Interview

Hoe de oorlog in Afghanistan heroïnehandel alle ruimte geeft

Boer Nazir Mohammed (tweede van rechts) met zijn 12-jarige kleinzoon Qadratullah (links naast hem) bij het oogsten van de papaver in 2004 in de provincie Badakshan. Beeld robert knoth

Sinds de verdrijving van de Taliban is de heroïneproductie in Afghanistan sterk toegenomen - het afgelopen jaar met 87 procent, meldt de VN vandaag. Op het Idfa gaat morgen een interactieve webdocumentaire in première over deze malafide business.

Of ze ooit zelf heroïne heeft gebruikt? Journaliste Antoinette de Jong schiet in de lach: "Nee, ik ben wel een kind van de jaren zeventig, maar daar ben ik nooit aan begonnen. Ik heb wel eens in India een soort opium-thee gedronken."

De Jong vertrok 25 jaar geleden als avontuurlijke freelance verslaggeefster naar Zuid-Azië en belandde al snel in Afghanistan, waar islamistische milities elkaar in die tijd bloedig bevochten. Ze raakte verslingerd aan het ruige, bergachtige land en keerde er vaak terug. En in de loop der jaren kwam ze achter welke enorme rol de wijdverbreide opiumproductie speelt bij de oorlog in Afghanistan. Het land neemt in zijn eentje zo'n 80 procent van de wereldproductie van heroïne voor zijn rekening.

"Toen de Taliban in 2000 een groot deel van het land in handen hadden, hebben ze serieus geprobeerd de papaverteelt te verbieden", vertelt De Jong. "De opiumproductie stortte toen totaal in. Ik denk dat de Taliban dat toen deden omdat ze erkend wilden worden als officiële regering. Maar ze werden door vrijwel niemand erkend en door de afgenomen productie stegen de heroïneprijzen in de wereld enorm. Het werd ontzettend lucratief om weer papaver te gaan verbouwen. En nadat de Amerikanen in 2001 waren binnengevallen, schoot de heroïneproductie weer omhoog."

Webdocumentaire 

Antoinette de Jong (53) en haar partner, fotograaf Robert Knoth (54), leggen deze herfstachtige ochtend in een Amsterdams voormalig ziekenhuisgebouw, waar tegenwoordig allerlei creatieve bedrijfjes zitten, de laatste hand aan hun interactieve internetdocumentaire 'Poppy Interactive', die donderdag op het Idfa in première gaat. Met kaarten, foto's, filmpjes en dagboekfragmenten worden bezoekers van de webdocumentaire op associatieve wijze meegevoerd langs een bonte verzameling rebellenbewegingen, drugskartels en terroristische groepen. Zo worden bezoekers geconfronteerd met bebaarde Afghaanse boeren die papaver telen, aan heroïne verslaafde gevangenen in Kirgizië, grote zwartleren koffers op de voorste rij van een vliegtuig, een in brand gestoken drugstoestel in Mali, en de luxe in Dubai, waar Afghaanse krijgsheren hun villa's hebben.

"Dubai is een heel belangrijk schakelpunt", vertelt De Jong. "Niet alleen voor de heroïne zelf, maar ook voor het drugsgeld. Want al die miljarden moeten natuurlijk ergens naartoe. Banken in Dubai zoeken dat criminele geld actief op en financieren er de eindeloze bouwactiviteiten mee. Ook tijdens de financiële crisis in 2008 ging het bouwen van nieuwe flats in Dubai door."

De tekst loopt door onder de foto

Jonge Ismaïli in 2004 in de provincie Ishkashim. Hun geestelijk leider, de Aga Khan, heeft de papaverteelt verboden. Toch zijn heel wat mensen in de arme regio verslaafd. Beeld robert knoth

Groter publiek

De Jong en Knoth begonnen hun loopbaan ooit puur als journalisten, maar ze zijn zich steeds meer gaan concentreren op achtergrondprojecten met een artistiekere aanpak. Zo maakten de twee enkele jaren geleden al een video-installatie over de heroïnehandel, die werd geëxposeerd in onder meer het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. En nu hopen ze met hun interactieve webdocumentaire een nog groter publiek te bereiken.

"Het gaat ons niet alleen om Afghanistan", legt Knoth uit. "We willen laten zien hoe verweven de drugshandel en georganiseerde misdaad zijn met dit soort burgeroorlogen. Je kunt niet zeggen dat het een door het ander komt. Maar het heeft allemaal met elkaar te maken."

De Jong: "Je ziet ook vaak dezelfde patronen. Kijk maar naar het Kosovo Bevrijdingsleger, de Colombiaanse Farc, de Tamil Tijgers, Hezbollah. In het begin doen die rebellenbewegingen de drugshandel er bij, om hun strijd te financieren. Maar na verloop van tijd wordt de drugssmokkel vaak steeds belangrijker. Soms zijn die rebellengroepen uiteindelijk weinig meer dan criminele organisaties."

Tekst loopt door onder de video 

Flinke risico's 

Zelf namen de twee voor hun reportages in het verleden soms flinke risico's. De Jong verbleef in Kaboel toen de Afghaanse hoofdstad vrijwel dagelijks werd bestookt met raketten. Ze was in de stad Mazar-i-Sharif toen daar heftige straatgevechten uitbraken. En de twee trokken samen te paard door een afgelegen streek in Afghanistan, omdat die niet per auto te bereiken was.

Met eigen ogen zagen de beide journalisten hoe sterk de economie, vooral in het zuiden van Afghanistan, drijft op de opiumproductie. Want papaverstruiken zijn goed bestand tegen droogte en levert boeren meer op dan andere gewassen. De papaverbollen bederven ook niet en zijn makkelijk te vervoeren.

Sinds het verdrijven van de Taliban in 2001 investeren de Amerikanen en hun bondgenoten veel in pogingen om de papaverteelt terug te dringen. Zo proberen ze saffraan als alternatief gewas te promoten. Ook hebben ze nieuwe graansoorten geïntroduceerd, met een hogere opbrengst. Maar de praktijk blijft weerbarstig.

Want corrupte functionarissen van de Afghaanse regering, die door het Westen in het zadel wordt gehouden, profiteren van de opiumhandel, onder meer door de drugs uit Taliban-gebied het land uit te smokkelen. En de buitenlandse militairen werken in hun strijd tegen de Taliban en terreurbeweging Islamitische Staat vaak samen met krijgsheren die actief zijn in de opiumhandel.

In de praktijk is het areaal aan papavervelden de afgelopen jaren dan ook sterk toegenomen, van rond 80.000 hectare in 2000 tot meer dan 300.000 nu. Zelfs in gebieden die in handen zijn van de regering en haar westerse bondgenoten wordt heel wat papaver verbouwd. Knoth: "Daar is niks geheims aan. Je rijdt gewoon in een auto de stad uit en na een tijdje sta je tussen de papervelden." Hij pakt er een boek bij en slaat het open om een foto te laten zien van een uitgestrekt veld met wit-met-roze papaverbloesems.

Tekst loopt verder na de foto

Beeld UNODC / CW / Trouw

Te gevaarlijk

Inmiddels zijn De Jong en Knoth beiden in de vijftig en zoeken ze de risico's wat minder op. Er zijn volgens hen steeds meer gebieden die te gevaarlijk worden. En dan hebben ze het niet alleen over Afghanistan, maar ook over landen als Mali, Libië en Syrië. "Om nou te eindigen in zo'n gijzelingsvideo wordt mij te gortig", zegt Knoth.

De twee hebben hun webdocumentaire nu vooral geproduceerd met filmpjes en foto's die ze eerder maakten, plus wat zij noemen found footage ('gevonden beelden') van internet. Zoals een korrelige, door Al-Qaida zelf gepubliceerde video van een aanval op een Malinese legerbasis. Knoth: "Zelf kun je Al-Qaida toch niet filmen en dat korrelige maakt het juist authentiek en spannend."

Over de huidige Amerikaanse strategie in Afghanistan zijn de twee behoorlijk pessimistisch. Washington heeft net besloten om enkele duizenden extra militairen naar het land te sturen en probeert zijn bondgenoten, waaronder Nederland, over te halen om ook extra manschappen te sturen, bovenop de ongeveer 15.000 buitenlandse troepen die er al zijn.

"Ik denk dat de Amerikanen een enorme moordcampagne gaan beginnen", zegt Knoth. "Dat hebben ze in Irak ook gedaan. Ze gaan gewoon met special forces 's nachts huizen binnenvallen en leiders van het verzet vermoorden. Daarmee creëren ze een luwte, maar dat is tijdelijk. Alle problemen komen daarna net zo hard weer terug. Een kansloze aanpak."

De interactieve webdocumentaire is hier te bekijken

Lees ook: Deze films moet u gaan zien op het Idfa

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden