Hoe de mythe over de trotse Batavieren ontstond

Beeld Suzan Hijink

Nederland, wat is dat eigenlijk? Flip van Doorn reisde kriskras door het land op zoek naar de oorsprong van taal, grenzen en tradities. Slot van een vierluik: aan de haal met de opstand van de Bataven, op zoek naar een heldenverleden.

Tot diep in de twintigste eeuw wilden geschiedschrijvers ons doen geloven dat aan de oevers van de Rijn al in de klassieke oudheid een vrijheidslievend en autonoom volk leefde dat weigerde zich te onderwerpen aan heersers van buiten. Nederlanders, zo luidt de mythe, zijn trotse Batavenzonen en -dochters en de fundamenten van hun land werden in het jaar 69 gelegd tijdens de roemruchte Bataafse Opstand. Dat die opstand ­binnen twee jaar vakkundig werd gesmoord en dat de Romeinen de Bataven daarna een aantal vernederende beperkingen oplegden, komt in de mythe niet ter sprake. Dat de Bataven uit Romeinse geschriften niet alleen naar voren komen als sterk en dapper, maar ook als ­onbenullige, drankzuchtige, lichtgeraakte en ruziezoekende types evenmin.

Het neemt allemaal niet weg dat we de naam van Batavia over de hele aardbol exporteerden. En nog altijd rijden we op fietsen van het merk Batavus en doen we massaal inkopen in Batavia Stad. Voor de goede orde: het ­populaire winkelcentrum bij Lelystad werd ­geopend in 2001 en is genoemd naar de naastgelegen scheepswerf, die sinds 1985 de naam draagt van het schip dat er gebouwd werd, een replica van het VOC-schip Batavia dat in 1628 koers zette naar de gelijknamige stad in de Oost, een stad die op zijn beurt was vernoemd naar het leefgebied van de Germaanse stam der Bataven. Dezelfde Bataven die in de schoolboekjes van vroeger ook wel Batavieren heetten en in hun uitgeholde boomstammen de Rijn afzakten naar onze contreien. Hun aanvoerder tijdens de opstand zou Claudius ­Civilis zijn geweest.

Animatie: Suzan Hijink

Voor zover hij nog in schoolboeken voorkomt, blijkt dat hij Gaius Julius Civilis heette en niet meer dan een bijrol speelde. De Bataafse mythe is door historici overtuigend ontkracht. Feit is dat de Romeinse geschiedschrijver Tacitus het heeft over een volk dat hij de ‘Batavi’ noemt en dat op het Insula Batavorum – het eiland Betuwe – leefde. Hun naam weerklinkt in die van hun nederzetting Oppidum Batavorum, de latere Romeinse stad Ulpia ­Noviomagus Batavorum, die we nu kennen ­als Nijmegen. Ook beschrijft Tacitus dat deze ­Batavi samen met de Frisii en de Canninefates in opstand kwamen. Een tamelijk onbeduidende opstand, wat hem betreft, van een stel ­barbaren tegen de beschaafde Romeinen die snel ­orde op zaken wisten te stellen. Maar dat was het wel zo’n beetje. Van de Bataven werd nadien nauwelijks iets vernomen, ze vermengden zich met de Romeinen en later de Franken. Van rechtstreekse lijnen tussen de Hollanders en de Bataven, in afstamming of in bestuurlijke zin, is hoegenaamd geen sprake.

Het neemt niet weg dat de Bataven steeds weer opduiken. Toeval is dat allerminst: het lijkt erop dat niet onze geschiedenis bepaalt wie wij zijn, maar dat wij bepalen wat onze ­geschiedenis is. Zo had Willem van Oranje al een officiële geschiedschrijver in dienst die de schaarse historische aantekeningen slim naar zijn hand zette. Op aandringen van de prins dikte deze Hadrianus Junius de Bataafse ­Opstand stevig aan in zijn standaardwerk ­‘Batavia’. De jonge republiek had behoefte aan een verhaal. De overeenkomst met de opstand tegen de onderdrukking door de Spanjaarden, die toen in alle hevigheid woedde, was snel ­gevonden. Zoals de Bataven zich hadden ­ontworsteld aan hun Romeinse overheersers, zo dienden hun Hollandse nazaten zich te weer te stellen tegen de Spaanse bezetter.

Rembrandt aan lager wal

Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de Bataafse mythe op een heel andere manier ­ingezet dan Willem van Oranje eerder voor ogen had. Zijn kleinzoon Willem II had middels een staatsgreep een militaire dictatuur gevestigd. De stadhouder overleed echter jong aan de pokken. Acht dagen na zijn dood werd zijn zoon geboren. Een volwassen en handelingsbekwame erfopvolger was er derhalve niet, wat de staatsgezinde regenten in de kaart speelde. De periode die later de geschiedenisboeken in zou gaan als het Eerste Stadhouderloze Tijdperk betitelden zij als de Ware ­Vrijheid. Dit keer ­waren het de republikeinen die zichzelf neerzetten als de nazaten van de Bataven. Hun ­opstand was gericht tegen de oranjekliek van machtswellustelingen. Het juk van de streng-calvinistische orangisten hadden ze afgeworpen, de weg lag open voor een door de Staten-Generaal geleid en volledig autonoom landsbestuur. Zij, de gegoede burgers en de regenten, hadden die autonomie afgedwongen zoals de Bataven dat lang ­geleden hadden gedaan.

In Amsterdam gaf het stadsbestuur Govert Flinck opdracht de galerijen rond de Burgerzaal van hun megalomane stadhuis te versieren met acht taferelen uit de Bataafse opstand. De kunstenaar overleed voordat hij goed en wel aan de klus was begonnen. Zijn leermeester Rembrandt van Rijn, al op leeftijd en aan lagerwal geraakt, mocht daarop de samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis schilderen. Dat deed hij niet naar tevredenheid van zijn opdrachtgevers, die zijn werk retourneerden. Uiteindelijk sneed Rembrandt driekwart van het oorspronkelijke doek weg en verkocht het restant aan een andere koper. De overige beoogde doeken kwamen er niet, of bleven deels onvoltooid.

Willem Batavus V

De geschiedenis nam een andere loop dan de staatsgezinde regenten hadden voorzien. In het rampjaar 1672 werd Willem III alsnog tot stadhouder benoemd en herstelde hij de machtspositie van de Oranjes. Na een Tweede Stadhouderloos Tijdperk slaagde zijn opvolger Willem IV er zelfs in de erfopvolging in de wet vast te leggen, wat de Republiek tot een verkapte monarchie maakte.

Aan het einde van de negentiende eeuw kwamen patriotten andermaal in opstand tegen de adel en de bestuurlijke elite. In een aandoenlijke poging deze Bataafse Revolutie te bezweren liet de stadhouder zich Willem Batavus V noemen, maar de geest was uit de fles. Met de staart tussen de benen vluchtte hij in 1795 naar Engeland, waar hij machteloos moest toezien hoe zijn vroegere onderdanen de Bataafse Republiek uitriepen. De patriotten kregen steun van het Franse leger, hun republiek werd een vazalstaat van Frankrijk en ging uiteindelijk op in het keizerrijk van Napoleon Bonaparte.

Nadat Napoleon was verdreven, het stof van de revoluties was neergedaald, herstelde Europa de orde. De natiestaten zoals we ze nu kennen kregen voor het eerst gestalte en na het ­Congres van Wenen kwam Nederland als een bufferstaat ingeklemd te liggen tussen grootmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Pruisen. Geheel in de geest van de tijd liet het kersverse koninkrijk zich een passende ­geschiedenis aanmeten. Daarin kregen de ­Bataven andermaal een plek toebedeeld. ­Illustratief zijn de schilderijen in de voorhal van het Rijksmuseum. Te midden van een overdaad aan visuele pracht, de mozaïekvloer, de glas-in-loodramen en de uitbundige decoraties, tonen ze historische taferelen waarin mannen als Willibrordus, Karel de Grote, Jan van Schaffelaar en Christiaan Huygens de hoofdrollen spelen. Als verschoten school-­platen leren ze ons van de grootsheid van de natie, de rol die deze belangwekkende figuren in haar geschiedenis vervulden.

Nadrukkelijk aanwezig is Claudius Civilis. Gehuld in een Romeins ogende wapenrusting predikt hij de opstand tegen de Romeinen voor een allegaartje aan types die zo uit een verhaal van Asterix lijken te zijn geplukt. Vlechten in de haren, veren op de helm, op de stenen tafel een schaal met een homp vlees die everzwijn zou kunnen zijn: alleen de aan een boom vastgebonden bard ontbreekt. Net als de Gallische stripfiguren bleef Claudius Civilis moedig weerstand bieden aan de overweldigers.

Rembrandt van Rijn, De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis (1661-62). De koninklijke Zweedse Academie voor Schone Kunsten, Zweden.

Bataafse mythe afgestoft

Die ereplaats in het Rijksmuseum blijkt ­onderdeel van een goeddoordachte strategie. In 1830 hadden de Belgen zich afgescheiden van het Koninkrijk der Nederlanden, met ­medeneming van een belangrijk deel van hun boedel. Grote kunstenaars als Bruegel en ­Rubens waren plotsklaps geen Nederlanders meer. Om te midden van de omringende grootmachten en naast die vermaledijde Belgen de nationale trots hoog te houden, was het van belang goede sier te maken. Die opdracht was aan architect Pierre Cuypers wel besteed. Hij stofte de Bataafse mythe maar weer eens af en gaf Civilis en de zijnen andermaal een prominente plek in een heropleving van nationalisme. Dit keer had de heldenmoed van de Bataven de deur geopend naar een samenleving waarin wetenschap en kunst konden bloeien.

En dan ligt aan de Oostvaardersdijk bij ­Lelystad nog de Batavia te pronken. Bij de ­keuze welk VOC-schip in aanmerking kwam voor reconstructie, heeft de naam ongetwijfeld een rol gespeeld.

Met het oorspronkelijke schip liep het overigens niet goed af. In 1629 botste de ­Batavia tijdens haar eerste reis op een koraalrif voor de westkust van Australië. Aan boord was een ­lading van goud, zilveren munten, juwelen en andere kostbaarheden. ­Jaloezie, onderling wantrouwen en hebzucht leidden tot een ­muiterij die het schip en meer dan tweehonderdvijftig opvarenden fataal werd.

In tegenstelling tot het origineel blijft de ­replica al meer dan twintig jaar drijven, maar deze Batavia trekt jaarlijks slechts een fractie van het aantal bezoekers dat het aanpalende winkelcentrum Batavia Stad aandoet. Daar lonkt de grote houten poort – in de vorm van de spiegel van een VOC-schip – die de toegang vormt van de zorgvuldig vormgegeven fashion-outlet. Erachter zou ik me met een klein ­beetje goede wil in een vriendelijk Hollands vestingstadje kunnen wanen. Omringd door kloeke stadsmuren floreert daar die typisch Hollandse koopmansgeest die ons, dappere ­Batavenzonen en -dochters, tot grote hoogten stuwde. Een standbeeld van Claudius Civilis zou er niet misstaan.

Dit vierluik is gebaseerd op Flip van Doorns boek ‘Een verzonnen koninkrijk’, dat eind oktober verscheen. Uitgever Thomas Rap, 304 pag., 19,99 euro. Trouw-abonnees maken kans op een gesigneerd exemplaar van het boek.  Voor meer informatie ga naar trouw.nl/exclusief.

Lees ook de andere delen uit deze serie: 

Deel 1: Baarle Nassau/Hertog: een extatische grenstwist

Een Belgisch-Nederlandse lappendeken aan de zuidgrens.

Deel 2: Spitten naar de wortels van de Nederlandse taal

De wieg van het Nederlands stond aan de Zwarte Zee.

Deel 3: Oranjes die pronken met de hoogmis van de burgerij, het blijft wringen

 Een republiek met een fraaie oranje strik eromheen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden