuwe bondscoach ook maar iets van de Nederlandse gedachte woekert - de gedachte die Blind, Oranje en ons heeft gebracht waar we nu zijn.


"Je moet voor één ding staan: winnen en kwalificeren", zei Danny Blind eind december 2015 in het Amsterdamse eetcafé. "Wij emmeren in Nederland al veel te veel over de manier waarop."


Hij wist het, en hij brak er niet mee. Zo diep zit het.

Danny Blind

Speler


1979-1986: Sparta


1986-1999: Ajax (Europa Cup II 1987, Uefa Cup 1992, Champions League 1995, Wereldbeker 1995, vijf landstitels, vier KNVB-bekers)


Trainer


Maart 2005-2006: Ajax (KNVB-beker)


Bondscoach


September 2015-maart 2017: 17 interlands, 7 gewonnen, 3 gelijk, 7 verloren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden