Hoe de 'manipulerende' voedsellobby van stuivertje wisselde

Begin jaren zestig was suiker in de Verenigde Staten nog niet in de ban gedaan. Beeld National Geographic/Getty Images
Begin jaren zestig was suiker in de Verenigde Staten nog niet in de ban gedaan.Beeld National Geographic/Getty Images

De suikerindustrie zou in de jaren zestig het voedingsonderzoek hebben gemanipuleerd. Maar daar zijn helemaal geen bewijzen voor, schrijven onderzoekers in Science. Ze waarschuwen voor de reflex om overal kwalijke lobby's achter te zoeken.

Het is een roemrucht gezelschap. Bedrijven die geprobeerd hebben de wetenschap naar hun hand te zetten. De tabakslobby die verwarring zaaide over de gevaren van het roken. Oliemaatschappijen die de klimaatverandering in twijfel trokken. Wetenschappers hebben tegen betaling het ozongat gebagatelliseerd of het gezondheidsrisico van lood in benzine.

Twee jaar geleden voegde de suikerlobby zich in dit rijtje. Het Amerikaanse artsenblad Jama onthulde hoe de suikerindustrie in de jaren zestig had geprobeerd onderzoek naar de relatie tussen voeding en hartfalen te beïnvloeden. Die verdenking bestond al veel langer maar nu waren er concrete bewijzen. Een gezaghebbende studie uit 1967 die vet als schuldige aanwees en de schadelijke invloed van suiker had weggemoffeld, bleek door de suikerlobby betaald. Dit is de smoking gun, schreef Jama in een commentaar.

Het artikel kreeg veel mediabelangstelling - ook deze krant berichtte erover - maar de conclusie wordt nu weer onderuit gehaald. In het vakblad Science schrijven twee medisch sociologen van Columbia-universiteit in New York dat die smoking gun er niet was. "Er zijn geen harde bewijzen voor beïnvloeding. Er was ook niet zoiets als een suikersamenzwering; dat wil zeggen: die hebben wij niet kunnen vinden."

Omslag

De sociologen gaan voor hun zoektocht terug naar 1941, als de Rockefeller Foundation 100.000 dollar beschikbaar stelt - 1,6 miljoen dollar, naar huidige maatstaven - om een voedingsinstituut op te richten op de beroemde Harvard-universiteit. In datzelfde jaar stoppen vijftien grote bedrijven een miljoen dollar in een voedingsfonds. De interesses van wetenschap en industrie lopen dan nog parallel. De Amerikaanse bevolking lijdt in die oorlogsjaren aan ziektes die vermoedelijk te maken hebben met voedseltekorten en vitaminegebrek. Ziektes die wellicht te verhelpen zijn met 'verrijkte' voeding.

Maar na de oorlog kantelt het beeld. De welvaart slaat toe en alras is bijna de helft van de sterfgevallen te wijten aan hart- en vaatziekten. De leider van het Harvard-instituut, Frederick Stare, verlegt de aandacht: wat is het verband van dit massale hartfalen met het traditionele Amerikaanse dieet dat gevest is op vlees, melk en eieren. Rijk aan dierlijk vet, dus. En veel zoetigheid, overigens.

Stare zet grootschalige studies op, waarin gekeken wordt naar het dieet van de proefpersonen en hun gezondheid. De aandacht gaat vooral uit naar hun cholesterolniveau. Men begint namelijk in dit cholesterol steeds meer de kwade genius te zien en vermoedt dat de vettige substantie zich in de aderen afzet en zo het hartfalen bevordert.

Experimenten

De experimenten bevestigen dit idee en hoewel iedereen het erover eens is dat het bewijs nog dun is, geldt de cholesterol-hypothese als de meest plausibele. Dat blijkt bijvoorbeeld in 1955 als de president zelf, Dwight Eisenhower, door een hartinfarct wordt getroffen. De president doet er niet geheimzinnig over. Zijn lijfarts houdt geregeld persconferenties over diens gezondheid en geeft zelfs adviezen geven: stop met roken en matig het nuttigen van vet.

Een paar jaar later lijkt het instituut vet en cholesterol de genadeklap te geven. In een experiment dat nu heel dubieus zou zijn, zet toponderzoeker Mark Hegsted een groep psychiatrische patiënten verschillende diëten voor. Sommige rijk aan vet of suiker, andere aan plantaardige oliën of zetmeel. Dierlijk vet komt als grote boosdoener uit de bus. Tot groot ongenoegen overigens van een van de financiers, de zuivelindustrie.

Aan de overkant van de oceaan doet een andere theorie opgeld. De Britse arts John Yudkin wijt de vele hartdoden niet aan een overdosis vet, maar aan te veel eiwitten, te weinig beweging en vooral: te veel suiker. "Mensen die veel suiker in hun thee of koffie doen, lopen een sterk vergroot risico op een hartaanval", schrijft hij in 1964 in vakblad The Lancet, nadat hij het dieet en het gedrag van hartpatiënten met gezonde proefpersonen heeft vergeleken. The Lancet krijgt een storm van reacties - Yudkin zou bijvoorbeeld niet goed naar rookgedrag hebben gekeken - maar trekt ook de aandacht van de media.

Tegenaanval

De suikerindustrie vreest voor haar positie en zet de tegenaanval in. Onderzoeker Mark Hegsted lijkt een prima bondgenoot. Een jaar na het uitkomen van Yudkins artikel houdt hij een lezing die hij inleidt met wat opmerkingen over diens suikerhypothese. Hij noemt de claims interessant, maar boterzacht en concludeert dat de relatie tussen suiker en cholesterol hooguit minimaal is. Een maand later hangt de suikerlobby aan de telefoon. Of Hegsted niet wat van die suikerstudies wil evalueren. Tegen betaling, uiteraard.

Hegsted stemt toe, mits hij de vrije hand krijgt. Hij veegt allerlei studies bijeen, inclusief die van Yudkin alsmede zijn eigen werk. Dat alles mondt uit in het eerder genoemde overzichtsartikel dat in 1967 in het vooraanstaande New England Journal of Medicine verschijnt. Het artikel vormt de basis voor de Amerikaanse voedingsrichtlijnen die in 1977 worden vastgesteld en jaren stand zullen houden. Wees matig met vet. En met suiker overigens, maar dat was vanwege het tandbederf en de mogelijke diabetes.

Yudkin is intussen door de wetenschappelijke gemeenschap in de ban gedaan. Men vindt hem een lastpak en een stoorzender in de voorlichting over voeding. Het lukt niemand zijn resultaten te reproduceren.

Welnu, recapituleren de New Yorkers in Science. In de jaren zestig gold dierlijk vet als de belangrijkste en wellicht enige risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het mag dan zo zijn dat voedingswetenschappers tegenwoordig de voordelen inzien van gezonde vetten en de gevaren van suiker, je kunt die vorige generatie niet verwijten dat ze er anders over dacht. De bewijzen tegen suiker waren toen zwak en de experimentele methodes reikten niet zo ver als het huidige dubbelblinde, gerandomiseerde onderzoek. Ze citeren de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn: "Afgedankte theorieën zijn niet onwetenschappelijk, enkel alleen omdat ze zijn achterhaald".

Bovendien: de suikerlobby palmde Hegsted niet in, Hegsted was al van mening dat suiker geen rol speelde. Of zoals wetenschapsjournalist Gary Taubes in zijn boek 'The Case Against Sugar' schreef: 'De suikerlobby was niet op zoek naar wetenschappers die tegen betaling een verhaal in elkaar wilden draaien waar ze zelf niet in geloofden. Ze zochten wetenschappers die al geloofden in wat ook in hun straatje paste. En die ze betaalden om dat idee bekendheid te geven'.

Financiële verstrengeling

Daarmee halen de Science-auteurs de angel uit de bewijsvoering in de Jama. Die bestond eruit dat er documenten waren gevonden waaruit bleek dat de suikerlobby Hegsted van achtergrondmateriaal had voorzien, proefversies van het artikel had ingezien en aan de studie had meebetaald. Hardere bewijzen voor directe beïnvloeding waren er niet, maar de Jama wist genoeg. Financiële belangen, ook nog eens niet expliciet vermeld: het kon niet anders dan dat de suikerlobby een stevige vinger in de pap had gehad. "De onderzoekers van Harvard wisten wat de financier verwachtte, en leverden dat."

Maar die financiële verstrengeling was vijftig jaar geleden heel normaal, schrijft Science. En is dat in de voedingswetenschap nog steeds, al staat het er nu wel bij. De onderzoekers willen niet beweren dat de suikerlobby geen invloed heeft gehad, maar de bewijzen ervoor ontbreken. Het is tegenwoordig bijna een reflex om dat verband wel te leggen, schrijven ze. Natuurlijk, bedrijven hebben belang bij gunstige onderzoeksresultaten en onderzoek naar de merchants of doubt, de twijfelbrigades, heeft laten zien hoe vaak is geprobeerd wetenschappelijke inzichten te vertroebelen.

Maar wie daar bij voorbaat van uitgaat, ontneemt zichzelf het zicht op de werkelijke gang van zaken. En ziet niet dat de wetenschap zelf soms een zigzag-koers volgt. "Het is opmerkelijk dat in het tijdperk van weinig vet, de vetlobby in de beklaagdenbank zat, en dat nu, veertig jaar later de rollen zijn omgedraaid. Nu mag boter weer en is suiker giftig. En is Big Sugar de grote vijand geworden."

Lees ook: 'Suiker en vet veranderen je brein'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden