Hoe de inspectie Odfjell zijn gang liet gaan

Tankopslagbedrijf Odfjell in de Rotterdamse haven is in opspraak vanwege incidenten met gevaarlijke stoffen. Inspecteurs stuiten bij dit bedrijf al tien jaar lang op problemen. Grepen zij wel adequaat in?

Koos Karssen (1944) is een kind van het Groene Hart. Zijn maatschappelijke en politieke carrière speelde zich tientallen jaren af in het rustige dorp Bodegraven. Hij groeide er op, leidde er ruim 35 jaar een boek- en kantoorboekhandel, werd namens het CDA gemeenteraadslid en schopte het in 1986 tot wethouder.

In 2002 lonkte de burgemeesterspost en het bijbehorende avontuur in Maassluis (32.000 inwoners). Onbekend terrein voor Karssen. Hij verruilde de relatieve rust voor een plek aan de rand van de Rotterdamse haven. Begin 2003, kort voor zijn installatie, ontplofte aan de overkant van de Nieuwe Waterweg een opslagtank. Het was flink mis op de terminal van het bedrijf Vopak in de Botlek. De opslagtank bleek 1600 kubieke meter van het brandbare orthocresol te bevatten. Meerdere omstanders raakten gewond. De stank werd tot in Rijswijk waargenomen.

Karssen was koud gearriveerd in Maassluis, toen in maart dat jaar opnieuw een tank van Vopak ontplofte, dit keer op de terminal in de Europoort. "Ik wist onmiddellijk in welk risicovol gebied ik terecht was gekomen", zegt Karssen nu.

De Rotterdamse haven kent de grootste concentratie gevaarlijke bedrijven van Nederland. Met name de petrochemische industrie in de Europoort en het Botlekgebied is uiterst risicovol. Wat Karssen vrijwel direct deed als burgemeester, zegt hij, is kennismaken met zijn belangrijke buren in de haven. Exxon Mobil, Vopak, Deltalinqs. Koos Karssen: "Ik ken de directies daar. Als er iets belangwekkends op hun terrein gebeurt, bellen ze me op. Geheel vrijwillig. In maart dit jaar werd in deze regio een verhoogde concentratie benzeen gemeten. Bleek afkomstig van het terrein van de Nederlandse Aardolie Maatschappij. De directie stond hier aan mijn bureau om tekst en uitleg te geven. Dat is plezierig."

Hoe anders is zijn ervaring met Odfjell, het inmiddels omstreden opslagbedrijf in de Botlek. Als Karssen vanuit zijn werkkamer op het stadhuis in de richting van Rotterdam naar buiten kijkt, ziet hij nog net een deel van de 270 tanks op de terminal. Wat zich daar precies afspeelt, was lange tijd een raadsel voor de burgemeester van Maassluis. Karssen hoorde niets van de toenmalige directie van Odfjell, toen daar in maart 2003 bij het leegpompen van een schip per ongeluk 400 ton benzeen weglekte. Karssen hoorde ook niets van het bedrijf toen daar in de zomer van 2011 in een periode van enkele weken ruim 200 ton butaangas uit een tank ontsnapte.

Benzeen is kankerverwekkend, butaangas is uiterst brandbaar. Bij oostenwind trekken die gevaarlijke stoffen vanuit de Botlek recht over Maassluis. "Die openheid die ik ken van andere bedrijven", zegt Karssen, "heb ik bij Odfjell helemaal gemist".

Odfjell is een multinational. Het van oorsprong Noorse tankopslagbedrijf heeft terminals over de hele wereld, waar in totaal 3600 mensen werken. Het beschikt over een eigen vloot van circa honderd schepen. De jaaromzet bedroeg in 2011 bijna een miljard euro. Het zijn indrukwekkende cijfers, die helaas voor Odfjell in Nederland worden overschaduwd door de problemen op de terminal in de Botlek. Hoe is het mogelijk dat zo'n gerenommeerd bedrijf, dat enorme hoeveelheden gevaarlijke vloeistoffen en gassen opslaat, er jarenlang niet in slaagt om de veiligheid op hun terrein op orde te brengen?

Odfjell valt onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO), kortgezegd een richtlijn uit 1999 waaraan bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken moeten voldoen. Diverse inspectiediensten, zoals de Milieudienst, de Veiligheidsregio en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), controleren of deze bedrijven zich daar ook aan houden. De inspectiediensten kunnen een bedrijf dat in overtreding is waarschuwen, een gedeelte van het werk stilleggen, dwangsommen uitdelen en zelfs een exploitatieverbod opleggen.

Om precies te weten hoe de inspecteurs het afgelopen decennium tegen Odfjell hebben opgetreden, vroeg deze krant met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) alle bestaande BRZO-rapportages op. Staatssecretaris Atsma (CDA, milieu) heeft deze daarop vrijgegeven en naar de Tweede Kamer gestuurd.

Wat direct opvalt: tussen juli 2001 en december 2005 heeft er bij het tankopslagbedrijf Odfjell geen BRZO-inspectie plaatsgevonden, hoewel deze idealiter jaarlijks wordt gehouden. Het inspectierapport van juli 2001 rept over een terrein dat 'een rommelige indruk' maakt. De etikettering op de vaten deugt niet. Het bedrijf kent geen formele bedrijfshulpverlening. Het interne noodplan is verouderd.

Omdat Odfjell werkt met zeer gevaarlijke stoffen, is het bedrijf verplicht een Veiligheidsrapport op te stellen. In dat document moet het aantonen dat het de risico's voor werknemers, omwonenden en milieu goed beheerst. Dat rapport is in mei 2002 door de Arbeidsinspectie Regio Zuidwest afgekeurd. Odfjell, zo luidt de eindconclusie, heeft niet in het rapport aangetoond 'dat voldoende maatregelen genomen zijn om zware ongevallen te voorkomen'.

Samengevat: een kritische BRZO-inspectie en een afgekeurd Veiligheidsrapport. Waarom duurde het tot eind 2005 voordat de diensten een nieuwe, gezamenlijke inspectie op het terrein van Odfjell hielden? Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid geeft toe dat BRZO-inspecties "in die periode niet consequent plaatsvonden". Dat betrof niet alleen Odfjell, maar ook vele andere bedrijven die met risicovolle vloeistoffen en gassen werken.

Het ministerie verklaart dat de nieuwe BRZO-regelgeving betekende dat 75 bedrijven in de regio Rijnmond een omvangrijk Veiligheidsrapport moesten opstellen. De beoordeling hiervan heeft "zeker in de begintijd veel capaciteit van de toezichthouders gevraagd. De inspectie bij Odfjell vond ook in dit verband plaats. Er heeft aansluitend handhaving plaatsgevonden op grond van de bevindingen en er zijn controles uitgevoerd. Dit alles conform de toen geldende afspraken".

Vanaf december 2005 vinden die grootschalige controles wel jaarlijks plaats bij Odfjell, zowel in 2009 als 2010 zelfs twee keer. Constateren de inspectiediensten in 2005 nog twee overtredingen, in 2007 zijn dat er acht: onvoldoende borging dat alle maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen zijn getroffen, gebrekkig onderhoud, geen garantie dat koel- en blussystemen goed werken. Een belangrijke conclusie uit BRZO-inspectie van augustus 2008: preventief onderhoud op de terminal is 'zeer zwak'.

De inspectiediensten hebben op 30 maart 2009 een kritisch gesprek met de toenmalige raad van bestuur van Odfjell. De boodschap: Dit kan zo niet langer. Het bedrijf vindt omzet draaien belangrijker dan veiligheid en lost problemen 'ad-hoc en reactief' op. Odfjell lijkt dermate gevoelig voor de kritiek, dat later dat jaar een nieuwe directeur en veiligheidsfunctionaris aantreden. En met resultaat. Odfjell doorstaat de BRZO-inspecties van 2009 en 2010 zonder noemenswaardige kleerscheuren.

Dan breekt voor het tankopslagbedrijf het 'rampjaar' 2011 aan, waarin het grote butaangaslek ontstaat en Odfjell bovendien opvallend grote hoeveelheden restemissies benzeen uitstoot. Vooral pijnlijk voor het bedrijf is dat het nieuws over de butaanontsnapping dankzij een anonieme klokkenluider naar buiten komt. Odfjell had het incident willen verzwijgen voor Milieudienst DCMR.

Sinds dat moment ligt Odfjell continu onder vuur. Van politici, van media, van omwonenden, en bovenal van de inspectiediensten.

Een woordvoerder van het ministerie van SZW zegt dat tussen 2001 en augustus 2011 geen enkele dwangsom aan Odfjell is opgelegd. Sinds afgelopen zomer staat de teller al op drie, variërend van 25.000 tot 50.000 euro. Een dwangsom voor het niet melden van incidenten. Een dwangsom voor het uitstoten van vluchtige organische stoffen, waaronder benzeen. En een dwangsom vanwege 'onvoldoende onderhoud en onvoldoende orde op het bedrijfsterrein'.

Het zijn vooral de publicaties in de media die de druk op Odfjell hebben opgevoerd, denkt burgemeester Karssen van Maassluis. "Dat nieuws over het butaanlek van vorig jaar hoorde ik pas maanden later. Verschrikkelijk. Dat zoiets kan gebeuren. En waarom wist ik dat niet onmiddellijk?" Sinds vorig jaar kent iedereen in het Rijnmond-gebied het bedrijf Odfjell. Karssen: "Het leeft ook zeker in Maassluis. Burgers spreken mij er over aan. De incidenten maken mensen toch angstig en dat begrijp ik."

Karssen en zijn collega-burgemeesters uit de regio hadden eerder dit jaar een grondig gesprek met alle betrokken inspectiediensten. "We wilden worden overtuigd dat de handhaving in orde is. De Veiligheidsregio, DCMR, de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ze staan er scherp in, is ons beloofd. Ik sta bekend als een kritisch burgemeester. Van elk schip dat hier over de Nieuwe Waterweg voorbij vaart, kan ik vrijwel direct bij de Veiligheidsregio opvragen wat het vervoert. Je wilt toch niet als burgemeester, à la Moerdijk, bij een calamiteit met je mond vol tanden staan? Zo is het ook met Odfjell. Het bedrijf is het absolute zorgenkindje van de haven, vind ik."

Het verscherpte toezicht heeft geresulteerd in meer dan alleen drie dwangsommen. Inspecteurs lopen tegenwoordig de deur plat bij Odfjell. In maart dit jaar vindt een nieuwe, meerdaagse BRZO-inspectie plaats. De inspecteurs constateren dat Odfjell bij alle onderwerpen, zoals onderhoud, laad- en losactiviteiten, explosieveiligheid en brandblusvoorzieningen, tekortschiet. Directeur Jan van den Heuvel van DCMR verklaart dat het opslagbedrijf "een grote achterstand heeft en moet verbeteren". Een vierde dwangsom, vanwege tekortkomingen op blus- en koelvoorzieningen, is in de maak. Een aantal tanks is op last van inspecteurs leeggemaakt. Als het bedrijf de zaak niet snel op orde heeft, volgt stillegging. Politici en burgers in de regio Rotterdam-Rijnmond reageren opgelucht: de inspecteurs laten eindelijk hun tanden zien.

Odfjell reageert lauw en zegt dat dit inspectierapport "geen nieuwe punten bevat". Het bedrijf heeft al eerder beterschap beloofd en wil ruim 100 miljoen euro investeren in veiligheid en milieu. TNO helpt het bedrijf om de veiligheidscultuur te verbeteren, een proces dat volgens Odfjell 1,5 jaar kan duren.

De gemeenteraad van Rotterdam is er nog allesbehalve gerust op dat de situatie op de terminal in de Botlek onder controle is. Vandaag zijn de betrokken inspectiediensten op het stadhuis uitgenodigd voor een hoorzitting. "Odfjell is een bedrijf dat in mijn ogen niet deugt", zegt fractieleider Arno Bonte van GroenLinks. "Het belooft steeds verbeteringen, waar weinig van terechtkomt. Dat neem ik de directie kwalijk."

Maar wat zeker ook belangrijk is, vindt Bonte: "Hebben de inspectiediensten er al die jaren wel genoeg bovenop gezeten of lieten ze steken vallen? Je krijgt het idee dat een dienst als DCMR zich steeds met een kluitje in het riet liet sturen. Tekortkomingen werden door Odfjell aangepakt. Maar als je steeds op gevaarlijke situaties stuit, waarom blijf je dan jarenlang op hetzelfde niveau controleren? Dan grijp je toch keihard in?"

Onrust in sector
Tankopslagbedrijf Vopak, een van de buren van Odfjell in de Rotterdamse haven, maakt zich zorgen over het imago van de petrochemische industrie. Tijdens een bijeenkomst eerder deze maand, zei Vopak-president Jan Bert Schutrops dat de gebeurtenissen rond Odfjell en Chemie-Pack de sector "geen goed hebben gedaan. Er is onrust."

Schutrops vindt dat de petrochemische bedrijven transparanter moeten zijn. "De sector is jarenlang te terughoudend geweest. Er is een gevoel van onbehagen ontstaan. We moeten als bedrijven die waas, dat we levensgevaarlijke dingen doen met chemicaliën, wegnemen. Ons vak is omgaan met risico's. Ik durf te zeggen dat we in deze industrie uiterst veilig werken."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden