Hoe de Joden in 1968 weggejaagd werden uit Polen - en er nog steeds niet echt welkom zijn

Beeld uit de expositie 'Familiealbums. Foto's die Joden met zich meenamen' in de Warschause galerie Kordegarda. Beeld Warschause galerie Kordegarda

Vijftig jaar geleden hield de leider van het communistische Polen een beruchte anti-Joodse speech. Een golf van antisemitisme joeg duizenden Joden het land uit. 'Maart '68' wordt herdacht terwijl door een ruzie tussen Polen en Israël de anti-Joodse vooroordelen weer opleven.

Eva Harley herinnert het zich als de dag van gisteren: het perron waar ze afscheid nam van haar vrienden, haar medestudenten en haar land. "Ik was wanhopig." Duizenden Joden vertrokken hier, op het Gdansk-station van Warschau, voor een enkele reis buitenland.

Eva was net 22 geworden en studeerde mode-ontwerpen in Lodz, de textielstad van Polen. Ze verdiende bij als fotomodel en speelde in bekende tv-series als 'Kapitein Klos', een soort Poolse James Bond. "Ik had een a-typisch uiterlijk voor een Poolse." Ze had veel vrienden in het befaamde Warschause studentencabaret Hybrydy. "Die kwamen voor vertrek allemaal bij me thuis. Eén speelde piano. Anderen hielpen me met inpakken. Ze probeerden me gerust te stellen."

Eva Harley, bij haar vertrek in 1968 Beeld TRBEELD

Op de foto is het drama niet af te lezen. Een jonge vrouw die vanuit het halletje van de trein glimlacht naar mensen die haar uitgeleide doen. Maar de lach op haar gezicht kan evengoed het begin van een snik zijn. "Ik weet niet wie de foto heeft gemaakt. Misschien mijn toenmalige vriendje dat achterbleef."

Pogroms

De meeste Joden die de oorlog hadden overleefd, waren al eerder vertrokken uit Polen, 'aangemoedigd' door de pogroms in Kielce en Krakau. Een tweede golf vertrok halverwege de jaren vijftig, toen na de dood van Stalin de grens even open ging. Zij die bleven, enkele tienduizenden, geloofden in het socialistische experiment. Velen waren lid van de communistische partij. De ironie wilde dat de partij de aanstichter was van de laatste anti-Joodse hetze.

De directe aanleiding waren studentenprotesten. Net als in West-Europa was het in 1968 onrustig op de universiteiten. Alleen waren de studenten in het oostblok niet in de ban van linkse ideologieën. Ze verzetten zich tegen de muilkorf van het 'reëel bestaande socialisme'.

Op 8 maart barstte de bom. De censuur had de uitvoering 'Voorouderverering' (Dziady) van de dichter Adam Mickiewicz verboden. De anti-Russische toon van het negentiende-eeuwse toneelstuk klonk te veel als actuele kritiek op de Sovjet-Unie. Mensen die protesteerden tegen de censuur, onder wie student Adam Michnik, werden gearresteerd. Studenten gingen massaal de straat op om hun vrijlating te eisen.

"Mijn broer zat in het kringetje rondom Michnik. Ze wisten dat hij Jood was", vertelt Eva. Hij werd prompt van de universiteit geschopt, verloor zijn baan bij de radio en moest het land uit. Eva wilde niet weg, maar het werd leeg om haar heen. "Het werd stiller in de clubs en op de dansavondjes. Steeds meer mensen vertrokken."

Ellende besparen

Jurek Strelcyn was in 1968 student geologie. "In mijn studiejaar zaten drie Joden: één meisje, ikzelf en een jongen die zich voordeed als zigeuner, want zijn ouders wilden hem ellende besparen. Je kon beter zigeuner zijn dan Jood."

Jurek Strelcyn Beeld ekke Overbeek

Zelf had hij niets met het jodendom. "Ik wist dat mijn ouders Joods waren. Mijn grootouders waren omgekomen in Auschwitz. Zij waren gelovige Joden geweest, maar mijn ouders waren atheïst." Zijn vader werkte op de universiteit, zijn moeder op het ministerie van buitenlandse handel.

In deze kringen van de intelligentsia merkte hij niet veel van antisemitisme, maar hij wist wat zijn oom was overkomen. "Mijn oom zag eruit als een karikatuur van een Jood. Hij werkte in een fabriek vol lageropgeleide mensen. Daar werd het leven hem onmogelijk gemaakt. In 1955 was hij vertrokken naar Israël."

Toen de studentenprotesten uitbraken, waren zijn ouders bang. "Ze wilden niet dat ik zou meedoen. Als ik als Jood gearresteerd zou worden, zou ons hele leven zijn geruïneerd." Maar de geschiedenis rolde over de stoep. "We woonden vlakbij de universiteit. Ik zie nog voor me hoe agenten die studenten aftuigden. Ze sloegen in het wilde weg. Twee studenten vluchtten ons trappenhuis in. Wij lieten ze binnen." De positie van partijleider Gomulka stond onder druk. Hij zocht een zondebok en wees als vanouds naar de Joden. "De antisemitische hetze was eigenlijk al begonnen in 1967", herinnert Strelcyn zich. In de Zesdaagse Oorlog steunden de communistische landen de Arabieren. "Er werden acties georganiseerd in fabrieken tegen het Joodse imperialisme."

'Vijfde colonne'

Op 19 maart 1968 escaleerde de zaak nog verder. Gomulka trok ten overstaan van een volle zaal kameraden van leer tegen de 'vijfde colonne' van Joden binnen de eigen gelederen. Voor de nationalistische fractie binnen de partij het signaal om de Joodse concurrentie te elimineren. In fabrieken, bedrijven en overheidsinstanties werden Joden 'ontmaskerd' en ontslagen.

Beeld uit de expositie 'Familiealbums. Foto's die Joden met zich meenamen' in de Warschause galerie Kordegarda. Beeld Warschause galerie Kordegarda

Ook Strelcyns moeder verloor haar baan. Daarna was zijn vader aan de beurt. "Hij kreeg van de rector van de universiteit te horen dat hij een steunbetuiging aan de regering moest ondertekenen als hij zijn baan wilde houden." Zijn vader weigerde. Strelcyns ouders waren in de jaren vijftig als overtuigde communisten naar Polen teruggekeerd uit Frankrijk, waar ze de oorlog hadden overleefd. Hun geloof in de leer taande echter toen familieleden terugkeerden uit de Sovjet-Unie en vertelden over hun ervaringen in de werkkampen in Siberië. "Maar mijn ouders durfden hun partij-legitimatie niet in te leveren. Dan zouden ze als Joden direct het land zijn uitgeschopt."

In 1968 gebeurde dat alsnog. Bijna drie maanden was het gezin bezig met inpakken. "Mijn ouders hadden duizenden boeken. We moesten op lijsten alle titels en auteurs invullen. Alles moest worden genoteerd, zelfs mijn onderbroeken. De geheime dienst controleerde alles." De bekroning van de vernederende procedure was een reisdocument waarop expliciet stond vermeld dat de houder ervan geen Pool meer was.

Gebrandmerkt

De emigrés van '68 moesten weg uit Polen om Pool te kunnen zijn. In Polen zelf waren ze Jood. "Het was alsof je werd gebrandmerkt", zegt Strelcyn. Hij was 23, toen hij op het Gdansk-station op de trein stapte. Maar hij koestert geen wrok jegens zijn oude vaderland. "Ik voel me Pool." Ook na een leven lang in Engeland, waar hij werkte als informaticus.

Ook Eva Harley komt, nu ze met pensioen is, regelmatig terug in Polen, waar nu nog naar schatting zo'n tienduizend Joden wonen. "Tot mijn twaalfde wist ik niet dat ik Joodse was. Mijn ouders verzwegen het vanwege hun oorlogstrauma. Ik hoorde het van andere mensen." Wie ze is? "Een Amerikaanse patriot, maar in mijn hart blijf ik altijd Poolse."

Eva Harley Beeld ekke overbeek

Ze zijn beiden overgekomen voor de herdenking van vijftig jaar 'Maart '68'. Precies op het moment dat antisemitisme de kop weer opsteekt. Israël is woedend over een Poolse wet die het strafbaar maakt om de Poolse natie in verband te brengen met misdaden begaan door de nazi's: lees de Jodenvervolging. In Joodse kringen wordt dit gezien als een poging de rol van Poolse collaborateurs te verdonkeremanen.

Op internet en in de pro-regeringsmedia duiken oude anti-Joodse clichés op. "Ik wist dat het terug zou komen. Dit land went nooit aan Joden", zegt Harley. "Ze doen het heel bewust om extreem-rechts te paaien", meent Strelcyn. "Fascisten die in heel Europa zondebokken zoeken. In Polen kunnen ze roepen wat ze willen. Hun wordt geen strobreed in de weg gelegd."

Niet iedereen denkt er zo over. "Die fascistische organisaties konden hun gang al gaan onder de vorige regering", zegt Artur Hofman, Evavoorzitter van de Joods maatschappelijk-culturele vereniging. In 1968 was hij negen jaar. "Mijn vader zei: als ze mijn uitkering niet afpakken, dan blijven we. Ze pakten zijn uitkering niet af." Volgens hem is de beschuldiging van antisemitisme een 'smeercampagne tegen Polen'. "Als Polen politiek niet in de smaak valt in het Westen, worden er allerlei redenen gezocht om Polen te schoppen. Als Polen tegen het homohuwelijk is bijvoorbeeld, wordt het beschuldigd van antisemitisme."

Jurek Strelcyn knikt begrijpend. "Meneer Hofman leeft hier. Als ik hem was zou ik ook op mijn woorden letten."

Antisemitisme steekt weer de kop op in Polen

Sinds kort is het in Polen strafbaar 'de Poolse natie', of 'het Poolse volk' in verband te brengen met oorlogsmisdaden. Wie dat wel doet, kan drie jaar celstraf krijgen. Joden over de hele wereld protesteren fel. Ze ziet de wet als een poging Polen die Joden verraadden of vermoordden tijdens de oorlog, uit de geschiedenis te gummen.

Op Poolse websites regende het anti-Joodse commentaren. Pro-regeringsmedia schrijven volop over 'de morele-, diplomatieke- en propaganda-oorlog die Israël tegen Polen is begonnen'. "Israël en machtige Joodse krachten in de diaspora hebben als doel Polen zoveel mogelijk te vernederen", aldus een ander commentaar in het weekblad wSieci.

De sterke man van Polen, Jaroslaw Kaczynski, distantieert zich van antisemitisme: "We verwerpen antisemitisme, maar we zijn wel een soeverein land en we hebben de plicht de strijd aan te binden met die grootschalige actie om Polen in een kwaad daglicht te stellen, Polen te beledigen en ons de schuld van anderen in de schoenen te schuiven".

Ondertussen verschijnen op de publieke televisie - onder strakke regie van de regeringspartij - anti-Joodse commentaren. "Al honderd jaar voeren de Joden regelmatig smeercampagnes tegen Polen", aldus Dr. Eva Kurek die er sinds kort een geziene gast is. Kurek is actief in de Lech Kaczynski-stichting, verbonden aan de regeringspartij. Ze beweert dat de Joden tijdens de oorlog tevreden waren met de getto's. "De Joden leefden eindelijk in een autonome provincie, die ze hadden uitonderhandeld met de Duitsers."

Beeld uit de expositie 'Familiealbums. Foto's die Joden met zich meenamen' in de Warschause galerie Kordegarda. Beeld Warschause galerie Kordegarda

Een presentatrice van de staatstelevisie wreef onlangs een oppositiepoliticus diens Joodse afkomst aan. Tijdens een humoristisch programma werd gegrapt over Joden die de verbrandingsovens in Auschwitz bedienden. Tijdens een ander programma verschenen reacties van kijkers: "Het Poolse volk is veel te vriendelijk voor de Joden. Dat terwijl de Joden aanpappen met de Duitsers." "De nieuwe wet is een klap voor het Joodse, anti-Poolse onderwijs. Daarom trekken ze nu hun leugenachtige bekken open." Volgens de televisie ging het om een technische fout.

"Zet dat keppeltje af. Onderteken die wet." Met deze woorden moedigden demonstranten van de extreem-rechtse ONR president Andrzej Duda aan de omstreden wet te tekenen.

Lees ook

De Poolse regering heeft zich de woede van Israël op de hals gehaald met een wet over de Holocaust. Die komt erop neer dat het strafbaar wordt om te spreken over Poolse concentratiekampen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden