Review

Hoe de muziek op de wereld kwam

Waarom zijn er mensen in allerlei kleuren? Waarom leven ze niet eeuwig door? Hoe is de zon gemaakt? Waarom is de zee zout? Hoe komt het dat er eb en vloed is? Hoe zijn eilanden en rivieren ontstaan? Hoe kwam er muziek op de wereld?

Deze en andere vragen over de wereld en het leven staan centraal in drie fraai geïllustreerde bundels met mythische verhalen, voor kinderen bewerkt: 'Scheppingsverhalen uit alle windstreken' en Mythische dieren uit alle windstreken' van Margaret Mayo, en 'Verhalen van de zeven zeeën' door Pomme Clayton. Het zijn drie delen uit een reeks, oorspronkelijk uitgegeven door de Londense uitgeverij Orchard Books, maar in Nederland verdeeld over twee uitgeverijen, Christofoor en Lemniscaat.

De reeksopzet heeft het voordeel dat er geen overlappingen zijn en dat ze alle drie dezelfde opbouw hebben, met achteraan informatie over de herkomst van de verhalen.

Wie sommige verhalen vergelijkt met meer authentieke versies, ziet dat ze sterk vereenvoudigd zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit 'Huracan en de Gevederde Slang', in 'Scheppingsverhalen', dat 'verklaart' hoe de mannen en vrouwen op de wereld kwamen. Het is het prachtige, kleurrijke scheppingsverhaal volgens de Popol Vuh, het heilige boek van de Maya's uit Guatemala. In dit verhaal besluiten twee hemelgoden om levende wezens te scheppen. In het kinderboek heten die goden Huracan, de luidruchtige god van regen, wind, donder en bliksem, en de stillere god Gevederde Slang, die 'lag op de rustige zee, helemaal verscholen onder schitterende blauwe en groene veren.' Een veel complexere versie staat in een recent verschenen bundel scheppingsverhalen voor volwassenen 'De Schepping' (De Bezige Bij). Daarin gaat het om méér goden:

'Onbeweeglijk en stom was de nacht, de duisternis. Maar in het water, door licht omstraald waren zij: Tzakól, de schepper; Bitól, de vormer; de overwinnaar Tepëu en de groengevederde slang Gucumátz; Alóm ook en Caholóm, de verwekkers. Onder groene en blauwe veren waren zij verborgen, daarom zegt men groengevederde slang.'

In deze versie komt Huracán pas later op de proppen. Hoe het ook zij, de kinderbewerking is sterk gestroomlijnd en ingekort. Dat heeft het voordeel dat het verhaal voor kinderen van nu, die een veel kortere spanningsboog in hun concentratie hebben dan mensen van vroeger, boeiend blijft. Maar het heeft het nadeel dat allerlei karakteristieke kruidigheid eruit verdwenen is. Zo beginnen de hemelgoden dieren te scheppen. Ze vinden dat die hen moeten bedanken dat ze geschapen zijn. Maar dieren kunnen alleen kwetteren, piepen, snateren, knorren, enzovoort. Dus zijn de goden ontevreden en proberen een mens te scheppen die hen wél kan vereren, hetgeen met vallen en opstaan lukt. In de versie voor volwassenen gebeurt dit onder alinealange bezweringen, opsommingen van talloze namen van stammen, dreigen met wrede straffen, en bizarre gebeurtenissen, en dat in een taal die soms aan de bijbel doet denken. In het kinderboek staat alleen kort en krachtig: 'Toen plukten ze een paar maïskolven. Gele en witte. Ze mengden en stampten de maïskorrels, deden er water bij en van dit mengsel vormden zij vier mannen.' Ondanks alles knap gedaan, want de kern van het verhaal blijft behouden, het loopt vlot, en heeft een eigen dynamiek.

Als dit voorbeeld typerend is voor de bewerking van alle verhalen, is deze reeks mythen een waardevolle inleiding tot de oorspronkelijke oeroude verhalen, ongeveer zoals een goede kinderbijbel dat kan zijn tot de bijbel. Overigens staan er niet alleen verhalen uit voor-christelijke tijden in, maar ook mengsels, zoals het geestige Engelse verhaal 'De zeemeermin in de kerk' ('Verhalen van de zeven zeeën'), waarin de priester de zeemeermin, die elke zondag de kerk in komt flapperen, tegen de boze kerkgangers verdedigt: 'De kerk staat open voor alle levende wezens, of ze nu een staart, vleugels, vinnen of benen hebben. En wat dat voor de helft mens-zijn aangaat: Jezus was ook maar voor de helft mens. . .').

Wat prachtig bij deze reeks mythische verhalen aansluit is het nieuwe nummer van het kunsttijdschrift voor kinderen 'Dada', dat geheel aan de Icarusmythe gewijd is. Hier wordt niet alleen de mythe verteld, ook staat er een fictief interview met Icarus in, wordt de val van Icarus in de kunst door de eeuwen heen getoond (een fresco uit Pompeï, schetsen voor vleugels van Leonardo da Vinci, schilderijen van Breughel, Rubens, Picasso, Matisse e.a.). Er komen andere vogelmensen aan bod, zoals in kunstwerken uit Alaska (de Raaf-mens van de Eskimo's) en Oceanië. En Dada zou Dada niet zijn als het kinderen niet aan het werk zette, met vleugels, vliegers en een vogelmensmobile. Een heerlijk vakantienummer over dromen, vrijheid en vliegen: de verbinding van de oude mythe met moderne kunst en eigen creativiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden